Peacedove

De Verenigde Naties en de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens.

 

De V.N. werden aan het eind van de Tweede Wereldoorlog in 1945 opgericht met als doel de wereldvrede te bevorderen

en alle mensen een beter perspectief te bieden; schendingen van de mensenrechten zouden worden tegengegaan.

 

Nu 60 jaar later kampt de wereld met dezelfde problemen. Alhoewel veel V.N. organen hebben behoorlijk bijgedragen

aan de sociale en economische ontwikkeling van de wereld.

Het is echter niet genoeg geweest en vaak ontbrak de politieke wil om zich grootscheeps in te zetten.

De gelden zijn zelden toerijkend en niet alle nood kan worden gelenigd.

 

Voor wat betreft mensenrechten schendingen moet er nog veel gebeuren:

Mensenrechten nemen in het werk van de V.N. een belangrijke plaats in en wordt zelfs steeds belangrijker.

Wie echter kennisneemt van betreffende mensenrechten schendingen, de onderdrukking, vluchtelingen stromen,

 martelingen en moordpartijen, gedwongen verplaatsingen, vraagt zich terecht af of men de afgelopen 60 jaar wel

 veel verder is gekomen.

Onder de ogen van de wereld vond in 1994 de massaslachting in Rwanda plaats.

Na de Tweede Wereldoorlog stelde men vast: “dat nooit meer”!

 

De West Papua affaire was niet genoegzaam bekend, maar na publicatie van het Prof. Drooglever

 rapport, blijkt zelfs dat de V.N. als de regisseur van de “Act of No Choice” moet worden aangemerkt.

 Als beloning werd direct na de overdracht de papieren rompslomp voor wat betreft de Freeport mijn

 afgerond.

Hoofddader blijft Indonesië dat met behulp van V.N. landen de mogelijkheden kreeg aangereikt om

ongestraft het New York Akkoord en het Referendum van 1969 te verkrachten.

Na deze zogenaamde Daad van Vrije Keuze volgt de onverkwikkelijke affaire van mensenrechten

 schennis en genocide door Indonesische militairen in West Papua begaan.

Onder de paraplu van de “circle of impunity” werden zelfs hoge officieren beschermd en dus

niet berecht.

Hierover moeten men Indonesië aanspreken en zelfs daadwerkelijk aanpakken.

Voor dergelijke criminele daden tegen de menselijkheid is de V.N. juist opgericht!!

Lees zelf de Verklaring van de Rechten van de Mens!

Het is onverdraaglijk dat het Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken onder leiding van Dr. B. Bot

 zich de afgelopen 43 jaar  zo weinig liet horen en de heer Bot weigerde zelfs  om op 15.11.2006

 het boek van Prof. Drooglever in ontvangst te nemen.

Beide landen zijn lid van de V.N. en dergelijke belangrijke zaken als mensenrechten schendingen

gaan boven elk landelijk politiek belang!   Zie het handvest!

Maar daar behoef ik een voormalig diplomaat toch niet op te wijzen!

Waar blijft nu dat debat op basis van de feiten?  Ik mis nu ineens de redelijkheid en voor Minister Bot

is het nu ineens een ” fait complet” en wat er met een compleet inheems Papoea volk gebeurt is hem

 blijkbaar om het even.

De feiten, zoals gepubliceerd in het boek van Prof. Drooglever, liegen er niet om en onze

volksvertegenwoordigers zouden Minister Bot op zijn opstelling moeten aanspreken!

Maar ook dit wordt weer getolereerd en gedoogd en moet vooral niet worden opgerakeld.

 

Eigenlijk zou er een Hoge Commissaris voor de mensenrechten moeten komen, zoals wij dat ook

kennen voor het Vluchtelingenwerk. Hiermee kan worden voorkomen dat de Secretaris-Generaal

de belangen van de mensenrechten gaat afwegen tegen andere belangen.

De Veiligheidsraad was aanvankelijk nauwelijks geïnteresseerd in mensenrechten.

Bij calamiteiten is volgens het handvest de Veiligheidsraad verantwoordelijk voor vrede en veiligheid

en zou men eigenlijk al veel eerder aandacht hebben moeten schenken aan mensenrechtenkwesties.

In het specifieke geval van West Papua is er veel te weinig gebeurd.

Talloze rapporten zijn er verschenen en ook waren er vele verzoeken om internationaal toezicht.

 Er gebeurt veel te weinig!

Als schoolvoorbeeld Indonesië met hun “smiling policy”, een van het meest corrupte landen ter wereld

 met een wel zeer slechte conduite staat voor wat betreft mensenrechten schennis.

Na 43 jaar is er niets veranderd en militairen gaan nog steeds hun gang.

Nederland zou hier toch een stimulerende rol moeten spelen!

Wat moet er eigenlijk in West Papua gebeuren om dit issue hoger op de agenda te krijgen?

 

Gerard Thijssen

 

Yale´s rapport inzake mensenrechten in West Papua

De gerenommeerde Amerikaanse Yale Law School bracht in november 2003 een rapport uit met betrekking tot de mensenrechtensituatie in West Papua sinds de inlijving van het gebied door Indonesië, na de zogeheten "Act of Free Choice" in 1969. De titel van het Rapport luidt: "Indonesian Human Rights Abuses in West Papua: Application of the Law of Genocide to the History of Indonesian Control." De Nederlandse vertaling luidt ongeveer als volgt: "Indonesische Mensenrechtenschendingen in West Papua: Toepassing van de Wet van Genocide op de Geschiedenis onder Indonesisch Bewind." Het 76 pagina's tellende rapport gaat uitvoerig in op de door Indonesië in de loop van 40 jaar bezetting (1963 - 2003) begane wandaden, gemeten naar Internationale normen met betrekking tot genocide. In het vorige nummer kon u het eerste deel lezen van mijn visie op het rapport, hieronder volgt het tweede en tevens het laatste deel.

Zacharias Sawor

Het vervolg
"Het meest complete document dat ik ooit onder ogen heb gekregen over de genocide in West Papua", zijn de woorden van de inmiddels 80-jarige Papua-leider Jouwe tijdens een discussie die wij hadden over het rapport.

 Ik ben dezelfde mening toegedaan.

 In het vorige WPC-nummer jaargang 25 en 26 nummer 1, besprak ik de inleiding van het Rapport: de betekenis van het woord 'genocide', de geschiedenis van de mensenrechtenschendingen in West Papua, West Papua onder het Nederlands bestuur en de overdracht van de soevereiniteit van Nederland aan Indonesië op 27 december 1949.

 Ik besprak de touwtrekkerij die volgde tussen Nederland en Indonesië over de toekomst van het gebied.

 Nederland stoomde de Papoea´s klaar voor hun onafhankelijkheid, gaf  hun Nieuw Guinea Raad, hun Nationale Vlag en Nationale Volkslied. Maar Indonesië, vooral Soekarno, zat dat niet lekker en kreeg bijval van de Sovjet Unie, hetgeen de Amerikaanse president Kennedy weer zenuwachtig maakte.

 De invloed van het communisme in Zuid Oost Azië baarde Kennedy zorgen en door Amerikaanse druk is Nederland ten slotte gezwicht en stemde toe in het zogeheten Bunkerplan dat later de New York-overeenkomst tussen Nederland en Indonesië zou worden.

 Het resultaat was de overdracht van het land middels de gemanipuleerde volksraadpleging. In dit vervolg ga ik verder in op enkele van de Indonesische wanpraktijken in West Papua met alle vreselijke gevolgen van dien voor de Papua's. Het Rapport bevat veel meer gevallen dan die ik hier kan noemen, rest de vraag of deze vallen binnen de Conventie van Genocide die genocide omschrijft als vormen van 'vogelvrij verklaarde daden toegepast op volks-, etnische- ras- en religieuze groepen als zodanig'.

West Papua Verzet en Indonesische repressie
Indonesië begon al halverwege 1960 met plannen het land te laten volstromen met migranten uit andere delen van de archipel. Spoedig na de overname van het gebied werden de Papua´s dan ook met geweld gedwongen te verhuizen om plaats te maken voor Indonesiërs.

 In het begin waren dat ex-militairen met hun gezinnen, die zich gewapender hand konden verdedigen, mocht er verzet van de landeigenaren komen.

 Het gebied is dan nauwelijks door de VN overgedragen aan Indonesië in 1969 of de militairen beginnen met hun brute geweld tegen de bevolking.

 Zo heeft ABRI van de Udayana Divisie in mei 1970 huisgehouden in een aantal dorpen in West Biak, waarbij de hoogzwangere Maria Bonsapia werd doodgeschoten. Haar buik werd met een bajonet opengereten en de baby in stukken gesneden in aanwezigheid van 80 dorpsbewoners.

 Een aantal soldaten verkrachtte en doodde vervolgens haar zuster. Zij vertelden de aanwezigen, dat zij in het Lereh-district 500 mensen hadden doodgeschoten. In juni 1970 hebben de leden van de rode en groene baretten van de ABRI de dorpen Wusdori en Krisdori in West Biak die van OPM-sympathie waren beschuldigd aangevallen.

 Zij dwongen alle mannen - in totaal 55 - op een open plek en schoten hen dood voor de ogen van vrouw en kinderen. De volgende dag arresteerden ze 30 andere mannen van de omliggende dorpen, dwongen hen in prauwen te stappen, bonden hen vervolgens aan handen en voeten, verzwaard met zware stenen, op volle zee werden ze eruit gegooid om een verdrinkingsdood te sterven. Het brute optreden van ABRI tegen onschuldige mensen wekte woede en protest onder de bevolking. Het gevolg was dat veel jonge Papua´s zich aansloten bij het Nationale Bevrijdingsleger (Tentara Pembebasan Nasional, TPN) om tegenstand te bieden aan de ABRI.

 Op 1 juli 1971 hebben vrije Papua´s, de Defacto Regering van de Republiek West Papua geproclameerd (onder leiding van Seth J. Rumkorem en Jacob H. Prai) vlak bij de grens met Papua New Guinea als protest tegen de oneerlijke uitvoering van het New York Akkoord van 15 augustus 1962. De militaire inlichtingendienst Kopkamtib, kreeg de opdracht om vooraanstaande, opstandige Papua´s op mysterieuze wijze te laten verdwijnen (lees: te doden), zoals Marthin Luther Waren, Mimi Fatahan, Baldus Mofoe, Arnold Ap, Eduard Mofoe, etc.

Import van dodelijke ziektes
De bevolking van de Wisselmeren, de Ekari´s behoren tot de vurige tegenstanders van de Indonesiërs. Zij kwamen al vroeg in opstand in 1968 en 1969. Zij moesten helaas hun tegenstand bekopen met veel slachtoffers in de strijd. Maar de Indonesiërs bedachten een effectiever middel om deze ongehoorzame bevolking af te straffen. In 1972 brak er een ziekte uit in het gebied van de Ekari-stam. Deze werd veroorzaakt door geïnfecteerde varkens uit Bali die besmet waren met blaasworm, een parasiet die zich nestelt in de ingewanden en de hersenen. De blaasworminfectie werd één van de belangrijkste doodsoorzaken in het gebied. Een kwart van alle kinderen raakte ermee besmet.Het ergste was dat de import van effectieve medicijnen tegen deze ziekte door de overheid werden verboden. De aanvankelijk als "vredesgeschenk" bedoelde varkens uit Bali zaaiden dood en verderf in het gebied van de Ekari-stam om vervolgens zich uit te breiden naar de Baliem en zelfs over de grens met Papua New Guinea. Geslachtsziektes die voordien onbekend waren werden ingevoerd en maken veel dodelijke slachtoffers. Bovendien tasten ze de fertiliteit van zowel de man als vrouw aan. Het gevolg is minder geboorten. Ziektes als malaria, framboesia, kinkhoest en mazelen, komen nu veel frequenter voor dan voorheen in de Nederlandse tijd, toen de bestrijding ervan zeer strikt werd uitgevoerd. Recentelijk is de ziekte AIDS ingevoerd, die via seksueel contact met HIV/AIDS besmette patiënten of besmet bloed overgedragen wordt. In Papua is de verspreiding van AIDS veel sneller gegaan dan in andere delen van Indonesië door de vrije seksuele omgang onder leden van bepaalde Papua-stammen. In 2002 waren er op 100.000 mensen 20,4 besmet, terwijl in andere delen van Indonesië dit getal 0.4 was op de 100.000 mensen. Ongeveer 40% van de besmetting bevindt zich in West Papua.

Exploitatie van land, rijkdommen en arbeiders
In Indonesië mogen de strijdkrachten zgn. ten dienste staan van het volk, dus ook zij kunnen zich de rol toe-eigenen in de bijdrage aan de opbouw van het land, door zich te bemoeien met o.a. de exploitatie van de rijkdommen van het land samen met de andere overheidsorganen. In 1980 nam de olievoorraad af, waardoor veel arbeiders, vooral Papua´s, plotsklaps zonder werk kwamen te zitten. Maar het vervelende was dat ze werden vervangen door Javaanse krachten, die zgn. beter geschoold waren dan de Papua´s. Hiertoe kwamen 2.000 Javaanse families het land binnen. Zij werden geplaatst op twee terreinen bij de olievelden. Deze praktijken werden gerapporteerd door een Amerikaanse professor die in 1980 het gebied bezocht. Inmiddels was daar het succes van de koper- en goudmijn Tembagapura van de Amerikaanse mijngigant Freeport-McMoran. Het Rapport meldt tevens dat in 1982 slechts 200 Papua´s werkzaam waren en wel 452 buitenlanders en 1859 Indonesiërs. Omdat het areaal waar de Amungme-stam woonde tot het concessiegebied behoorde moest de Amungme-stam gedwongen verhuizen van de koele droge hooglanden naar de drassige moerasgebieden in het laagland aan de kust. Zij werden daar geplaagd door de malariamuskiet en stierven bij honderden. De Amungme stierf niet alleen aan ziektes, maar ook aan honger, omdat ze verjaagd waren van hun akkers en terechtkwamen in onvruchtbaar gebied dat moeilijk als landbouwgrond te bewerken was. Protesteren hielp niet want dan kreeg je het leger op je dak met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Niet alleen de Amungme-stam is van zijn grond beroofd, ook andere delen van het land, zoals in Manokwari, Jayapura, Biak, Merauke, Nabire, kortom in het gehele land worden de Papua´s verdreven van hun eigen land en vervangen door Javaanse boeren die het land bewerken als plantages. Dat was immers de wens van de Indonesische leiders: het land moest de voorraadschuur voor Indonesië worden. Deze kwalijke politiek ontneemt de Papua´s van hun traditionele bestaansrecht als jagers en landbouwers, als ladang-boeren van shifting cultivation.

 Zij verliezen niet alleen hun land maar ook hun cultuur als jagers.

 In het Asmatgebied in het zuiden werden de Papua´s door het leger gedwongen om te werken in de houtkap, nota bene op hun eigen grondgebied. Degenen die weigeren te werken voor de houtkap zouden worden gearresteerd en mishandeld. De Asmatters, bekend om hun kunstzinnige houtsnijwerk ondergingen een metamorfose in hun normale levenspatroon in hun dorpen.

 Zij waren niet meer vrij om hun akkers te bewerken of sago te kloppen voor hun gezinnen en hun houtsnijwerk te vervaardigen. Zij leden dan ook honger, want het karige loon dat ze verdienden was niet toereikend om hun grote gezinnen te onderhouden. Niet alleen in het Asmatgebied werden de mensen gedwongen om voor het leger zware arbeid te verrichten, ook in het Paniai-gebied in het noorden moesten de mensen vanaf 1982 gedwongen werken voor het leger voor het zogeheten "Drie Meren" project, zonder vergoeding. Alle mannen, jong en oud deden mee, met uitzondering van de onderwijzers. Zij moesten de veiligheid van het gebied bewaken en als er een dorpsgenoot niet verscheen werd het gehele dorp gestraft door het betalen van boetes of ondergaan van marteling.

Indonesische wandaden
!cid_91E33AA8DC6444B8B7B23EB72511ADC0@PCvanHenkBartGedurende 1982 hebben de militairen harde campagnes gevoerd tegen de Papua´s, zowel tegen de OPM als tegen de gewone burgers in het gehele land. In 1981 hebben de militairen de zogeheten Operatie Schoonvegen (Operasi Sapu Bersih) ingevoerd, waarbij familieleden van de OPM-ers werden bedreigd met strenge straffen, indien zij hun familie hand- en spandiensten verleenden. Vrouwen van OPM-ers werden verkracht of gedood. De Operatie Sapu Bersih was bedoeld om het grensgebied schoon te vegen van OPM-activiteiten, zodat Javaanse en andere Indonesische boeren er zich veilig konden vestigen. De gronden werden onteigend, zonder vergoeding aan rechtmatige eigenaren.

 De operatie vond in de zomer van 1981 in het Centrale Bergland plaats. In augustus werd het dorp Madi in Paniai gebombardeerd, waarbij gebruik werd gemaakt van napalmbommen. Er vielen daarbij 2.500 slachtoffers, al spreken andere berichten van 13.000 doden.

 Op 6 juli 1998 om 5 uur ´s ochtends openden Indonesische militairen en politie het vuur op een menigte die rondom de watertoren van Biak, de Nationale Papua-vlag, de Morgenster, hesen.

 Zij dwongen de mensen op hun buik te gaan liggen vervolgens liepen zij over hun ruggen.

Volgens het rapport vielen veel gewonden en werden er acht mensen gedood en drie anderen verdwenen.

 Andere berichten spreken echter van meer dan 60 doden en tientallen gewonden. Overlevenden werden volgens het Rapport vervoerd met een marineboot de zee in en vervolgens in jute zaken gestopt, verzwaard en in zee geworpen. Een week later dreven ze af aan de kust.

 Ook in andere plaatsen werd gedemonstreerd en de vlag gehesen, o.a. studenten van de Cenderawasih Universiteit in Jayapura. Een student werd doodgeschoten en een andere raakte zwaar gewond.

Een rapport van Amnesty International van 1984 meldt dat het leger en de politie verdachte personen van OPM-sympathie zomaar arresteerden of na het hijsen van de Papua-vlag. Velen werden vaak heel lang vastgehouden zonder enig bewijs dat ze betrokken waren bij de strijd. De meeste gevangenen kwamen nooit voor de rechtbank. Degenen die wel moesten verschijnen, kregen hoge straffen opgelegd, zelfs levenslang.

 Politieke gevangenen in West Papua ondergaan meestal gruwelijke mishandelingen, zoals elektrische schokken, mishandeling met geweerkolven, slaan en schoppen, worden gedwongen urine te drinken of het hoofd in de wc-pot onder te dompelen. Gevangenen worden ook dood aangetroffen door vergiftiging.

 Anderen werden gedurende acht uur in drums met water gestopt en vervolgens weer acht uur in de hete zon gezet. Andere gevallen zijn bekend waar gevangenen in het donker in containers vastgehouden werden in het bergland waar ´s nachts de temperatuur rond het vriespunt is. De arrestatie van Arnold Ap en Eduard Mofoe in 1983, die later op 26 april 1984 werden vermoord, in zee geworpen en op het strand werden gevonden was ook een zaak zonder enige vorm van proces.

 Zo ook de zaak Theys H. Eluay die op 10 november na een diner bij het leger onderweg naar huis door hetzelfde leger werd ontvoerd en vermoord. Ook zijn chauffeur werd omgebracht, zijn lichaam is nooit meer gevonden. Ondanks de vele protesten van binnen en buitenland met betrekking tot buitenrechtelijke doodvonnissen, gaat Indonesië door met voltrekking van zulke doodvonnissen en het laten verdwijnen van verdachte personen.

Transmigratie, verplaatsing, ziektes en dood
Het Vijfjaren Plan van Indonesië van 1984 voorzag in een transmigratieplan voor West Papua waarvoor 24 vruchtbare regio's met een totaal areaal van 700.000 ha. gereed moest worden gemaakt voor de opvang van duizenden kansarme families uit andere delen van Indonesië. Dit traditionele land werd van de rechtmatige eigenaren/stammen onteigend en aan de transmigranten gegeven. In het midden van 1986 bracht Indonesië 27.726 families over naar West Papua. Vanaf het einde van 1970 tot dat jaar ging het in totaal dus om bijna 140.000 transmigranten. Tot 1988 financierde de Wereld Bank 10% van de Indonesische transmigratieprogramma's met een totaal van $ 650 miljoen aan leningen. In dat jaar werd nogmaals een bedrag van $ 150 miljoen verstrekt om de reeds opgezette programma's te financieren. En wat gebeurde er met al die transmigranten? Volgens een Franse studie in 1989 was 80% van de transmigratienederzettingen in West Papua mislukt: ze voldeden niet aan de gestelde levensstandaard waaraan de bewoners moesten voldoen. De transmigratieprogramma´s beroofden de West Papua´s van hun land en verplichtte hen te verhuizen naar plekken langs de erven van de Indonesische transmigranten. Zoals bekend hebben de Papua´s geen enkele vergoeding ontvangen voor hun land. Bovendien was de regel dat er één Papua-gezin mocht wonen tussen negen Javaanse gezinnen, dus de West Papua´s vormden de minderheid. Kortom, de Papua´s hadden geen enkele zeggenschap in het verdelen van grond of wat dan ook binnen de transmigratiekampen. Zij voelden zich weggedrukt door de nieuwkomers, voelden zich bovendien helemaal niet thuis in dat milieu en vluchtten naar de rand van de steden als arme rechtelozen, wier gronden werd ontnomen. Ook in de steden zijn de Papua's gemarginaliseerd als tweederangsburgers in eigen land. Naast de officieel door de overheid ingebrachte transmigranten, hebben de Papua´s te maken met de spontane migratie uit andere delen van Indonesië. Deze spontane transmigranten vestigen zich overal in het gehele land zonder vestigingsvergunning. Zij bedreigen het bestaansrecht van de Papua´s, omdat zij zich storten op traditionele bronnen van bestaan van de Papua´s, zoals visserij, klein landbouw, etc.

Vluchtelingen
Terwijl de Javaanse en andere toestroom van Indonesiërs naar West Papua in grote omvang toenam, ontvluchtten de West Papua´s hun eigen land naar Papua New Guinea door de repressie van de Indonesiërs. Die vlucht begon al sinds 1963 bij de komst van de Indonesiërs. In 1984 was er een opstand van de OPM. Het leger begon hardhandig op te treden en zo vluchtten er in februari 300 vluchtelingen. Dat aantal was gestegen tot 6.000 in april. Later was het getal gestegen tot 10.000. De opvang gebeurde in grensstreken in zowel het noorden als in het zuiden. Die opvang ging niet altijd soepel, omdat de West Papua´s niet werden beschouwd als echte vluchtelingen, maar als illegale grensoverschrijders, "illegal border crossers", al konden ze wel degelijk bewijzen dat ze vervolgd en gemarteld waren.

 Sommige vluchtelingen zijn door PNG-regering teruggestuurd naar West Papua waar zij alsnog vermoord werden via mysterieuze verdwijningen.

Genocide
Indonesië heeft gedurende 40 jaar bezetting van West Papua de bevolking op velerlei manier onderdrukt, mishandeld en gedood, er zijn teveel voorbeelden om hier op te noemen. Indonesië heeft West Papua van haar rijkdommen onteigend, volksstammen van hun grond beroofd en gedwongen te verhuizen naar plaatsen waar ze door ziektes en honger getroffen werden. Velen vluchtten naar Papua New Guinea met een onzekere toekomst. Hun land wordt onteigend door de overheid ten behoeve van transmigranten. Vele nieuwe ziektes zijn ingevoerd, die veel slachtoffers maken, de meest recente is AIDS.

 De Papua-bevolking wordt hierdoor geminimaliseerd. De schrijvers van het Rapport gebruiken vaak de term: ''Genocide'', of Volkenmoord. Uit het vele materiaal, dat goed gedocumenteerd is, kan niet anders geconcludeerd worden dan dat de Indonesiërs Genocide in West Papua plegen met het doel het Papua-volk te doen verdwijnen uit van West Papua. Ik hoop, en met mij hopen vele vrijheidslievende mensen dit en zeker het Papua-volk, dat de aandacht van de wereld zich niet verslapt maar zich blijvend richt op dit onschuldige West Papua-volk, opdat de Papua's niet van de aardbodem verdwijnen, maar eens een eigen plaats mag hebben onder de vrije volken van de wereld. Want dat is het ideaal, waarvoor onze beste zonen en beste dochters hun leven hebben opgeofferd.

< Vorig | Volgend >

[ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ]

 

Over het zogenaamde referendum in 1969 is al veel geschreven, lees echter in dit verband ook de rubriek:

Unfinished business”, de scriptie van Maaike te Rietmole.

Hoe frauduleus men hier mee omging en hoe men achter de schermen alles in het werk stelde om dit toneel

stukje gladjes te laten verlopen, bewijst onderstaande reportage.

Op Australisch grondgebied werden 2 Papoea leiders uit het vliegtuig gehaald om  te vermijden,

 dat men zich bij de V.N. in New York  zou beklagen.

 

 Over mensenrechten gesproken!!     

www.theage.com.au

On a mission to sway Australia's view

Andra Jackson
September 18, 2006

Papuan politicians Clemens Runawery (left) and Wim Zonggonau are on
the campaign trail again.

 

Papuan politicians Clemens Runawery (left) and Wim Zonggonau are on the campaign trail again.
Photo: James Boddington

THIRTY-SEVEN years ago former Papuan politicians Clemens Runawery and Wim Zonggonau boarded a plane on an urgent mission that might have changed the political fate of their now Indonesian-ruled province.

But they were pulled off the flight as part of Australia's not widely known behind-the-scenes role in thwarting Papuan independence aspirations.

The pair, who have spent the last 39 years in exile in Papua New Guinea working as educationalists, are now on another mission — this time to Australia.

They are appealing, with the backing of the Australian Greens senator Bob Brown, for Australia not to sign a security treaty with Indonesia that they say would again "betray" Papuan rights.

A proposed Australia pledge not to support the continuing Papuan push for independence would be tantamount, Mr Zonggonau said, "to saying to Koppasus (Indonesia's special forces) do what you like in West Papua".

With estimates putting the numbers of Papuans killed or missing under Indonesia's miliary presence since 1969 at 100,000, Australia should be insisting that the United Nations be allowed in to investigate, as had happened in East Timor, he said.

Mr Zonggonau was a member of the Provincial Assembly of Irian Jaya and of Indonesia's upper house and Mr Runawery, a member of Papua's Provincial Assembly when they fled to the then Australian-controlled Papua New Guinea in July 1969.

They carried a petition signed by 54 Papuan leaders asking the United Nations to declare a sham its so-called Act of Free Choice, which had been restricted to 1200 Indonesian appointees.

Speaking in Melbourne yesterday they recounted how after Australian officials took them off the plane in 1969, they were detained for eight months.

"The untold story" is that the Dutch and Australian governments met in 1957 and "an understanding was reached … that the two sides of Dutch New Guinea would be … two separate entities", Mr Runawery said.

"Yet Australia stood behind Indonesia. It was a betrayal."

When you see news happening: SMS/MMS: 0406 THE AGE (0406 843 243), or email us. More

 

Wereldwijd Ceremonieën voor Inheemse Rechten

Vandaag de dag hebben Inheemse volken overal ter wereld nog steeds te kampen met onderdrukking, exploitatie, verdrijving van hun land en de destructie van hun leefomgeving door multinationals en overheden. Het Nederlands Centrum voor Inheemse Volken (NCIV) maakt zich al 35 jaar sterk voor de rechten van inheemse volken wereldwijd. Het aannemen van de Verklaring voor de Rechten van Inheemse Volken bij de Algemene Vergadering van de VN zou een belangrijke overwinning zijn in deze strijd. Deze Verklaring wordt binnenkort voor de tweede keer in stemming gebracht*, nadat de Afrikaanse landen in december 2006 om uitstel hadden gevraagd. Ze willen de Verklaring, die in 2006 al is aangenomen door de VN Mensenrechten Raad, alsnog drastisch wijzigen. De erkenning van de rechten van de inheemse volken loopt daardoor ernstig gevaar.

Ter ondersteuning van het aannemen van de Verklaring voor de Rechten van Inheemse Volken bij de Verenigde Naties hadden Bangsa Adat Alifuru (Molukken) samen met het NCIV inheemse volken overal ter wereld opgeroepen op 9 augustus jl. op hun voorouderlijke grond een traditionele ceremonie uit te voeren ten bate van het aannemen van de Verklaring. Op 9 augustus jl., dag van Inheemse Volken, maakten deze ceremonieën duidelijk dat de inheemse volken zich verbonden voelen om te strijden voor hun rechten.

Een groot aantal inheemse volken heeft gehoor gegeven aan deze oproep. Een volledige lijst met deelnemende volken is te vinden op het digitale platform voor inheemse volken http://www.westpapua.nl/2007_01/www.speaking4earth.net

Ceremonie in Den Haag
Enkele tientallen mensen hebben in Den Haag een ceremonie van inheemse volken bijgewoond. Elders in de wereld hielden op de Internationale Dag van de Inheemse Volken zo'n veertig volken op 25 locaties ook een ceremonie. Met de ceremonieën hopen de deelnemers dat de Verenigde Naties de Verklaring van de Rechten van de Inheemse Volken aannemen. Volgens Leo van der Vlist van het Nederlands Centrum voor Inheemse Volken (NCIV) waren in Den Haag ongeveer veertig deelnemers onder de Vredesboom in de wijk Transvaal bijeengekomen. De Alifuru uit de Molukken hielden daar een gezamenlijke ceremonie met Papua's, Mapuches (uit Chili), Turkana (uit Kenia) en Marrons (uit Suriname). Vertegenwoordigers van de Alifuru bliezen op een schelp in alle windrichtingen, de Mapuches sloegen op een trom, Papua's zongen drie strijdliederen, de Turkana bezongen een witte stier die de perfectie symboliseert en een Kalmukse vrouw sprak in de eigen taal een dankwoord uit. Het is voor het eerst dat zo'n gezamenlijke ceremonie is gehouden, zei Van der Vlist. De Verklaring van de Rechten van Inheemse Volken is op 29 juni vorig jaar aangenomen door de VN-Mensenrechtenraad. In december 2006 besloot de Algemene Vergadering de beslissing over het aannemen van de verklaring uit te stellen. Intussen hebben Afrikaanse staten en Canada voorstellen gedaan om de inhoud van de verklaring weer te wijzigen. De huidige tekst is echter na 20 jaar onderhandelen vastgesteld en geniet de steun van een grote meerderheid van de inheemse volken. De verklaring bevat bepalingen voor de bevordering van het welzijn van inheemse volken zoals het recht op land en het recht op de eigen culturele identiteit.

Ceremonie in Biak, Papua
Ook in Biak werd de dag van Inheemse Volken herdacht op 9 augustus jl. Deze viel samen met de opening van het kantoor van de Dewan Adat Biak (DAB, Traditionele Raad Biak). Na de traditionele opening van het kantoor, refereerde de voorzitter van DAB, Yan Pieter Yarangga, aan de nationale dag van Inheemse Volken en aan het feit dat de viering ervan geheel een verdienste was van de lokale Biakse bevolking die hierbij niet gesteund werd door de lokale overheid. (
…) Yarangga zei dat de Papua-bevolking een integraal deel was van de inheemse volken van deze aarde, samen met 370 miljoen inheemse volkeren die verspreid leven in ongeveer 70 landen, die samen deze dag aangrijpen om de rechten van inheemse volken te promoten en te beschermen. In dit kader heeft Dewan Adat Papua reeds aangegeven bij de VN dat zij als 14.862ste lid op opgenomen wenst te worden in de VN-Draft-Verklaring van Inheemse Volken, aldus Yarangga. Daarnaast riep Yarangga instanties als de lokale overheid, het leger, de politie, NGO's, burgerbewegingen, veiligheidsdiensten, jongeren, studenten en het bedrijfsleven op om respect te tonen voor traditionele Papua-gemeenschappen, hun rechten te beschermen en in acht te nemen.

Ceremonie in Den Haag
Inheemse volken bij de ceremonie in Den Haag waaraan Alifuru, Papua's, Mapuches, Marrons en Turkana deelnemen

*Inmiddels, 13 september jl., heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties de VN-Verklaring van de Rechten van Inheemse Volken toch aangenomen. Alleen Australië, Canada, Nieuw-Zeeland en de VS stemden tegen en er waren elf onthoudingen. Over de verklaring vergaderde de VN ruim twintig jaar. De VN-Mensenrechtenraad steunde de verklaring al lange tijd, alleen een aantal lidstaten weigerde lange tijd de verklaring te steunen. Amnesty heeft actie gevoerd voor de verklaring.

(Bron: ANP, Elsham Biak, A.K., augustus 2007, http://www.westpapua.nl/2007_01/www.amnesty.nl/goednieuws_artikel/23855, 4 oktober 2007, http://www.westpapua.nl/2007_01/www.speaking4earth.net)

< Vorig | Volgend >

[ Begin pagina | Home | Inhoud archief | Mail ]





http://www.vormen.org/informatie/logo2.gif

 

INHOUD

Inleiding

Rechten die op het spel staan

 

 

 

Duurzame ontwikkeling

Rechten die op het spel staan.

Wanneer we vanuit een rechtenperspectief naar duurzame ontwikkeling kijken is het essentieel om eerst en vooral te erkennen dat, wil een persoon of een samenleving blijven vooruitgaan, in de basisbehoeften van elk individu moet worden voorzien. Slechte sociale omstandigheden, zoals een gebrek aan onderwijs en informatie zowel als ongezonde leefomstandigheden beperken sterk de mogelijkheid van een individu om te werken en om van een persoonlijke economische groei en ontwikkeling te genieten. Daarom moeten basisrechten gerespecteerd en gerealiseerd worden zodat iedereen gelijke toegang heeft tot de nodige middelen:

  • Iedereen heeft het recht op een goede levensstandaard en op een voortdurende verbetering van leefomstandigheden.
  • Iedereen heeft het recht op het hoogste niveau van fysische en psychische gezondheid en het recht op toegang tot alles wat nodig is om een hoog gezondheidsniveau te behouden waaronder:

het recht op voldoende voedsel
het recht op zuiver water
het recht op sanitaire voorzieningen
het recht op gezondheidszorg

  • Iedereen heeft het recht op onderwijs dat is gericht op de volledige ontwikkeling van de menselijke persoon.
  • Iedereen heeft rechten die onmiddellijk verband houden met economische groei en ontwikkeling waaronder:
  • Het recht op aangepaste arbeid en een aangepaste arbeidsomgeving. Dit wil zeggen dat iedereen het recht heeft op arbeid en om een eerlijk loon voor dit werk te ontvangen.
  • Het recht op arbeid in een gezonde omgeving.
  • Het recht op gelijk loon voor gelijk werk zonder een verschil te maken op basis van ras of geslacht.

Mensen hebben het recht om deel te nemen aan het besluitvormingsproces met betrekking tot hun recht op ontwikkeling door:

  • Het recht op zelfbeschikking. Dit recht omvat de vrijheid om een politieke mening te hebben en de mogelijkheid om te kiezen hoe elk individu zijn/haar eigen economische, sociale en culturele ontwikkeling wil bereiken.
  • Het recht om te beschikken over bezit en middelen zoals zij dat zelf gepast achten; niemand mag zijn/haar bestaansmiddelen worden ontnomen.
  • Het recht op technische en wetenschappelijke kennis, vooral met betrekking tot verbeterde productie, bewaring en distributie van voedsel.
  • Het recht op informatie met betrekking tot de efficiëntste ontwikkeling en het efficiëntste gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
  • Het recht om te genieten van de verbetering van alle aspecten op vlak van milieu- en industriële hygiëne om zijn/haar gezondheid en welzijn te behouden.
  • Het recht om actief deel te nemen aan en baat te hebben bij het recht op ontwikkeling.

Het recht op ontwikkeling erkent overduidelijk dat alle mensen gelijkwaardig zijn en recht hebben op gelijke behandeling inzake toegang tot en genot van middelen om hun persoonlijke ontwikkeling te verbeteren en verder te zetten. Documenten over ontwikkelingsrechten vermelden specifieke kwetsbare groepen, om te garanderen dat de rechten met betrekking tot ontwikkeling op iedereen in gelijke mate van toepassing zijn.

Kinderen hebben recht op een levensstandaard die de volledige ontwikkeling van hun fysische, mentale, spirituele en sociale capaciteiten verzekert. Kinderen hebben specifieke rechten ivm toegang tot voedsel, kleding, onderdak en onderwijs dat hen voorziet van de instrumenten nodig om een geschikte levensstandaard te behouden. Kinderen hebben het recht op bescherming tegen slechte arbeidsomstandigheden die het genot van de bovengenoemde rechten beperken, en daardoor hun ontwikkeling belemmeren.

Vrouwen hebben recht op arbeid, gelijk loon, gelijke voordelen en kansen op vooruitgang. Vrouwen hebben recht op bescherming tegen discriminatie, op hun werkplaats, vanwege zwangerschap. Vrouwen hebben het recht om leningen, hypotheken en kredieten aan te gaan voor hun economische ontwikkeling. In landelijke gebieden dienen vrouwen verzekerd te zijn van deelname in en toegang tot de voordelen van landbouwontwikkeling, via deelname in het planningproces van ontwikkeling; toegang tot onderwijs en technische vorming; het recht om groepen te vormen voor het ontwikkelen van economische mogelijkheden; een gelijke behandeling en invloed bij land- en landbouwhervormingen en bij landherverdeling.

Inheemse volkeren hebben recht hun eigen prioriteiten te bepalen met betrekking tot ontwikkeling die hun leven,geloof, instituten, spiritueel welzijn en gronden beïnvloedt. Inheemse volkeren hebben het recht de controle te bewaren over hun eigen sociale en economische ontwikkeling. Inheemse volkeren hebben recht op deelname aan en een inbreng in nationale en regionale ontwikkelingsplannen die hen aanbelangen. Inheemse volkeren hebben recht op een permanente verbetering van hun levensomstandigheden en een permanente economische groei. Inheemse volkeren hebben recht op onderzoek door de regering van de impact van ontwikkelingsplannen op hun inheemse cultuur vooraleer zulke projecten worden uitgevoerd. Inheemse volkeren hebben het recht op bescherming van hun natuurlijke omgeving.

De oorspronkelijke (Engelstalige) versie van deze tekst werd samengesteld door Eva Hathaway.

Copyright © Human Rights Education Associates (HREA), 2003. Alle rechten voorbehouden.

De vertaling naar het Nederlands werd door Human Rights Education Associates aan VORMEN toegestaan.

 

 

Handvest van de Verenigde Naties (1945)

Aanhef (Preambule)

logo

handvest VN

naar hoofdmenu

terug naar hoofdpagina

informatie over het Museum voor Vrede en Geweldloosheidhttp://www.vredesmuseum.nl/reactie.gif

Wij, de volken van de verenigde naties vastbesloten
komende geslachten te beveiligen tegen de oorlogsgesel, die tweemaal gedurende ons leven onuitsprekelijk leed over de mensheid heeft ge- bracht, en
opnieuw het vertrouwen in de grondrechten van de mens, in de waardigheid en waarde van de menselijke persoon, in gelijke rechten van mannen en vrouwen, alsmede van grote en kleine volken te bevestigen, en
voorwaarden te scheppen, waaronder gerechtigheid en eerbied voor de verplichtingen, die uit verdragen en andere bronnen van internationaal recht voortvloeien, gehandhaafd kunnen worden, en
sociale vooruitgang en betere levensstandaarden in grotere vrijheid te bevorderen
en te dien einde
verdraagzaamheid te betrachten en te zamen in vrede met elkaar als goede naburen te leven, en onze krachten te verenigen om internationale vrede en veiligheid te handhaven, en
door de aanvaarding van beginselen en de instelling van methodes te verzekeren, dat wapengeweld niet zal worden gebruikt behalve in het algemene belang, en ter bevordering van de economische en sociale vooruitgang van alle volken een internationaal apparaat te gebruiken
hebben besloten onze pogingen te verenigen om onze doeleinden te bereiken.

 

Het Handvest van de Aarde
mhtml:file://C:\Documents%20and%20Settings\Thijssen\Mijn%20documenten\Handvest%20van%20de%20Aarde.mht!http://www.lgwkater.nl/emma/gifs/download.gifDOWNLOAD IN RTF

Preambule:

We staan op een kritiek moment in de geschiedenis, een tijd waarin de mensheid haar toekomst moet bepalen. De wereld wordt steeds afhankelijker en kwetsbaarder. Onze toekomst draagt zowel een groot gevaar als een grote belofte in zich. Om vooruit te komen moeten we erkennen dat we, temidden van een weelderige verscheidenheid aan culturen en levensvormen, één menselijke familie zijn en één samenleving op aarde met een gemeenschappelijk lot. We moeten ons verenigen om een duurzame wereldgemeenschap voort te brengen gebaseerd op respect voor de natuur, de universele Rechten van de Mens, economische rechtvaardigheid en een cultuur van vrede. Om dit te bereiken moeten wij, de volkeren van de aarde, onze verantwoordelijkheid uitspreken; ten opzichte van elkaar, de grotere leefgemeenschap en de toekomstige generaties.

De aarde, ons thuis
De mensheid maakt deel uit van het uitgestrekte universum. De aarde, ons thuis, is een unieke leefgemeenschap. De natuurkrachten maken van ons bestaan een veeleisend en onzeker avontuur, maar de aarde verschaft ook de omstandigheden die essentieel zijn voor de ontwikkeling van het leven. Het welzijn van de leefgemeenschap en de mensheid hangt af van het behoud van een gezonde biosfeer, in het bijzonder van schone lucht, zuiver water, vruchtbare grond en een rijke verscheidenheid aan planten, dieren en ecosystemen. Het milieu op aarde met haar uitputtelijke energiebronnen is een grote gemeenschappelijke zorg voor de gehele mensheid. De bescherming van de levensvatbaarheid, diversiteit en schoonheid van de aarde is een heilige taak.

De situatie op de aarde
De dominantie van productie en consumptie veroorzaakt enorme schade aan het milieu, uitputting van de natuurlijke rijkdommen en het massaal uitsterven van dier- en plantensoorten. Gemeenschappen worden bedreigd. De voordelen van de ontwikkeling worden niet rechtvaardig verdeeld, waardoor de kloof tussen rijk en arm steeds groter wordt. Onrechtvaardigheid, armoede, honger, onwetendheid en gewapende conflicten zijn wijd verbreid en zijn oorzaak van groot lijden. De ongekende groei van de wereldbevolking heeft de sociale en economische systemen overbelast. Het fundament van de algemene veiligheid wordt daardoor bedreigd. Deze tendens is bijzonder gevaarlijk, maar niet onafwendbaar.

De uitdagingen die voor ons liggen
De keuze is aan ons: met vereende krachten voor de aarde en voor elkaar zorgen of de vernietiging van onszelf en de verscheidenheid van het leven riskeren. Fundamentele veranderingen in onze waarden en normen, gevestigde gewoontes, regels en levenswijze zijn noodzakelijk. We moeten ons realiseren dat als aan de basisbehoeften is voldaan, de menselijke ontwikkeling voornamelijk gaat over meer zijn, niet over meer hebben. We beschikken over de kennis en de technologie om in ieders behoeften te voorzien en om onze schadelijke invloed op het milieu te verminderen. De opkomst van een wereldburgermaatschappij biedt nieuwe mogelijkheden om een democratische en menselijke wereld op te bouwen. De uitdagingen op het gebied van milieu, economische, politieke, sociale en spirituele problemen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Samen kunnen we de oplossingen vinden om deze problemen op te lossen.

Universele verantwoordelijkheid
Om deze doelstelling te realiseren moeten we de dringende noodzaak gaan inzien om onszelf te identificeren met de gehele wereldsamenleving én met onze eigen lokale gemeenschap. We zijn zowel burgers van verschillende naties als wereldburgers. Het lokale en het mondiale vloeien in elkaar over. Iedereen draagt verantwoordelijkheid voor het huidige en toekomstige welzijn van de mensheid en de rest van de wereld. De geest van menselijke solidariteit en verwantschap met alles wat leeft wordt versterkt wanneer we leven met eerbied voor het mysterie van het zijn en dankbaar zijn voor het feit dat we leven en nederig de plaats van de mens binnen het grotere geheel kunnen zien.

Het is absoluut noodzakelijk om een gemeenschappelijke visie te hebben op fundamentele waarden die de ethische basis verschaft voor de opkomende wereldsamenleving. Daarom bevestigen wij, verenigd in hoop, de volgende onderling afhankelijke beginselen voor een duurzame ontwikkeling die zullen dienen als gemeenschappelijke norm voor het gedrag van individuen, organisaties, ondernemingen, regeringen en transnationale instellingen.

 

De algemene uitgangspunten

I. Het respect en de zorg voor de leefgemeenschap

1. De aarde en het leven in al zijn verscheidenheid respecteren

  1. Erkennen dat alle schepsels onderling afhankelijk zijn en dat elke levensvorm, ongeacht zijn belang voor de mens, waardevol is.
  2. Geloven in de inherente waardigheid van ieder individu en het intellectuele, artistieke, ethische en spirituele vermogen van de mensheid bevestigen.

2. Met begrip, compassie en liefde voor de gemeenschap zorgen.

  1. Accepteren dat het recht op het bezit, beheer en gebruik van natuurlijke rijkdommen de verantwoordelijkheid met zich meebrengt milieuschade te voorkomen en de mensenrechten te beschermen.
  2. Bevestigen dat grotere vrijheid, kennis en macht ook grotere verantwoordelijkheid met zich meebrengt om het algemeen belang te dienen.

3. Democratische maatschappijen opbouwen die rechtvaardig, betrokken, duurzaam en vreedzaam zijn.

  1. Verzekeren dat gemeenschappen de mensenrechten en de fundamentele vrijheden op ieder niveau garanderen en iedereen in de gelegenheid stellen zich volledig te ontwikkelen.
  2. Sociale en economische rechtvaardigheid bevorderen die een ieder in staat stelt een veilig, ecologisch verantwoord en betekenisvol leven op te bouwen.

4. De rijkdommen en de schoonheid van de aarde voor de huidige en toekomstige generaties veiligstellen.

  1. Erkennen dat de handelwijze van elke generatie bepaald wordt door de behoefte van toekomstige generaties.
  2. Waarden, tradities en regelgeving, die de menselijke gemeenschap en het ecologische systeem op de lange termijn ondersteunen, doorgeven aan toekomstige generaties.

Om deze onderling met elkaar verbonden ethische ideeën te verwezenlijken is het noodzakelijk:

II. Ecologische integriteit

5. De authenticiteit van de ecologische systemen van de aarde beschermen en herstellen, met speciale aandacht voor de biologische verscheidenheid en de natuurprocessen die het leven instandhouden en herstellen.

  1. Op alle niveaus duurzame ontwikkelingsplannen en reglementering toepassen die het behoud en het herstel van het milieu een onderdeel maken van alle ontwikkelingsinitiatieven.
  2. Levensvatbare natuur- en biosfeerreservaten aanleggen en waarborgen, inclusief de wildernis en de zeegebieden, om de levensondersteunende systemen van de aarde te beschermen, de biologische diversiteit te behouden en onze natuurlijke erfenis te bewaren.
  3. Het herstel van bedreigde diersoorten en ecosystemen bevorderen.
  4. Niet-inheemse of genetisch gemanipuleerde organismen, die schadelijk zijn voor de inheemse soorten en het milieu, beheersen en vernietigen en het invoeren van zulke schadelijke organismen voorkomen.
  5. Het gebruik van hergebruikbare [recycleerbare] bronnen zoals water, grond, bosbouwproducten en het zeeleven beheren op een wijze die de regeneratieve waarden niet overschrijdt en die de gezondheid van ecosystemen beschermt.
  6. De winning en het gebruik van niet hergebruikbare [recycleerbare] energiebronnen zoals mineralen en fossiele brandstoffen beheren op een wijze die uitputting minimaliseert en geen ernstige milieuschade veroorzaakt.

6. Het voorkomen van schade als de beste vorm van milieubescherming en, wanneer de deskundigheid beperkt is, voorzorgsmaatregelen nemen.

  1. Tot handelen overgaan om de kans op ernstige of onherroepelijke schade aan het milieu te voorkomen, zelfs als het wetenschappelijke bewijs hiervoor onvolledig of niet overtuigend is.
  2. De bewijslast bij diegenen leggen die stellen dat een bepaalde activiteit geen significante schade veroorzaakt en de verantwoordelijke partijen wettelijk aansprakelijk stellen voor milieuschade.
  3. Verzekeren dat de besluitvorming gericht is op de cumulatieve, lange termijn, indirecte en wereldwijde consequenties van menselijke activiteiten.
  4. Elke vorm van milieuvervuiling voorkomen en niet toestaan dat de hoeveelheid radioactieve, giftige of andere gevaarlijke stoffen toeneemt.
  5. Militaire activiteiten die schadelijk zijn voor het milieu vermijden.

7. Consumptie-, productie- en reproductieplannen toepassen die de regenererende capaciteiten van de aarde, de mensenrechten en het maatschappelijk welzijn respecteren en beschermen.

  1. De materialen die gebruikt worden voor productie en consumptie verminderen, hergebruiken en recyclen en ervoor zorgen dat achterblijvend afval verwerkt kan worden door ecologische systemen.
  2. Voorzichtig en efficiënt handelen waar het gaat om het gebruik van energie en zich in toenemende mate verlaten op energiebronnen als wind- en zonne-energie.
  3. De ontwikkeling, toepassing en billijke overdracht van milieuvriendelijke technologieën bevorderen.
  4. Alle milieukosten en sociale kosten van goederen en diensten in de verkoopprijs doorberekenen en de klant in staat stellen producten te kiezen die voldoen aan de hoogste sociale en milieueisen.
  5. Universele toegang tot de gezondheidszorg verzekeren die zorgt voor reproductieve gezondheid en verantwoorde voortplanting.
  6. Een levensstijl aannemen die de kwaliteit van het leven en de materiële toereikendheid in een eindige wereld benadrukt.

8. Het voortzetten van de studie van ecologische duurzaamheid en het bevorderen van een vrije uitwisseling en uitgebreide toepassing van de uit deze studie verkregen kennis.

  1. De internationale wetenschappelijke en technische samenwerking ondersteunen met speciale aandacht voor de behoeften van ontwikkelingslanden.
  2. De traditionele kennis en spirituele wijsheid uit alle culturen, die bijdragen aan de milieubescherming en het welzijn van de mensheid, erkennen en bewaren.
  3. Verzekeren dat informatie die van vitaal belang is voor de volksgezondheid en de milieubescherming, inclusief genetische informatie, vrij toegankelijk is voor het publiek.

III. Sociale en economische rechtvaardigheid.

9. Armoede als ethisch, sociaal, economisch en ecologisch gegeven uitroeien.

  1. Het recht op drinkwater, schone lucht, voedsel, niet-verontreinigde grond, onderdak en veilige afvalverwerking garanderen en de hiertoe benodigde middelen nationaal en internationaal toekennen.
  2. Ieder individu in staat stellen onderwijs te volgen, ieder individu de middelen verschaffen om een duurzaam leven en sociale zekerheid op te bouwen, een vangnet bieden voor degenen die niet in staat zijn voor zichzelf te zorgen.
  3. De veronachtzaamden erkennen, de kwetsbaren beschermen en degenen die lijden dienen en hen in staat stellen hun capaciteiten te ontwikkelen en hun doelen te verwezenlijken.

10. Verzekeren dat economische activiteiten en instellingen de menselijke ontwikkeling op elk niveau op een rechtvaardige en aanvaardbare wijze bevorderen.

  1. Een rechtvaardige verdeling van rijkdom in en tussen landen onderling bevorderen.
  2. De intellectuele, financiële, technische en sociale mogelijkheden van ontwikkelingslanden vergroten en hen ontheffen van drukkende internationale schulden.
  3. Verzekeren dat elke vorm van handel het gebruik van duurzame middelen, het toepassen van milieubeschermende maatregelen en betere arbeidsomstandigheden ondersteunt.
  4. Openbaarheid en transparantie van multinationals en internationale financiële instellingen eisen en hen aansprakelijk stellen voor de consequenties van hun activiteiten.

11. De gelijkheid van de seksen en de rechtsregels waarborgen als een noodzakelijke voorwaarde voor duurzame ontwikkeling en de universele toegang tot het onderwijs, de gezondheidszorg en economische groei.

  1. De mensenrechten van vrouwen en meisjes zekerstellen en een eind maken aan elke vorm van geweld tegen hen.
  2. De actieve deelname van de vrouw in elk aspect van het economische, politieke, civiele, sociale en culturele leven bevorderen en haar zien als volwaardige en gelijkwaardige partner, leider, beleidsmaker en begunstigde.
  3. Het gezin te versterken en de veiligheid en liefdevolle zorg voor alle gezinsleden zeker stellen.

12. Zonder onderscheid te maken het recht van ieder individu op een natuurlijke en sociale omgeving, die zijn of haar waardigheid, fysieke gezondheid en geestelijk welzijn ondersteunt, respecteren en beschermen met bijzondere aandacht voor de rechten van inheemse volkeren en minderheden.

  1. Discriminatie in al haar verschijningsvormen, zoals discriminatie naar ras, huidskleur, sekse, seksuele geaardheid, religie, taal en nationale, etnische of sociale achtergrond uitroeien.
  2. Het recht erkennen van inheemse volkeren op hun spiritualiteit, kennis, grondgebied, natuurlijke rijkdommen en de hieruit voortvloeiende levenswijze waardoor zij in hun levensonderhoud kunnen voorzien.
  3. De jongeren in onze gemeenschap respecteren en ondersteunen en hen in staat stellen een wezenlijke rol te vervullen in het creeren van een duurzame maatschappij.
  4. Plaatsen van bijzondere culturele en spirituele waarde beschermen en restaureren.

IV. Democratie, geweldloosheid en vrede

13. Democratische instellingen op alle niveaus versterken en transparantie en verantwoord beleid verschaffen, inclusief de deelname aan besluitvorming en de toegang tot rechtspleging.

  1. Het recht van ieder individu op duidelijke en tijdige informatie over milieuzaken, ontwikkelingsplannen en activiteiten, die hem of haar aangaan of waar hij of zij belang bij heeft, verdedigen.
  2. De lokale, regionale en wereldwijde burgermaatschappij ondersteunen en de betekenisvolle deelname van alle geïnteresseerde individuen en organisaties aan besluitvorming bevorderen.
  3. Het recht op vrijheid van mening en meningsuiting, vreedzame vereniging en vergadering en meningsverschil beschermen.
  4. Toegang tot bestuurlijke en onafhankelijke gerechtelijke procedures toestaan met inbegrip van het voorkomen en vergoeden van milieuschade of de dreiging ervan.
  5. Een einde maken aan corruptie in alle openbare en privé-instellingen.
  6. De lokale gemeenschappen versterken en ze in staat stellen zorg te dragen voor de eigen omgeving en verantwoordelijkheid voor het milieu toewijzen tot op het bestuursniveau waar deze het meest effectief kan worden uitgevoerd.

14. De kennis, waarden en vaardigheden, die nodig zijn voor een duurzame levenswijze, in het reguliere onderwijs en levenslange kennisvergaring integreren.

  1. Voor iedereen, en vooral voor kinderen en jongeren, educatieve mogelijkheden verschaffen die hen in staat stellen een actieve bijdrage te leveren aan duurzame ontwikkeling.
  2. De bijdrage van alle kunstrichtingen en geesteswetenschappen alsook de wetenschappen die duurzaamheid aanmoedigen.
  3. De rol van de massamedia in het bevorderen van de bewustwording van ecologische en maatschappelijke uitdagingen versterken.
  4. Het belang van ethisch en spiritueel onderwijs, dat tot een duurzame levenswijze leidt, erkennen.

15. Alle levende wezens met respect en mededogen bejegenen.

  1. Wreedheden tegen in de menselijke samenleving gehouden dieren voorkomen en ze voor lijden behoeden.
  2. Wilde dieren beschermen tegen jacht- en vismethoden die extreem, langdurig of onnodig lijden veroorzaken.
  3. De vangst van beschermde diersoorten volledig vermijden of verbieden.

16. Een cultuur van tolerantie, geweldloosheid en vrede bevorderen.

  1. Wederzijds begrip, solidariteit en samenwerking tussen alle volkeren aanmoedigen en ondersteunen, op nationaal niveau en tussen landen onderling.
  2. Uitgebreide strategieën toepassen om gewelddadige conflicten te voorkomen en gezamenlijke probleemoplossingen gebruiken om milieuconflicten en andere geschillen in de hand te houden en op te lossen. c . Nationale veiligheidssystemen demilitariseren tot op het niveau van een niet-provocerend verdedigingsstandpunt en militaire hulpmiddelen voor vreedzame doeleinden, met inbegrip van ecologisch herstel, toepassen.
  3. Biologische, giftige, nucleaire en andere massavernietigingswapens afschaffen.
  4. Verzekeren dat het gebruik van de baan rond de aarde en de ruimte de milieubescherming en de vrede ondersteunt.
  5. Erkennen dat vrede tot stand komt door een evenwichtige en harmonieuze relatie met onszelf, anderen, andere culturen, andere levensvormen, de aarde en het grotere geheel waar we allen deel van uitmaken.

 

De weg die voor ons ligt

Nog nooit eerder in de geschiedenis dwong het besef van ons gezamenlijke lot ons tot het zoeken naar een nieuw begin. De belofte van die vernieuwing ligt verankerd in de beginselen van dit Handvest van de Aarde. Om deze belofte in te lossen moeten we ons inzetten om de waarden en idealen van het Handvest van de Aarde toe te passen en te bevorderen.

Dit vereist een verandering in onze geest en in ons hart en een nieuw besef van wederzijdse afhankelijkheid en een daaruit voortvloeiende universele verantwoordelijkheid. We moeten vindingrijk de visie van een duurzame levenswijze ontwikkelen en haar lokaal, nationaal, regionaal en wereldwijd toepassen. Onze culturele diversiteit is een kostbare erfenis en de verschillende culturen zullen hun eigen kenmerkende manier vinden om deze visie te realiseren. We moeten de wereldwijde dialoog waar het Handvest van de Aarde uit voortkwam verdiepen en uitbreiden, want we kunnen veel leren van de voortgaande gezamenlijke zoektocht naar de waarheid en wijsheid.

In de praktijk van het dagelijks leven ontstaat er vaak wrijving tussen belangrijke waarden. Dit kan tot moeilijke beslissingen leiden. We moeten echter manieren vinden om diversiteit met eensgezindheid in harmonie te brengen, het uitoefenen van vrijheid met het algemeen belang, en korte termijndoelen met lange termijndoelen. Voor ieder individu, iedere familie, organisatie en samenleving is een belangrijke rol weggelegd. Kunst, wetenschap, religie, onderwijsinstellingen, niet-regeringsgebonden organisaties, de media, het bedrijfsleven en regeringen worden alle opgeroepen tot creatief leiderschap. De samenwerking tussen regering, burgermaatschappij en het bedrijfsleven is van essentieel belang voor een effectief bestuur.

Om een duurzame wereldwijde samenleving op te bouwen moeten alle landen van de wereld hun betrokkenheid bij de VN vernieuwen, hun verplichtingen nakomen onder de bestaande internationale overeenkomsten en de beginselen van het Handvest van de Aarde toepassen door middel van een wettelijk bindend verdrag over milieu en ontwikkeling.

Laat dit tijdperk de geschiedenis ingaan als een tijdperk waarin een nieuw respect voor het leven, een sterke beslissing om duurzaamheid te bereiken, de versnelling in de strijd voor rechtvaardigheid en vrede, en de vreugdevolle viering van het leven ontwaken.

 

Artikelen

Het laatst verschenen artikel staat bovenaan.

Naar overzicht alle Acat artikelen

Acat Artikel 2 - 2007


Elk mens is uniek en waardevol, mensenrechten zijn een essentieel goed. Deze overtuiging is vastgelegd in de Verklaring van de Rechten van de Mens.
Naast ons christelijk standpunt werken wij binnen ACAT vanuit genoemde Verklaring. Wij geven hieronder enkele fragmenten uit deze Verklaring van de Rechten van de Mens, gedownload van de site: http://www.unric.org/


Hoofdstuk 4                                           
De Rechten van de Mens

• Instrumenten voor de rechten van de mens
    • Het Internationaal Statuut van de rechten van de mens
    Bepaling van de universele rechten
    • Economische, sociale en culturele rechten
    • Burgerrechten en politieke rechten
    • Andere verdragen
    • Andere regelgeving
    Conferentie voor de rechten van de mens
Het mensenrechtenapparaat
    • De Mensenrechtencommissie
    • Hoge VN-Commissaris voor de Rechten van de Mens
• Bevordering en bescherming van de mensenrechten
    • Speciale rapporteurs en werkgroepen
    • Recht op ontwikkeling
    • Arbeidsrecht
    • De strijd tegen discriminatie
        Apartheid
        Racisme
        • De rechten van vrouwen      Vrouwenconferenties
        • De rechten van het kind
        • Bescherming van minderheden
        • Inheemse volkeren
        Andersvaliden
        • Migrerende werknemers
Jusititiebeleid
    • Prioriteiten voor de toekomst
--------------------------------------------------------------------------------

Een van de grote verwezenlijkingen van de VN is de gestage totstandkoming van een uitgebreid mensenrechtenstelsel – een universeel, internationaal beschermd pakket rechtsregels waarbij alle landen zich kunnen aansluiten en waarnaar alle mensen kunnen streven. De organisatie heeft een uitgebreide reeks internationaal aanvaarde rechten gedefinieerd, met inbegrip van economische, sociale, culturele, politieke en burgerlijke rechten en heeft ook mechanismen opgezet om deze rechten te bevorderen en te beschermen, en om regeringen te steunen bij hun plichten ter zake.

Dit juridisch kader is gebaseerd op het VN-Handvest en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die respectievelijk in 1945 en 1948 door de Algemene Vergadering werden aangenomen. Sindsdien heeft de VN de wetgeving inzake de mensenrechten steeds verder verbreed: ze omvat nu specifieke normen voor vrouwen, kinderen, andersvaliden, minderheden, migranten en andere kwetsbare bevolkingsgroepen. Al deze mensen hebben nu rechten die hen beschermen tegen discriminerende praktijken die van oudsher bestonden in vele gemeenschappen.

Deze rechten zijn uitgebreid met baanbrekende besluiten van de Algemene Vergadering, die geleidelijk hun universaliteit en ondeelbaarheid hebben vastgelegd, evenals de verwevenheid van de mensenrechten met ontwikkeling en democratie. Voorlichtingscampagnes wijzen mensen op hun onvervreemdbare rechten, terwijl met opleidingsprogramma's en technisch advies talrijke nationale justitiële en strafrechtelijke systemen worden versterkt. Het controlesysteem van de VN voor de naleving van de bepalingen van de mensenrechtenverdragen heeft inmiddels dankzij zijn opmerkelijke samenhang veel gewicht in de lidstaten.

Bevordering en bescherming van de mensenrechten
De rol en het bereik van de VN-activiteiten op het vlak van de bevordering en bescherming van mensenrechten blijven groeien. Waarborgen dat de menselijke waardigheid van 'de volken van de Verenigde Naties'‚ in wier naam het Handvest is geschreven, ten volle wordt gerespecteerd, geldt als de centrale opdracht. Het VN-apparaat is internationaal op veel fronten actief:
- Als universeel geweten – De VN heeft het voortouw genomen in het opstellen van internationale normen voor wenselijk gedrag van landen. De organisatie richt de aandacht van de wereld onophoudelijk op praktijken die deze normen dreigen te ondermijnen. Met een brede waaier van verklaringen en conventies bevestigt de Algemene Vergadering de algemeengeldigheid van de beginselen inzake de mensenrechten.
- Als wetgever – De VN heeft de aanzet gegeven tot een ongekende codificering van regels van internationaal recht. De mensenrechten van vrouwen, kinderen, (politieke) gevangenen en mentaal gehandicapten, en het verbod op schendingen daarvan in de vorm van genocide, rassendiscriminatie en foltering, maken nu ook deel uit van de internationale wetgeving die in het begin vrijwel uitsluitend gericht was op de relaties tussen staten.
- Als toezichtsorgaan – Het is belangrijk dat mensenrechten niet alleen worden geformuleerd, maar ook worden beschermd. Daarbij speelt de VN een belangrijke rol. Het Internationaal verdrag voor burgerrechten en politieke rechten, en dat voor economische, sociale en culturele rechten (1966) zijn vroege voorbeelden van verdragen die internationale organen de bevoegdheid geven staten te controleren bij de naleving van hun verplichtingen. Verdragsorganen, speciale rapporteurs en werkgroepen van de Mensenrechtencommissie beschikken over procedures en
mechanismen om de naleving van internationale normen te controleren en mogelijke schendingen te onderzoeken. Hun besluiten bij specifieke gevallen leggen een zodanig moreel gewicht in de schaal dat maar weinig regeringen deze naast zich durven neer te leggen.
- Als zenuwcentrum – OHCHR ontvangt berichten van groepen en individuen over schendingen van hun mensenrechten. Jaarlijks bereiken het Bureau meer dan 100.000 klachten.

OHCHR verwijst deze klachten door naar de bevoegde VN-organen en -mechanismen en houdt daarbij rekening met de implementatieprocedures die in verdragen en resoluties werden opgenomen. Verzoeken voor dringende tussenkomst kunnen per fax (+41 22 917 9022) of per e-mail (tb-petitions@ohchr.org) direct naar OHCHR worden gestuurd.
- Als verdediger – Als een rapporteur of voorzitter van een werkgroep informatie krijgt over een mogelijk ernstige schending van de mensenrechten – bijvoorbeeld foltering of dreigende executies – zendt hij of zij een dringende boodschap naar de betrokken regering waarin verzocht wordt om opheldering en om garanties ten aanzien van de bescherming van de rechten van het vermoedelijke slachtoffer.
- Als onderzoeker – De VN verzamelt mensenrechtengegevens die essentieel zijn voor de ontwikkeling en toepassing van de wetgeving inzake mensenrechten. Zo legde onderzoek in verschillende landen de basis voor het opstellen van een overeenkomst voor de bescherming van de rechten van inheemse volkeren. Onderzoeken en verslagen die OHCHR voorbereidt op verzoek van VN-organen kunnen tot aanbevelingen leiden voor beleid en nieuwe procedures en instellingen die de naleving van de mensenrechten kunnen vergroten.
- Als beroepsinstantie – Krachtens het Eerste facultatieve protocol bij het Internationale verdrag voor burgerrechten en politieke rechten, het Internationale verdrag voor de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, het Verdrag tegen foltering en het Facultatieve protocol bij het Verdrag over de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, kunnen individuen klachten indienen tegen staten die de beroepsprocedure hebben aanvaard, zodra alle nationale beroepsmogelijkheden zijn uitgeput. Daarnaast behandelt de Mensenrechtencommissie jaarlijks ook talrijke klachten die worden ingediend door individuen en NGO’s.
- Als verzamelaar van gegevens – De Mensenrechtencommissie heeft mechanismen ingesteld om bepaalde schendingen en misbruiken in een bepaald land te verifiëren en erover te rapporteren. Deze politiek gevoelige en vaak gevaarlijke taak op humanitair vlak wordt toevertrouwd aan speciale rapporteurs, vertegenwoordigers of werkgroepen. Zij verzamelen gegevens, houden contact met lokale groepen en overheden, begeven zich ter plaatse (mits toelating van de regering) en doen aanbevelingen voor de bevordering van de naleving van de mensenrechten.
- Als discrete diplomaat – De Secretaris-Generaal en de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens bespreken mensenrechtenkwesties zoals het vrijlaten van gevangenen of het omzetten van doodstraffen – op vertrouwelijke basis met lidstaten. Met het doel grove schendingen te voorkomen kan de Mensenrechtencommissie de Secretaris-Generaal verzoeken om tussenkomst of om het afvaardigen van een deskundige teneinde een specifieke mensenrechtenkwestie te onderzoeken. De Secretaris-Generaal kan die stille diplomatie ook aanwenden in het kader van zijn 'goede diensten' om zo de gegronde bezorgdheid van de Verenigde Naties te kennen te geven en schendingen te beteugelen.

Jusititiebeleid

De VN streeft ernaar de bescherming van de mensenrechten ook op justitieel niveau aan te scherpen. Als individuen voorwerp zijn van onderzoek door staatsinstellingen of als ze worden aangehouden, onder voorarrest geplaatst, aangeklaagd, berecht of gevangengezet, dan moeten bij deze rechtgang te allen tijde hun mensenrechten zijn gewaarborgd.
De VN heeft normen en regels geformuleerd die moeten strekken tot voorbeeld voor nationale wetgeving in verband met de behandeling van gevangenen, de bescherming van jonge gedetineerden, vuurwapengebruik door de politie, het optreden van ordehandhavers, de rol van advocaten en het openbaar ministerie, en de rechterlijke onafhankelijkheid. Veel normen zijn tot stand gekomen binnen de VN-Commissie voor misdaadpreventie en strafrecht en het Centrum voor internationale misdaadpreventie.
OHCHR voert een technisch hulpprogramma dat zich richt op educatie inzake mensenrechten van wetgevers, rechters, advocaten, wetshandhavers, gevangenisfunctionarissen en strijdkrachten.

Prioriteiten voor de toekomst
Ondanks alle inspanningen van de VN worden in de hele wereld de mensenrechten nog massaal geschonden. Vijftig jaar na aanvaarding van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens blijven schendingen van alle mogelijke mensenrechten tot het nieuws van de dag horen. Deze media-aandacht is deels toe te schrijven aan een groter bewustzijn van de mensenrechten en aan het scherpere toezicht op belangrijke mensenrechtenkwesties, met name kindermisbruik, geweld tegen vrouwen en bepaalde inbreuken die tot voor kort op basis van bepaalde tradities maatschappelijk werden aanvaard.
Zeker, de maatregelen ter bescherming en bevordering van de mensenrechten zijn strenger dan ooit en sluiten steeds nauwer aan bij de strijd om sociale rechtvaardigheid, economische ontwikkeling en democratie. In zijn hervormingsprogramma voor de VN verklaarde Secretaris-Generaal Kofi Annan dat de mensenrechten de rode draad zouden gaan vormen in het beleid en de verschillende programma’s. En dat is een feit. Het doortastend optreden van de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens en de groeiende samenwerking en coördinatie binnen het VN-systeem vormen het concrete bewijs van de toegenomen daadkracht van de VN in de strijd voor de mensenrechten.

Het bestuur van ACAT Nederland

http://members.chello.nl/g.thijssen4/or.gif 

 

haha! website ontwikkeling

                                                                      

                                                                       Email: Gerard Thijssen