
De Verenigde
Naties en de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens.
De V.N. werden aan het eind van de Tweede Wereldoorlog in 1945 opgericht met als doel de wereldvrede te bevorderen
en alle mensen een beter perspectief te bieden; schendingen van de mensenrechten zouden worden tegengegaan.
Nu 60 jaar later kampt de wereld met dezelfde problemen. Alhoewel veel V.N. organen hebben behoorlijk bijgedragen
aan de sociale en economische ontwikkeling van de wereld.
Het is echter niet genoeg geweest en vaak ontbrak de politieke wil om zich grootscheeps in te zetten.
De gelden zijn zelden toerijkend en niet alle nood kan worden gelenigd.
Voor wat
betreft mensenrechten schendingen moet er nog veel gebeuren:
Mensenrechten nemen in het werk van de V.N. een belangrijke plaats in en wordt zelfs steeds belangrijker.
Wie echter kennisneemt van betreffende mensenrechten schendingen, de onderdrukking, vluchtelingen stromen,
martelingen en moordpartijen, gedwongen verplaatsingen, vraagt zich terecht af of men de afgelopen 60 jaar wel
veel verder is gekomen.
Onder de ogen van de wereld vond in 1994 de massaslachting in Rwanda plaats.
Na de Tweede Wereldoorlog stelde men vast: “dat nooit meer”!
De West Papua affaire was niet genoegzaam bekend, maar na publicatie van het Prof. Drooglever
rapport, blijkt zelfs dat de V.N. als de regisseur van de “Act of No Choice” moet worden aangemerkt.
Als beloning werd direct na de overdracht de papieren rompslomp voor wat betreft de Freeport mijn
afgerond.
Hoofddader blijft Indonesië dat met behulp van V.N. landen de mogelijkheden kreeg aangereikt om
ongestraft het New York Akkoord en het Referendum van 1969 te verkrachten.
Na deze zogenaamde Daad van Vrije Keuze volgt de onverkwikkelijke affaire van mensenrechten
schennis en genocide door Indonesische militairen in West Papua begaan.
Onder de paraplu van de “circle of impunity” werden zelfs hoge officieren beschermd en dus
niet berecht.
Hierover moeten men Indonesië aanspreken en zelfs daadwerkelijk aanpakken.
Voor dergelijke criminele daden tegen de menselijkheid is de V.N. juist opgericht!!
Lees zelf de Verklaring van de Rechten van de Mens!
Het is onverdraaglijk dat het Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken onder leiding van Dr. B. Bot
zich de afgelopen 43 jaar zo weinig liet horen en de heer Bot weigerde zelfs om op 15.11.2006
het boek van Prof. Drooglever in ontvangst te nemen.
Beide landen zijn lid van de V.N. en dergelijke belangrijke zaken als mensenrechten schendingen
gaan boven elk landelijk politiek belang! Zie het handvest!
Maar daar behoef ik een voormalig diplomaat toch niet op te wijzen!
Waar blijft nu dat debat op basis van de feiten? Ik mis nu ineens de redelijkheid en voor Minister Bot
is het nu ineens een ” fait complet” en wat er met een compleet inheems Papoea volk gebeurt is hem
blijkbaar om het even.
De feiten, zoals gepubliceerd in het boek van Prof. Drooglever, liegen er niet om en onze
volksvertegenwoordigers zouden Minister Bot op zijn opstelling moeten aanspreken!
Maar ook dit wordt weer getolereerd en gedoogd en moet vooral niet worden opgerakeld.
Eigenlijk zou er een Hoge Commissaris voor de mensenrechten moeten komen, zoals wij dat ook
kennen voor het Vluchtelingenwerk. Hiermee kan worden voorkomen dat de Secretaris-Generaal
de belangen van de mensenrechten gaat afwegen tegen andere belangen.
De Veiligheidsraad was aanvankelijk nauwelijks geïnteresseerd in mensenrechten.
Bij calamiteiten is volgens het handvest de Veiligheidsraad verantwoordelijk voor vrede en veiligheid
en zou men eigenlijk al veel eerder aandacht hebben moeten schenken aan mensenrechtenkwesties.
In het specifieke geval van West Papua is er veel te weinig gebeurd.
Talloze rapporten zijn er verschenen en ook waren er vele verzoeken om internationaal toezicht.
Er gebeurt veel te weinig!
Als schoolvoorbeeld Indonesië met hun “smiling policy”, een van het meest corrupte landen ter wereld
met een wel zeer slechte conduite staat voor wat betreft mensenrechten schennis.
Na 43 jaar is er niets veranderd en militairen gaan nog steeds hun gang.
Nederland zou hier toch een stimulerende rol moeten spelen!
Wat moet er eigenlijk in West Papua gebeuren om dit issue hoger op de agenda te krijgen?
Gerard Thijssen
De gerenommeerde Amerikaanse Yale
Law School bracht in november 2003 een rapport uit met betrekking tot de
mensenrechtensituatie in West Papua sinds de
inlijving van het gebied door Indonesië, na de zogeheten "Act of Free
Choice" in 1969. De titel van het Rapport luidt:
"Indonesian Human Rights Abuses in West Papua: Application of the Law of
Genocide to the History of Indonesian
Control." De Nederlandse vertaling luidt
ongeveer als volgt: "Indonesische Mensenrechtenschendingen in West Papua: Toepassing van de Wet van Genocide op de
Geschiedenis onder Indonesisch Bewind." Het 76 pagina's tellende rapport
gaat uitvoerig in op de door Indonesië in de loop van 40 jaar bezetting
(1963 - 2003) begane wandaden, gemeten naar Internationale normen met betrekking
tot genocide. In het vorige nummer kon u het eerste deel lezen van mijn visie
op het rapport, hieronder volgt het tweede en tevens het laatste deel.
Zacharias Sawor
Het vervolg
"Het meest complete document dat ik ooit onder ogen heb gekregen over de
genocide in West Papua", zijn de woorden van de
inmiddels 80-jarige Papua-leider Jouwe tijdens een
discussie die wij hadden over het rapport.
Ik ben dezelfde mening toegedaan.
In het vorige WPC-nummer jaargang 25 en 26 nummer 1, besprak ik de inleiding van het Rapport: de betekenis van het woord 'genocide', de geschiedenis van de mensenrechtenschendingen in West Papua, West Papua onder het Nederlands bestuur en de overdracht van de soevereiniteit van Nederland aan Indonesië op 27 december 1949.
Ik besprak de touwtrekkerij die volgde tussen Nederland en Indonesië over de toekomst van het gebied.
Nederland stoomde de Papoea´s klaar voor hun onafhankelijkheid, gaf hun Nieuw Guinea Raad, hun Nationale Vlag en Nationale Volkslied. Maar Indonesië, vooral Soekarno, zat dat niet lekker en kreeg bijval van de Sovjet Unie, hetgeen de Amerikaanse president Kennedy weer zenuwachtig maakte.
De invloed van het communisme in Zuid Oost Azië baarde Kennedy zorgen en door Amerikaanse druk is Nederland ten slotte gezwicht en stemde toe in het zogeheten Bunkerplan dat later de New York-overeenkomst tussen Nederland en Indonesië zou worden.
Het resultaat
was de overdracht van het land middels de gemanipuleerde volksraadpleging. In
dit vervolg ga ik verder in op enkele van de Indonesische wanpraktijken in West
Papua met alle vreselijke gevolgen van dien voor de Papua's. Het Rapport bevat veel meer gevallen dan die ik
hier kan noemen, rest de vraag of deze vallen binnen de Conventie van Genocide
die genocide omschrijft als vormen van 'vogelvrij verklaarde daden toegepast op
volks-, etnische- ras- en religieuze groepen als
zodanig'.
West Papua Verzet en Indonesische repressie
Indonesië begon al halverwege 1960 met plannen het land te laten
volstromen met migranten uit andere delen van de archipel. Spoedig na de
overname van het gebied werden de Papua´s dan
ook met geweld gedwongen te verhuizen om plaats te maken voor Indonesiërs.
In het begin waren dat ex-militairen met hun gezinnen, die zich gewapender hand konden verdedigen, mocht er verzet van de landeigenaren komen.
Het gebied is dan nauwelijks door de VN overgedragen aan Indonesië in 1969 of de militairen beginnen met hun brute geweld tegen de bevolking.
Zo heeft ABRI van de Udayana Divisie in mei 1970 huisgehouden in een aantal dorpen in West Biak, waarbij de hoogzwangere Maria Bonsapia werd doodgeschoten. Haar buik werd met een bajonet opengereten en de baby in stukken gesneden in aanwezigheid van 80 dorpsbewoners.
Een aantal soldaten verkrachtte en doodde vervolgens haar zuster. Zij vertelden de aanwezigen, dat zij in het Lereh-district 500 mensen hadden doodgeschoten. In juni 1970 hebben de leden van de rode en groene baretten van de ABRI de dorpen Wusdori en Krisdori in West Biak die van OPM-sympathie waren beschuldigd aangevallen.
Zij dwongen alle mannen - in totaal 55 - op een open plek en schoten hen dood voor de ogen van vrouw en kinderen. De volgende dag arresteerden ze 30 andere mannen van de omliggende dorpen, dwongen hen in prauwen te stappen, bonden hen vervolgens aan handen en voeten, verzwaard met zware stenen, op volle zee werden ze eruit gegooid om een verdrinkingsdood te sterven. Het brute optreden van ABRI tegen onschuldige mensen wekte woede en protest onder de bevolking. Het gevolg was dat veel jonge Papua´s zich aansloten bij het Nationale Bevrijdingsleger (Tentara Pembebasan Nasional, TPN) om tegenstand te bieden aan de ABRI.
Op 1 juli 1971
hebben vrije Papua´s, de Defacto
Regering van de Republiek West Papua geproclameerd
(onder leiding van Seth J. Rumkorem en Jacob H. Prai) vlak bij de grens met Papua
New Guinea als protest tegen de oneerlijke uitvoering
van het New York Akkoord van 15 augustus 1962. De militaire inlichtingendienst Kopkamtib, kreeg de opdracht om vooraanstaande, opstandige Papua´s op mysterieuze wijze te laten verdwijnen
(lees: te doden), zoals Marthin Luther
Waren, Mimi Fatahan, Baldus
Mofoe, Arnold Ap, Eduard Mofoe, etc.
Import van dodelijke ziektes
De bevolking van de Wisselmeren, de Ekari´s
behoren tot de vurige tegenstanders van de Indonesiërs. Zij kwamen al
vroeg in opstand in 1968 en 1969. Zij moesten helaas hun tegenstand bekopen met
veel slachtoffers in de strijd. Maar de Indonesiërs bedachten een
effectiever middel om deze ongehoorzame bevolking af te straffen. In 1972 brak
er een ziekte uit in het gebied van de Ekari-stam.
Deze werd veroorzaakt door geïnfecteerde varkens uit Bali
die besmet waren met blaasworm, een parasiet die zich nestelt in de ingewanden
en de hersenen. De blaasworminfectie werd
één van de belangrijkste doodsoorzaken in het gebied. Een kwart
van alle kinderen raakte ermee besmet.Het ergste was
dat de import van effectieve medicijnen tegen deze ziekte door de overheid
werden verboden. De aanvankelijk als "vredesgeschenk" bedoelde
varkens uit Bali zaaiden dood en verderf in het
gebied van de Ekari-stam om vervolgens zich uit te
breiden naar de Baliem en zelfs over de grens met Papua New Guinea.
Geslachtsziektes die voordien onbekend waren werden ingevoerd en maken veel
dodelijke slachtoffers. Bovendien tasten ze de fertiliteit van zowel de man als
vrouw aan. Het gevolg is minder geboorten. Ziektes als malaria, framboesia, kinkhoest en mazelen, komen nu veel frequenter
voor dan voorheen in de Nederlandse tijd, toen de bestrijding ervan zeer strikt
werd uitgevoerd. Recentelijk is de ziekte AIDS ingevoerd, die via seksueel
contact met HIV/AIDS besmette patiënten of besmet bloed overgedragen
wordt. In Papua is de verspreiding van AIDS veel
sneller gegaan dan in andere delen van Indonesië door de vrije seksuele
omgang onder leden van bepaalde Papua-stammen. In
2002 waren er op 100.000 mensen 20,4 besmet, terwijl in andere delen van
Indonesië dit getal 0.4 was op de 100.000 mensen. Ongeveer 40% van de
besmetting bevindt zich in West Papua.
Exploitatie van land, rijkdommen en arbeiders
In Indonesië mogen de strijdkrachten zgn. ten dienste staan van het volk,
dus ook zij kunnen zich de rol toe-eigenen in de bijdrage aan de opbouw van het
land, door zich te bemoeien met o.a. de exploitatie van de rijkdommen van het
land samen met de andere overheidsorganen. In 1980 nam de olievoorraad af,
waardoor veel arbeiders, vooral Papua´s,
plotsklaps zonder werk kwamen te zitten. Maar het vervelende was dat ze werden
vervangen door Javaanse krachten, die zgn. beter geschoold waren dan de Papua´s. Hiertoe kwamen 2.000 Javaanse families het
land binnen. Zij werden geplaatst op twee terreinen bij de olievelden. Deze
praktijken werden gerapporteerd door een Amerikaanse professor die in 1980 het
gebied bezocht. Inmiddels was daar het succes van de koper- en goudmijn Tembagapura van de Amerikaanse mijngigant Freeport-McMoran. Het Rapport meldt tevens dat in 1982
slechts 200 Papua´s werkzaam waren en wel 452
buitenlanders en 1859 Indonesiërs. Omdat het areaal waar de Amungme-stam woonde tot het concessiegebied behoorde moest
de Amungme-stam gedwongen verhuizen van de koele
droge hooglanden naar de drassige moerasgebieden in het laagland aan de kust.
Zij werden daar geplaagd door de malariamuskiet en stierven bij honderden. De Amungme stierf niet alleen aan ziektes, maar ook aan
honger, omdat ze verjaagd waren van hun akkers en terechtkwamen in onvruchtbaar
gebied dat moeilijk als landbouwgrond te bewerken was. Protesteren hielp niet
want dan kreeg je het leger op je dak met alle verschrikkelijke gevolgen van
dien. Niet alleen de Amungme-stam is van zijn grond
beroofd, ook andere delen van het land, zoals in Manokwari,
Jayapura, Biak, Merauke, Nabire, kortom in het
gehele land worden de Papua´s verdreven van hun
eigen land en vervangen door Javaanse boeren die het land bewerken als
plantages. Dat was immers de wens van de Indonesische leiders: het land moest
de voorraadschuur voor Indonesië worden. Deze kwalijke politiek ontneemt
de Papua´s van hun traditionele bestaansrecht
als jagers en landbouwers, als ladang-boeren van shifting cultivation.
Zij verliezen niet alleen hun land maar ook hun cultuur als jagers.
In het Asmatgebied in het zuiden werden de Papua´s door het leger gedwongen om te werken in de houtkap, nota bene op hun eigen grondgebied. Degenen die weigeren te werken voor de houtkap zouden worden gearresteerd en mishandeld. De Asmatters, bekend om hun kunstzinnige houtsnijwerk ondergingen een metamorfose in hun normale levenspatroon in hun dorpen.
Zij waren niet
meer vrij om hun akkers te bewerken of sago te kloppen voor hun gezinnen en hun
houtsnijwerk te vervaardigen. Zij leden dan ook honger, want het karige loon
dat ze verdienden was niet toereikend om hun grote gezinnen te onderhouden.
Niet alleen in het Asmatgebied werden de mensen
gedwongen om voor het leger zware arbeid te verrichten, ook in het Paniai-gebied in het noorden moesten de mensen vanaf 1982
gedwongen werken voor het leger voor het zogeheten "Drie Meren"
project, zonder vergoeding. Alle mannen, jong en oud deden mee, met
uitzondering van de onderwijzers. Zij moesten de veiligheid van het gebied
bewaken en als er een dorpsgenoot niet verscheen werd het gehele dorp gestraft
door het betalen van boetes of ondergaan van marteling.
Indonesische wandaden
Gedurende
1982 hebben de militairen harde campagnes gevoerd tegen de Papua´s, zowel
tegen de OPM als tegen de gewone burgers in het gehele land. In 1981 hebben de
militairen de zogeheten Operatie Schoonvegen (Operasi Sapu Bersih) ingevoerd,
waarbij familieleden van de OPM-ers werden bedreigd
met strenge straffen, indien zij hun familie hand- en spandiensten verleenden.
Vrouwen van OPM-ers werden verkracht of gedood. De
Operatie Sapu Bersih was
bedoeld om het grensgebied schoon te vegen van OPM-activiteiten,
zodat Javaanse en andere Indonesische boeren er zich veilig konden vestigen. De
gronden werden onteigend, zonder vergoeding aan rechtmatige eigenaren.
De operatie vond
in de zomer van
Op 6 juli 1998 om 5 uur ´s ochtends openden Indonesische militairen en politie het vuur op een menigte die rondom de watertoren van Biak, de Nationale Papua-vlag, de Morgenster, hesen.
Zij dwongen de mensen op hun buik te gaan liggen vervolgens liepen zij over hun ruggen.
Volgens het rapport vielen veel gewonden en werden er acht mensen gedood en drie anderen verdwenen.
Andere berichten spreken echter van meer dan 60 doden en tientallen gewonden. Overlevenden werden volgens het Rapport vervoerd met een marineboot de zee in en vervolgens in jute zaken gestopt, verzwaard en in zee geworpen. Een week later dreven ze af aan de kust.
Ook in andere plaatsen werd gedemonstreerd en de vlag gehesen, o.a. studenten van de Cenderawasih Universiteit in Jayapura. Een student werd doodgeschoten en een andere raakte zwaar gewond.
Een rapport van Amnesty International van 1984 meldt dat het leger en de politie verdachte personen van OPM-sympathie zomaar arresteerden of na het hijsen van de Papua-vlag. Velen werden vaak heel lang vastgehouden zonder enig bewijs dat ze betrokken waren bij de strijd. De meeste gevangenen kwamen nooit voor de rechtbank. Degenen die wel moesten verschijnen, kregen hoge straffen opgelegd, zelfs levenslang.
Politieke gevangenen in West Papua ondergaan meestal gruwelijke mishandelingen, zoals elektrische schokken, mishandeling met geweerkolven, slaan en schoppen, worden gedwongen urine te drinken of het hoofd in de wc-pot onder te dompelen. Gevangenen worden ook dood aangetroffen door vergiftiging.
Anderen werden gedurende acht uur in drums met water gestopt en vervolgens weer acht uur in de hete zon gezet. Andere gevallen zijn bekend waar gevangenen in het donker in containers vastgehouden werden in het bergland waar ´s nachts de temperatuur rond het vriespunt is. De arrestatie van Arnold Ap en Eduard Mofoe in 1983, die later op 26 april 1984 werden vermoord, in zee geworpen en op het strand werden gevonden was ook een zaak zonder enige vorm van proces.
Zo ook de zaak Theys H. Eluay die op 10 november
na een diner bij het leger onderweg naar huis door hetzelfde leger werd
ontvoerd en vermoord. Ook zijn chauffeur werd omgebracht, zijn lichaam is nooit
meer gevonden. Ondanks de vele protesten van binnen en buitenland met
betrekking tot buitenrechtelijke doodvonnissen, gaat Indonesië door met
voltrekking van zulke doodvonnissen en het laten verdwijnen van verdachte
personen.
Transmigratie, verplaatsing, ziektes en dood
Het Vijfjaren Plan van Indonesië van 1984 voorzag in een transmigratieplan
voor West Papua waarvoor 24 vruchtbare regio's met
een totaal areaal van
Vluchtelingen
Terwijl de Javaanse en andere toestroom van Indonesiërs naar West Papua in grote omvang toenam, ontvluchtten de West Papua´s hun eigen land naar Papua
New Guinea door de repressie van de Indonesiërs.
Die vlucht begon al sinds 1963 bij de komst van de Indonesiërs. In 1984
was er een opstand van de OPM. Het leger begon hardhandig op te treden en zo
vluchtten er in februari 300 vluchtelingen. Dat aantal was gestegen tot
Sommige
vluchtelingen zijn door PNG-regering teruggestuurd
naar West Papua waar zij alsnog vermoord werden via
mysterieuze verdwijningen.
Genocide
Indonesië heeft gedurende 40 jaar bezetting van West Papua
de bevolking op velerlei manier onderdrukt, mishandeld en gedood, er zijn
teveel voorbeelden om hier op te noemen. Indonesië heeft West Papua van haar rijkdommen onteigend, volksstammen van hun
grond beroofd en gedwongen te verhuizen naar plaatsen waar ze door ziektes en
honger getroffen werden. Velen vluchtten naar Papua
New Guinea met een onzekere toekomst. Hun land wordt
onteigend door de overheid ten behoeve van transmigranten. Vele nieuwe ziektes
zijn ingevoerd, die veel slachtoffers maken, de meest recente is AIDS.
De Papua-bevolking wordt hierdoor geminimaliseerd. De schrijvers van het Rapport gebruiken vaak de term: ''Genocide'', of Volkenmoord. Uit het vele materiaal, dat goed gedocumenteerd is, kan niet anders geconcludeerd worden dan dat de Indonesiërs Genocide in West Papua plegen met het doel het Papua-volk te doen verdwijnen uit van West Papua. Ik hoop, en met mij hopen vele vrijheidslievende mensen dit en zeker het Papua-volk, dat de aandacht van de wereld zich niet verslapt maar zich blijvend richt op dit onschuldige West Papua-volk, opdat de Papua's niet van de aardbodem verdwijnen, maar eens een eigen plaats mag hebben onder de vrije volken van de wereld. Want dat is het ideaal, waarvoor onze beste zonen en beste dochters hun leven hebben opgeofferd.
[ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ]
Over het zogenaamde referendum in 1969 is al veel geschreven, lees echter in dit verband ook de rubriek:
“Unfinished business”, de scriptie van Maaike te Rietmole.
Hoe frauduleus men hier mee omging en hoe men achter de schermen alles in het werk stelde om dit toneel
stukje gladjes te laten verlopen, bewijst onderstaande reportage.
Op Australisch grondgebied werden 2 Papoea leiders uit het vliegtuig gehaald om te vermijden,
dat men zich bij de V.N. in New York zou beklagen.
Over
mensenrechten gesproken!!
Andra Jackson

Papuan
politicians Clemens Runawery (left) and Wim Zonggonau are on the campaign
trail again.
Photo: James
Boddington
THIRTY-SEVEN
years ago former Papuan politicians Clemens Runawery
and Wim Zonggonau boarded a
plane on an urgent mission that might have changed the political fate of their
now Indonesian-ruled province.
But they were pulled off the
flight as part of
The pair, who have spent the last
39 years in exile in
They are appealing, with the
backing of the Australian Greens senator Bob Brown, for
A proposed
With estimates putting the numbers
of Papuans killed or missing under Indonesia's miliary
presence since 1969 at 100,000, Australia should be insisting that the United
Nations be allowed in to investigate, as had happened in East Timor, he said.
Mr Zonggonau was a
member of the Provincial Assembly of Irian Jaya and
of
They carried a petition signed by
54 Papuan leaders asking the United Nations to declare a sham its so-called Act
of Free Choice, which had been restricted to 1200 Indonesian appointees.
Speaking in
"The untold story" is
that the Dutch and Australian governments met in 1957 and "an
understanding was reached … that the two sides of Dutch New Guinea would
be … two separate entities", Mr Runawery said.
"Yet
When
you see news happening: SMS/MMS: 0406 THE AGE (0406 843 243), or email
us. More
Vandaag de dag hebben Inheemse volken
overal ter wereld nog steeds te kampen met onderdrukking, exploitatie,
verdrijving van hun land en de destructie van hun leefomgeving door
multinationals en overheden. Het Nederlands Centrum voor Inheemse Volken (NCIV)
maakt zich al 35 jaar sterk voor de rechten van inheemse volken wereldwijd. Het
aannemen van de Verklaring voor de Rechten van Inheemse Volken bij de Algemene
Vergadering van de VN zou een belangrijke overwinning zijn in deze strijd. Deze
Verklaring wordt binnenkort voor de tweede keer in stemming gebracht*, nadat de
Afrikaanse landen in december 2006 om uitstel hadden gevraagd. Ze willen de
Verklaring, die in 2006 al is aangenomen door de VN Mensenrechten Raad, alsnog
drastisch wijzigen. De erkenning van de rechten van de inheemse volken loopt
daardoor ernstig gevaar.
Ter ondersteuning van het aannemen van de Verklaring voor de Rechten van
Inheemse Volken bij de Verenigde Naties hadden Bangsa
Adat Alifuru (Molukken)
samen met het NCIV inheemse volken overal ter wereld opgeroepen op 9 augustus
jl. op hun voorouderlijke grond een traditionele ceremonie uit te voeren ten
bate van het aannemen van de Verklaring. Op 9 augustus jl., dag van Inheemse
Volken, maakten deze ceremonieën duidelijk dat de inheemse volken zich
verbonden voelen om te strijden voor hun rechten.
Een groot aantal inheemse volken heeft gehoor gegeven aan deze oproep. Een
volledige lijst met deelnemende volken is te vinden op het digitale platform
voor inheemse volken http://www.westpapua.nl/2007_01/www.speaking4earth.net
Ceremonie in Den Haag
Enkele tientallen mensen hebben in Den Haag een ceremonie van inheemse volken
bijgewoond. Elders in de wereld hielden op de Internationale Dag van de
Inheemse Volken zo'n veertig volken op 25 locaties ook een ceremonie. Met de
ceremonieën hopen de deelnemers dat de Verenigde Naties de Verklaring van
de Rechten van de Inheemse Volken aannemen. Volgens Leo van der Vlist van het Nederlands Centrum voor Inheemse Volken
(NCIV) waren in Den Haag ongeveer veertig deelnemers onder de Vredesboom in de
wijk Transvaal bijeengekomen. De Alifuru uit de Molukken hielden daar een gezamenlijke ceremonie met Papua's, Mapuches (uit Chili), Turkana (uit Kenia) en Marrons (uit Suriname).
Vertegenwoordigers van de Alifuru bliezen op een
schelp in alle windrichtingen, de Mapuches sloegen op
een trom, Papua's zongen drie strijdliederen, de Turkana bezongen een witte stier die de perfectie symboliseert
en een Kalmukse vrouw sprak in de eigen taal een
dankwoord uit. Het is voor het eerst dat zo'n gezamenlijke ceremonie is
gehouden, zei Van der Vlist. De Verklaring van de
Rechten van Inheemse Volken is op 29 juni vorig jaar aangenomen door de VN-Mensenrechtenraad. In december 2006 besloot de Algemene
Vergadering de beslissing over het aannemen van de verklaring uit te stellen.
Intussen hebben Afrikaanse staten en Canada voorstellen gedaan om de inhoud van
de verklaring weer te wijzigen. De huidige tekst is echter na 20 jaar
onderhandelen vastgesteld en geniet de steun van een grote meerderheid van de
inheemse volken. De verklaring bevat bepalingen voor de bevordering van het
welzijn van inheemse volken zoals het recht op land en het recht op de eigen
culturele identiteit.
Ceremonie in Biak, Papua
Ook in Biak werd de dag van Inheemse Volken herdacht
op 9 augustus jl. Deze viel samen met de opening van het kantoor van de Dewan Adat Biak (DAB,
Traditionele Raad Biak). Na de traditionele opening
van het kantoor, refereerde de voorzitter van DAB, Yan
Pieter Yarangga, aan de nationale dag van Inheemse
Volken en aan het feit dat de viering ervan geheel een verdienste was van de
lokale Biakse bevolking die hierbij niet gesteund
werd door de lokale overheid. (…) Yarangga zei dat de Papua-bevolking
een integraal deel was van de inheemse volken van deze aarde, samen met 370
miljoen inheemse volkeren die verspreid leven in ongeveer 70 landen, die samen
deze dag aangrijpen om de rechten van inheemse volken te promoten en te
beschermen. In dit kader heeft Dewan Adat Papua reeds aangegeven bij de VN dat zij als 14.862ste lid
op opgenomen wenst te worden in de VN-Draft-Verklaring
van Inheemse Volken, aldus Yarangga. Daarnaast riep Yarangga instanties als de lokale overheid, het leger, de
politie, NGO's, burgerbewegingen,
veiligheidsdiensten, jongeren, studenten en het bedrijfsleven op om respect te
tonen voor traditionele Papua-gemeenschappen, hun
rechten te beschermen en in acht te nemen.

Inheemse
volken bij de ceremonie in Den Haag waaraan Alifuru, Papua's, Mapuches, Marrons en Turkana deelnemen
*Inmiddels, 13 september jl., heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde
Naties de VN-Verklaring van de Rechten van Inheemse
Volken toch aangenomen. Alleen Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en de VS
stemden tegen en er waren elf onthoudingen. Over de verklaring vergaderde de VN
ruim twintig jaar. De VN-Mensenrechtenraad steunde de
verklaring al lange tijd, alleen een aantal lidstaten weigerde lange tijd de
verklaring te steunen. Amnesty heeft actie gevoerd
voor de verklaring.
(Bron: ANP, Elsham Biak,
A.K., augustus 2007, http://www.westpapua.nl/2007_01/www.amnesty.nl/goednieuws_artikel/23855,
4 oktober 2007, http://www.westpapua.nl/2007_01/www.speaking4earth.net)
[ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ]
|
|
|
Handvest van de Verenigde Naties (1945)
Aanhef (Preambule)
|
handvest VN |
|
Wij, de volken van de
verenigde naties vastbesloten |
Het
Handvest van de Aarde
DOWNLOAD IN RTF
|
Preambule: We staan op een kritiek moment in de geschiedenis, een tijd waarin de
mensheid haar toekomst moet bepalen. De wereld wordt steeds afhankelijker en
kwetsbaarder. Onze toekomst draagt zowel een groot gevaar als een grote
belofte in zich. Om vooruit te komen moeten we erkennen dat we, temidden van een weelderige verscheidenheid aan culturen
en levensvormen, één menselijke familie zijn en
één samenleving op aarde met een gemeenschappelijk lot. We
moeten ons verenigen om een duurzame wereldgemeenschap voort te brengen
gebaseerd op respect voor de natuur, de universele Rechten van de Mens,
economische rechtvaardigheid en een cultuur van vrede. Om dit te bereiken
moeten wij, de volkeren van de aarde, onze verantwoordelijkheid uitspreken;
ten opzichte van elkaar, de grotere leefgemeenschap en de toekomstige
generaties. De aarde, ons thuis De situatie op de aarde De uitdagingen die voor ons
liggen Universele verantwoordelijkheid Het is absoluut noodzakelijk om een gemeenschappelijke visie te
hebben op fundamentele waarden die de ethische basis verschaft voor de
opkomende wereldsamenleving. Daarom bevestigen wij, verenigd in hoop, de
volgende onderling afhankelijke beginselen voor een duurzame ontwikkeling die
zullen dienen als gemeenschappelijke norm voor het gedrag van individuen,
organisaties, ondernemingen, regeringen en transnationale instellingen. De algemene uitgangspunten I. Het respect en de zorg voor de
leefgemeenschap 1.
De aarde en het leven in al zijn verscheidenheid respecteren
2.
Met begrip, compassie en liefde voor de gemeenschap zorgen.
3.
Democratische maatschappijen opbouwen die rechtvaardig, betrokken, duurzaam
en vreedzaam zijn.
4.
De rijkdommen en de schoonheid van de aarde voor de huidige en toekomstige
generaties veiligstellen.
Om deze onderling met elkaar
verbonden ethische ideeën te verwezenlijken is het noodzakelijk: II. Ecologische integriteit 5.
De authenticiteit van de ecologische systemen van de aarde beschermen en
herstellen, met speciale aandacht voor de biologische verscheidenheid en de
natuurprocessen die het leven instandhouden en
herstellen.
6.
Het voorkomen van schade als de beste vorm van milieubescherming en, wanneer
de deskundigheid beperkt is, voorzorgsmaatregelen nemen.
7. Consumptie-, productie- en reproductieplannen toepassen
die de regenererende capaciteiten van de aarde, de mensenrechten en het
maatschappelijk welzijn respecteren en beschermen.
8.
Het voortzetten van de studie van ecologische duurzaamheid en het bevorderen
van een vrije uitwisseling en uitgebreide toepassing van de uit deze studie
verkregen kennis.
III. Sociale en economische rechtvaardigheid. 9.
Armoede als ethisch, sociaal, economisch en ecologisch gegeven uitroeien.
10. Verzekeren
dat economische activiteiten en instellingen de menselijke ontwikkeling op
elk niveau op een rechtvaardige en aanvaardbare wijze bevorderen.
11.
De gelijkheid van de seksen en de rechtsregels waarborgen als een
noodzakelijke voorwaarde voor duurzame ontwikkeling en de universele toegang
tot het onderwijs, de gezondheidszorg en economische groei.
12.
Zonder onderscheid te maken het recht van ieder individu op een natuurlijke
en sociale omgeving, die zijn of haar waardigheid, fysieke gezondheid en
geestelijk welzijn ondersteunt, respecteren en beschermen met bijzondere
aandacht voor de rechten van inheemse volkeren en minderheden.
IV. Democratie, geweldloosheid en vrede 13.
Democratische instellingen op alle niveaus versterken en transparantie en
verantwoord beleid verschaffen, inclusief de deelname aan besluitvorming en
de toegang tot rechtspleging.
14.
De kennis, waarden en vaardigheden, die nodig zijn voor een duurzame levenswijze,
in het reguliere onderwijs en levenslange kennisvergaring integreren.
15.
Alle levende wezens met respect en mededogen bejegenen.
16.
Een cultuur van tolerantie, geweldloosheid en vrede bevorderen.
De
weg die voor ons ligt Nog nooit eerder in de geschiedenis dwong het besef van ons
gezamenlijke lot ons tot het zoeken naar een nieuw begin. De belofte van die
vernieuwing ligt verankerd in de beginselen van dit Handvest van de Aarde. Om
deze belofte in te lossen moeten we ons inzetten om de waarden en idealen van
het Handvest van de Aarde toe te passen en te bevorderen. Dit vereist een verandering in onze geest en in ons hart en een nieuw
besef van wederzijdse afhankelijkheid en een daaruit voortvloeiende universele
verantwoordelijkheid. We moeten vindingrijk de visie van een duurzame
levenswijze ontwikkelen en haar lokaal, nationaal, regionaal en wereldwijd
toepassen. Onze culturele diversiteit is een kostbare erfenis en de
verschillende culturen zullen hun eigen kenmerkende manier vinden om deze
visie te realiseren. We moeten de wereldwijde dialoog waar het Handvest van
de Aarde uit voortkwam verdiepen en uitbreiden, want we kunnen veel leren van
de voortgaande gezamenlijke zoektocht naar de waarheid en wijsheid. In de praktijk van het dagelijks leven ontstaat er vaak wrijving
tussen belangrijke waarden. Dit kan tot moeilijke beslissingen leiden. We
moeten echter manieren vinden om diversiteit met eensgezindheid in harmonie
te brengen, het uitoefenen van vrijheid met het algemeen belang, en korte
termijndoelen met lange termijndoelen. Voor ieder individu, iedere familie,
organisatie en samenleving is een belangrijke rol weggelegd. Kunst,
wetenschap, religie, onderwijsinstellingen, niet-regeringsgebonden
organisaties, de media, het bedrijfsleven en regeringen worden alle
opgeroepen tot creatief leiderschap. De samenwerking tussen regering,
burgermaatschappij en het bedrijfsleven is van essentieel belang voor een
effectief bestuur. Om een duurzame wereldwijde samenleving op te bouwen moeten alle
landen van de wereld hun betrokkenheid bij de VN vernieuwen, hun
verplichtingen nakomen onder de bestaande internationale overeenkomsten en de
beginselen van het Handvest van de Aarde toepassen door middel van een wettelijk
bindend verdrag over milieu en ontwikkeling. Laat dit tijdperk de geschiedenis ingaan als een tijdperk waarin een nieuw respect voor het leven, een sterke beslissing om duurzaamheid te bereiken, de versnelling in de strijd voor rechtvaardigheid en vrede, en de vreugdevolle viering van het leven ontwaken. |
Het laatst verschenen artikel staat bovenaan.
Naar overzicht alle Acat artikelen
Elk mens is uniek en waardevol, mensenrechten zijn een essentieel goed. Deze
overtuiging is vastgelegd in de Verklaring van de Rechten van de Mens.
Naast ons christelijk standpunt werken wij binnen ACAT vanuit genoemde
Verklaring. Wij geven hieronder enkele fragmenten uit deze Verklaring van de
Rechten van de Mens, gedownload van de site: http://www.unric.org/
Hoofdstuk
4
De Rechten van de Mens
• Instrumenten voor de rechten van
de mens
• Het Internationaal Statuut van de rechten van de mens
• Bepaling van de universele rechten
• Economische, sociale en culturele rechten
• Burgerrechten en politieke rechten
• Andere verdragen
• Andere regelgeving
• Conferentie voor de rechten van de mens
•
Het mensenrechtenapparaat
• De Mensenrechtencommissie
• Hoge VN-Commissaris voor de
Rechten van de Mens
•
Bevordering en bescherming van de mensenrechten
• Speciale rapporteurs en werkgroepen
• Recht op ontwikkeling
• Arbeidsrecht
• De strijd tegen discriminatie
• Apartheid
• Racisme
• De rechten van
vrouwen • Vrouwenconferenties
• De rechten van het kind
• Bescherming van minderheden
• Inheemse volkeren
• Andersvaliden
• Migrerende werknemers
•
Jusititiebeleid
• Prioriteiten voor de toekomst
--------------------------------------------------------------------------------
Een van de grote verwezenlijkingen van de VN is de gestage totstandkoming van een uitgebreid mensenrechtenstelsel – een universeel, internationaal beschermd pakket rechtsregels waarbij alle landen zich kunnen aansluiten en waarnaar alle mensen kunnen streven. De organisatie heeft een uitgebreide reeks internationaal aanvaarde rechten gedefinieerd, met inbegrip van economische, sociale, culturele, politieke en burgerlijke rechten en heeft ook mechanismen opgezet om deze rechten te bevorderen en te beschermen, en om regeringen te steunen bij hun plichten ter zake.
Dit juridisch kader is gebaseerd op het VN-Handvest en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die respectievelijk in 1945 en 1948 door de Algemene Vergadering werden aangenomen. Sindsdien heeft de VN de wetgeving inzake de mensenrechten steeds verder verbreed: ze omvat nu specifieke normen voor vrouwen, kinderen, andersvaliden, minderheden, migranten en andere kwetsbare bevolkingsgroepen. Al deze mensen hebben nu rechten die hen beschermen tegen discriminerende praktijken die van oudsher bestonden in vele gemeenschappen.
Deze rechten zijn uitgebreid met baanbrekende besluiten van de Algemene Vergadering, die geleidelijk hun universaliteit en ondeelbaarheid hebben vastgelegd, evenals de verwevenheid van de mensenrechten met ontwikkeling en democratie. Voorlichtingscampagnes wijzen mensen op hun onvervreemdbare rechten, terwijl met opleidingsprogramma's en technisch advies talrijke nationale justitiële en strafrechtelijke systemen worden versterkt. Het controlesysteem van de VN voor de naleving van de bepalingen van de mensenrechtenverdragen heeft inmiddels dankzij zijn opmerkelijke samenhang veel gewicht in de lidstaten.
Bevordering en bescherming van de
mensenrechten
De rol en het bereik van de VN-activiteiten op
het vlak van de bevordering en bescherming van mensenrechten blijven groeien.
Waarborgen dat de menselijke waardigheid van 'de volken van de Verenigde
Naties'‚ in wier naam het Handvest is geschreven, ten volle
wordt gerespecteerd, geldt als de centrale opdracht. Het VN-apparaat
is internationaal op veel fronten actief:
- Als universeel geweten – De VN heeft het voortouw genomen
in het opstellen van internationale normen voor wenselijk gedrag van landen. De
organisatie richt de aandacht van de wereld onophoudelijk op praktijken die
deze normen dreigen te ondermijnen. Met een brede waaier van verklaringen en
conventies bevestigt de Algemene Vergadering de algemeengeldigheid
van de beginselen inzake de mensenrechten.
- Als wetgever – De VN heeft de aanzet gegeven tot een ongekende codificering van regels van internationaal recht. De
mensenrechten van vrouwen, kinderen, (politieke) gevangenen en mentaal
gehandicapten, en het verbod op schendingen daarvan in de vorm van genocide,
rassendiscriminatie en foltering, maken nu ook deel uit van de internationale
wetgeving die in het begin vrijwel uitsluitend gericht was op de relaties
tussen staten.
- Als toezichtsorgaan – Het is
belangrijk dat mensenrechten niet alleen worden geformuleerd, maar ook worden
beschermd. Daarbij speelt de VN een belangrijke rol. Het Internationaal verdrag
voor burgerrechten en politieke rechten, en dat voor economische, sociale en
culturele rechten (1966) zijn vroege voorbeelden van verdragen die
internationale organen de bevoegdheid geven staten te controleren bij de
naleving van hun verplichtingen. Verdragsorganen, speciale rapporteurs en
werkgroepen van de Mensenrechtencommissie beschikken over procedures en
mechanismen om de naleving van internationale normen te controleren en
mogelijke schendingen te onderzoeken. Hun besluiten bij specifieke gevallen
leggen een zodanig moreel gewicht in de schaal dat maar weinig regeringen deze
naast zich durven neer te leggen.
- Als zenuwcentrum – OHCHR ontvangt berichten van
groepen en individuen over schendingen van hun mensenrechten. Jaarlijks
bereiken het Bureau meer dan 100.000 klachten.
OHCHR verwijst deze klachten door naar de
bevoegde VN-organen en -mechanismen en houdt daarbij
rekening met de implementatieprocedures die in verdragen en resoluties werden
opgenomen. Verzoeken voor dringende tussenkomst kunnen per fax (+41 22 917
9022) of per e-mail (tb-petitions@ohchr.org)
direct naar OHCHR worden gestuurd.
- Als verdediger – Als een rapporteur of voorzitter
van een werkgroep informatie krijgt over een mogelijk ernstige schending van de
mensenrechten – bijvoorbeeld foltering of dreigende executies –
zendt hij of zij een dringende boodschap naar de betrokken regering waarin
verzocht wordt om opheldering en om garanties ten aanzien van de bescherming
van de rechten van het vermoedelijke slachtoffer.
- Als onderzoeker – De VN verzamelt
mensenrechtengegevens die essentieel zijn voor de ontwikkeling en toepassing
van de wetgeving inzake mensenrechten. Zo legde onderzoek in verschillende
landen de basis voor het opstellen van een overeenkomst voor de bescherming van
de rechten van inheemse volkeren. Onderzoeken en verslagen die OHCHR
voorbereidt op verzoek van VN-organen kunnen tot
aanbevelingen leiden voor beleid en nieuwe procedures en instellingen die de
naleving van de mensenrechten kunnen vergroten.
- Als beroepsinstantie – Krachtens het Eerste facultatieve
protocol bij het Internationale verdrag voor burgerrechten en politieke
rechten, het Internationale verdrag voor de uitbanning van alle vormen van
rassendiscriminatie, het Verdrag tegen foltering en het Facultatieve protocol
bij het Verdrag over de uitbanning van alle vormen van discriminatie van
vrouwen, kunnen individuen klachten indienen tegen staten die de
beroepsprocedure hebben aanvaard, zodra alle nationale beroepsmogelijkheden
zijn uitgeput. Daarnaast behandelt de Mensenrechtencommissie jaarlijks ook
talrijke klachten die worden ingediend door individuen en NGO’s.
- Als verzamelaar van gegevens – De Mensenrechtencommissie heeft
mechanismen ingesteld om bepaalde schendingen en misbruiken in een bepaald land
te verifiëren en erover te rapporteren. Deze politiek gevoelige en vaak
gevaarlijke taak op humanitair vlak wordt toevertrouwd aan speciale
rapporteurs, vertegenwoordigers of werkgroepen. Zij verzamelen gegevens, houden
contact met lokale groepen en overheden, begeven zich ter plaatse (mits
toelating van de regering) en doen aanbevelingen voor de bevordering van de
naleving van de mensenrechten.
- Als discrete diplomaat – De Secretaris-Generaal
en de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens bespreken
mensenrechtenkwesties – zoals het vrijlaten van gevangenen
of het omzetten van doodstraffen – op vertrouwelijke basis met
lidstaten. Met het doel grove schendingen te voorkomen kan de
Mensenrechtencommissie de Secretaris-Generaal
verzoeken om tussenkomst of om het afvaardigen van een deskundige teneinde een
specifieke mensenrechtenkwestie te onderzoeken. De Secretaris-Generaal
kan die stille diplomatie ook aanwenden in het kader van zijn 'goede diensten'
om zo de gegronde bezorgdheid van de Verenigde Naties te kennen te geven en
schendingen te beteugelen.
Jusititiebeleid
De VN streeft ernaar de bescherming van de mensenrechten ook op justitieel
niveau aan te scherpen. Als individuen voorwerp zijn van onderzoek door
staatsinstellingen of als ze worden aangehouden, onder voorarrest geplaatst,
aangeklaagd, berecht of gevangengezet, dan moeten bij deze rechtgang
te allen tijde hun mensenrechten zijn gewaarborgd.
De VN heeft normen en regels geformuleerd die moeten strekken tot voorbeeld
voor nationale wetgeving in verband met de behandeling van gevangenen, de
bescherming van jonge gedetineerden, vuurwapengebruik door de politie, het
optreden van ordehandhavers, de rol van advocaten en het openbaar ministerie,
en de rechterlijke onafhankelijkheid. Veel normen zijn tot stand gekomen binnen
de VN-Commissie voor misdaadpreventie en strafrecht
en het Centrum voor internationale misdaadpreventie.
OHCHR voert een technisch hulpprogramma dat zich richt op educatie inzake
mensenrechten van wetgevers, rechters, advocaten, wetshandhavers,
gevangenisfunctionarissen en strijdkrachten.
Prioriteiten voor de toekomst
Ondanks alle inspanningen van de VN worden in de hele wereld de mensenrechten
nog massaal geschonden. Vijftig jaar na aanvaarding van de Universele
Verklaring van de Rechten van de Mens blijven schendingen van alle mogelijke
mensenrechten tot het nieuws van de dag horen. Deze media-aandacht is deels toe
te schrijven aan een groter bewustzijn van de mensenrechten en aan het
scherpere toezicht op belangrijke mensenrechtenkwesties, met name
kindermisbruik, geweld tegen vrouwen en bepaalde inbreuken die tot voor kort op
basis van bepaalde tradities maatschappelijk werden aanvaard.
Zeker, de maatregelen ter bescherming en bevordering van de mensenrechten zijn
strenger dan ooit en sluiten steeds nauwer aan bij de strijd om sociale
rechtvaardigheid, economische ontwikkeling en democratie. In zijn
hervormingsprogramma voor de VN verklaarde Secretaris-Generaal
Kofi Annan dat de
mensenrechten de rode draad zouden gaan vormen in het beleid en de
verschillende programma’s. En dat is een feit. Het
doortastend optreden van de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens en de
groeiende samenwerking en coördinatie binnen het VN-systeem
vormen het concrete bewijs van de toegenomen daadkracht van de VN in de strijd
voor de mensenrechten.
Het bestuur van ACAT Nederland
Email:
Gerard Thijssen