![]()
Tweede
Kamer
Doetinchem, 17.4.2005
SGP Fractie
Postbus 20018
2500 EA
’s-Gravenhage
Betr.: video band
Geachte heer,
Bijgaand stuur ik
de video band over het gebeuren in het Puncak Jaya gebied.
De band duurt 17
minuten, waarvan de eerste 3 minuten nog beelden van Australië.
De band is ook
uitgezonden in Australië via SBS Dateline.
Op de band uit
dominee Sofyan Yoman zijn zorgen over het gebeuren in West Papua en voorziet
hij grote problemen voor de christelijke Papoea’s.
Bootladingen met
moslim transmigranten en militairen worden aangevoerd en op band zijn opnames
te zien van trainingskampen voor het trainen van moslim milities.
Zelf ontving ik ook
een e mail vanuit West Papua waarbij in Nabire dozen met munitie werden
uitgeladen en in huizen werden opgeslagen, niet op een kazerne.
Duitse
mensenrechten organisaties o.a. Papua Netzwerk ( Herr Zöllner) geven er
blijk van zeer goed op de hoogte te zijn wat er speelt in West Papua.
Men heeft het over
vervolging van Papoea’s in het berggebied (curly hair) en over de circle
of impunity, waarbij het Indonesisch leger wordt toegestaan hun razzia’s
ongecontroleerd en zonder strafvervolging te kunnen laten uitvoeren.
Gezien de
troepenversterkingen voor Aceh en West Papua en de grote stroom transmigranten
die West Papua binnenkomen, belooft dit weinig goeds voor de inheemse Papoea
bevolking.
Naar mijn
bescheiden mening zet men nu alles op alles om onafhankelijkheids
sympathisanten een kopje kleiner te maken en moeten pottenkijkers worden
geweerd.
In dit verband
verwijs ik naar het weigeren van visa voor 3 medewerkers van de V.N.
onderzoekscommissie, onlangs in het leven geroepen door Kofi Annan
Persoonlijk hoop ik
dat betreffende videoband een bijdrage zal leveren voor het staven van bepaalde
gebeurtenissen in West Papua.
Met vriendelijke
groeten,
Gerard Thijssen
|
Aan de Voorzitter
van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag |
|
Directie
Azië en Oceanië Afdeling Zuidoost
Azië en Oceanië Bezuidenhoutseweg
67 Postbus 20061 2500 EB Den Haag |
|
||
|
Datum |
11 oktober 2005 |
Behandel d |
Max Valstar |
|
|
|
Kenmerk |
DAO-0747-05 |
Telefoon |
070 - 348 7061 |
|
|
|
Blad |
PAGE
\* MERGEFORMAT 1/1 |
Fax |
070 - 348 5323 |
|
|
|
Bijlage(n ) |
1 |
max.valstar@minbuza.nl |
|||
|
Betreft |
Beantwoording
vragen van de ledenVan der Staaij, Koenders, Haverkamp en Van Velzen over de situatie
in West-Papoea |
||||
|
|
|
|
|
|
|
Graag bied ik u
hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Van
der Staaij, Koenders, Haverkamp en Van Velzen over de situatie in West- Papoea.
Deze vragen werden ingezonden op 16 september 2005 met kenmerk 2040521440.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Dr. B.R. Bot
Antwoord van de
heer Bot, minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van de leden Van der
Staaij (SGP), Koenders (PvdA), Haverkamp (CDA) en Van Velzen (SP) over de
situatie in West-Papoea.
Vraag 1
Kent u het rapport
‘Genocide in West Papua? The role of the Indonesian state apparatus and a
current needs assessment of the Papuan people’? 1)
Antwoord
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de
beweringen die in het rapport gedaan worden over de rol van het Indonesische
leger bij illegale houtkap en andere verstorende economische activiteiten, bij
het destabiliseren van Papoea door het orkestreren van aanvallen waarvan de
schuld bij Papoease onafhankelijkheidsbewegingen gelegd wordt, de illegale
wapenhandel, het trainen van anti-Papoea-milities, de prostitutie en de
verspreiding van HIV/AIDS? Beschikt u over informatie die deze waarnemingen
staaft, of juist in een ander licht plaatst?
Antwoord
Het rapport snijdt
terecht een aantal problemen in de provincies West Irian Jaya en Papua aan,
zoals de verspreiding van HIV/AIDS, prostitutie, ontbossing en illegale
houtkap. Tevens wordt in het rapport, evenals in andere openbare bronnen,
melding gemaakt van berichten over de betrokkenheid van het Indonesische leger
of elementen daarvan bij de illegale houtkap, het leveren van
beschermingsdiensten, de illegale wapenhandel, het trainen van anti-Papoea
milities en het orkestreren van aanvallen waarvan de schuld bij Papoease
onafhankelijkheidsbewegingen wordt gelegd. Ik beschik niet over informatie die
deze berichten kan bevestigen.
Vraag 3
Is het waar dat de
Indonesische regering besloten heeft om het aantal troepen op West-Papoea met
15.000 op te voeren? Zo ja, wat is daarvan het doel en welke gevolgen zal dat
hebben voor de toch al gespannen verhoudingen op West-Papoea?
Antwoord
Het hoofd van de
Indonesische strijdkrachten, generaal Endriartono Sutarto, heeft voor de
periode 2005-2009 een uitbreiding van de territoriale troepen in de provincies
West Irian Jaya en Papua van de huidige 4800 naar ongeveer 7000 manschappen
aangekondigd. Als redenen worden de versterking van de grensbewaking tussen
Indonesië en Papoea Nieuw-Guinea en de aanpassing van de militaire structuur
aan de nieuwe bestuurlijke structuren in beide provincies genoemd.
Daarnaast is de
oprichting van een nieuwe divisie van de strategische reserves (Kostrad)
aangekondigd, met een hoofdkwartier met ongeveer 1000 militairen in Sorong,
West Irian Jaya. Onder dit hoofdkwartier gaan drie brigades van ongeveer 5000
personen elk opereren, waarvan er één in Sorong geplaatst wordt.
Deze nieuwe divisie bestaat niet uit territoriale troepen, maar wordt
verantwoordelijk voor de maritieme veiligheid en verdediging van geheel
Oost-Indonesië.
De voorgenomen
plannen hebben tot veel speculatie en ongerustheid bij Papoeas geleid. Wat de
gevolgen zullen zijn van deze veranderingen kan ik echter nog niet aangeven.
Vraag 4
Berusten de in
hoofdstuk 5 van het rapport opgenomen aantijgingen 2) over
mensenrechtenschendingen door soldaten van het Indonesische leger op waarheid?
Antwoord
Het is zeer
moeilijk om verifieerbare informatie te verkrijgen uit met name de afgelegen
gebieden in de provincies West Irian Jaya en Papoea. Ook de opstellers van het
rapport kampen met dit probleem. Ik kan dan ook niet aangeven in hoeverre de
aantijgingen in het rapport op waarheid berusten.
Vraag 5
Welke activiteiten
zult u, afhankelijk van uw antwoord op de vorige vragen, ondernemen om deze
problemen op de politieke agenda te krijgen? Bent u bijvoorbeeld bereid u
ervoor in te zetten dat de Verenigde Naties toegang krijgen tot het gebied,
zowel om zicht te krijgen op de mensenrechtensituatie ter plaatse, als om de
humanitaire noden te inventariseren?
Antwoord
Ik heb de situatie
in Papoea bij iedere gelegenheid die zich daarvoor leende, opgebracht bij de
Indonesische autoriteiten. Ook tijdens mijn recente bezoek aan Indonesië
ter gelegenheid van de zestigste onafhankelijkheidsviering is deze situatie
besproken, zoals u is meegedeeld in het verslag van dit bezoek (d.d. 30
augustus 2005). Nederland zal zich blijven inzetten voor verbetering van de
situatie op Papoea, zowel in bilateraal als in EU-verband.
Vraag 6
Heeft het bezoek van
de troika van EU-ambassadeurs aan West-Papoea, waaraan u refereerde in uw
antwoorden op eerdere Kamervragen 3), reeds plaatsgevonden? Zo ja, wat heeft
dit bezoek opgeleverd? Zo neen, waarom niet en wanneer zal het bezoek dan wel
plaatsvinden?
Antwoord
Dit bezoek heeft
nog niet plaatsgevonden. Nederland blijft er in Brussel en in Jakarta bij het
EU-voorzitterschap op aandringen om dit bezoek zo spoedig mogelijk te doen
plaatsvinden.
05-04-2007 | Kamerstuk | Nederlands Ministerie
van Buitenlandse Zaken
Graag
bied ik u hierbij, mede namens de minister voor Ontwikkelingssamenwerking, de
antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door de leden Van der Staaij,
Voordewind, Van Baalen en Van Gennip over de situatie in Papoea. Deze vragen
werden ingezonden op 22 maart 2007 met kenmerk 2060710250.
De minister van
Buitenlandse Zaken,
Drs. M.J.M.
Verhagen
Antwoorden
van de heer Verhagen, minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van de leden
Van der Staaij (SGP), Voordewind (CU), Van Baalen (VVD) en Van Gennip (CDA)
over de situatie in Papoea.
Vraag 1
Kent u het bericht
‘INDONESIA: Thousands flee army operation in West Papua’? Beschikt
u over informatie die dit verontrustende nieuws bevestigt? Zo ja, wat zijn de
achtergrond en het doel van deze militaire operatie? Deelt u onze zorgen over
het aantal ontheemden en de situatie waarin zij verkeren? Bent u bereid om die
zorgen over te brengen bij de Indonesische autoriteiten en aan te dringen op
humanitaire maatregelen?
Antwoord
Het bericht is mij
bekend. Volgens mij ter beschikking staande informatie vormde een aanval van de
Organisasi Papua Merdeka (Papoea Vrijheid Organisatie, OPM) op een militaire
post in Mulia op 8 december 2006 de achtergrond van de militaire operatie. In
de weken daarop zouden door de OPM diverse kleinere acties zijn uitgevoerd
waarbij wapens werden buitgemaakt. In reactie daarop zijn begin januari 2007
gezamenlijke politie- en legeracties gestart om de gestolen wapens en de
OPM-groep op te sporen.
Volgens een door de
gezamenlijke organisatie van kerken (PGGP) uitgebracht rapport van 29 januari
2007 hebben de onlusten in december en januari geleid tot een groot aantal
ontheemden, alsmede vier doden door ondervoeding. Volgens de kerken keren de
mensen thans weer langzamerhand terug naar hun dorpen. De kerken en het lokale
bestuur verlenen noodhulp. De situatie in de provincie Papoea wordt regelmatig
besproken met de Indonesische regering, zowel op ambtelijk als ministerieel
niveau.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de waarnemingen die de Amerikaanse regering in haar
‘Indonesia Country Report on Human Rights Practices
Antwoord
Het rapport van de
Amerikaanse regering is één van de vele rapporten over de
mensenrechtensituatie op Papoea. De mensenrechtenschendingen op Papoea blijven
een punt van zorg. De Nederlandse regering vraagt bij iedere gepaste
gelegenheid en op ieder niveau, ook in EU-kader, aandacht voor de situatie in
Papoea.
Vraag 3
Is er inmiddels verbetering waarneembaar in het functioneren van het mensenrechtenhof
in Makassar, als het gaat om de behandeling van zaken waarin
mensenrechtenschendingen op Papoea centraal staan? i
Zijn bijvoorbeeld de mensenrechtenschendingen in Wasior (2001) en Wamena (2003)
al voor het hof gebracht? Zijn er door de Procureur-Generaal inmiddels ook
nieuwe Papoea-zaken aan het hof voorgelegd?
Antwoord
De Wasior-en
Wamena-zaken zijn nog niet aan het mensenrechtenhof voorgelegd. De
procureur-generaal is van mening dat de onderzoeken van de
mensenrechtencommissie KomNas HAM onvolledig zijn en heeft het dossier
teruggestuurd. KomNas HAM wil pas eventuele aanpassingen in de rapporten
aanbrengen indien de procureur-generaal aangeeft dat op basis van de rapporten
kan worden geconcludeerd dat er sprake is van mensenrechtenschendingen.
Zoals werd
aangegeven in mijn antwoord van 17 februari 2006 (Kamerstuknummer 2005-2006,
nr. 1108), op vragen van het lid Haverkamp, heeft Nederland deze zaken met de
procureur-generaal besproken. In 2006 sprak de Nederlandse ambassadeur
daarnaast met de voorzitter van KomNas HAM. Tot op heden is er nog geen
voortgang geboekt in genoemde zaken. KomNas HAM, dat op het gebied van
schendingen van de mensenrechten zaken aan de PG voorlegt, heeft na de Wasior
en Wamena zaken geen nieuwe mensenrechtenzaken in de provincie Papoea in
behandeling genomen.
Vraag 4
Kent u het rapport ‘Protest and Punishment: Political Prisoners in
Papua’? Deelt u de conclusies van Human Rights Watch ten aanzien van de
ontoelaatbare bejegening van vreedzame politieke activisten uit Papoea door de
Indonesische overheidsdiensten? Bent u bereid zich, langs de lijn van de
aanbevelingen uit dat rapport, in te zetten voor verbetering van hun positie?
Antwoord
Het rapport van
Human Rights Watch (HRW) is mij bekend. Het rapport spreekt onder andere van
beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging en
vergadering. Het rapport geeft tegelijk aan dat door de belemmeringen in de
toegang tot Papoea, het inwinnen van betrouwbare informatie extreem moeilijk
is. De aanbevelingen van HRW worden betrokken bij de Nederlandse
standpuntbepaling ten aanzien van de situatie in Papoea.
Vraag 5
Wilt u opheldering
vragen bij de Indonesische regering over de redenen voor het zeer restrictieve
toelatingsbeleid tot Papoea dat van kracht is voor journalisten, diplomaten en
NGO’s? Bent u bereid om met aandrang te verzoeken om opheffing van de belemmeringen?
Antwoord
Nederland heeft
herhaaldelijk het restrictieve toelatingsbeleid tot Papoea aan de orde gesteld
bij de Indonesische autoriteiten. De terughoudendheid van de Indonesische
autoriteiten betreft vooral journalisten, NGO’s en diplomaten die actief
zijn op het gebied van mensenrechten en (inter)religieuze zaken. Andere
EU-lidstaten maar ook andere leden van de internationale gemeenschap in Jakarta
zoals Australië, Canada en de Verenigde Staten, stellen de toelating
eveneens regelmatig bij de Indonesische overheid aan de orde.
Diplomaten die zich
bezighouden met ontwikkelingssamenwerking en economische zaken ondervinden
relatief weinig problemen met de toegang tot de provincies Papoea. Dit geldt
evenzeer voor medewerkers van de ontwikkelingsbanken (Wereldbank en Asian
Development Bank), VN-organisaties (als ILO, UNDP, UNICEF) en de Europese
Commissie. NGO’s en journalisten die zich bezighouden met ''neutrale''
onderwerpen zoals onder andere wetenschappelijk onderzoek, milieu, onderwijs,
gezondheidszorg en lokaal bestuur.
De Nederlandse
ambassadeur heeft recent (21-26 maart jl.) een bezoek gebracht aan de
provincies Papoea en West Irian Jaya. Het bezoek had tot doel een beter inzicht
te krijgen in de situatie ter plaatse, met name ook op sociaal-economisch
gebied. Nederland ondersteunt diverse programma’s, gericht op verbetering
van de sociaal-economische situatie.
Vraag 6
Kunt u meedelen wat
op dit moment de stand van zaken is betreffende de tenuitvoerlegging van de
Speciale Autonomiewet voor Papoea? Waaruit blijkt concreet dat een goede
implementatie van deze wet de huidige Indonesische regering ter harte gaat?
Zijn er daarnaast inmiddels, zoals toegezegd door de Indonesische president,
extra regionale en nationale middelen vrijgemaakt voor de ontwikkeling van
Papoea?
Antwoord
Eind 2005 is door
de Indonesische regering de in de autonomiewet vereiste Papoea Volksraad (MRP)
opgericht. In 2006 hebben gouverneursverkiezingen voor zowel de provincie
Papoea als West Irian Jaya plaatsgevonden. De beide nieuw gekozen gouverneurs
hebben uitvoering van de Speciale Autonomiewet en de sociaal-economische
ontwikkeling van de bevolking tot prioriteit gemaakt. Papoea ontvangt van de
centrale regering substantiële additionele middelen om ontwikkeling te
ondersteunen. De beide gouverneurs hebben de internationale gemeenschap om
steun gevraagd. Een internationaal donorconsortium, waar Nederland actief aan
deelneemt, werkt nu samen met de nationale en provinciale overheden aan het
opstellen en implementeren van een plan om de autonomiemiddelen aan de
bevolking ten goede te laten komen. Hiernaast heeft president Yudhoyono
aangekondigd via een presidentiële instructie extra middelen ter
beschikking te stellen en de inspanningen ter ontwikkeling van het gebied te
intensiveren.
Vraag 7
In hoeverre heeft
de Nederlandse regering voor de onder vraag 5 genoemde punten actief aandacht
gevraagd in het afgelopen jaar? Is het de Nederlandse regering inmiddels gelukt
om ook in Europees verband de aandacht van de EU voor Indonesië te
verbreden van Atjeh naar Papoea? Tot welke acties aan de zijde van de Europese
Unie heeft dat geleid?
Antwoord
Zie ook het
antwoord op vraag 5.
De situatie in
Papoea en West Irian Jaya vormt de laatste jaren vrijwel permanent onderwerp
van overleg tussen de EU- vertegenwoordigers. Door de EU worden regelmatig
demarches uitgevoerd bij de Indonesische autoriteiten over
mensenrechtenschendingen.
1 http://www.survival-international.org/news.php?id=2184, 22
januari 2007
2 Aanhangsel
Handelingen, nr. 1107, vergaderjaar 2005-2006
3 Human Rights
Watch, februari 2007
4 http://www.asia-pacifica
ction.org/news/reuters_indonesianpresidenturgesf_160207.htm
007, Aanhangsel 2912
1371
Vragen van de leden Haverkamp en
Schinkelshoek (beiden CDA) aan de
minister van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap over de geschiedenis
van voormalig Nederlands
Nieuw-Guinea. (Ingezonden 8 maart
2007)
1
Bent u geïnformeerd over het
besprokene op een bijeenkomst van
de Werkgroep Indisch Erfgoed over
«Nederlandsch Indië in historisch
perspectief» in de Bronbeek te
Arnhem, waarbij met name aandacht
is besteed aan Papoea, het
voormalige Nederlands
Nieuw-Guinea?
2
Deelt u de mening dat er voldoende
aandacht aan de geschiedenis van
Papoea en Nederlands Indië wordt
besteed? Zo ja, waar baseert u dit op?
3
Verdient de geschiedenis van Papoea
ook in uw ogen niet een ruimhartiger
plek in de Nederlandse geschiedenis?
4
Deelt u de mening dat er een centrum
zou moeten komen ter bestudering
van de geschiedenis van Papoea? Zo
ja, hoe gaat u daaraan invulling
geven? Zo neen, waarom niet?
1 «Nederlands-Indie in historisch perspectief»,
Defensiekrant, 11 januari 2007, p. 9.
Antwoord
Antwoord van minister Plasterk
(Onderwijs, Cultuur en Wetenschap).
(Ontvangen 1 mei 2007), zie ook
Aanhangsel Handelingen nr. 1160,
vergaderjaar 2006–2007
1
Neen, de organisatoren van
«Nederlandsch Indië in historisch
perspectief» hebben mij niet over het
besprokene op 21 januari jl.
geïnformeerd.
2
De geschiedenis van Papua en
Nederlands-Indië is onderdeel van de
historische canon (zie www.toen.nu)
en is opgenomen in de kerndoelen
van het onderwijs. De scholen zijn
autonoom in hun beslissing hoeveel
aandacht zij hieraan besteden in hun
lessen. In de komende twee jaren is
Nederlands-Indië (inclusief Nieuw
Guinea) één van de onderwerpen in
het centraal examen geschiedenis op
Havo en VWO, terwijl het bij het
VMBO één van de (zes) vaste
inhoudelijke onderwerpen is.
Ik realiseer mij dat het kabinet op dit
moment nog niet over een definitief
advies over de historische canon
beschikt. Ik heb echter geen reden om
aan te nemen dat de onderwerpen
Nederlands-Indië (inclusief Nieuw
Guinea) uit de canon zouden
verdwijnen.
Daarnaast wordt in tal van rijksen
andere instellingen en in
tentoonstellingen aandacht
geschonken aan de geschiedenis van
Papua en Nederlands-Indië. Ik verwijs
u hiervoor naar het als bijlage
toegevoegde overzicht1. Ik illustreer
dat graag aan de hand van
onderstaande opsomming. Voorts
zijn er diverse verenigingen en
werkgroepen actief die de
geschiedenis van Nederlands-Indië
en van Papua levend houden
(www.nederlands-indie.startpagina.nl).
3
Zie mijn antwoord op vraag 2.
4
Het is geen beleid van het Ministerie
van OCW om voor verschillende
doelgroepen afzonderlijke
studiecentra op te zetten. Bovendien
legt de Stichting Papua Cultureel
Erfgoed zich reeds toe op bestudering
van Papua-erfgoed
(www.papuaerfgoed.org). OCW richt
zich met name op de ontsluiting van
erfgoed en het verhalen van de
(koloniale) geschiedenis van
(bijzondere) groepen via de
erfgoedinstellingen die wij nu
kennen. De canon kan deze
instellingen een focuspunt bieden.
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2006–2007 Aanhangsel van de Handelingen
Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de
regering gegeven antwoorden
KVR27939
2060709060
0607tkkvr1371
ISSN 0921 - 7398
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2007 Tweede Kamer, vergaderjaar 2006–2007,
Aanhangsel 2911
Binnen het programma Erfgoed van
de Oorlog van het Ministerie van
VWS, eenheid Oorlogsgetroffenen en
Herinnering WO II (OHW), is er ook
aandacht voor de geschiedenis van
Papua, mits gerelateerd aan de
Tweede Wereldoorlog en de nasleep
daarvan. De geschiedenis van Papua
is onderdeel van de het Indisch
Erfgoed van de Oorlog.
Geïnteresseerde organisaties zullen
in de loop van dit jaar een beroep
kunnen doen op de subsidieregeling
die momenteel binnen het
programma Erfgoed van de Oorlog
wordt ontwikkeld.
Op 20 juni van dit jaar zal de regeling
in een startconferentie bij het
Instituut voor Beeld en Geluid in
Hilversum aan het publiek kenbaar
worden gemaakt.
1 Ter inzage gelegd bij het Centraal
Informatiepunt Tweede Kamer.
Tweede Kamer, vergaderjaar
2006–2
21.3.2008
De minister van Buitenlandse Zaken
Drs. M.J.M. Verhagen
Postbus 20061
2500
EB Den Haag
Geachte
heer Verhagen,
De Stichting Pro Papua is nog steeds zeer bezorgd
over de mensenrechtensituatie in Papua.
Gedurende
een periode van 10 dagen (3-13 maart) hebben een aantal geweldloze demonstraties
plaats gevonden in de steden Manokwari, Jayapura, Serui en Sorong.
De
demonstraties vroegen een referendum over de politieke status van West Papua en
men wilde duidelijk maken dat men tegen de speciale autonomie wet van 2001 was
die geen verbetering heeft gebracht in het leven van de Papua bevolking.
Tijdens
die demonstraties is de (eens door Nederland geschonken) Morgenstervlag
meegedragen en mensen zijn daarvoor opgepakt en gearresteerd.
Elf
mensen zitten daarvoor nu vast in de gevangenis van Manokwari en zullen worden
aangeklaagd.
Hun
namen zijn:
Yakobus
Wanggai, Frans Kareth, Markus Solig Umpus, Edy Ayorbaba, Daniel Sakwatorey,
Marthinus Luther, Noak Ap, George Risyard Ayorbaba, Amd T., Ariel Werimon,
Leonardus Decky Bame en een 16 jarige schooljongen Silas Carlos Teves May.
Wij
maken ons ernstig zorgen over deze jonge mensen aangezien hen mogelijk een
gevangenisstraf van 15 – 17 jaar staat te wachten voor het dragen van de
Morgenstervlag.
Op
de Molukken heeft de Indonesische overheid Daniel Malawauw en Hermanus Daseran
veroordeeld tot een gevangenisstraf van 17 jaar omdat zij de Zuid Molukse vlag
hadden gemaakt.
Het
is u bekend dat Mevrouw Hina Jilani, speciale vertegenwoordiger van de VN
secretaris generaal mensenrechten, de provincie Papua in 2007 heeft bezocht en
hierover een rapport presenteerde.
Dit
rapport vermeldt o.a. de nog steeds voorkomende intimidaties en schendingen van
de mensenrechten door het Indonesische leger en politie in Papua. Mevrouw
Jilani spreekt over een “klimaat van angst” bij iedereen in Papua
die uitspreekt over de noodzakelijke democratisering binnen leger en politie en
de uitbuiting van Papua.
Tragisch
genoeg worden leger en politie niet verantwoordelijk gehouden voor het schenden
van mensenrechten en nemen zij represaillemaatregelen tegen mensen die met mevrouw Jilani hebben gesproken.
Ook
zijn er verontrustende berichten over de voortdurend intimidaties van
kerkleiders en journalisten. Dominee Socratez Yoman, leider van de Baptisten in
West Papua, beschreef hoe vijf zwaar bewapende militairen er op stonden dat zij
in vol ornaat aanwezig zouden zijn tijdens de kerkconferentie die gehouden werd
in het district Jayawijaya in het Centrale Bergland.
Men
rapporteerde ook dat journalisten, die de pro-referendum demonstraties
probeerden te verslaan,
bedreigd
werden en opdracht kregen gemaakte foto’s te overhandigen.
Dit
jaar viert de wereld de 60ste verjaardag van de Universele
Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties
Deze
verklaring garandeert fundamentele vrijheid, inclusief het recht om in alle
vrijheid vreedzaam te vergaderen en het recht op vrijheid van meningsuiting.
Indonesië
is momenteel lid van de VN Mensenrechten Organisatie en moet daarom
verantwoording afleggen voor de grove schendingen van deze rechten in Papua.
Hoewel
Nederland geen staatkundige verantwoordelijkheid draagt voor Papua zijn wij van mening dat, gezien de
historische gebeurtenissen van 1949 tot en met 1969, Nederland een morele
verplichting heeft die uitstijgt boven ‘7 jaar monitoren van de
implementatie van de Autonomiewet’.
Ook
zou de Nederlandse Regering de Amerikaanse Congresleden Eni Faleomavaega en
Donald Payne dienen te steunen in hun oproep tot een internationale dialoog om de
bestaande crisis in Papua op te lossen voordat meer bloed wordt vergoten.
Wij
doen een dringend beroep op u om Indonesië te wijzen op hun
verantwoordelijkheid, de dialoog met de Papua’s aan te gaan en tevens het
gebied open te stellen voor de internationale journalistiek.
Namens de Stichting Pro-Papua.
c.c.
Buitenlandwoordvoerders van alle politieke partijen.
....
I
r
Buitenlandse
Zaken
Stichting Pro Papua
Directie Azië en
Oceanië
Bezuidenhoutseweg 67
.
o
22 april 2008
DAO-254/08
1/1
dao@minbuza.nl
Uw brief van 21 maart 2008
www.minbuza.nl
Geachte heer ,
Graag zeg ik u dank voor uw
brief van 21 maart jl. over de situatie in Pa~po-e-a-. Ik kan u
verzekeren dat dê
aandacht VimdeNederlandse regering voor de situatie in Papoea een
prominente plaats inneemt in
het Nederlandse beleid ten aanzien van Indonesië.
Indonesië heeft
aangegeven zijn beleid in Papoea te ba,serenop drie elementen; een
vreedzame politieke
oplossing door dialoog, verbetering van de rechtszekerheid en de
mensenrechtensituatie en een
verbetering van het welzijn van de bevolking in Papoea.
De situatie in Papoea blijft
de internationale gemeenschap echter zorgen baren.
Ondanks dat Papoea zeer rijk
is aan natuurlijke hulpbronnen, is het gebied het minst
ontwikkeld en is de
bevolking het armst binnen geheel Indonesië. De situatie op het
gebied van mensenrechten is
aan het verbeteren, maar het proces biedt tegelijkertijd
reden voor alertheid op de
noodzaak van verdere voortgang van deze verbeteringen als
ook de bestrijding van
straffeloosheid.
Nederland brengt deze zorg
bilateraal en in EU-kader op regelmatige basis onder de
aandacht van de Indonesische
autoriteiten. Ook de beperkte toegankelijkheid tot
Papoea en de rechtszekerheid
wordt door Nederland met regelmaat aan de orde
gesteld. De arrestanten in
Papoea worden momenteel in voorarrest vastgehouden op
basis van de artikelen 106
en 107 van het Indonesische Wetboek van Strafrecht en de
Government Regulation
77/2007, die het gebruik van separatistische symbolen en
vlaggen verbieden. In april
jl. heeft Nederland tijdens de Mensenrechtenraad van de
VN in Geneve aan de
Indonesische autoriteiten gevraagd om deze nationale wetgeving
L
....
.-......
I
Buitenlandse
Zaken
,
in lijn te brengen met de vigerende
intemationaalrechtelijke verplichtingen. Zo heeft
Indonesië de verdragen
voor Burgerlijke en Politieke Rechten (BuPo) en voor
Economische, Sociale en
Culturele Rechten (ESOCUL) geratificeerd~hetgeeneen
belangrijke stap voorwaarts
is in de definiëring van het juridische kader voor het
terugdringen en berechten
van mensenrechtenschendingen.
U kunt er van verzekerd zijn
dat Nederland de situatie in Papoea ook in de toekomst
nauwlettend zal blijven
volgen en hierover met de Indonesische autoriteiten in dialoog
zal blijven.
Mr J.W. Scheffers,
Directeur Azië en
Oceanië
- ---
Kenmerk DAO-254/08
Blad 2/2
~o
To: M.C.
Haverkamp
; K.G.
Ferrier CDA ; M.H.P. van Dam PvdA ; H.E.
Waalkens PvdA ; J.C. van Baalen VVD ; A.J.
Boekestijn VVD ; Guido v. Leemput-SP. ; E. Irrgang SP ; M. Peters
GrL ; J.S. Voordewind CU ; C.G.
van der Staaij SGP ; A. Pechtold D66 ; F.
Koser-Kaya D66 ; G. Wilders PVV ; M. Thieme PvdD ; M.C.F.
Verdonk
Sent: Thursday, September 18,
2008 10:16 PM
Subject: Inf. report U.S. Dep. of
State
Beste
volksvertegenwoordigers,
In het
komende herfstreces zullen een aantal van u naar Indonesië afreizen en
zult u geïnformeerd zijn/worden over de vooruitgang in deze,
redelijk nieuwe, democratie.
Een
second opinion, in dit geval van het Department of State, lijkt ons niet
misplaatst. Ook het commentaar hierop van het East Timor and
Indonesia Network (ETAN) past hierin.
Het
geeft u een duidelijk beeld inzake de informatievoorziening over Indonesië
(en de gebreken ervan) elders in de wereld.
Zij
die gaan, wensen wij een goede reis.
Met
hartelijke groet,
Stichting
Pro Papua
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Response to State Department
Informational Report on Indonesia, FY 2008
Introduction
As required by the US Congress, in Sections 682 and 679 of the
Department of State, Foreign Operations and Related Programs Appropriations Act
of 2008 (hereafter “Foreign Operations Act”), the State Department
recently provided reports to Congressional offices addressing progress made by
the government of Indonesia in several areas of concern.
In Section 682 of the
Foreign Operations Act Congress asked the State Department to report on the
government of Indonesia’s progress in confronting the following
issues:
• Steps taken by the
government of Indonesia to deny promotion, suspend or prosecute military
officers charged with serious crimes.
• The government of Indonesia’s response to the Commission for
Reception, Truth and Reconciliation in Timor-Leste (CAVR), and the
recommendations of the Council of Experts to Review the Prosecution of Serious
Violations of Human Rights in Timor-Leste.
• Steps taken to end Indonesian military corruption, especially the
maintenance of a massive business empire that includes both illegal and legal
businesses.
In Section 679 of the
Foreign Operations Act Congress mandated an additional report concerning
Indonesia’s progress in the following as a condition for the release of
$2.7 million of the $13.7 million appropriated by Congress for Foreign Military
Financing in FY 2008:
• Prosecuting officers
shown to have committed gross human rights violations in Timor Leste.
• Enhancing the transparency and accountability of Indonesia’s
military.
• Creating a plan to effectively provide for accountability by the
military.
• Allowing public access to West Papua.
• Investigating of the murder of human rights lawyer Munir Said
Thalib.
Below we evaluate the State
Department’s response to both sets of questions. In short, we can say
that the government of Indonesia has made no measurable progress in any of
these areas with the exception of the investigation into Munir’s
assassination – though this progress is perhaps more limited than the
State Department indicates.
While the State Department
also reports no “sustained” progress in critical areas of
accountability in the armed forces, the report includes overly positive
assessments based on examples that are outdated, incomplete, or not germane to
the question.
Part I: Section 682
Report
Sec. 682(1). Steps taken by
the government to deny promotion, suspend from active service and pursue
prosecution of military officers for serious crimes; the extent to which past
and present military officials are cooperating with domestic inquiries into
human rights abuses:
State Department Response:
The Government of Indonesia has
made no sustained effort to deny promotion, suspend from active service, or
pursue prosecution of military officers indicted for serious crimes. The
limited progress that the government has made in pursuing accountability for
past abuses of human rights has come largely in the form of rhetorical support
by President Yudhoyono and others for the concept of accountability. A recent
ruling by the Constitutional Court could provide a window for the Indonesian
legislature to establish a stronger basis for pursuing accountability.
Moreover, since the institution this decade of stronger human rights standards
for current conduct, the Indonesian Armed Forces (TNI) has undertaken a number
of investigations and prosecutions of soldiers and officers for misconduct,
including misconduct involving the violation of citizens' human rights. The
investigation following the May 2007 shooting of civilians in Pasuruan, East
Java, which resulted in four killed and eight injured, is a prominent recent
example. The trial of the 13 Marines indicted in that incident began on March
26 of this year and is open to the public.
There have been some limited
moves toward making the human rights records of officers a criterion for
promotion to the senior-most positions. In late 2007, President Yudhoyono
replaced the top echelon of the TNI command with the appointment of a new TNI
Chief of Staff and new Army, Air Force, and Navy chiefs. The four, who were
drawn from the ranks of the TNI, are all known for their professionalism and
clean records on human rights. President Yudhoyono chose not to select several
strong candidates with problematic human rights records. LTG Sjafrie
Sjamsuddin, who was in line to become the next Army Chief in late 2007, was
reportedly passed over because of his problematic human rights record. TNI
senior leadership has begun to take definitive actions against incompetent and
ineffective officers. The 2007 Pasuruan shootings are, again, instructive
Major Husni Sukarwo, the Commander of the Graff Marines Training Area Center
where the Marines accused of the shooting were based, was removed from his
position and returned to a regional training facility headquarters.
The administration has often
argued that increased U.S. military engagement with Indonesia is warranted by
progress made so far in human rights and military reform or that engagement
would encourage additional progress. Full and accurate answers to the questions
posed by Congress would clearly show that engagement with the military has not
effectively reduced widespread impunity, continued resistance to civilian
control and oversight, lack of budget transparency, or the persistent emphasis
on internal security.
Our Response:
The State Department’s
response states there has been no sustained progress in denying promotion to
officers who committed serious crimes. However, the report then cites a trial
of marines involved in the May 2007 killings of civilians in a land dispute
between villagers and the Indonesian navy in Pasuruan, East Java, as indicative
of “limited moves” toward accountability. This limited move is not
presented with the necessary context.
Indeed, as prosecutors have
charged only one low-ranking officer and 12 enlisted personnel in this case,
and have in fact failed to investigate command responsibility or the
unit’s involvement with a private firm on whose behalf the unit was
acting, this case could more appropriately be taken as further evidence of
entirely inadequate accountability and transparency in the Indonesian military.
The marines involved were sentenced to light terms from 18 months to 3 and
½ years on August 15, 2008. No one of higher rank has been
charged.
Against this example of
“progress” one must weigh a few facts more pertinent to the
questions posed by Congress concerning accountability in the armed
forces.
For example the report does
not mention the recent appointment of special forces officer Major-Gen Soenarko
(Sunarko) to the senior command position in Aceh province notwithstanding that
officer’s role in military-directed attacks on civilians, on UN personnel
and institutions and on foreign citizens in East Timor prior to the 1999
referendum. He was previously commander of the army's notorious Special Forces
Command (Kopassus).
The report is also silent on
the appointment of Colonel Siagian to a command position in West Papua
notwithstanding that he has been twice-indicted by the UN-backed serious crimes
process for his involvement in human rights violations in
Finally, the government of
Indonesia has failed to establish a human rights court tasked with
investigating and prosecuting human rights violations during the Aceh conflict
even though its creation was mandated by the 2005 agreement ending the
conflict.
It is also worth noting that
the prosecution of those responsible for disappearances and killings of student
activists around the close of the Suharto regime has been completely impeded
due to a procedural dispute between the National Human Rights Commission, the
legislature, and the Attorney General’s office about their respective
roles, exacerbated by the refusal of the senior retired generals Wiranto,
Prabowo and & Syamsoedin to appear before the commission. Both the
executive and legislative branches should take immediate action resolve the
dispute.
Sec. 682(2). Responses of
the government of Indonesia and Timor-Leste to the Final report of the
Commission for Reception, Truth and Reconciliation in Timor-Leste and the June
2006 report of the Secretary-General of the Commission of Experts to review the
Prosecution of Serious Violations of Human Rights in Timor-Leste in 1999:
State Department
Response:
Eighteen alleged
perpetrators of violence in 1999 were tried in a special ad hoc human rights
trial in Indonesia. All but six were acquitted, and five of those six
convictions were overturned on appeal. The conviction of the sixth, Timorese
militia leader Eurico Guterres, was overturned on appeal on April 4 of this
year. Guterres was sentenced to ten years in prison on November 27, 2002 and was
in prison from May 4, 2006, until April 7, 2008. Guterres' separate appeal
followed his request for a special judicial review of his case by the Supreme
Court. In June 2007, Guterres' defense team petitioned the Constitutional Court
to review the constitutionality of Decree No. 26/2000 creating the special
human rights court that had convicted Guterres. In February 2008, the
Constitutional Court overturned specific legal provisions regarding the manner
in which the court had been established. The broader implications of that
decision are still being determined, but potentially they could render the
actions and decisions of the human rights court legally void, which in turn
could offer a legal avenue for rehearing all 18 cases.
The Governments of Indonesia
and Timor-Leste are pursuing a bilateral approach for both governments to
acknowledge responsibility for serious violations of human rights in 1999. The
final report of their bilateral Commission for Truth and Friendship (CTF) was
due in early 2008. We expect the report to be released this spring. The final
CTF report will draw from the Timor-Leste Commission for Reception, Truth, and
Reconciliation (CAVR - the Portuguese acronym) and the UN Serious Crimes Unit
reports, as well as the report of a special investigative team (KPP-HAM) the
Indonesian government formed in 1999 and information from the Indonesian
Attorney General's Office. To the extent that either government has reacted
publicly to date to these reports or to the report to the UN Secretary-General
of the Commission of Experts to Review the Prosecution of Serious Violations of
Human Rights in Timor-Leste (then East Timor) in 1999, it has been to reaffirm
their commitment to the CTF process, inaugurated in August 2005. The
Commissioners have expressed the importance they place on the international
credibility of the report as well as its importance as a vehicle for the
governments to accept responsibility for crimes committed in 1999. The two
governments appear to be moving toward a common understanding of the format and
content of the final document.
Our Response:
The State Department
essentially sidesteps the question. The government of Indonesia has not
seriously addressed the report of the Commission for Reception, Truth and
Reconciliation in Timor-Leste (CAVR) or the findings of the Council of Experts
(CoE). Indeed, at the time of their release Indonesian officials were
dismissive of these reports findings and recommendations. Indonesia’s
Foreign Minister rejected the CoE’s recommendation to set up an
international tribunal to try senior officials for crimes against humanity
should Jakarta continue to fail to hold accountable senior figures responsible
for the 1999 violence.
Further, Indonesia was so
angered by the results of the CAVR report that it delayed a meeting with
Timor’s President Xanana Gusmao. At the time of its release,
Indonesia’s foreign minister dismissed the report as "a war of
numbers and data about things that never occurred." Current Timor-Leste
President Jose Ramos-Horta has acknowledged the far-reaching nature of the
CAVR's recommendations and committed to "endeavor to implement them,"
saying "We owe it to the people, we owe it to the victims, we owe it to
the current generation and the future generation so that Timor-Leste can live
in peace."
The State report also does
not acknowledge that the Indonesian Government has refused to cooperate with
international warrants for individual Indonesian military officers and others
indicted in Timor-Leste for their roles in the 1999 violence.
Rather than address these
facts, the report raises the prospect that eighteen senior ranking Indonesian
military personnel and other alleged perpetrators of violence during 1999
referendum might face a rehearing.
Though not asked to comment
on it, the State report then proceeds to misconstrue the history and purpose of
the bi-lateral Truth and Friendship Commission (CTF) and thus creates a false
impression that the CTF is in some sense a follow up to the work of the CAVR
and CoE.
While the CTF certainly had
access to the work of these earlier commissions, the timing and mandate of its
commission indicates that the CTF was created in a failed effort to avoid the
appointment of the Commission of Experts. The State Department report also
fails to acknowledge the reality that the CTF could not assign individual
responsibility and was barred from making any recommendations for judicial
action against the perpetrators and organizers of the 1999 destruction and
violence.
Thus, far from constituting
a “vehicle for the governments to accept responsibility for crimes
committed in
The State Department report
ignores the much stronger and more specific conclusions and recommendations of
the bodies cited in the question. The CAVR and CoE urged international action
against the perpetrators and organizers of violence during Indonesia’s
illegal occupation of Timor Leste in the event domestic efforts prove
inadequate, as they clearly have.
Sec. 682(3). Steps taken by
the Indonesian military to divest itself of illegal businesses:
State Department
Response:
The TNI and its members have
historically operated a wide variety of legal and illegal businesses. Illegal
businesses have included resource extraction, toll collection, protection rackets,
prostitution, smuggling, gambling, and other illicit ventures. Military
elements are to some extent still involved in these activities today.
It is difficult to quantify
the extent or to judge accurately the rate at which such activities are being reduced,
but it appears that in recent years TNI leadership has grown less tolerant of
such activities. Prosecutions of soldiers involved in illegal activities have
taken place and have been publicized. In one recent case in late
There is a process in place
for the divestment of legal TNI businesses. A September 2004 law banned
military commercial activities and mandated that the government assume
ownership of "all business activities owned and operated by the military,
both directly and indirectly," within five years. President Yudhoyono
signed in April of this year a regulation formally creating the National Team
for the Transformation of TNI Businesses, whose mandate is to complete the
transfer of legal businesses before September 2009. The team is headed by a
credible, reform-minded former deputy director of the government's
Anti-Corruption Commission (KPK), though it is still unclear how extensively
the Team will seek to execute its mandate. A previous team, the TNI Business
Supervision and Transformation Team had compiled a list of 1,520 identifiable
businesses and in mid-2006 reported the results to the legislature (DPR). In
June 2007, the government announced that only businesses with assets worth over
roughly $2 million would be transferred, meaning that only six to twelve of the
businesses would be affected. This left 324 smaller enterprises, 1,071
non-profit cooperatives and 25 foundations, whose function the government
maintained was largely to serve the daily needs of soldiers and their
families.
A key reason that TNI
business operations continue at all is that current TNI budgets cover only
about a third of the TNI's basic funding needs. Indonesia's 2008 defense budget
is $3.5 billion, barely one percent of its GDP and much less than what its
closest neighbors spend on a per capita basis. Although the 2008 appropriation
is up from the 2007 funding level, the 2008 defense budget represents a smaller
share of the overall budget. An adequate budget is essential for the TNI to
develop into a modern, professional force.
Our Response:
The State Department
response notes that "it is difficult to quantify the extent or to judge
accurately the rate at which such activities are being reduced,”
nonetheless concluding that "it appears that in recent years TNI
leadership has grown less tolerant of such activities." The State response
fails to acknowledge that since the enactment of legislation banning military
commercial activities in 2004, the military has successfully resisted reform
through significant delays and a narrowing of scope of the businesses to be
removed from military control.
The President has delayed
action in the face of military opposition. The 2004 legislation must be fully
implemented by 2009, but only recently did President Yudhoyono enact
regulations essential to that implementation. The delays allowed the assets of
some of the targeted businesses to be looted. The Indonesian government has
failed to publish the inventory of TNI businesses, which is needed to
adequately monitor and evaluate the divestment process.
As the report notes, smaller
businesses and foundations remain in military hands, leaving this part of the
reform process unfinished. The 2004 law states clearly, “Within five
years from the passage of this bill, the government must take over all business
activities that are owned and operated by the military, both directly and
indirectly.” There is no distinction as to size or class of business, and
it was certainly not intended to cover merely half a dozen of the largest
enterprises.
The State response also
reports without correction the false Indonesian Government contention that
military foundations exist "to serve daily needs of soldiers and their
families." As revealed by respected Indonesian and international human
rights organizations, the foundations provide little substantive assistance to
enlisted personnel while providing valuable sinecure for senior officers.
The State response also
repeats the Indonesian military contention that a "key reason" for the
military business empire is that "current TNI budgets cover only about a
third of the TNI's basic funding needs." As demonstrated by published
research, including some conducted by the Indonesian government, many of
military businesses are near financial collapse after having been bled dry by
corrupt military management and pose serious financial liabilities. Many legal
businesses and most illegal businesses within the military's business empire
exist as channels of wealth for powerful retired and active duty military
figures and their private collaborators/patrons. Even legal businesses open the
door to ancillary illegal businesses, corruption, and human rights violations,
such as the Pasuruan shootings that followed a dispute over village land that military
was leasing to a private business.
Part II: Section 679
Report
S. 679(a)(2)(A)(i). Steps
taken by the government of Indonesia on the prosecution and punishment, in a
manner proportional to the crime, for members of the Armed Forces who have been
credibly alleged to have committed gross violations of human rights in
Timor-Leste and elsewhere, and cooperation by the Armed Forces with civilian
judicial authorities and with international efforts to resolve cases of gross
violations of human rights:
State Department
Response:
Indonesia continues to
undergo a dramatic democratic transition, but among the country's enduring
features is a deep, fervent, and widespread nationalism fostered by its long
experience of colonial rule until shortly after World War II. The great
majority of Indonesia's people today view accountability for past abuses of
human rights through the lens of nationalism and view the Indonesian Armed
Forces (TNI) as having defended the integrity of a nation that was, and to a
much lesser extent still is, beset by separatist pressures. As with many
transitioning nations that have grappled with the legacies of authoritarian
regimes, Indonesians themselves will have to recognize that accountability
matters not merely to the victims of the abuses and their families, but to the
country as a whole, and that achieving it will be a mark of the maturity of
Indonesia's democracy and a guarantee of justice for all its people. The U.S.
government relays that message on a regular basis to the Indonesian government
and people.
Although the record of
accountability for past abuses remains disappointing, Indonesia's record on
more recent cases of alleged human rights abuses is positive, as is the TNI's
overall reform effort. These efforts constitute an implicit recognition by the
TNI and Indonesian society of the unacceptability of human rights abuses
occurring now or in the future. Reforms to date have included the TNI's
withdrawal from political office, separation of the police from the TNI as an
independent force subject to civilian control, initial steps toward the TNI's
divestment of businesses, and the requirement that TNI soldiers undergo human
rights training.
The new TNI leadership has
made some moves toward accepting responsibility for known human rights abuses.
In January 2008, newly installed TNI commander Djoko Santoso pledged TNI
cooperation with two separate investigations by the National Commission on
Human Rights (Komnas HAM): the 1989 Talangsari case, in which Army soldiers
allegedly killed approximately 200 civilians in the town of Talangsari,
Sumatra, and the May 2007 shooting of civilians in Pasuruan, East Java, over a
land dispute, which resulted in four killed and eight injured. The U.S.
government is guardedly optimistic that the opening to the public of the trial
of Marines accused in the 2007 shooting could establish a precedent for future
accountability in a broader array of cases. The investigations for the two
cases are currently in progress. In March, a military tribunal in Jayapura
sentenced four TNI soldiers to, prison for their role in a rape case. A second
lieutenant and another soldier are in custody in Papua, while the TNI
investigates a fatal shooting in Tinginambut, Papua, in January 2008.
Another significant recent
action was a February 2008 Constitutional Court verdict that provides an
opportunity to advance or resume previously stalled domestic investigations
into gross violations of human rights. Currently, the legislature (DPR) has not
provided a legal basis for establishing ad hoc human rights courts for several
major cases. The recent Court decision requires the legislature to heed the
legal findings of investigations into past abuses by Komnas HAM and the
Attorney General's Office the only organs with the legal authority in
Indonesia to make determinations of the severity of past abuses
ostensibly by establishing a legal avenue for a judicial process. This ruling
may result in some as-yet-untried cases moving forward.
President Yudhoyono has
endorsed trying members of the military in civilian courts, which will require
the revision of the Code of Military Justice, Uniform Criminal Code, and
several other statutes. The DPR has had some initial debates on the design of
these laws, and the government has reportedly begun drafting appropriate laws.
In Indonesia, a law typically takes several years to move its way through the
cumbersome legislative process.
By comparison, the
Indonesian government's overall record on accountability for past human rights
abuses is less encouraging. There has been no serious accountability for the
gross human rights violations credibly alleged to have been committed before
and in the aftermath of the 1999 referendum in which Timor-Leste's people chose
independence from Indonesia. Nor has there been serious accountability for
gross human rights violations credibly alleged to have occurred in Aceh or
elsewhere, or during the protests leading to the fall of former President
Soeharto. Although the United States regularly discusses with the government of
Indonesia the need for accountability to restore full confidence in the
Indonesian Armed Forces with respect to past human rights violations and makes
the same case publicly, the prospect for any significant accounting in the
immediate future is uncertain at best.
Our Response:
The State response contends
erroneously that "although the record of accountability for past abuses
remains disappointing, Indonesia's record on more recent cases of human rights
violations is positive, as is the TNI's overall reform effort." This error
is based on citations to "reforms to date" as the “TNI
withdrawal from political office, separation of the police from the TNI and
initial steps toward TNI divestment of businesses and the requirement that TNI
soldiers undergo human rights training." In fact these reforms have been
partial or half-hearted, and have not included an end to the territorial
command structure, the dismantling of the military businesses empire, or other
prerequisites to genuine civilian control.
The TNI continues to
maintain its "territorial system," in effect a shadow government that
extends from the level of the central government down to sub-district and even
village level. The TNI uses this intrusive presence to overpower civilian control.
For example, the TNI recently decided which retired military officer would run
for Governor of Central Java. In recent months, as national elections near,
there has been an increasing flow of senior offices into retirement and
immediately into politics.
The separation of the police
from the TNI was a significant step, but one that occurred nearly eight years
ago. As noted above, 2004 legislation demanding TNI divestment of illegal and
legal businesses by 2009 has not been effectively implemented. The State response
itself notes that the recent Presidential decree limits the businesses affected
to those capitalized at more than $2 million: "only six to twelve of the
businesses would be affected... leaving 324 smaller enterprises, 1,071
non-profit cooperatives and 25 foundations" unaffected.
TNI soldiers have been
exposed to human rights training since the late 1990s. This is not a new
development, and, as illustrated by the 1999 violence in East Timor and
numerous other cases since, has been little more than a public relations
exercise.
The State response claims
that TNI Commander Djoko Santoso pledged TNI cooperation with two separate
investigations by the National Commission on Human Rights (i.e., the Talangsari
and Pasuruan cases). In fact, Santoso told the media in January 2008 that with
regard to retired TNI officers summoned in the Talangsari case "whether
they comply with or ignore the summons is not TNI business." Meanwhile,
Defense Minister Sudarsono has strongly defended the retired generals' defiance
of the summons. The Talangsari case therefore stands out as a prime example of
the failure to cooperate with the Commission.
Finally, the broad
contention that "widespread nationalism" is a barrier to military
reform ignores the extensive efforts of many Indonesians to secure real
military reform and accountability before the law. It also ignores regular
newspaper editorials and commentaries by prominent Indonesian intellectuals who
urge reform.
Sec 679(a)(2)(A)(ii).
Steps taken by the government of Indonesia on the implementation by the Armed
Forces of reform to increase the transparency and accountability of their
operations and financial management.
State Department
Response:
While there has been a
steady trend in the Indonesian Armed Forces (TNI) this decade toward increased
professionalism, particularly in the lower ranks, overall progress toward
greater transparency and accountability has been slow.
The TNI has had some success
in inculcating an ethic of accountability in its ranks. Soldiers now are
required to undergo human rights training and to carry an illustrated manual of
rules of engagement. Allegations of gross violations of human rights involving
the TNI are down sharply over the past three years. In those instances where
allegations of human rights violations have arisen this decade, the TNI has
generally undertaken efforts to investigate and, if warranted, prosecute the
cases.
Implementing transparency of
the TNI's financial management is proceeding. The Indonesian Defense Department
and the TNI have been cooperating with the United States and other partners
providing foreign assistance to modernize and professionalize Indonesia's
defense management. The U.S.-sponsored Defense Resource Management Study, a
multi-year project that began in 2006 and is slated for completion in 2009, is
helping Indonesia develop a long¬-term planning and programming process to
manage its defense resources in line with Indonesia's strategic priorities. One
goal of the study is to put defense spending on a sounder footing, thus
relieving some of the pressure to engage in problematic business ventures. The
study should give the Minister of Defense a managerial overview enabling his
Ministry and other agencies, such as the State Planning Agency (BAPPENAS) and
Department of Finance, to make better-informed decisions. This should also
result in greater transparency of defense budgets, procurement, and planning
for the legislature (DPR). Defense Minister Sudarsono has endorsed the interim
results at several points. TNI has completed a National Defense Strategy Paper
and a Defense White Paper, which provide the TNI a five-year plan for defense
resources. The White Paper is currently with the Chief of Staff and we expect
its publication in the near future.
Our Response:
Although it is correct that
"soldiers now are required to undergo human rights training," such
training was undertaken even during the Suharto regime.
The State Department's claim
that "allegations of human rights violations involving the TNI are down sharply
over the past three years" ignores multiple credible reports of abuses.
During the last three years TNI "sweeps" in the highlands of West
Papua have displaced hundreds of civilians from their homes into surrounding
jungles where they lack adequate food, shelter and health care. TNI units
conducting the sweeps have impeded Papuan efforts to bring humanitarian relief
to these besieged civilians, some of whom perished. The one significant
reduction in abuses has been in Aceh, following the tsunami and the subsequent
peace process.
The State response states
"One goal of a (U.S.-sponsored Defense Resource Management Study) is to
put defense spending on a sounder footing, thus relieving some of the pressure
to engage in problematic business ventures." In fact, TNI business
ventures are often operated at a loss and, as noted above, serve mainly as
sinecure for senior military offices. Tax avoidance and exploitation of
government resources, assigning of no-bid government contracts to these
businesses constitute a significant and direct cost to the government.
Sec. 679(a)(2)(B). that the
government of Indonesia has written plans to effectively provide accountability
for past violations of human rights by members of the Armed Forces, and is
implementing plans to effectively allow public access to Papua and to pursue
the criminal investigation and provide the projected timeframe for completing
the investigation of the murder of Munir Said Thalib:
State Department
Response:
We do not believe the Government
of Indonesia has created or is implementing a systematic written plan to
effectively provide accountability for past violations of human rights by
members of the Armed Forces. Evidence of the government's efforts to provide
accountability is detailed above [see response to Sec. 679(a)(2)(A)]. We do,
however, believe that the Government of Indonesia is implementing plans to
effectively allow public access to Papua and West Papua provinces and to pursue
a criminal investigation into the murder of Munir Said Thalib.
The Indonesian government
requires foreign journalists, NGO officials, and diplomats to obtain permission
to visit Papua or West Papua provinces on official business, although there is
some indication that the government is reviewing this policy. There are no
restrictions on Indonesian citizens traveling to Papua or West Papua for any
purpose, nor are there restrictions on foreigners traveling for tourism or
other non-official purposes.
Although the Indonesian
government has not announced any new policy to provide greater openness in
Papua and West Papua, access to the provinces has improved in recent years,
although foreign visitors' movements have been restricted and monitored. The
imperative of continued improvement remains an integral component of the U.S.
government's dialogue with Indonesia.
In 2007 the Indonesian
government allowed a number of high-profile international visitors to Papua and
West Papua: United Nations Special Representative on Human Rights Defenders
Hina Jilani (June); A TIME Magazine correspondent (September); United States
Ambassador Cameron R. Hume and a delegation of Embassy officials (October);
U.S. Delegate Eni Faleomavaega (November); United Nations Special Rapporteur on
Torture Manfred Nowak (November). High-level visitors through May 30, 2008 have
included: Prince Andrew, the United Kingdom's Special Representative for Trade
and Investment (March).
We are aware of no cases
where foreign diplomats, NGO officials or journalists were permanently denied
permission to visit Papua or West Papua, although the Indonesian government has
required that some visitors delay their travel or adjust their itineraries for
security reasons. For example, Ambassador Hume had to delay his October visit
to Timika, Papua, by one day because of rioting unrelated to his visit. Citing
security reasons, the Indonesian government did not allow Delegate Faleomavaega
to visit Jayapura and limited his stay in Papua to two-and-one-half days. In
other cases, visitors have been forced to delay their travel to Papua or West
Papua by several months.
In February 2008, the
Indonesian government allowed a major delegation of diplomats and international
development officials to attend the Second Development Partners' Conference in
Jayapura, Papua, without requiring them to obtain permission.
Progress on investigations
and prosecutions for the murder of Munir Said Thalib is a significant sign of
the government's determination to pursue accountability for abuses of human
rights allegedly committed by government officials. In January 2008, the
Supreme Court re-convicted Pollycarpus Budihari Priyanto of the murder and
sentenced him to 20 years in prison. The Supreme Court had overturned a
previous conviction for Pollycarpus for the crime in October 2006. The
prosecution and police are continuing to pursue other suspects, including
individuals at the National Intelligence Agency (BIN), whom they suspect of
complicity in the murder. The investigation is ongoing although the government
has not indicated a specific timeline for completing the investigative process.
To an unprecedented degree, this trial has openly addressed the suspected
involvement of security forces in Munir's murder.
Our Response:
Munir: The document is
correct in reporting the reconviction of Pollycarpus Budihari Priyanto and his
sentencing to 20 years in prison. However, the conclusion that the trial has
openly addressed the suspected involvement of security forces “to an
unprecedented degree” should not give the impression that this question
has been adequately addressed by the government.
The report of the
independent fact-finding team that first raised the issue of the involvement of
intelligence officials has never been released, contrary to a provision in the
presidential decree that created it. Furthermore, in Priyanto’s original
trial, the prosecution portrayed him as motivated solely by a sense of
patriotism, underplaying evidence he was an intelligence agent acting on orders
from above.
Nonetheless, during the
Supreme Court review of the decision, and the trials of two other airline
employees, new facts came out about the role of intelligence officials.
Together with a reinvigorated police investigation in 2008, this information
led to a major step forward that took place after the State Department document
was prepared: the arrest of retired General Muchdi Purwopranjono, a former
deputy at the State Intelligence Agency. His trial began in August.
The question now is whether
the prosecution will mount an effective case, and whether the possibility that
Muchdi was in turn acting on orders is ever investigated.
West Papua: The
report’s claim that "the Government of Indonesia is implementing
plans to effectively allow public access to Papua and West Papua
provinces," is suspect as there have been few specific procedural changes
in recent years.
In November 2007, Rep. Eni
Faleomavaega, Chair of the House Foreign Affairs Subcommittee on Asia, the
Pacific and the Global Environment, visited West Papua accompanied by the U.S.
Ambassador to Indonesia. Rep. Faleomavaega subsequently sent a public letter to
President Yudhoyono in which he described persistent interference with his
visit by Indonesian security forces who attempted to prevent meetings with
senior Papuan officials and civic leaders, as well as ordinary Papuans, and who
arbitrarily truncated his visit. (
http://www.etan.org/issues/wpapua/1207faleoletter.htm)
In June 2007, Hina Jilani,
Special Representative of the UN Secretary-General, visited West Papua.
Following her departure, Papuans with whom she had met faced threats and
intimidation. Ms. Jilani expressed concern about this retaliation in her report
and in separate messages to the Indonesian government during her visit. Her
report also cited restrictions on travel to and movement within West Papua,
including restrictions on the National Human Rights Commission investigations
of human rights violations there. (
http://daccessdds.un.org/doc/UNDOC/GEN/G08/103/40/PDF/G0810340.pdf)
Notwithstanding State
Department claims, restrictions on travel to and movement within West Papua
also extend to Papuans. In recent years, Indonesian security forces, including
Kopassus special forces, have conducted military operations, notably in the
central highlands, which regularly displace Papuan civilians. Indonesian
security forces, as a mater of course, impede and at times prevent attempts by
Papuan churches and humanitarian organizations to bring critical supplies to
these displaced villagers, who face life threatening denial of food, medical
care and shelter in the forests.
In 2005 Rep. Sam Farr (D-CA)
and Rep. Chris Smith (R-NJ) wrote a letter to the President of Indonesia,
signed by 33 colleagues, calling for lifting of restrictions on international
access to West Papua. "The travel permit (surat jalan) system, requiring
travelers to report their own movements to local intelligence agencies, is
contrary to the freedom of movement that is essential to a functional
democracy. In all areas of West Papua outside of major urban centers, foreigners
are required to carry surat jalan travel permits...We call on you to abolish
the travel permit system,” they wrote. The surat jalan travel permit
system remains firmly in place.
The congressional letter
also urged abolition of visa policies “that restrict access of
international journalists, researchers, and NGO workers to West Papua.”
These visa restrictions have not been abolished. It is currently possible for
members of the international community to visit West Papua on a 30-day tourist
visa. However, human rights workers, journalists, and researchers have been
imprisoned and deported while visiting West Papua with these visas.
Applications for longer visas are rarely approved and routinely subject to longand
sometimes limitless"procedural delays".
The State Department report
states: "We are aware of no cases where foreign diplomats, NGO officials
or journalists were permanently denied permission to visit Papua or West
Papua." Yet, in at least one specific case, which has been brought to the
attention of U.S. Embassy personnel in Jakarta, volunteers with a major
international human rights organization were denied visas to enter West Papua
in early 2008.
Prepared by John Miller and
Tom Ricker, East Timor and Indonesia Action Network (ETAN)
Ed McWilliams and Eben Kirsksey, West Papua Advocacy Team
Matthew Easton, Human Rights First
17.10.2008: International Parliamentarians for West
Papua in Londen, met speech van Carolien Lucas: “West Papua: the
Pacific’s Forgotten Tragedy”
Voor
diegenen, die het e.e.a. hebben gemist van de lancering van de International
Parliamentarians for West Papua nog één keer alles
"op een rijtje". In de bijlage de speech van Caroline Lucas (MEP -
Greens) gehouden op 17 okt. 2008.
Verslag
(Engels) en foto's:
www.infopapua.org/artman/publish/article_1845.shtml
www.infopapua.org/artman/publish/article_1846.shtml
Het Nederland dagblad publiceerde hierover op 17 en 22 okt. 2008:
http://www.nd.nl/zoekresultaten?terms=Papoea
Beelden zijn te bekijken op Youtube - video - zoekterm IPWP en op http://papuanews.viavideo.nl/
-----
Original Message -----
From: Pro Papua
To: M.C. Haverkamp ; K.G. Ferrier CDA ; M.H.P. van Dam PvdA ; H.E. Waalkens PvdA ; J.C. van Baalen VVD ; A.J. Boekestijn VVD ; Guido v. Leemput-SP. ; E. Irrgang SP ; M. Peters GrL ; J.S. Voordewind CU ; C.G. van der Staaij SGP ; A. Pechtold D66 ; F. Koser-Kaya D66 ; G. Wilders PVV ; M. Thieme PvdD ; M.C.F. Verdonk ; Isabelle Diks ; Isabelle Diks
Sent: Wednesday, October 22, 2008
4:46 PM
Subject: Lancering International
Pariamentarians for West Papua
Beste
volksvertegenwoordigers,
In
Londen Engeland is op 15 okt. jl. gelanceerd de "International
Parliamentarians for West Papua", waarvoor sommigen van u een
uitnodiging ontvingen.
Om
u, in het kort, te informeren het volgende. Bij de lancering in het
parlementsgebouw in Londen waren aanwezig:
Andrew
Smith
(MP - Liberals)
Lord Richard
Harris
(House of Lords - Liberals)
Lord
Avebury
(House of Lords - Liberals)
Lembit
Öpik
(MP - Liberals)
Jeremy
Corbyn
(MP - Labour)
Moane Carcasses
Kalosil
(MP - Greens Vanuatu)
Mrs.
Melinda
Janki
(internationaal juriste)
John Otto
Ondowame
(Vanuatu)
Julian McKinlay
King
(Australië - AWPA)
Carmel Budiardjo en Paul Barber
(Tapol Engeland)
leden van de Free West Papua Campaign Engeland en Nederland.
Vrijdagavond 17 oktober 2008 - Reading - "Reading International
Festival"
Lezing
Caroline Lucas (MEP - Greens) over "West Papua: the Pacific's
Forgotten Tragedy" (zie bijlage)
Optreden
zang- en dansgroep Mambesak uit Nederland
Ook
aanwezig de burgemeester van Reading, Mayor Peter Breard (Liberals) met
echtgenote.
Het
Nederlands Dagblad publiceerde hierover op 17 en 22 oktober 2008.
Beelden
zijn beschikbaar op Youtube Video zoekfunctie IPWP en op .
Van de Nederlandse
parlementariërs reageerde echter alleen de heer van Staay van SGP , dat
hij niet aanwezig kon zijn.
West Papua speech – October 17th 2008 –
Carolien Lucas
On May 1st it is
traditional here in the UK to celebrate both the achievements of
the labour movement
and the start of summer. On the other side of the world,
however, on the western
half of the island of New Guinea, just a few hundred
miles north of
Australia, May 1st is marked in other ways. Here a million and
a
half indigenous
West Papuans remember the day on which Indonesia illegally
occupied West
Papua. I am proud to be part of a growing movement here in the
UK dedicated
to ensuring that the voices of West Papuans are not drowned out
by either the
sound of Western diplomatic appeasement or the boots of the
estimated
35,000 Indonesian troops that are currently trampling all over the
West
Papuan’s human rights, environment and culture. That’s 1 solider
for
every 44 West
Papuan citizens. And everyone in this room is part of that same
growing
movement, joining in solidarity with our friends in West Papua to
ensure that
everyone knows their story.
Much of that
story will be familiar to most of you here this evening, so I want
to focus on
just those aspects of it that have particularly struck me.
In West Papua
you take your life into your hands simply by raising the national
flag,
particularly on Independence Day, December 1st. Yet West Papuans
remain loyal to
this powerful symbol of the right to self determination. Each of
the 13 stripes
stands for a West Papuan tribe. The red stripe at the side
reminds us of
political struggle and bloodshed. The blue and white stripes
represent the
ocean and the land, whilst the morning star is the star of hope.
(bound to be at
least one flag up in the room!) It must be difficult to hold onto
hope in the face
of a sham referendum; when at least 10% of the indigenous
Melanesian
population have been wiped out by the occupying Indonesian army;
when systematic
human rights abuses including arbitrary detention, rape,
torture,
beatings in custody and extra-judicial killing are common place; when
your crops are
systematically destroyed as part of a concerted effort to starve
you and deny
your land rights; when people are routinely displaced and
hundreds of
homes, churches, clinics and schools burned to the ground by
Indonesian
troops; and when the rest of the world does not clamour for
Indonesia to be
held to account.
Yet the struggle
for self determination in West Papua, as in other parts of the
world, is
strongly rooted in hope – because once you choose to hope almost
anything is
possible.
This is also
true for those of us here in the UK who are trying to play a role,
however, small,
in bringing about a free West Papua. The Indonesian
occupation only
continues because our own government, and countless others,
does not speak
out against it. Why, we ask, when the UN’s Special
Representative
has expressed grave concerns about the observation and
perpetration of
human rights violations, is there such a solid wall of silence?
Why, despite
plentiful evidence that the ‘Act of No Choice’ was forced upon
West Papua, does
the international community continue to uphold its terms?
Why when Amnesty
International has highlighted the plight of political
prisoners in
West Papua, does our Prime Minster look the other way?
Perhaps because
in global currency the lives of West Papuans have little value
compared to the
vast profits up for grabs if we are friends with Indonesia.
Amongst those
countries which have made money supplying arms to the
Indonesian
military as they tortured and killed West Papuans are the United
States, the
United Kingdom, Canada, The Netherlands, Australia, New Zealand,
Russia, France,
Germany, Belgium, Sweden, Thailand, South Korea, Japan,
South Africa,
and China. In 2005, I wrote to the then Foreign Secretary, Jack
Straw about a
deployment of British supplied Tactica armoured personnel
carriers fitted
with water canons. Reports suggested that these might be used
to quell
protests on West Papua’s national day, thereby breaching the UK’s
commitment to
not supply equipment that might be used in human rights
violations. The
Minister confirmed the water canons were used against West
Papuans. He also
asserted that maintaining law and order within its boundaries
did not
constitute internal repression or a human rights abuse on the part of
the Indonesian
authorities. Shame on him.
The West also
benefits economically when companies like BP & Freeport/Rio
Tinto exploit the
natural resources of West Papua, including natural gas,
copper and gold.
BP has claimed that because it is not paying the Indonesian
military for
‘protection’, the development of a natural gas project in West
Papua is not
ethically suspect. I disagree. The Indonesian government will
benefit
financially from the project and West Papuans will not receive a penny.
Just as they
have never received a penny of the massive profits turned over by
Freeport, whose
Indonesian subsidiary last year paid the Indonesian
government over
1.8 billion dollars in tax. The chief of the Kapiraya tribe in
West
Papua’s Kaimana district launched a campaign for compensation against
Freeport earlier
this year, because their mining operations have been
responsible for
several rivers being polluted, killing wildlife and poisoning
water sources
for local people. Mine waste was also fouling parts of the Etna
Gulf coastline.
The local village communities are now facing water shortages
because of the
effect of chemical pollutants from the company.
And the assault
on West Papua’s environment does not end there. The rush to
grow agrofuels
to feed the West’s addiction to cars is already exerting pressure
on rainforest
and indigenous populations in Indonesia. There is a very real risk
that land in
West Papua might be cultivated in this way, posing a further
ecological
threat, as well as denying people the right to grow food for their
families.
Here in
Britain, the Free West Papua Campaign is leading the way and taking on
these
corporations and the government. They are also taking on perhaps an
even bigger
challenge – people’s ignorance. What strikes me most about the
situation in
West Papua is how little is known about what is going on. As a
politician I
feel that one of the most valuable things I can do is try and raise
awareness of
the brutal way in which the Indonesian military repeatedly abuse
human rights
in West Papua. I am calling on each and every one of you to
consider how
you can play a role, no matter how small, in thwarting
Indonesia’s
efforts to hide what is taking place in West Papua.
We have
amongst us here tonight Benny Wenda, who has certainly not allowed
the Indonesian
government to silence him. I was lucky enough to first meet
Benny some
years ago when he spoke at Green Party conference. His honest
and moving
account of what he has left behind in West Papua is incredibly
inspiring and
I want to thank Benny and his wife Maria for sharing their story
with so many
of us. Just two days ago Benny helped launch International
Parliamentarians
for West Papua at the Houses of Parliament. I know I speak
on behalf of
everyone here when I express hope that this initiative will achieve
what at times
seems impossible - freedom of expression for West Papuans; self
determination
and independence through democratic processes; full access to
West Papua for
international journalists and human rights observers;
demilitarization
by the Indonesian army; independently mediated dialogue,
without
pre-conditions, between the Indonesian government and genuinely
representative
West Papuan leaders; and, above all, a free West Papua – Papua
Merdeka!
20.10.2010: N.a.v. een
e-mail van Watch Indonesia met onthutsende video beelden hoe 2 Papoea's door
Indonesische militairen werden gemarteld, stuurde ik direct een e-mail naar de
SGP Fractie. Het bericht van Watch
Indonesia met video beelden is te lezen en te zien onder de rubriek: Mensenrechten. Klik in dit bericht op:
www.ahrchk.net
(Nu 22.10 zijn de
videobeelden verwijderd en zijn er debatten in het Indonesische parlement
hierover/ Als U meer wilt weten kijk dan bij rubriek: mensenrechten.
Met de SGP Fractie
onderhield ik altijd een zeer goed contact en ook nu werd ik niet
teleurgesteld, mijn dank hiervoor! Zie onderstaand bericht:
Schriftelijke vragen van het
lid Van der Staaij (SGP) aan de minister van Buitenlandse zaken over marteling
van Papoea’s door Indonesische militairen
20-10-2010
-
Heeft u kennis genomen van de videobeelden op internet waarop
Indonesische militairen mensen in de provincie Papoea martelen?[1]
-
Wat is de achtergrond van deze martelingen? Klopt het dat de agressie
jegens Papoea’s in Indonesië toeneemt? Hoe valt dit te verklaren?
-
Hoe valt de houding van de Indonesische regering momenteel te
kenschetsen ten aanzien van de provincie Papoea en ten aanzien van de
separatisten in het bijzonder?
-
Op welke wijze heeft u in de afgelopen periode, eventueel middels
internationale gremia, de precaire positie van Papoea’s in Indonesië
aan de orde gesteld bij de betreffende autoriteiten? Welke resultaten heeft dit
opgeleverd? Betoont Indonesië zich gevoelig voor internationale kritiek
hieromtrent?
-
In hoeverre heeft de positie van de Papoea’s in Indonesië
thans de aandacht van de EU? Kan deze aandacht verder geïntensiveerd
worden? Wilt u dit bevorderen?
-
Bent u bereid – zo mogelijk ook in
internationaal verband – om de nu aangeduide martelingen van
Papoea’s door Indonesische militairen te benutten als handvat om opnieuw
de positie van hen aan de orde te stellen bij de betreffende autoriteiten
én te bevorderen, dat de Indonesische regering haar verantwoordelijkheid
neemt in het beschermen van deze bevolkingsgroep?
2.1.2011: De Stichting Pro Papua schreef n.a.v. de
marteling van Papoea's door Indonesische militairen onderstaande brief naar de
Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken. Zie in dit verband de videoopname:
http://video.ahrchk.net/AHRC-VID-012-2010-Indonesia.html
De minister van Buitenlandse Zaken
Dr. U. Rosenthal
Postbus 20061
2500 EB DEN HAAG
Datum: 29 januari 2011
Betreft: Veroordeling inzake
"martelvideo" Papua
Geachte heer Rosenthal,
In onze brief van 21 oktober 2010 spraken wij onze afkeuring uit
over de flagrante mensenrechtenschendingen, zoals getoond op de video opname
welke werd verspreid door o.a. de Asian Human Rights Commission*.
Inmiddels heeft de veroordeling van drie betrokkenen door een
militaire rechtbank in Jayapura op maandag 24 januari 2011 plaatsgevonden en
zijn zij veroordeeld, niet voor marteling maar voor het negeren van orders, tot
een gevangenisstraf van 8 tot 10 maanden.
In de beantwoording van Kamervragen** beschouwde u het als een
positieve ontwikkeling, dat de Indonesische autoriteiten proactief reageerden op de publicatie van de video, ook naar de
internationale gemeenschap.
Mensenrechtenorganisaties, evenals de Australische en Amerikaanse regering
reageerden eveneens proactief op de veroordeling, zoals u op (een willekeurige
selectie) kunt lezen in de bijlage.
De minister van buitenlandse zaken Marty Natalegawa beloofde,
zoals u ons schreef, de eindresultaten van het onderzoek met Nederland te
delen.
Graag vernemen wij van u, of de minister zich aan deze belofte
heeft gehouden en zo de resultaten nog niet zijn gedeeld of u bereid bent
alsnog te vragen naar de rapportage van dit onderzoek.
Ook worden wij graag geïnformeerd over het standpunt van de
Nederlandse regering met betrekking tot dit onderzoek, evenals uw standpunt met
betrekking tot de veroordeling van de betrokkenen voor het “negeren van
orders” in plaats van “marteling”
Met vriendelijke groet,
Stichting Pro Papua
Onderstaand
commentaar vanuit het buitenland:
The Jakarta Post
January
25, 2011
National Commission for Human Rights (Komnas HAM) member Ridha Saleh said he
was disappointed with the verdicts and with the insubordination charge levied
against the defendants. Komnas HAM’s probe of the case did not result in
a recommendation to form a human rights tribunal to try the soldiers.
Haris Azhar, chairman of the Jakarta-based Commission for Missing Persons and
Victims of Violence, said that the lenient sentences were proof that the TNI
was reluctant to reform. “The court only punished low-ranking
[non-commissioned] officers, while their superiors were untouched,” Haris
said.
Usman Hamid from the International Center for Transitional Justice called the
rulings as a “miscarriage of justice”.
London-based Amnesty International said it was “concerned that these
sentences do not match the severity of the crimes”. “The fact that
the victims were too frightened to testify due to the lack of adequate safety
guarantees raises serious questions about the trial process,” Laura
Haigh, the group’s Southeast Asia Research and Campaign Assistant, said.
The New York Times
January 25, 2011
The resulting process has been a “joke,” said Elaine Pearson, the
deputy Asia director of Human Rights Watch, which is based in New York.
“This was really an important test case for the Indonesian government,
and they’ve really failed to show that they’re serious about
addressing human rights violations,” Ms. Pearson said.
The Sydney Morning Herald
January 25, 2011
The verdict in the trial - closely watched by embassies and widely seen as a
test of Indonesia's commitment to human rights was slammed by
activists and met with a terse response from the Australian government. ''The
Australian government notes the guilty verdict,'' a department of foreign
affairs spokeswoman said in an emailed statement yesterday. ''The Australian
government will continue to follow reports of human rights abuses in Indonesia
and to raise issues with relevant Indonesian authorities as appropriate.''
The Sydney Morning Herald
January 27, 2011
Australia's response to the outcome of the military court's investigation into
the torture of the two West Papuans has been to ''note'' the guilty verdict and
assure the world that it ''will continue to follow reports of human rights
abuses in Indonesia and to raise issues with relevant Indonesian authorities as
appropriate''. But it is clear that President Yudhoyono is unlikely to be moved
by such ''noting'' or expressions of concern to relevant authorities as
appropriate, from Australia or, in Yudhoyono's words, ''the world, the UN, the
EU or the US''.
ABC News/Radio Australia
interview Friday, January 28, 2011
Presenter: Geraldine Coutts
Speaker: Jeff Waters, ABC Senior Correspondent for the Australia Network:
Phillip Crowley, who is the spokesman for Hillary Rodham Clinton, has tweeted
on the internet saying and I quote, "the sentences issued in an Indonesian
military trial do not reflect the seriousness of the abuses of two Papuan men
depicted in the 2010 video. Indonesia must hold its armed forces
accountable for violations of human rights. We are concerned and will follow this case."
31.10.2011: E-mails naar alle fracties van de Tweede
Kamer:
Als N.G. veteraan wil ik graag
Uw aandacht vragen voor de mensenrechten schendingen in West Papua, zie
website: www.westpapuahetvergetenvolk.nl
Bij het laatste Papoea Congres
in West Papua zijn 300 Papoea’s gearresteerd en vielen er 6 doden. Door
de politieke gevoeligheden heb ik hierover niets in de dagbladen kunnen
vernemen en als veteraan stoor ik mij aan de matige berichtgeving, de
taboesfeer en de dominantie van de economische logica in deze kwestie, zeker
afgezet tegen de gebeurtenissen die zich in de periode na 1962 hebben
afgespeeld.
Politiek Nederland heeft zich
al bijna 50 jaar helemaal afgekeerd, terwijl men toch ook een zekere morele
verantwoordelijkheid heeft op te brengen.
Men heeft de Papoea’s
indertijd wat beloofd, maar afgezet tegen de gebeurtenissen, de stille
genocide, heeft de Nederlandse politiek naar mijn bescheiden mening toch nog
wel een inhaalslag te maken.
Met de goede intenties van het
V.N. mandaat om inheemse volkeren te beschermen is ook niets gedaan!
Het Referendum van 1969 heeft
men bewust laten frauderen, met als gevolg dat een compleet inheems volk heden
ten dage nog wordt onderdrukt.
Beseft U wel wat het betekent
dat elke belangrijke Papoea, geestelijke, dominee, activist, wordt bedreigd en dat
velen zijn uitgeweken, naar b.v. PNG, waar de vluchtelingen kampen vol zitten.
Op de website staan video
beelden over martelingen, over razzia’s en op facebook staan allerlei
video’s die er niet om liegen.
Eigenlijk vind ik het gewoon
niet kunnen dat de Nederlandse politiek zich zo weinig laat horen en dat meen
ik uit de grond van mijn hart!
Gisteren hoorde ik de speech
van advocaat Warinessy, die zich enorm inzet voor zijn volk en die mij inspireerde
om alle politieke partijen aan te schrijven en alhoewel ik mij in acht moet
nemen vanwege een hart infarct, heb ik toch gemeend dit te moeten doen.
Ben nu erg benieuwd naar Uw
reactie,
met vriendelijke groeten,
Gerard Thijssen
Zwolle,
10 november 2011.
S.
Goossensen
Juridisch-
en Maatschappelijk Adviseur
Wiecherlinckstraat
30
8011
KJ Zwolle
E-mail
: onderstesteen@hotmail.com
-------------------------------------------------------------------------------
West Papua - voormalig Nederlands
Nieuw Guinea -
het land van de MORGENSTER ?
Aan de minister van Integratie en
Asielbeleid, G. B. M. Leers.
Er lopen op dit moment meerdere procedures van
inwoners uit West Papua, die hier hun toekomst zoeken. Enkele procedures staan
op dit moment op het scherpst van de snede. U heeft een medewerker van de
IND-Rijswijk de opdracht gegegeven om contact met mij op te nemen.
Deze medewerker heeft contact met mij
opgenomen en aangegeven dat hij de landenspecialisten opdracht zou geven het
schenden van de Rechten van de Mens door Indonesië te laten onderzoeken.
Er is aan het einde van dat telefoongesprek aangegeven dat er binnen enkele
weken opnieuw telefonisch contact met mij zou worden opgenomen. Echter dat moet
nu nog gebeuren.
Ook heeft die medewerker aangegeven, dat als
de Rechten van de Mens daar zo zouden worden geschonden als ik aangaf, het voor
de Papua's in de nu lopende asielprocedures zeer positief zou zijn.
Geachte heer Leers, op de eerste plaats, zou
u willen verzoeken of die medewerker van de IND-Rijswijk opnieuw cintact met
mij zou kunnen opnemen? En ten tweede zou ik ook u willen aangeven, uw
landenspecialisten behoeven het schenden van de Rechten van de Mens niet te
onderzoeken, al vele jaren zijn er officiële rapporten van o.a. de UNHCR
en Amnesty International, enz., enz. Echter die worden door de Nederlandse
overheid, kabinetten en de Tweede kamerleden der Staten generaal al vanf 1962 ter
kennisgeving aangenomen en achteloos terzijde gelegd.
Door deze manier van doen en het
negeren van informatie van gerenommeerde hulpverleningsorganisaties maken u en
uw dienst zich medeverantwoordelijk voor het schenden van de Rechten van de
Mens en medeverantwoordelijk voor de vermisten, gewonden en de vermoorde
Papua's, waaronder zelfs (voormalige) Nederlanders, landgenoten van u en mij !
Aan de minster van Buitenlandse
Zaken, U. Rosenthal.
Uw collega van het ministerie van Integratie
en Asielbeleid en zijn medewerkers van de IND, dienen voor het vormen van
beschikkingen inzake de asielaanvragen, gebruik te maken van de ambtsberichten
/ landenpagina's van het ministerie van Buitenlandse Zaken gevbruik te maken.
Ook bij u is meer dan bekend, al dan niet bewust, dat er op die website geen
enkele indicatie is te vinden over de werkelijke toestand in West Papua over de
Schendingen van de Rechten van de Mens.
U en uw ministerie van Buitenlandse Zaken
zijn drommels goed bekend met de mensonterende situaties in West Papua inzake
het schenden van de Rechten van de Mens, hierbij loopt u voorbij aan het feit
dat ook (voormalige) Nederlanders, (oud) landgenoten van u en mij, en u draagt
mede de verantwoording voor wat daar gebeurt door niet volledige ambtsberichte
over Indonesië op uw landenpagina te projecteren en daardoor negatieve
beschikkingen worden uitgereikt aan asielzoekers die het recht hebben om in hun
voormalige moederland Nederland te mogen wonen en werken.
Aan de minister van Algemene Zaken,
minister-president M. Rutte.
Een minister president draagt als leider van
een kabinet de eindverantwoording voor wat zijn kabinet ten uitvoer brengt, en
als in deze kwestie vanaf 1962 in het voormalige Nederlands Nieuw Guinea, nu
West Papua, op geen enkele wijze dan alleen administratieve activiteiten
ondernomen worden door periodiek eens een schriftelijke / mondelinge vraag te
stellen aan de Indonesische overheid over het schenden van de Rechten van de
Mens, adviseer ik u om eens bij uzelf te rade te gaan.
In de afgelopen toen jaar zijn nu zo'n 3
keer vragen aan de Indonesiseche overheid gesteld in de trant van "wij als
Nederland, maken zich zorge over het schenden van de Rechten van de Mens in
West Papua, bent u (de Indonesische overheid) bereidt om daar de Rechten van de
Mens na te leven en te controleren?
En als antwoord krijgt u dan : de
Indonesiche overheid heeft kenbaar gemaakt dat de Rechten van de Mens in West
Papua zullen worden nageleefd !
Och ook de Nederlandse overheid kijkt niet op
een paar duizend doden meer of minder onder de Papua's, de economische belangen
met een moslimrepubliek met 237 miljoen inwoners is belangrijker dan een paar
honderdduizend papua's die grotendeels van christelijke origine zijn, daar
moeten we maar niet bij stil blijven staan.
Ca. 20 kabinetten vanaf 1962, voor het
overgrote deel van christelijke signatuur en een enkel maal met
VVD-ondersteuning of vanuit de PvdA, of zal ik zeggen net als bij dit kabinet :
gedoogd, hebben op geen enkele wijze aantoonbaar gemaakt dat Nederland ook maar
enigzins zou willen opkomen voor die mensen die 400 jaar met onze zelfingenomen
VOV-mentaliteit zijn beroofd en vanaf 1962 door Indonesië worden
uitgemoord.
Slaat u de rapportages van o.a. de UNHCR en
Amnesty Internatioanl eens op na !
Aan alle fractievoorzitters en leden
van de Tweede Kamer.
U en al uw vorige collega's vanaf 1962
hebben een controlerende taak uit te voeren in de Tweede Kamer richting kabinet
en al die vorige kabinetten. Een kamerlid vertelde mij ongeveer een jaar
geleden : "wij zitten in de Tweede Kamer voor de controle van/op de wet-
en regelgeving", maar naar mijn mening heeft de Tweede Kamer, naast het
meebesturen van het Koninkrijk der Nederlanden een controlerende functie inzake
de (mis)activiteiten van de regering - het kabinet.
OP 09 juli 2011, heb ik mijn eerste brief /
mail richting politiek Den Haag gestuurd en voor het overgrote deel zwijgt de
Kamer stil en heeft het de oren en het geweten dichtgeschroeid inzake West
Papua (voormalig Nederlands Nieuw Guinea.
Ja, het PVV-kamerlid Kortenoeven heeft
enkele vragen gesteld, nou de antwoorden had ik hem al gegeven alsvorens
minister Rosenthal met dezelfde antwoorden kwam. Zo zal men in de Kamer denken:
"daar hebben we weer afdoende antwoorden op gehad en kunnen we weer gewoon
verder. West Papua is de "ver van ons bed" show.
Weet u dat daar tot op de dag van vandaag
mensen bij (honderd)duizenden Papua's zijn / worden vermoord door de
Indonesische overheid en geheime politie en weet u dat daar zonder meer mensen
tussen zitten die dezelfde nationalitiet hadden / hebbe als u en ik ? ?
namelijk de Nederlandse nationaliteit en weet u dat er mensen zijn uit die
situatie die hier in Nederland in vreemdelingenbewaring zitten en/of
terchtkomen, met als enigste "misdaad" dat hun ouders of zij in het
bezit waren van die Nederlandse nationaliteit en hun kinderen daar eigenlijk
aanspraak op zouden moeten kunnen maken.
Echter voor het gemak zijn onze
volksvertegenwoordigers en wetontwerpers in 1984 maar bewust / onbewust vergeten
West Papua (voormalig Nederlands Nieuw Guinea) te beneomen als voormalig
Nederlands overzees gebiedsdeel, zoals de Molukken en Suriname.
From:
onderstesteen@hotmail.com
To: onderstesteen@hotmail.com
Subject: HET LOT VAN DE PAPUA'S VANAF TOEN (1962) TOT HEDEN, ANNO 2011 !
Date: Tue, 8 Nov 2011 14:56:40 +0100
From: onderstesteen@hotmail.com
To: m@minbuza.nl
CC: carsecretariaat@minaz.nl; postbus.minia@minbzk.nl;
cc: a.pechtold@tweedekamer.nl;
s.blok@tweedekamer.nl; e.roemer@tweedekamer.nl; j.cohen@tweedekamer.nl;
a.slob@tweedekamer.nl; j.sap@tweedekamer.nl; g.wilders@tweedekamer.nl;
r.deroon@tweedekamer.nl; s.buma@tweedekamer.nl; marianne.thieme@tweedekamer.nl;
c.vdstaaij@tweedekamer.nl; redactie@eenvandaag.nl; redactie@nd.nl;
redactie@parool.nl; redactie@refdag.nl; redactie@trouw.nl;
redactie@volkskrant.nl; r.pietersen@trouw.nl; jan.ponsen@eenvandaag.nl;
nrc@nrc.nl; zwolle@destentor.nl; zembla@vara.nl
Subject: HET LOT VAN DE PAPUA'S VANAF TOEN (1962) TOT HEDEN, ANNO
2011 !
Date: Fri, 21 Oct
2011 11:16:13 +0200
We hebben een kabinet dat regeert en
we hebben een Tweede Kamer die toetst en controleert.
(zo zou het moeten zijn ! ! ! )
In onderstaande brief / mail staat
meer dan genoeg aangegeven dat de Tweede kamer niet controleert en het kabinet
niet regeert, maar vooruitschuift ! ! !
21 october 2011
Het lot van de Papua's vanaf toen
(1962) tot heden, anno 2011
T.a.v. de Minister van Buitenlandse
Zaken - U. Rosenthal , als basis voor zijn antwoorden op de
vragen van het PVV-Kamerlid, de heer Kortenoeven.
T.a.v. de Minister van Integratie en
Asielbeleid - G. B. M. Leers, als basis voor
het werken met onjuiste gegevens vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
T.a.v. de Minister van Algemene
Zaken, tevens minister president - M. Rutte,
als eindverantwoordelijke van het zoveelste kabinet na 1962 (ca. 20
kabinetten), dat na 1962 eigenlijk medeschuldig is aan het schenden van de
Rechten van de Mens op West Papua - voormalig Nederlands Nieuw Guinea, het
laatste Nederlandse overzeese gebiedsdeel van voormalig Nederlands Oost Indië.
T.a.v. alle fractievoorzitters van de
politieke partijen die in de Tweede Kamer der Staten Generaal vertegenwoordigd
zijn, alsmede alle nu zittende Tweede Kamerleden.
Echter in wezen is dit bestemd voor alle
premiers die leiding hebben gegeven aan de kabinetten vanaf 1962 tot nu, voor
alle kabinetten die hebben geregeeerd vanaf 1962 tot nu, voor al die Tweede
Kamerleden die op het pluche hebben gezeten vanaf 1962 tot nu, want u allen
bent meer dan alleen maar mede-verantwoordelijk voor de "stille GENOCIDE",
die plaatsvindt op het voormalige Nederlands Nieuw Guinea, nu West Papua
geheten, vanaf 1962 tot op dit moment anno 2011.
Net zoals de heer Kortenoeven enkele dagen
geleden vragen heeft gesteld aan de huidige Minister van Buitenlandse Zaken, de
heer U. Rosenthal, hebben rond 2000 en enkele jaren later ook de SP, middels
Jan Marijnissen en de SGP, middels Bas van der Vlies, vragen gesteld aan de
toenmalige Ministers van Buitenlandse Zaken. Voor mijn gevoel zal het antwoord
van de heer Rosenthal, op de vragen van de heer Kortenoeven van de PVV, exact
hetzelfde zijn als de antwoorden van de voormalige Ministers van Buitenlandse
Zaken.
Het antwoord zal in het kort
weergegeven als volgt luiden: Ik heb de Indonesische overheid in kennis gesteld
over de zorgen van de Nederlandse regering inzake het handhaven van de Rechten
van de Mens op West Papua.
De Regering van Indonesië heeft
mij geantwoord en aangegeven dat zij zullen toezien op het handhaven van de
Rechten van de Mens in West Papua.
De vragen die op 19 october 2011,
door het lid Kortenoeven (PVV) aan de minister van Buitenlandse Zaken over de
geweldadige Indonesische reactie op het vreedzame onafhankelijkheidsstreven van
de Papua's, zijn gesteld.
1)
Hoe beoordeelt u de nieuwsberichten 'Declaration
of Independence Prompted Warning Shots in Papua: Military'en 'Papua congrss
calls for peaceful path to self-determination'en wat is uw oordeel over de
Indonesisiche reactie op het door de Papua's georganiseerde congres?
2)
Heeft u de Indonesische autoriteiten
inmiddels aangesproken op de geweldadige wijze waarop het
onafhankelijkheidsstreven van de Papua's wordt onderdrukt ? Zo ja, hoe ? Zo
nee, waarom niet ?
3)
Bent u bereid van de Indonesische regering
te eisen dat de gevangengenomen papualeiders onmiddellijk in vrijheid worden
gesteld en dat het onderdrukken van en het geweld plegen tegen de Papua's
onmiddellijk wordt getsopt ? Zo nee, waarom niet ? Zo ja, welke drukmiddelen
gaat u dan aanwenden ?
4)
HOE STAAT DE NEDERLANDSE REGERING TEN
OPZICHTE VAN HET ONAFHANKELIJKHEIDSSTREVEN VAN DE PAPUA'S IN HET ALGEMEEN EN
IN HET LICHT VAN DE NEDERLANDSE BELOFTEN DIE IN DE PERIODE VOOR 1963 AAN DE
PAPUA'S WERDEN GEDAAN ?
5)
Wilt u deze vraqgen voor dinsdagochtend 25
oktober 11.00 uur beantwoorden ?
Toch mis ik belangrijke andere vormen
van het schenden van de Rechten van de Mens in West Papua in het rijtje van de
heer Kortenoeven (PVV). Alle politieke partijen hebben, evenals de heer M.
Rutte, de heer U. Rosenthal en de heer G. B. M. Leers, op 09 juli 2011 een meer
dan uitvoerige beschrijving ontvangen per brief / mail over het schenden van de
Rechten van de Mens in West Papua, die worden uitgevoerd door het Indonesche
leger en de Indonesische Geheime Politie.
Ik zal in het kort enkele
gebeurtenissen aanhalen uit dat schrijven van 09 juli 2011:
En denkt u eens aan:
30.000 Papua's (waaronder ook Papua's die in het bezit waren van de Nederlandse
nationaliteit ten tijde van de overdracht in 1962), die vermoord zijn tussen
1962 en 1969, toen voormalig Nederlands Nieuw Guinea onder de
overgangsverantwoording viel van de Verenigde Naties en de rijkste goud- en
kopermijnen ter wereld door het betalen van vele miljarden smeergeld aan de
Indonesische overheid in het bezit kwamen van de Amerikanen en tengevolge van
die exploitatie van die mijnen vele tientallen duizenden Papua's verdreef van
huis en haard.
En denkt u eens aan :
de ca. 13.000 Papua's (waaronder ongetwijfeld Papua's waren die in 1962 in het
bezit waren van de Nederlandse nationaliteit), die in het begin van de
zeventiger jaren zijn VERMOORD op de grens van voormalig Nederlands Nieuw
Guinea en voormalig Australisch Nieuw Guinea (nu PNG) in de gebieden in de
omgeving van Jayapura.
En denkt u eens aan :
de vele doden onder de Papua's (waaronder ongetwijfeld Papua,s waren die in
1962 in het bezit waren van de Nederlandse nationaliteit), die vielen in de eerste helft van de
tachtiger jaren ten gevolge van NAPALM-BOMBARDEMENTEN.
En denkt u eens aan :
april 2003, toen Indonesiërs, door militaire operaties, duizenden Papua's
(waaronder ongetwijfeld Papua's toe behoorden die in 1962 in het bezit waren
van de Nederlandse nationaliteit) en woonachtig waren in 25 dorpen in de
omgeving van Wamena, van huis en haard verdreven richting de oerwouden.
En denkt u eens aan :
october 2004, toen de Indonesiërs, wederom door militaire operaties, ca.
6400 Papua's verdreef uit de omgeving van Mulia en ongetwijfeld zullen daar
papua's tussen hebben gezeten die in 1962 in het bezit waren van de Nederlandse
nationaliteit.
En denkt u eens aan : augustus
2005, toen de BRIMOB (Indonesische geheime politie), ca. 10.000 Papua's in een
operatie over de kling joeg in een anti-OPM operatie. (OPM is de benaming voor
de Papua's die voor onafhankelijkheid van West Papua vechten en reken maar dat
daar veel Papua's bij behoren die in 1962 in het bezit waren van de Nederlandse
nationaliteit).
En denkt u eens aan :
maart 2006, toen de Indonesiërs ca. 1200 Papua-studenten bij Abepura
(omgeving Jayapura) over de grens naar Papua New Guinea (voormalig Australisch
Nieuw Guinea) verdreef. Hier zullen ongetwijfeld studenten tussen hebben
gezeten, waarvan de ouders en/of grootouders in het bezit zijn geweest van de
Nederlandse nationliteit in 1962 ten tijde van het verlies van Nederlands Nieuw
Nuinea en nu dus West Papua.
En denkt u eens aan :
januari 2007, toen de Indonesiërs ca. 5.400 Papua's (het wordt misschien
voor u vervelend), waartussen ook wel eens voormalige Nederlanders hebben
gezeten, door militaire operaties verdreef uit de Jaimo Valley.
En denkt u eens aan : juni
2009, toen de Indonesiërs vele honderden Papua's verdreef uit Puncak Jaya.
En denkt u ook eens aan nauwelijks 1
jaar geleden : in mei / juni 2010, toen de
Indonesiërs vele duizenden Papua's verdreven uit de omgeving van Mulia
door militaire operaties.
En realiseert u zich eens : dat
er tussen 2003 en 2010 op deze wijze ca. 50.000 - 70.000 Papua's werden
verdreven, vermoord en velen worden vermist, waarbij er velen zijn die
ongetwijfeld in het bezit zijn geweest van de Nederlandse nationaliteit.
En realiseert u zich ook maar dat : het
grootste gedeelten van deze schendingen van de Rechten van de Mens plaatsvinden
in het gedeelte in West Papua waar de Amerikanen de Freeport-mijn exploiteren
waar ze zich met veel geld in 1963 hadden ingekocht om in het bezit te komen
van de consessies, nadat de Nederlanders Nieuw Guinea moesten opgeven. We
spreken over de rijkste goud en kopermijnen ter wereld, waarvoor de bevolking
van West Papua moet wijken uit een gebied dat 2x zo groot is als Nederland.
En horen we de Amerikanen commentaar
leveren op de Schendingen van de Rechten van de Mens ?
Ook op dit moment zijn er stakingen, vele
duizenden import-Indonesiërs die komen uit andere gedeelten van
Indonesië om de Papua's te overwoekeren, komen er nu ook achter dat er
twee partijen zijn die belang hebben bij de Freeport-mijnen, namelijk de
Amerikanen (voor de bodemschatten) en uiteraard de corrupte Indonesiërs
voor de miljarden aan smeergeld.
Maar weet u dat ook Nederlandse
Multinationals met geld en aandelen verweven zitten, zowel financiëel als
commerciëel, in die ondoorzichtige constructie !
Dus Medelanders / Nederlanders /
Papua's, waarvan er zijn die zelf in het bezit waren van de Nederlandse
nationaliteit, of waarvan de ouders en/of grootouders in het bezit waren van de
nederlandse nationaliteit, worden sinds 1962 tot op dit moment ook door dit
kabinet doodgezwegen. Wat gebeurd is, daar moeten we maar niet meer over
spreken, dat is/was de slogan van alle kabinetten vanaf 1962 tot en met heden,
anno 2011, nee we moeten verder !
Het moet mij wel van het hart dat
vanaf 1962 tot op dit moment in 2011 er 20 kabinetten geregeergd hebben over
Nederland, waarvan 17 kabinetten met een grote christelijke meerderheid
verantwoordelijk zijn / waren voor het niet liefhebben van de naaste, voor het
niet opkomen voor (oud)landgenoten die we 350 jaar lang hebben leeggezogen voor
een spiegeltjes en kraaltjes.
Heel af en toe was er een sprankje hoop bij
de Papua's, zeket toe oud-premier Ruud Lubbers werd benoemd tot Hoge
Commissaris voor Vluchtelingen bij de UNHCR. Dus een vluchtelingenorganisatie
onder de vlag van de UN, United Nations, de Verenigde Naties. Echter al die
jaren en ook nu nog, is / was spreken en onderzoeken, commissie op commissie,
belangrijker dan daden, het is / was belangrijker om de landen op
één lijn te houden dan om daadwerkelijk voor de vluchtelingen op
te komen.
Papua's, waaronder ongetwijfeld
vluchtelingen zitten die u zo een Nederlandse geboorteakte kunnen tonen, en
anders kan men in het Nationaal Archief in Den Haag, zo controleren op basis
van een administratie wie er in de vluchtelingenkampen verblijven die in het
bezit zijn / waren van de Nederlandse nationaliteit in 1962.
EN DE NEDERLANDS OVERHEID VANAF 1962
TOT OP DE DAG VAN VANDAAG, ZIJ
ZWIJGT STIL EN HEBBEN HUN GEWETEN DICHTGESCHROEID EN HUN OGEN EN OREN GESLOTEN
!
VELEN BESCHIKKEN NU NOG OF BESCHIKTEN
OVER EEN GEBOORTEBEWIJS WAAROP STOND AANGEGEVEN:
GOUVERNEMENT VAN NEDERLANDS NIEUW
GUINEA ! ! !
We spreken dus over het laatste overzeese
Nederlandse gebiedsdeel in voormalig Nederlands Oost Indië, oh wat waren
we trots dat Nieuw Guinea nog steeds bij Nederland behoorde. En oh wat waren we
trots op onze VOC-mentaliteit, zoals oud premier Balkenende het uitkraaide
tijdens zijn laatste periode als premier.
De wereld kon een voorbeeld nemen aan de
VOC-mentaliteit die Nederland ten toon had gespreid van ca. 1600 tot 1945/1962.
Maar we vergeten dat we Oost Indië hebben leeggeplunderd, bij vertrek
plantages afgebrand hebben en de bevolking reddeloos en straatarm hebben
achtergelaten.
Nederland een zogenaamde voorvechter voor de
rechten van de Mens heeft op het voormalige Nederlands Nieuw Guinea (nu West
Papua) heden ten dage nog zorgt voor heel veel consternatie onder de
oorspronkelijke Papua-bevolking.
Volgens de Rechten van de Mens heeft
iedereen (en dat ionderschrift Nederland ook naar buiten toe) gelijk. Het zal u
ongetwijfeld bekend zijn dat in India en Pakistan de inwoners zijn onderverdeeld
in kasten,
de zogenaamde lagen in de bevolking. Nederland spreekt er schande van, maar
vergeet om aante geven dat zij met de bevolking van het toenmalige Nederlands
Nieuw Guinea in principe hetzelfde hebben gedaan ten opzichte van de Nederlands
nationaliteit.
Na het vertrek heeft men de inwoners
onderverdeeld in drie groepen (kasten),
namelijk :
Groep 1 :
Nederlanders (zij beschikten over de
Nederlandse nationaliteit)
Groep 2 :
Rijksgenoten (zij beschikten niet meer over
de Nederlandse nationaliteit, maar mochten er wel staat op maken)
Groep 3 :
Onderdanen (zij moesten maar zien waar ze
tercht zouden komen, zij konden nergens staat op maken)
Het gaat me op dit moment te ver om dat
verder uit te duiden gezien de andere belangen over de inwoners van West Papua
op dit moment.Bij de opsomming van de schendingen van de rechten van de mens
die ik heb aangegeven, ontbreekt nog een meer dan duidelijke onmenselijke
situatie.
Alle schendingen van de rechten van de Mens
komen rapporten van de UNHCR, de wereldorganisatie die zich zogenaamd sterk
maakt voor de rechten van de mensen en de opvang ervoor.
We hebben het in dez situatie over West
Papua, het voormalige Nederlands Nieuw Guinea, het laatste voormalige
Nederlandse overzeese gebiedsdeel. Is bij U bekend dat er ca. 10
vluchtelingenkampen van de UNHCR zijn geprojecteerd op de grens van West Papua
en Papua Nieuw Guinea (het voormalige Australische Nieuw Guinea).
Deze vluchtelingenkampen liggen op het
grondgebied van PNG en weet u dat daar
sinds 1984 ca. 10.000 - 15.000 vluchtelingen worden opgevangen
die afkomstig zijn uit West Papua (voormalig Nederlands Nieuw Guinea)
De vluchtelingen in die kampen zijn over het
algemeen officieel erkend als vluvhteling door PNG, afkomstig uit West Papua
(voormalig Nederlands Nieuw Guinea) en dus persona non grata voor het land van
herkomst Indonesië. 99 % zijn dan ook Papua's en dat is nu juist de
bevolkingsgroep die door een stille GENOCIDE door Indonesië wordt
vernietigd. Ik hoor enkelen van u al denken, Papua's, zouden daar mensen van
Nederlandse afkomst tussen zitten ?
HET ANTWOORD IS : JA, JA, en nog eens
JA !
We gaan naar het Burgerlijk Wetboek, wat
staat er over nationaliteit?
Een nationaliteit (en in dit geval de Nederlandse)
krijgt men veelal bij geboorte en die heeft men zijn/haar hele leven lang.
Nederland moest toen in 1962 Nederlands
Nieuw Guinea overdragen aan Indonesië, maar heeft men op dat moment aan
onze landgenoten (want dat waren het), gevraagd of ze afstand wilden doen van
de Nederlandse nationaliteit en of ze dan de Indonesische nationaliteit zouden
willen hebben ?
Er is in 1984 een wet geproduceerd over het
Nederlanderschap voor voormalige overzeese Nederlandse gebiedsdelen, waarin het
volgende staat: inwoners van voormalige overzeese gebiedsdelen kunnen aanspraak
maken op de toenmalige Nederlandse nationaliteit (ten tijde van de
zelfstandigheid of overdracht) van hun ouders en/of grootouders.
U kunt zich herinneren uit het voorgaande
dat West Papua, in 1962 Nederlands Nieuw Guinea geheten, het laatste Nederlandse
overzeese gebiedsdeel was. MAAR: in die wet worden wel Suriname en de Molukken
genoemd, maar voor het gemak is de Nederlandse overheid in 1984, al dan niet
bewust, voormalig Nederlands Nieuw Guinea in die wet op te nemen.
Misschien dacht het toenmalige kabinet wel,
joh, dat is de ver van ons bed-show, zijn we mooi van dat probleem af.
Dus vanaf 1962 tot op dit moment zijn er
daar ca. 300.000 - 400.000 Papua's vermoord, gevangen gezet, mishandeld of
worden vermist en vanaf 1984 vluchtelingenkampen van de UNHCR waar het
overgrote deel van de Nederlands bevolking het bestaan niet eens weet of denkt,
het zal wel.
Hulpverleningsorganisaties zoals de UNHCR en
o.a. Amnesty International leveren ieder jaar, ook aan deze regering, rapporten
af waarin de schendingen van de Rechten van de Mens uitvoerig beschreven staan,
zelfs nu nog dagelijks worden mensen vermoord omdat ze Papua zijn, worden ze
verkracht omdat ze Papua-vrouwen zijn en na de daad mishandeld en vermoord.
Rapporten van Yale, Amnesty International,
de Universiteit van Sidney, Engelse- / Duitse- en Zweedse
hulpverleningsorganisaties worden ook door deze overheid in ontvangst genomen
en ne gelezen te zijn, achteloos terzijde gelegd.
Amnesty International heeft in 2008 al haar
werknemers die niet over de Indonesische nationaliteit beschikten, moeten
terughalen uit West Papua. Cordaid is al helemaal verdwenen uit West Papua,
Justitia et Pax stopt aan het einde van 2011 in West Papua omdat de
subsidiekraan wordt dichtgedraaid door de Nederlandse overheid.
Een stille sterfhuisconstructie uitgevoerd
door de Nederlandse overheid om de stille GENOCIDE in West Papua te stimuleren
?
Nederland heeft zijn voordeel onder de
noemer VOC-mentaliteit binnengehaald en of er nu een Papua meer of minder wordt
vermoord, daar liggen wij in Den Haag (Kabinet en Tweede Kamer) niet wakker
van, het is de "Ver van ons Bed-show" en laten we die periode maar
gauw vergeten, we moeten verder naar morgen.
Nee, we debatteren liever over hoofddoekjes
dan over die vele Papua's met hun kinderen en kleinkinderen die ons niet meer
van nut zijn, nee, we debatteren liever over de fouten en onvolkomenheden van
anderen, dan over ons eigen doen en laten en over onze eigen tekortkomingen.
Nee, wat daar vanaf 1962 tot op de dag van
vandaag plaatsgevonden heeft, daar zijn wij niet verantwoordelijk voor, laten
ze zich zelf maar redden,ook de vele duizenden in die Vluchtelingenkampen van
de UNHCR, etrwijl een behoorlijk aantal van die vluchtelinegen in die kampen
behoorlijk Nederlands getint is !
Ik wijs u op de maandelijkse rapporten van
het West Papua Advocacy Team (WPAT), die ook al jaren aangeven dat de Rechten
van de Mens in West Papua door de Indonesische overheid met handen en voeten en
wapens worden getreden. En Nederland, zij zwijgt stil, want als het verleden in
deze situaties aan de oppervlakte komt, kunne nwij zker als Nederlanders en in
het bijzonder alle kabinetten en alle Tweede kamerleden vanaf 1962, de Puapua's
niet meer in de ogen kijken.
Ik neem u mee naar een aantal
asielprocedures en de verantwoordelijkheden in die situaties van het Ministerie
van Immigratie en Asielbeleid (in het bijzonder de IND) en het ministerie van
Buitenlandse Zaken.
Het Ministerie van Immigratie en
Asielbeleid, met name de IND, is verantwoordelijk voor het asielbeleid en de
uitvoering van de Vreemdelingenwetgeving. Echter inzake een beoordeling hoe het
in het land van herkomst van de asielzoeker toegaat, is de IND afhankelijk van
de landenpagina die beheerd en verstrekt wordt door het Ministerie van Buitenlandse
Zaken.
Medewerkers van de IND hebben aangegeven dat
hun beslissingen mede worden genomen op basis van die landenpagina van het
Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Op 06 juli 2011 heb ik een uitvoerig
schrijven gericht aan de Nederlandse Ambassade in Jakarta over het hoe en wat
in West Papua. U en ik weten ook dat een Ambassade en/of het personeel en de
Ambassadeur zich dienen te onthouden van politieke uitspraken. Ik kreeg dan ook
een keurig bericht terug dat zij mijn schrijven hadden doorgestuurd naar de
Minister van Buitenlandse Zaken.
De landenpagina van Buitenlandse Zaken die
over Indonesië gaat en in het bijzonder over gebeurtenissen op West Papua,
de zogenaamde ambtsberichten op de website van het Ministerie van Buitenlandse
zaken geeft het volgende aan als men om informatie vraagt hoe het in dat land
toegaat:
NIET OP TE HALEN (derhalve
geblokkeerd)
Op de pagina over de Reisadviezen, die ook
op de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken te vinden is, wordt met
geen enkel woord gerept over West Papua, terwijl dat voor buitenstaanders /
buitenlanders een meer dan gevaarlijk gebied is, zelfs de buitenlandse pers
wordt er niet toegelaten. En mocht met op welke wijze dan wel toegang krijgen
tot West Papua, weet dan dat er behoorlijk over de schouder wordt meegekeken en
meegereisd.
Allle schendingen van de Rechten van de Mens
die in deze brief / mail staan aangegeven, komen dus van officiële
hulpverleningsorganisaties (UNHCR, Amnesty International, enz.) en je zou dan
toch aan mogen nemen dat daar het e.e.a. op de pagina van het Ministerie van
Buitenlandse Zaken zou staan voor toeristen of belangstellenden voor welke
situatie dan ook. Niets van dat alles, dus ook niet voor de IND om tot een
JUISTE beslissing of beschikking te komen.
Enkele jaren geleden was ik betrokken bij
een asielprocedure van een nu 79-jarige OUD-NEDERLANDER die uit de Papua
bevolkingsgroep afkomstig is. Dus geboren als Nederlander in 1932. Deze persoon
kwam naar Nederland om Farmacie te studeren in Nijmegen en werd in een later
stadium door de Nederlandse overheid uitgezonden naar het voormalige Nederlands
Nieuw Guinea (West Papua) en werkte daar dus voor de Nederlandse overheid 17
jaar alvorens hij terug moest vluchten naar Nederland. Daarbij was hij door de
overdracht aan Indonesië in 1962 zijn Nederlands nationaliteit
kwijtgeraakt (hoe is het mogelijk, geboren als Nederlander en 17 jaar gewerkt
voor de Nederlandse overheid) en diende hier in Nederland daarom asiel aan te
vragen.
Kunt u zich het voorstellen: als
Nederlander geboren, 17 jaar uitgezonden te zijn door diezelfde Nederlandse
overheid en dan asiel aan te moeten vragen aan het land dat bij de geboorte en
vele jaren later nog jouw moederland was ! ! !
Uiteindelijk heeft de Nederlands
overheid deze persoon met zijn kinderen afgeserveerd naar Zweden. Dat is ook
Nederland, uw en mijn regering, uw en mijn Tweede kamer voeren dit uit en laten
dit toe.
Op dit moment staan 2 Herhaalde
Asielaanvragen op scherp van een echtpaar uit Wesdt Papua, waarvan de ouders en
grootouders in het bezit zijn geweest van de Nederlandse nationaliteit tot
1962.
Dit echtpaar verbleef van 1984 tot 2008 (dus 24 jaar ! ! !) in
de vluchtelingenkampen van de UNHCR, formeel in het bezit van de Indonesische
nationaliteit, erkend als vluchteling door PNG (Papua New Guinea - het
voormalige Australisch Nieuw Guinea) en al 24 jaar levend op de grens van PNG
en West Papua (Indonesië).
In die vluchtelingenkampen is het OPM
percentage van de vluchtelingen (beweging voor onafhankelijkheid van West
Papua) zeer hoog. Door erkend te zijn als vluchteling zijn zij hun leven niet
meer zeker als ze op welke manier dan ook, ooit terug te keren in West Papua
(waar ze dus vandaan komen).
24 jaar Vluchtelingenkampen van de UNHCR, 3
jaar AZC-opvangkampen in Nederland en dan op het punt staan uitgezet te worden.
Ik zal niet zeggen dat deze beslissing niet
hetzelfde zou zijn als de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken nu
eens werkelijk aangeeft hoe het in een land werkelijk toegaat. Echter het geeft
de IND wel meer en beter materiaal dan alleen maar de regelgeving uit de
Vreemdelingenwetgeving.
Ja, ik weet dat als er over enkele dagen een
negatieve beschikking voor dit echtpaar komt er nog beroepsmogelijkheden zijn,
ja ik weet dat het echtpaar mogelijk in vreemdelingenbewaring zal worden
genomen, en ja ik weet dat ik ook daarvoor weer moet procederen om ze uit
vreemdelingenbewaring in de reguliere opvang te krijgen, dat schrijven de
regels voor.
Echter en dat wil ik ook aangeven, vanaf
medio juni mag het echtpaar bij vrienden en bekenden verblijven omdat er goede
afspraken zijn gemaakt met de IND en DT&V en dat ik de verantwoording heb
om het echtpaar daar te laten verschijnen waar het gevraagd wordt.
Nee, voor het overgrote deel bergen we asielzoekers
op in vreemdelingenbewaring tegen een prijs van minimaal euro 250 per persoon /
per dag, dan ze in overleg bij familie en/of kennissen te laten en het voor de
asielzoeker dan toch wel wat mensvriendelijker is dan opgeborgen te worden in
een paar m2. En waaarom ? Omdat ze een misdaad hebben begaan ? NEE, OMDAT ZE
HIER ZIJN !
Een veroordeelde in het Huis van Bewaring
moet zich in een 5-sterren restaurant voelen in vergelijking met iemand die
geen misdaad begaan heeft en die in vreemdelingenbewaring wordt gezet.
Mocht het effect hebben, a.s. maandag 24
wordt er een beschikking gemaakt inzake het echtpaar dat ik u zojuist hierboven
presenteerde, met klem verzoek ik u het nemen van deze beschikking op te
schorten totdat minister Rosenthal antwoorden heeft gegeven en totdat ook de
Tweede Kamer op basis van deze mail / brief kennis kan nemen wat er werkelijk
aan de hand is in Indonesië en dan met name in West Papua, waar het
percentage Nederlandse afkomst nog meer dan duidelijk aanwezig is.
Hoogachtend,
S. Goossensen
Juridisch- en Maatschappelijk Adviseur
Wiecherlinckstraat 30
8011 KJ Zwolle
GSM : 06-19954800
e-mail : onderstesteen@hotmail.com
====================================================
Vervolgens waren er in de laatste
week van oktober 2011 meerdere artikelen in het Nederlands Dagblad geplaatst
over de Misstanden en Schendingen van de Rechten van de Mens in West Papua
(voormalig Nederlands Nieuw Guinea), gepleegd door de Indonesische overheid en
plaats ik nu het artikel uit het Dagblad Trouw van dinsdag 08 november 2011.
-------------------------------------------------------------------------------
Dagblad Trouw - dinsdag 8 november
2011
Escalatie geweld dreigt in Papua
Jakarta slaat elke vorm van separatisme hard
neer - "Ze behandelen ons als dieren"
Esther de Jong
Jakarta
Tientallen doorgeschoten vrijheidsstrijders
en stakers, een vermoorde politiechef, schietpartijen, geweldadigheden en
mysterieuze moorden : het is al maanden onrustig in Indonesisch Papua.
Noot: Het is al vanaf 1962 goed mis
in West Papua, Amnesty International geeft aan : compleet oorlog ! ! !
De politie en het leger marcheren gewapend
door de straten vanb steden als Jakarta en Puncak Jaya. "mensen zijn bang,
ze durven 's avonds hun huizen niet uit", observeert de Papuase journalist
en schrijfster Aprilla Wayar vanuit Jayapura
Noot: Voor wie het nog niet weet,
Jayapura ligt op de grens van West Papua (voormalig Nederlands Nieuw Guinea) -
Indonesië en Papua New Guinea (voormalig Australisch Nieuw Guinea en nu
een zelfstandige natie).
En langs deze geren naar beneden zijn
ca. 10 Vluchtelingenkampen van de UNHCR te vinden, waar in de kampan of in de
omgeving er van, ca. 10.000 - 15.000 vluchtelingen verblijven, velen verblijven
er al vanaf 1984, toen die vluchtelingenkampen ontstonden na de mensonterende
praktijken van Indonesië tegen de Papua's.
En weet wel, veel van de Papua's zijn
Als Nederlander geboren, maar is hun Nederlandse nationaliteit mede verkwanseld
door de Nederlandse overheid, Amerika en de Verenigde Naties !
Het voorlopig dieptepunt in de
geweldsescalatie was het Derde Congres van de Papua's, midden oktober jl.
Opnames werden daarvan niet uitgezonden op de Indonesische televisie, maar op
internet circuleren wel beelden "dansende vrouwen gehuld in de verboden
Papuase Morgenster-vlag gevolgd door mensen die de net ingewijde leiders van
Papua respectvol begroeten.
Vlak na het uitspreken van de
onaghamkelijkheidsverklaring wordt er geschoten. Eerst
in de lucht, later blijkt dat er meer dan tien mensen zijn doodgeschoten.
Honderden worden opgepakt. "Het is duidelijk gepland en systematisch"
vertelt Wayar. "Indonesië behandelt de Papua's als dieren. Zo schoten de Indonesische soldaten
ons tenminste af tijdens het congres".
Achter de recente geweldsuitbarstingen
schuilt veel ontevredenheid onder de autochtone bevolking. De speciale
autonomie die Papua in 2001 kreeg, bleek een farce.
Ondanks de natuurlijke rijkdommen blijft het
bergachtig gebied economisch ver achter bij de rest van Indonesië.
"Problemen worden niet opgelost", zegt priester Neles Tebay
telefonisch vanuit Jayapura. "Kijk naar de rechteloosheid, naar de slechte
gezondheidszorg, naar het ontbreken van goed onderwijs".
Met rechteloosheid doelt Tebay onder meer op
de martelpraktijken van leger en politie. In oktober 2010 verscheen een filmpje
op internet, waarop 3 Indonesische soldaten een man martelden door een
brandende stok tegen zijn genitaliën te drukken. De drie kregen acht en
tien maanden gevangenisstraf. President
Yudhoyono deed de marteling indertijd af als een "incident".
De dreiging van de 'gewapende
opstandelingen' is groot volgens Kopassus, de elite-eenheid van het Indonesische
leger. 'Zij zijn in staat een guerrilla te voeren', staat in een vorige maand
uitgelekt rapport. Let wel, in het rapport staat ook dat er slechts 1129 van
dit soort guerillastrijders zijn, met wel 131 wapens en 4 granaten.
Toch meent de minister van Defensie Purnomo
Yusgiantoro dat hard ingrijpen in papua noodzakelijk is, "ook al gaat het
om het hijssen van een vlag" : "we kunnen dat niet tolereren, we
moeten ieder vorm van separatisme hard neerslaan."
Naast mensenrechtenschendingen worden
het Indonesische leger en de politie beschuldigd van grootschalige corruptie !
Afgelopen week bleek dat eigenaar Freeport
van de Grasbergmijn bij Puncak Jaya, 's
werelds grootste goud- en kopermijn, "lunchgeld"
betaalt aan het Indonesische leger en politie, in ruil voor bescherming. Dit
loopt in de miljoenen dollars. Het Amerikaanse Freeport is de grootste
belastingbetaler in Indonesië.
Noot : In deze goud- en kopermijn is
ook door verschillende Nederlandse multinationals meer dan alleen
financiële betrokkenheid !
"De aanwezigheid van Freeport is de
wortel van de problemen in West Papua", vertelt activist Oktovianus Pagau.
"Niet alleen berooft het bedrijf Papua van al haar hulpbronnen, van de
20.000 arbeidsplaatsen, zijn er misschien maar 5 belangrijke posities voor
Papua's. Slechts 10 procent van alle werkenemers op Freeport is van Papuase
origine".
Noot : Ik wijs u op een dokument van
de UNHCR uit 2008, waaruit blijkt dat in april 2003, oktober 2004, augustus
2005,maart 2006, januari 2007, juni 2009 en mei/juni 2010 ca. 50.000 - 70.000
Papua's zijn verdreven uit het mijngebied van Freeport, velen zijn vermoord of
worden vermist !
Het was één van de beloftes
die de Indonesische regering deed bij de toekenning van de speciale
autonomie-status van 2001; de goud-, koper- en oliewinst, zou worden gestoken
in de ontwikkeling van Papua. "Daar is helemaal niets van tercht
gekomen", meent de 21-jarige Pogau.
"De enige echte oplossing is
Papua's het recht op zelfbeschikking te geven".
Jonge onafhankelijkheidsactivisten lijken
zich nu te willen losmaken van de oudere groep. Zij zien geen heil meer in de
vreedzame manier waarop ouderen de onafhankelijkheid willen bereiken.
Er zijn geruchten over meer acties rond 1
december a.s., als het 50 jaar geleden is dat Nederland de symbolen van de
Papua's erkende. Het baart priester Tebay zorgen: "Het geweld moet
stoppen. Als dat niet gebeurt, loopt het hier volledig uit de hand".
==================================================
VN droegen Nieuw Guinea over aan
Indonesië
Papua blijft een heikel punt voor
Indonesië. Toen het land na de Tweede Wereldoorlog onafhankelijk werd,
bleef het toenmalige Nieuw Guinea onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden,
met de bedoeling dat het uiteindelijk zelfstandig zou worden !
Later, tijdens de Koude Oorlog, werd
Nederland door de VS (Amerika ! ! !) onder druk gezet om Nieuw Guinea over te
dragen aan de Verenigde Naties. Op 1 december 1961 kreeg het soevereiniteit,
maar kort daarop gaf toenmalig president Soekarna, met hulp van de Russen, het
bevel om papua in te nemen.
Het waren de VN die het gebied uiteindelijk
formeel overdroegen aan Indonesië. Soekarno's opvolger Soeharto zette hoog
in op de "transmigratie" van Indonesiërs. Papua: meer dan de
helft van de bevolking nu is niet autochtoon. Het gebied werd gemilitariseerd en is al jaren verboden
terrein voor journalisten en activisten.
24.11.2011: Eindelijk eens een wat
stoerdere houding van enkele fractieleden bij de behandeling van de Papoea
problematiek in de Tweede Kamer.
Begrotingsbehandeling
Buitenlandse Zaken 1e termijn. 23 november 2011
Harry
van Bommel SP
Terwijl
Papoea's en Molukkers de hulp inroepen van Nederland en de Europese Unie
vanwege Indonesische mensenrechtenschendingen, sluit de Europese Unie een
handelsovereenkomst met Indonesië en staat Nederland op het punt een eigen
overeenkomst met Indonesië te sluiten. Een tweede helder voorbeeld van een
situatie waarin de mensenrechten op de achtergrond raken en handelsbelangen
voorop komen te staan.
Voorzitter.
De houding van Nederland tegenover Indonesië vindt mijn fractie
schandalig. Waarom wordt Indonesië niet scherper aangesproken op
mensenrechtenschendingen in de Molukken en Papoea? Waarom wordt er niet
aangestuurd op hervatting van de dialoog met de Papoea's? Dat is wel wat er moet
gebeuren: uitvoering van de speciale autonomiewet van Papoea. Alles ligt er. Er
is dus een basis voor een dialoog, maar die dialoog vindt toch maar niet
plaats. Ik roep de regering, die goede banden heeft met Indonesië --
volgend jaar komt waarschijnlijk president Yudhoyono naar Nederland -- op om
meer druk uit te oefenen op Indonesië en om gebruik te maken van onze
bijzondere relatie.
Henk
Jan Ormel CDA noemde Papoea niet in zijn bijdrage, waarop er de navolgende interruptie
volgde van Joel Voordewind, ChristenUnie
Joel
Voordewind ChristenUnie: interruptie
Dan
moeten wij het eerst eens zijn over Mattheus 25. In dat licht heb ik nog een
vraag. De heer Ormel heeft gesproken over godsdienstvrijheid, maar hij heeft de
Papoea's niet genoemd, terwijl daar veel aan de hand is. Er is een volkscongres
geweest en er zijn weer slachtoffers gevallen. Ik krijg daarop graag een
reactie.
Henk
Jan Ormel CDA
Ik
dank de geachte afgevaardigde voor zijn interruptie, want ik heb de Papoea's
wel genoemd bij de religieuze vrijheden. Papoea's zijn overwegend christenen en
zij hebben grote problemen. Wij maken ons grote zorgen daarover. Ik overweeg in
tweede termijn een motie over dit onderwerp in te dienen. Wellicht kunnen wij
elkaar daarin vinden. De situatie wordt alleen maar zorgelijker. Tijdens een
Papoeacongres in oktober is een onbekend aantal mensen doodgeschoten en zijn
honderden mensen gevangen genomen. Wij zijn van mening dat de Indonesische
autoriteiten daarover duidelijkheid moeten verschaffen. Wat is daar precies
gebeurd?
Een
ander punt betreft het bedrijf Freeport dat eigenaar is van 's werelds grootste
goud- en kopermijn. Dit bedrijf heeft nauwelijks Papoea's in dienst.
Generaals
van het Indonesische leger vullen hun zakken door gebruik te maken van hun
onderhandelingspositie bij dat bedrijf.
Wim
Kortenoeven PVV
Voorzitter.
“Oh, mijn land Papoea, land waar ik geboren ben, ik houd van u zolang ik
zal leven. Dank aan God mijn Heer, U schonk mij dit land, daar zal ik mij ijverig
voor inzetten zoals Uw bedoeling is.” Dit is de tekst van het eerste en
het laatste couplet van het volkslied van Papoea. Als Papoea’s dit in hun
eigen land zingen, lopen zij de kans te worden opgepakt, tot een lange celstraf
te worden veroordeeld of zelfs te worden vermoord. Hetzelfde risico lopen zij
als zij hun eigen vlag hijsen, de Morgenster, die ook om mijn revers prijkt.
Het
volk van de Papoea’s is de afgelopen vier decennia volledig door
Indonesië gemarginaliseerd. Hun land werd op een niets en niemand
ontziende wijze gekoloniseerd en hun toekomstperspectief werd volslagen
verduisterd. Op 19 oktober 2011 hielden de Papoea’s een nationaal congres
in Abepura. Het was een vreedzaam evenement, maar het Indonesische leger greep
met zwaar geweld in en er vielen zes doden en tientallen gewonden. Zo’n
300 Papoea’s werden gearresteerd, onder wie een aantal van hun leiders.
Volgende week dreigt de situatie verder te escaleren. Op 1 december worden
opnieuw manifestaties gehouden. Naar verluidt, zal zelfs opnieuw de
onafhankelijkheid van Papoea worden uitgeroepen.
De
PVV staat sympathiek achter het vreedzame streven van Papoea’s om hun
politieke, economische en maatschappelijke rechten te herwinnen. Ook zij hebben
recht op zelfbeschikking. Mijn fractie is van mening dat hierbij sprake moet
zijn van een vreedzaam proces van onderhandelen met Indonesische autoriteiten.
Dat kan op basis van een speciale autonomiewet, maar die wordt door Jakarta
volledig aan de laars gelapt. Het is geen wonder dat het geduld van de
Papoea’s op is en dat sommigen van hen unilaterale stappen overwegen. Het
lijkt onvermijdelijk dat de Indonesische autoriteiten opnieuw geweld zullen
gebruiken als op 1 december de Morgenster wordt gehesen en het volkslied van
Papoea wordt gezongen. Hier ligt een speciale verantwoordelijkheid van de
Nederlandse regering, want in 1961 werd door Den Haag aan de Papoea’s
beloofd dat zij onafhankelijk zouden worden. De Morgenster was een Nederlands
geschenk aan het volk der Papoea’s.
In
1962 kwam Papoea onder tijdelijk bestuur van de VN en in 1969 was er onder
toezicht van de VN de “Act of free choice”. Achteraf wordt deze ook
wel “the act of no choice” genoemd. Het referendum, want dat was
het, bleek een democratische schijnvertoning te zijn waaraan in plaats van de
hele bevolking slechts een aantal stamoudsten mochten deelnemen. Verleid met
valse beloften en cadeaus, slecht voorgelicht en onder veel druk kozen zij voor
aansluiting bij Indonesië. De VN en Nederland zouden toezicht houden op
een eerlijk en open referendum, maar zij hebben daarin gefaald. In 1969 werd
West-Papoea definitief overgeleverd aan Indonesië. Meer dan 30 jaar na
dato ging het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken onder leiding van
minister Van Aartsen akkoord met een onderzoek naar de overdracht. Pieter
Drooglever onderzocht de kwestie en kwam tot een weinig verrassende conclusie:
de bevolking van het voormalige Nieuw-Guinea had in 1969 geen eerlijke kans
gehad op zelfbestuur. Drooglever stelt in zijn rapport dat het referendum, dat
Nederland als voorwaarde stelde voor de overdracht van Nieuw-Guinea aan
Indonesië in 1962, een farce was en dat van een democratische
volksraadpleging geen sprake was geweest.
Na
het uitkomen van het rapport van Pieter Drooglever weigerde de toenmalige
CDA-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot het rapport in ontvangst te nemen,
uit angst de Nederlands-Indonesische betrekkingen te schaden. In plaats daarvan
werd het rapport dat ik nu voor iedereen zichtbaar omhooghoud, overhandigd aan
oud-minister Van Aartsen.
Mijn
fractie is van oordeel dat Nederland een ereschuld heeft aan het volk der
Papoea’s.
Daaruit
vloeit de morele verplichting voort dat Nederland het ferm voor hen opneemt als
zij in de verdrukking zitten.
Op
15 december vorig jaar nam de Kamer met algemene stemmen de motie-Van der
Staaij aan. Die motie vraagt de minister om constructief overleg met
Indonesië over de situatie in Papoea te voeren, met als inzet het stoppen
van de schending van de mensenrechten. We zijn nu een jaar verder. Graag hoor
ik van de minister hoe dat overleg concreet is verlopen.
Na
de gebeurtenissen van vorige maand in Jayapura heb ik de minister onder andere
de volgende schriftelijke vraag gesteld: “Bent u bereid van de Indonesische
regering te eisen dat de gevangengenomen Papoealeiders onmiddellijk in vrijheid
worden gesteld en dat het onderdrukken van en het geweld plegen tegen de
Papoea’s onmiddellijk wordt gestopt?” Ik kreeg daarop het volgende,
nogal uitwijkende antwoord: “Nederland volgt de zaak van de gearresteerde
Papoea’s nauwlettend. Indien de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven
zal ik mij tot de Indonesische autoriteiten wenden.” Ik stel de minister
de vraag opnieuw: is hij bereid om voor die Papoea’s op te komen? Is hij
bereid om in bilateraal en in multilateraal opzicht aan de orde te stellen dat
de onderdrukking van de Papoea’s moet worden gestopt en dat hun leiders
moeten worden vrijgelaten? Hoe gaat de minister uitvoering geven aan de
motie-Kortenoeven, die op 4 oktober met algemene stemmen is aangenomen? Ziet de
minister met mij dat de ontwikkelingen aanleiding geven om vandaag nog contact
op te nemen met de Indonesische autoriteiten en hun met klem te adviseren om
geen geweld tegen de Papoea’s te gebruiken als zij op 1 december
geweldloos uitdrukking geven aan hun legitieme verlangen naar zelfbestuur? Het
is van belang dat wij ons blazoen schoonwassen en de fouten uit het verleden
onder ogen zien en erkennen. Daarmee doen wij niet alleen recht aan degenen die
wij tekort hebben gedaan; alleen op die manier kunnen wij het ons ook
veroorloven om anderen de maat te nemen in internationale betrekkingen.
Mariko
Peters GroenLinks: interruptie
(…..)
Hoe verschrikkelijk ik uw verhaal over Turkije ook vind, bij de Papoea's vindt
u mij aan uw zijde. Ik vind het net als u heel belangrijk dat landen in het
reine komen met hun verleden.
Joel
Voordewind ChristenUnie
Ik
kom op de Papoea's. Er zijn al aardig wat woorden over gesproken, ook door de
PVV-fractie. Ik onderschrijf ze. Ik beklemtoon en onderschrijf ook de oproep om
tot uitvoering en implementatie te komen van de autonomiewet, die inmiddels
tien jaar geleden is aangenomen. Ook toentertijd was daarvoor een
donorconsortium afgesproken. We hebben gehoord dat ook Nederlandse ngo's grote
problemen hebben om daarin mee te werken. Ik noem organisaties zoals het Rode
Kruis, Cordaid, ICCO en Kerk in Actie. Allemaal ondervinden ze problemen als
het gaat om steun aan de Papoea's. Er zijn ook organisaties die nog steeds worden
uitgesloten om Papoea te bezoeken, bijvoorbeeld Amnesty International, maar ook
buitenlandse journalisten. Alstublieft, zet grote druk op de Indonesische
regering om toch vooruitgang te boeken als het gaat om de Papoea's, niet alleen
op het gebied van economische ontwikkeling maar ook op het gebied van de
politieke en religieuze vrijheden van het volk.
Kees
Van der Staaij SGP
Al
eerder hebben wij gesproken over de positie van Papoea’s en Molukkers in
Indonesië; daar heeft collega Kortenoeven al naar verwezen. Nederland
dient regelmatig bij de Indonesische regering te pleiten voor een
substantiële mate van zelfbestuur voor de Molukken en de Papoeabevolking
en voor eerbiediging van hun cultuur. Juist nu de mensenrechten van de
Molukkers en Papoea’s in Indonesië veelvuldig en systematisch
geschonden worden, is extra inzet hiervoor op zijn plaats. Ik noem slechts de
recente buitenproportionele gewelddadigheden rond het Papoea-congres, waarbij
zes doden, veel gewonden en 300 arrestaties vielen. Er is nog steeds sprake van
een repressief militair veiligheidsbeleid van Indonesië. Ik wijs ook op de
motie die wij hier vorig jaar over hebben ingediend. In de internetbijlage van
de begroting staat keurig vermeld dat die motie, die vroeg om extra actie, afgehandeld
is. Ik wil graag dat die motie toch weer in behandeling wordt genomen, omdat er
op dit punt nog wel wat werk aan de winkel is.
Vervolg
begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken 1e termijn 24 november 2011
Reactie
en antwoorden van de minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal
Ik
kom nu bij Indonesië dat in de sfeer van de mensenrechten een belangrijke
rol speelt. De Kamerleden hebben dit aan de orde gesteld. De heren Van Bommel,
Ormel, Voordewind en Kortenoeven vroegen aandacht voor de situatie van de
Papoea's in Indonesië. Hun zorgen over de Papoea's deel ik. In Den Haag en
in Jakarta hebben wij volop contact gehad met de Indonesische autoriteiten in
dit verband, zeker naar aanleiding van de recente gewelddadigheden en
arrestaties. Het is een goede ontwikkeling dat de Indonesische overheid op dit
moment een aantal initiatieven neemt om de situatie te verbeteren. Er is nu een
speciale ontwikkelingseenheid operationeel die zich richt op een betere
uitvoering van de welbekende autonomiewet.
Ik
zeg dat in het bijzonder tegen de heer Voordewind. Dit is belangrijk, want het
is duidelijk dat de speciale autonomiewet onvoldoende wordt uitgevoerd. Onze
ambassadeur heeft inmiddels contact gehad met de inheemse bevolking van Papoea.
Er is volop gerefereerd aan de activiteiten van de speciale
ontwikkelingseenheid. De ambassadeur heeft ook zijn bereidheid tot
ondersteuning van de provincie kenbaar gemaakt. De Indonesische president heeft
eerder dit jaar een speciale gezant aangesteld voor de dialoog met de inheemse bevolking
van Papoea. Dit zijn dus allemaal bemoedigende stappen, maar wij moeten onze
ogen er niet voor sluiten dat de situatie heel complex is, juist ook in de
relatie met Indonesië. Ik kan niet verhelen dat de betrokkenheid van
Nederland bij de provincie met gemengde gevoelens door de Indonesiërs
wordt bekeken. Wij moeten dus heel zorgvuldig te werk gaan en zoeken naar de
wegen om effectief bij te dragen aan een betere situatie in Papoea. Ik hoop dat
wij met dit alles invulling geven aan de motie-Dijkgraaf/Kortenoeven.
Ik
onderschrijf het belang dat geen geweld wordt gebruikt tegen vreedzame
demonstranten als zij op 1 december uitdrukking zullen geven aan hun wens tot
zelfbestuur. Ik ben het eens met de heer Voordewind dat toegang van de ngo's
tot Papoea van groot belang is. Ik zal dit opnemen met de Indonesische
autoriteiten. Ik heb tijdens het goedkeuringsdebat over de kaderovereenkomst
met Indonesië al toegezegd dat een bezoek van de mensenrechtenambassadeur
aan Papoea en de Molukken zal worden bezien in het kader van zijn bezoek aan
Indonesië volgend jaar, maar ook dat is een kwestie van "frappez
toujours!" bij de Indonesische autoriteiten. De heer Van Bommel en de heer
Van der Staaij vroegen naar de mensenrechtendialoog. Dit is een onderdeel van
het kaderverdrag. Het gaat om een jaarlijkse dialoog. (ooooooo)
Harry
van Bommel (SP) interruptie
Ik
heb een vraag met betrekking tot de kwestie Papoea. Door de Papoea’s
wordt aangegeven dat er wel een speciale vertegenwoordiger, een gezant van
Indonesië, is, maar dat de dialoog tussen de Papoea’s en de centrale
regering van Indonesië nog niet is hervat. Graag krijg ik van de minister
duidelijkheid op dat punt.
Minister
Uri Rosenthal
De vraag
betreffende de dialoog met Papoea trek ik na. Ik ga ervan uit dat die dialoog
van groot belang is en dat die past in de nieuwe initiatieven vanuit de
speciale ontwikkelingseenheid voor Papoea, die juist bedoeld is om de
Autonomiewet tot een betere uitvoering te brengen. Ik ga ervan uit dat in een
moeite door die dialoog in gang zal worden gezet als dat nog niet is gebeurd.
Zoals gezegd, ik moet dat natrekken.
Reactie
en antwoorden van de staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking Ben Knapen
Geen
op- of aanmerkingen met betrekking tot Papoea
Vervolg
begrotingsbehandeling Buitenlandse Zaken 2e termijn 24 november 2011
Papoea
niet aan de orde in 2e termijn.
Harry
van Bommel SP interruptie tijdens indienen moties
(…..)
Ik denk dat de Kamer over Papoea een aparte brief tegemoet kan zien. Ik zeg dat
de dialoog is stilgevallen. De minister zegt dat de berichten anders zijn. Ik
denk dat we een nadere brief moeten krijgen, zodat we daar vervolgens over
kunnen debatteren.
Wim
Kortenoeven PVV: motie met Van der Staaij, Ormel en Voordewind inzake Papua
De
Kamer,
gehoord
de beraadslaging,
overwegende
dat de Kamer in de motie Van der Staaij c.s. (32500-V, nr. 113) grote zorg
heeft uitgesproken over de mensenrechtensituatie in Papoea en de regering heeft
verzocht hierop voortvarend actie te ondernemen;
voorts
verwijzende naar de motie Kortenoeven/Dijkgraaf die ziet op de uitvoering van
de Kaderovereenkomst met Indonesië (32431, nr 10);
constaterende
dat de Indonesische autoriteiten nog steeds zeer repressief en gewelddadig
hebben opgetreden tegen Papoea's die opkomen voor hun politieke, economische en
maatschappelijke rechten;
overwegende
dat op 1 december 2011 opnieuw manifestaties zullen worden georganiseerd;
verzoekt
de regering om:
1. de
Indonesische regering met spoed aan te spreken op haar verplichting om zich te
onthouden van het plegen van geweld tegen de Papoea's;
2.
er bij de Indonesische regering op aan te dringen de onderdrukking van de
Papoea's te staken en de om politieke reden gevangen genomen Papoea's vrij te
laten;
3.
in internationaal verband aan te dringen op het instellen van
beschermingsmechanismes voor de Papoea's;
4.
er bij de Indonesische regering op aan te dringen dat de dialoog met de
Papoea's wordt hervat en dat uitvoering wordt gegeven aan de Speciale
Autonomiewet,
en
gaat over tot de orde van de dag.
De
voorzitter:
Deze
motie is voorgesteld door de leden Kortenoeven, Van der Staaij, Ormel en
Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij
krijgt nr. 94 (33000-V).
Minister
Uri Rosenthal
Voorzitter.
Voordat ik in de tweede termijn op een aantal punten terugkom die aan de orde
zijn gesteld, en voordat ik in hoog tempo ruim 30 moties bespreek, wil ik eerst
tegen met name de heer Van Bommel iets zeggen over de voortgang van de dialoog
Jakarta-Papoea. Dat onderwerp bleef namelijk even hangen. Ik heb zojuist
informatie gekregen uit Jakarta. De speciale gezant die is aangesteld, zal ook
vallen onder de genoemde speciale ontwikkelingseenheid voor de Papoea's. Ik heb
ook begrepen dat er volop communicatie is en dat het woord "dialoog"
in Indonesië wat belast is. Dit neemt niet weg dat ik een brief naar de
Kamer zal sturen waarin ik daarover nadere informatie zal geven. Ik heb dit toegezegd
en daaraan houd ik mij.
17.1.2012: Over situatie in West Papua
De vaste commissie voor
Buitenlandse Zaken heeft op 22 december 2011 overleg gevoerd met minister
Rosenthal van Buitenlandse Zaken over:
- de brief van de minister van Buitenlandse
Zaken van 22 december 2011 over de actuele situatie in West-Papua (32735, nr.
41).
Van dit overleg bracht de
commissie een geredigeerd woordelijk verslag uit, dat vandaag is gepubliceerd.
U kunt het vinden en nalezen op
de link:
http://www.tweedekamer.nl/ao_repo/buza/20111222_Situatie%20in%20West-Papua.pdf
20.1.2012: Van Stichting Pro
Papua
Sent: Friday, January 20, 2012 5:33 PM
Subject: reactie op het spoed AO 22 dec. 2011
Beste Frans Timmermans
In de email aan de dienst DAO van
het Min van BuZa inzake de bespiegelingen tijdens het bovenvermelde AO
die wij ter informatie op
19-01-2012 aan u hebben gestuurd heb ik al aangegeven, dat de informatie van de
minister kennelijk niet wordt
gebruikt of niet wordt gezien.
Als bezoeker van het AO zijn mij
overigens ook enige zaken opgevallen die namens de PvdA naar voren werden
gebracht.
Waarom
krijgen wij toch geen helderheid over de reden van de verslechtering van de
situatie?
Ik zou er graag een vinger achter krijgen. Sinds 2005 hebben wij langzaam een
zekere
ontspanning gezien en nu ineens loopt de spanning weer op. Dat komt toch niet
zomaar
uit de lucht vallen? Wij moeten toch proberen te analyseren waar dat vandaan
komt?
Het is toch niet een soort intrinsieke perfide wil van Jakarta om daar eens
flink huis te houden?
Er
zit toch een reden achter? Ik heb niet het gevoel dat wij daar de vinger nog
niet helemaal achter hebben.
Al jaren lang ontvangt de
PvdA van ons iedere maand het rapport inzake Papua van het West Papua
Advocacy Team,
waarin nagenoeg alle belangrijke
gebeurtenissen in Papua worden beschreven en waar u kennis van kon nemen.
Wij, en de Papua’s evenmin,
hebben enige ontspanning kunnen ontdekken in de periode 2005 tot heden.
Deze periode wordt gekenmerkt
door verheviging van de terreur en intimidatie van leger en politie en tijdens
mijn
7 bezoeken na 2005 durfden
Papua’s niet over mensenrechten spreken in openbare gelegenheden.
Altijd moesten we de straat op
want “de muren hebben oren.
De “intrinsieke perfide
wil” zal ongetwijfeld Indonesianisering zijn van het gebied om
afscheiding te voorkomen.
Immers, de grondstoffen zijn
belangrijk; de mensen een stuk minder. Die zijn dom, lui en het zijn
dronkenlappen
aldus de heersende opvatting in
Indonesië.
Dank zij de moderne media komen
martelvideo’s naar buiten, maar dat betekend niet, dat als er geen opname
wordt
gepubliceerd, dat er geen
martelingen plaatsvinden.
De spanning is dus niet
opgelopen, ze was er en is er nog steeds, doch kwam op het 3e Papua congres
naar buiten
met bekende gevolgen. De
Papua’s uit alle geledingen waren het die de onafhankelijkheid uitriepen
en niet, zoals de
minister ten onrechte aan u
meedeelde, de OPM.
Uw goed bedoelde wens,
(…..)
dat zij (de Papua’s-Kdj) in vrede kunnen leven en dat zij aan hun eigen
toekomst kunnen werken.
staat haaks op
de stabiliteit in een land waarvan wij de
grenzen uiteraard op geen enkele manier ter discussie stellen.
De overgrote meerderheid van de
Papua’s wil graag van Indonesië af. Als zij en u de balans van 50
jaar
Indonesisch bewind over Papua
opmaken, dan kan iedereen constateren, dat het Papua weinig tot
niets heeft gebracht.
Tegelijkertijd
hebben wij natuurlijk ook een verantwoordelijkheid tegenover de
Papoeagemeenschap
in
Nederland op dit punt om er met hen over te communiceren wat de Nederlandse
regering precies doet,
hoe
wij ervoor kunnen zorgen dat ook die informatie goed bij de mensen terechtkomt
en hoe ook hun
informatie
weer bij de Nederlandse regering terechtkomt.
Dat is een uitstekend voorstel
aan de minister waarvoor complimenten.
Maar geldt dat niet evenzeer voor
parlementariërs?
Hoewel wij u maandelijks
informeren dateert de laatste reactie van de PvdA van 21 oktober 2003,
waarin
Bert Koenders bedankt voor de
toegezonden informatie die hij voor de begrotingsbehandeling zou gebruiken.
Het zijn maar wat overwegingen
die wij u niet wilden onthouden.
Mogelijk kunnen ze mede van
dienst zijn als er een benoeming uit zou rollen als commissaris voor
mensenrechten bij de Raad van
Europa. (NRC Handelsblad 19 jan. – “Frans blijft
proberen...”)
Tot die tijd hopen wij van harte,
dat de PvdA zich blijvend, zichtbaarder en met kennis van zaken
inzet voor de
mensenrechtensituatie in Papua.
Indien nodig helpen wij daar
graag bij.
Met hartelijke groet,
29.1.2012: Brief van webmaster
Chris van de Klauw aan Ministerie van Buitenlandse Zaken:
Geachte mr Tjeerd F. de Zwaan,
Weledelgestrenge heer de Zwaan,
Morgen, 30 januari, begint het proces tegen 5 Papua activisten die gearresteerd
zijn na het derde Papua congres in Abepura oktober/november vorig jaar.
Deze activisten, Forkorus Yaboisembut, Edison Waromi, August Makbrowen Senay,
Dominikus Sorabut, and Selpius Bobii – worden aangeklaagd op basis van
artikel 106 van de Indonesian Criminal Code. Deze Papua's kan echter niets
anders verweten worden dan dat zij op vreedzame wijze hun politieke
gezichtspunten hebben gedeeld met de ruim 1000 aanwezigen tijdens dit congres.
Indonesië pretendeert een democratische staat te zijn.
Een van de grondslagen van een democratie is vrijheid van meningsuiting.
Bij deze wil ik mijn grote zorg uiten over de arrestatie van deze 5 Papua's,
hun inmiddels maandenlange detentie en het proces dat ze te wachten staat.
Tot op heden heeft Indonesië in deze processen nog weinig blijk gegeven
van het eerbiedigen van de democratische grondbeginselen. Reden te meer om
uiterst waakzaam te zijn.
Ik verzoek u, zeker ook mede namens vele Papua-sympatisanten in Nederland, de
USA, Canada, Duitsland en vele andere landen waar de artikelen op mijn websites
gelezen en gedeeld worden om het proces tegen deze Papua activisten nauwgezet
te volgen en er voor te zorgen dat de Nederlandse overheid uitputtend wordt
geïnformeerd over de gang van zaken en de resultaten.
Tevens verzoek ik u om, ingeval van gebeurtenissen en uitspraken die niet
stroken met onze Europese opvattingen over democratie en opvattingen over
mensenrechten de Indonesische autoriteit daar nadrukkelijk op te wijzen.
Ik dank u bij voorbaat voor uw inzet in deze.
Tenminste een paar duizend van mijn lezers kijken graag met u mee naar de
uitkomst van dit proces, dat gezien het feit dat deze 5 Papua's niet anders
hebben gedaan dan vreedzaam hun politieke visie verkondigen niet anders dan
tot vrijspraak zal moeten leiden.
Graag wijs ik u hierbij nog op de dringende oproep van Human Rights Watch:
http://www.hrw.org/news/2012/01/28/indonesia-drop-charges-against-papuan-activists
met vriendelijke groet,
Chris P. van der Klauw
webmaster
nieuwguinea.com
tanahku.west-papua.nl
31.1.2012: Lees onderstaande brandbrief van Siemon
aan alle fracties van de Tweede Kamer:
Geachte heren Rutte, Rosenthal, Leers,
alsmede de overige leden van dit gedoogkabinet, alsmede alle leden van de
Tweede kamer der Staten Generaal.
LEOPARD -tanks en
MENSENRECHTENSCHENDINGEN (Indonesië - West Papua)
In lange onderstaande berichtgeving staat
meer dan genoeg aangegeven over de GENOCIDE,
uitgevoerd door Indonesië op West Papua aangegeven, meer dan voldoende
weergeeft.
Ik geef u de laatste schendingen van de
mensenrechten op West Papua weer:
Halverwege december 2011, dus ca. 5 weken
geleden, vlak voor u met de uwen vrede op aarde tijdens de kerstdagen mocht
beleven:
Een Indonesische operatie in Paniai
(West Papua) waarbij 46 dorpen werden platgebrand door bombardementen met
NAPALM en ZENUWGAS, waarbij ca. 10.000 - 20.000 Papua's van huis en haard
werden verdreven, mensen werden vermoord en de oerwouden ingejaagd werden door
het beruchte DENSUS-88 bateljon.
En dan opvolgend:
Diezelfde Nederlandse overheid zou
datzelfde Indonesische Leger ca. 100 voor Nederland niet meer bruikbare
Leopard-tanks willen leveren voor ca. 210 miljoen !
Aan deze laatste
schendingen van de rechten van de mens door de Indonesische overheid gepleegd
in West Papua, zou ik honderden vergelijkbare situaties kunnen toevoegen,
waarbij het aantal slachtoffers varieert van enkelen tot duizenden.
In dezelfde bovengenoemde regio Paniai zijn bijv. ook al zo'n 3000 Papua's
mishandeld en vermoord en in 1981 in de directe omgeving ervan ca. 13.000
slachtoffers.
Ook de leden van de Tweede kamer der Staten Generaal dienen alle handen in
eigen boezem te steken, vooral de specialisten die Buitenlandse Zaken en
Immigratie en Asielbeleid in hun portefeuille hebben tonen aan geen enkele weet
te hebben wat daar in West Papua allemaal wordt uitgevreten door de
Indonesische overheid.
Minister Rosenthal zou u tekst en uitleg mogen geven waarom de landenpagina van
Indonesië alleen maar aangeeft over Indonesië : hier en daar zijn er wat
ongeregeldheden.
Dus ook over wat er vanaf 1962 is misgegaan, is voor Buitenlandse Zaken terug
te vinden als : wat
ongeregeldheden !
En is het u
allen bekend dat al die schendingen en moordpartijen zijn terug te vinden in de
jaarlijkse rapportages van Amnesty International, van de UNHCR, en van alle
hulpverleningsorganisaties vanuit de hele wereld ? ? ? ? ?
MAAR OOK NU
WEER :
Nederland zwijgt
stil, het grijpt terug in het verleden waarin de Nederlandse overheid 1,1
miljoen Papua's, voormalige Nederlanders tot 1962
Er lopen procedures van mensen uit
West Papua voor asielprocedures en verblijf bij partner en/of kinderen. Mensen
die als kind de Nederlandse nationaliteit hebben bezeten tot 1962 en mensen
waarvan de ouders in het bezit waren van diezelfde Nederlandse nationaliteit
waarover ook u en ik beschikken.
Maar deze mensen lopen
meer dan de kans om teruggestuurd te worden om eerst teruggestuurd te worden
naar Jakarta voor een inburgeringscursus en dan pas mogen terugkomen, daar waar
buitenlandse sportlieden uit niet eu-landen gewoon hier in Nederland die
inburgeringscursus mogen doorlopen om dan net als die voetballer van FC Twente
gemakkelijker verkoopbaar te worden binnen Europa en om te verblijven bij zijn
Nederlandse partner.
Nee, wij doen het als
Nederlandse overheid toch anders, luister maar naar ons, dan komt het wel goed.
En die Papua's van Nederlandse
afkomst dan ?
Juist ja, die sturen we
terug die zetten we buiten de landsgrenzen, dan kunnen we tenminste onze
gewetenswroeging onder de tafel schuiven.
En
Deze overheid vindt
financiën belangrijker dan mensenlevens gezien de miljardencontracten die
er lopen met diezelfde Indonesische overheid ! ! !
O ja, realiseert u zich
dat er bij die honderdduizenden doden veel (voormalige) landgenoten zitten,
want alle Papua's die voor 1962 zijn geboren zijn in het bezit geweest van de
Nederlandse nationaliteit en staat er niet in ons Burgerlijk Wetboek dat een
nationaliteit verkregen bij geboorte maar zo niet afgenomen kan worden ? ? ?
Hoogachtend,
S. Goossensen
18.3.2012:
MENSENRECHTEN
de MOLUKKEN en WEST PAPUA / LEOPARD-TANKS niet naar INDONESIË
(The
people representation in the Netherlands - we call it Tweede Kamer der Staten
Generaal), has decided that the Human Rights in West Papua by Indonesië
are recognised !)
Enkele maanden geleden zijn er in de Tweede Kamer der Staten Generaal enkele
moties ingediend betreffende het schenden van de rechten van de mens door
Indonesië in de Molukken en West Papua, alsmede over de contacten tussen
de Nederlandse en Indonesische overheid over het leveren van 100 Leopard-tanks,
die voor de Defensie in Nederland niet meer bruikbaar zijn en door verkoop aan
Indonesië nog zo'n 230 miljoen euro zouden kunnen opleveren.
Ik neem u eerst mee naar de ingediende moties over het schenden van de rechten
van de mens door Indonesië in de Molukken en West Papua, alsmede de
onderdrukking van christenen in Indonesië.
De motie die ingediend
is op 04 oktober 2011 door:
W. R. F. Kortenoeven (PVV) en E. Dijkgraaf (SGP).
Citeertitel van de
motie: De
mensenrechten van de Molukkers, Papua's en Christenen.
De Kamer, gehoord de beraadslaging, constateerde, dat er een bijzondere
historische band en betrokkenheid bestaat tussen Nederland en de Molukse
bevolkingsgroep in Indonesië,
en
voorts constaterende, dat er een bijzondere historische band en betrokkenheid
bestaat tussen Nederland en de Papua bevolking.
overwegende: dat de
mensenrechten van de Molukkers en Papua's veelvuldig geschonden worden !
Deze motie is met UNANIEME stemmen aangenomen (CDA, CU, D66, GL, PvdA, PVVD, PVV, SGP, SP, VVD)
door de Tweede Kamer der Staten Generaal, hetgeen betekent dat er voor het
kabinet geen enkele speelruimte meer is !
Dan de motie die is
ingediend op 24 november 2011 door:
W. R. F. Kortenoeven (PVV), C. G. van der Staaij (SGP), H.J. Ormel (CDA) en J.
S. Voordewind (ChristenUnie).
Citeertitel van deze
motie: Onderdrukking van de Papua's.
De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat de kamer in de
motie-vander Staaij c.s. (32500-V, nr. 113), grote zorge heeft uitgesproken
over de mensenrechten in Papua en de regering heeft verzocht, hierop
voortvarend actie te ondernemen, voorts wijzende naar de motie Kortenoeven /
Dijkgraaf (van 04 okt. 2011), constaterende,
dat de Indonesische autoriteiten nog steeds zeer repressief en geweldadig
hebben opgetreden tegen de Papua's, die opkomen voor hun
politieke, economische en maatschappelijk rechten, en verzoekt de regering om:
1)
De Indonesische regering met spoed aan te spreken op haar verplichting om zich
te onthouden van nhet plegen van geweld tegen de Papua's.
2)
Er bij de Indonesische regering op aan te dringen de onderdrukking van de
Papua's te staken en de om politieke redenen gevangengenomen Papua's vrij te
laten.
3)
In internationaal verband aan te dringen op het instellen van
beschermingmechanismes voor de Papua's.
4)
Er bij de Indonesische regering op aan te dringen dat de dialoog met de Papua's
wordt hervat en dat uitvoering wordt gegeven aan de Speciale Autonomiewet.
Deze motie is dus
UNANIEM (VVD, CDA, PVV, PvdA, SP, D66, GL, CU, SGP en PVVD)
aangenomen op de gronden : het
repressief en agressief schenden van de rechten van de mens door Indonesië
in de Molukken, in Papua en tegen de Christenen in Indonesië in het
algemeen.
Dan de motie over de
levering van 100 voor Nederland niet meer bruikbare Leopard-Tanks aan de
Republiek Indonesië.
Er is dus een motie ingediend om de regering ervan te weerhouden om deze tanks
te leveren aan Indonesië.
Voor de levering waren
: VVD, CDA en D66.
Tegen de levering waren : PVV, PvdA. SP, GroenLinks, ChristenUnie, SGP en PVVD.
Kunt u zich voorstellen dat zowel de VVD, het CDA en D66, een aantal weken
eerder ERKENNEN dat de rechten van de mens door Indonesië in de Molukken
en Papua repressief en agressief worden geschonden en dan een paar weken later
voor een levering stemt van oorlogswapentuig naar een land dat de mensenrechten
stemt.
Nu nemen Nederlandse kabinetten het niet zo nauw met het leveren van niet meer
bruikbaar wapentuig, want in het verleden werden er al korvetten geleverd aan
Indonesië en aan bijvoorbeeld Lybië en Egypte, ook landen die er
bekend om staan / stonden dat daar ook veelvuldig de rechten van de mens worden
geschonden.
Dat de VVD en het CDA
voor levering stemden is natuurlijk om zonder gezichtsverlies aan
Indonesië kenbaar te maken dat de regeringspartijen wel wilden,
maar dat de oppositie hen heeft tegengehouden, dus ook daar verantwoording
wegschuiven, dat D66 ook voor stemt is een veeg teken, want vooral de laatste
tijd kruipt D66 tegen de liberale hoek aan om zich op die manier bij de VVD te
profileren. Daarmee doet D66 zich als Democraten66 geen eer aan.
En wat vindt u van het feit dat Nederland in de Top-10 van de wereld zit inzake
levering van materieel voor de oorlogsindustrie en wat vindt u van het feit dat
via Nederland veel wapentuig wordt doorgetransporteerd?
Terug naar het UNANIEM
erkennen door de Tweede kamer der Staten Generaal van het schenden van de
rechten van de Mens door Indonesië in de Molukken, in Papua en tegen de
Christenen in het algemeen.
Deze stap is de eerste
stap vanuit de Nederlandse overheid vanaf 1962 !
Het gaat me op dit moment te ver om hier een politieke toekomstbeschouwing te
geven, maar ik kan wel aangeven dat op het gebied van mijn activiteiten in de
asielprocedures, waarin ik de belangen van meerdere Papua's verdedig er een
andere basis is gekomen. Ook voor de Vluchtelingenkampen op het grondgebied van
Papua New Guinea is dit een teken dat de mensen die daar zitten en erkend zijn
als vluchteling door de UNHCR of PNG, maar zo niet teruggestuurd kunnen worden naar
Papua en West Papua, want per slot van rekening heeft de Nederlandse Tweede
Kamer der Staten Generaal
UNANIEM erkend dat de Republiek Indonesië de rechten van de mens
repressief en agressief schendt en heeft geschonden in West Papua.
Tot mijn volgende berichtgeving die zal gaan over de Papua's in de
Vluchtelingenkampen in Papua New Guinea, te weten : Marentiki, Evenkatop,
Tinqui, Digo, Seven Cor, Finalbin, Katawim, Kaikok, Kuiu, Memeyop, Mapniam (de
kampen in het grensgebied) en Komokpin, Trakbits, Dome 1, Dome 2, Wamena,
Wiskey, Warastone, Atkamba 1, Atkamba 2, Atkamba 3, Niogamban en Blackware (de
kampen verder landinwaarts.
Daarnaast is een begin gemaakt met het opbenbreken van de wet uit 1892, de wet
op het Nederlands Staatsburgerschap, waarin heel duidelijk staat aangegeven,
dat iedereen in het Koninkrijk der Nederlanden, ook in de Nederlandse overzeese
gebiedsdelen zich Nederlands Staatsburger mocht noemen en het Nederlands
Staatsburgerschap bezat,
Vanaf dat moment zijn alle Nederlandse overheden, alle Nederlandse kabinetten
stap voor stap die wet gaan ontkrachten, totdat er in 1982 stond: dit geldt
niet voor Nederlands Nieuw Guinea.
75 - 90 % van die kabinetten en/of Tweede Kamers waren van christelijke komaf,
de VOC-mentaliteit die oud-premier Balkenende zo trots maakte en bracht.
Dat komt allemaal de komende tijd in een ander daglicht te staan, nu er na 50
jaar dichtgeschroeid geweten en vooruit schuiven nu de eerste Nederlandse
erkenning is dat de rechten van de mens worden geschonden door Indonesië
in de Molukken en in West Papua.
Siemon Goossensen
Wiecherlinckstraat 30
8011 KJ Zwolle
email : onderstesteen@hotmail.com
11.4.2012:
From: onderstesteen@hotmail.com
To:
carsecretariaat@minaz.nl; m@minbuza.nl; postbus.minia@minbzk.nl;
voorzitter@tweedekamer.nl; voorzitter@eerstekamer.nl; dao@minbuza.nl;
cie.ia@tweedekamer.nl; cie.buza@tweedekamer.nl; cie.biza@tweedekamer.nl
CC:
s.blok@tweedekamer.nl; s.buma@tweedekamer.nl; g.wilders@tweedekamer.nl;
d.samsom@tweedekamer.nl; e.roemer@tweedekamer.nl; a.pechtold@tweedekamer.nl;
j.sap@tweedekamer.nl; a.slob@tweedekamer.nl; c.vdstaaij@tweedekamer.nl; esther.ouwehand@tweedekamer.nl;
h.brinkman@tweedekamer.nl;
c.aptroot@tweedekamer.nl; m.azmani@tweedekamer.nl; w.vanbeek@tweedekamer.nl;
b.deboer@tweedekamer.nl; a.bosman@tweedekamer.nl; hantenbroeke@tweedekamer.nl;
brigitte.vdburg@tweedekamer.nl; i.decaluwe@tweedekamer.nl;
k.dijkhoff@tweedekamer.nl; m.harbers@tweedekamer.nl;
j.hennis-plasschaert@tweedekamer.nl; j.houwers@tweedekamer.nl;
m.huizing@tweedekamer.nl; r.leegte@tweedekamer.nl; bart.deliefde@tweedekamer.nl;
h.lodders@tweedekamer.nl; a.lucas-smeerdijk@tweedekamer.nl;
a.vmiltenburg@tweedekamer.nl; a.mulder@tweedekamer.nl;
h.nepperus@tweedekamer.nl; afke.schaart@tweedekamer.nl;
j.snijder@tweedekamer.nl; secretariaat.vandersteur@tweedekamer.nl; k.straus@tweedekamer.nl;
joost.taverne@tweedekamer.nl; t.venrooy-vanark@tweedekamer.nl; e.ziengs@tweedekamer.nl;
j.biskop@tweedekamer.nl; h.bruins-slot@tweedekamer.nl; c.coruz@tweedekamer.nl;
k.ferrier@tweedekamer.nl; m.haverkamp@tweedekamer.nl;
m.holtackers@tweedekamer.nl; c.joldersma@tweedekamer.nl;
r.knops@tweedekamer.nl; g.koopmans@tweedekamer.nl; a.koppejan@tweedekamer.nl;
pieter.omzigt@tweedekamer.nl; h.ormel@tweedekamer.nl; s.derouwe@tweedekamer.nl;
m.smilde@tweedekamer.nl; m.sterk@tweedekamer.nl; m.vtoorenburg@tweedekamer.nl;
m.vdwerf@tweedekamer.nl; e.blanksma@tweedekamer.nl;
s.kenswil@tweedekamer.nl; j.vbemmel@tweedekamer.nl;
i.vdbesselaar@tweedekamer.nl; l.bontes@tweedekamer.nl; t.vdijck@tweedekamer.nl;
w.dille@tweedekamer.nl; j.driessen@tweedekamer.nl; a.elissen@tweedekamer.nl;
k.gerbrands@tweedekamer.nl; d.grauw@tweedekamer.nl; l.helder@tweedekamer.nl;
m.hernandez@tweedekamer.nl; leon.djong@tweedekamer.nl; j.vklaveren@tweedekamer.nl;
w.kortenoeven@tweedekamer.nl; r.deroon@tweedekamer.nl; r.vvliet@tweedekamer.nl;
n.albayrak@tweedekamer.nl; k.arib@tweedekamer.nl; l.bouwmeester@tweedekamer.nl;
m.celik@tweedekamer.nl; m.vdam@tweedekamer.nl; t.vdekken@tweedekamer.nl;
j.dijsselbloem@tweedekamer.nl; s.dikkers@tweedekamer.nl;
a.eijsink@tweedekamer.nl; e.groot@tweedekamer.nl; m.hamer@tweedekamer.nl;
p.heijnen@tweedekamer.nl; l.jacobi@tweedekamer.nl; t.jadnanansing@tweedekamer.nl;
j.klijnsma@tweedekamer.nl; a.kuiken@tweedekamer.nl; a.marcouch@tweedekamer.nl;
j.monasch@tweedekamer.nl; r.plasterk@tweedekamer.nl; j.recourt@tweedekamer.nl;
p.smeets@tweedekamer.nl; f.timmermans@tweedekamer.nl; e.vdveen@tweedekamer.nl;
r.vermey@tweedekamer.nl; a.wolbert@tweedekamer.nl; j.dlange@tweedekamer.nl; m.hilkens@tweedekamer.nl;
hvbommel@sp.nl; f.bashir@tweedekamer.nl; jasper.vdijk@tweedekamer.nl;
h.vgerven@tweedekamer.nl; s.gesthuizen@tweedekamer.nl;
e.irrgang@tweedekamer.nl; pjansen@sp.nl; skarabulut@sp.nl;
n.kooiman@tweedekamer.nl; r.leijten@tweedekamer.nl; rvraak@sp.nl;
m.smits@tweedekamer.nl; p.ulenbelt@tweedekamer.nl; jdewit@sp.nl;
m.berndsen@tweedekamer.nl; p.dijkstra@tweedekamer.nl; w.hachchi@tweedekamer.nl;
b.vham@tweedekamer.nl; w.koolmees@tweedekamer.nl; f.koserkaya@tweedekamer.nl;
g.schouw@tweedekamer.nl; s.vveldhoven@tweedekamer.nl; k.verhoeven@tweedekamer.nl;
b.braakhuis@tweedekamer.nl; a.elfassed@tweedekamer.nl; w.vgent@tweedekamer.nl;
r.grashoff@tweedekamer.nl; j.klaver@tweedekamer.nl; m.peters@tweedekamer.nl;
l.vtongeren@tweedekamer.nl; l.voortman@tweedekamer.nl; c.schouten@tweedekamer.nl;
j.voordewind@tweedekamer.nl; e.wiegman@tweedekamer.nl;
e.dijkgraaf@tweedekamer.nl;
anja.hazekamp@tweedekamer.nl;
amnesty@amnesty.nl; geschiedenis@vpro.dmd.omroep.nl; zembla@vara.nl;
redactie@eenvandaag.nl; hoofdredactie@destentor.nl; r.pietersen@trouw.nl;
redactie@parool.nl; nrc@nrc.nl; info@nrc.nl; info@metronieuws.nl;
redactie@ad.nl; redactie@nd.nl; redactie@nos.nl; redactie@refdag.nl;
redactie@telegraaf.nl; redactie@volkskrant.nl
----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Subject: Christelijk /
Liberaal Nederland, Misdaden tegen de Menselijkheid en de IND
Date: Mon, 9 Apr 2012 13:39:01 +0200
Zwolle : 09 april 2012.
Betreft : lopende procedures bij de IND
inzake West Papua-Indonesië
Een verzoek aan minister G. B. M.
Leers (immigratie en asiel)
mede t.a.v. :
de minister president en minister van
Algemene Zaken, de heer M. Rutte.
de minister van Buitenlandse Zaken,
de heer U. Rosenthal.
de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten
Generaal, mevr. G. A. Verbeet.
alle leden van de Tweede Kamer der Staten
Generaal.
de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten
Generaal, de heer G. J. de Graaf.
alle leden van de Eerste Kamer der Staten
Generaal
voor het overgrote deel van de pers in
Nederland en diverse hulpverleningsorganisaties.
directie Azië en Oceanië van het
ministerie van Buitenlandse Zaken
Met controle van een "hopelijk
meekijkende" Tweede Kamer der Staten Generaal, alsmede de
geïnteresseerde Nederlandse burger over situaties, waar het Nederlandse
gehalte van betrokkenen meer dan duidelijk aanwezig is.
Betreffende de procedures van een
zestal op dit moment verblijvende Papua's in Nederland, één van
hen had als kind een officiële Nederlandse geboorteakte en van de andere
vijf zijn de ouders in het bezit van nederlandse geboorteakten.
Drie van hen hebben hun leven 1984
tot 2008 (24 jaar !) moeten LIJDEN in de UNHCR-Vluchtelingenkampen op het
grondgebied van Papua New Guinea - PNG (voormalig Australisch Nieuw Guinea)
"en zijn door Papua New Guinea "ERKEND ALS VLUCHTELING" ! ! !
Dus mensen die voor 1962 onder de
nederlandse wetgeving vielen en waar door Nederlandse militairen, zonder het te
beseffen of te weten, eigenlijk voor papieren Nederlanders is gevochten, want
zij hadden op dat moment door waardeloze theoretische geboorteakten geen
toekomst te verwachten in hun theoretische vaderland Nederland.
"Ik verzoek u dan ook, mede
namens mijn 6 cliënten uit West Papua, de beslissingen van hun lopende
procedures op te schorten, uitzettingen achterwege te laten tot u (de
Nederlandse overheid) , aantoonbaar kan maken dat 50 jaar weglopen voor de
erkenning van het schenden van de rechten van de mens door Indonesië in de
Molukken en in Papua, door Nederland, gerechtvaardigd is / was".
"Aansluitend zou minister
Rosenthal Buitenlandse Zaken, antwoord kunnen geven over het feit waarom de
Nederlandse ambassade in Jakarta, eigenlijk hijzelf, zwijgt over de misdaden
die Indonesië pleegt en gepleegd heeft tegen de rechten van de mens, in deze
situatie, in Papua".
Het is me genoegzaam bekend dat Nederlanders
in hun karakter niet graag praten over wat er in het verleden gebeurd is, zeker
niet op regerings niveau, we willen één van de beste jongetjes in
de klas zijn, we wijzen vaak met het vingertje en spreken dan uit :
"luister maar naar ons en dan komt het wel goed"!
Waarin is Nederland eigenlijk beter dan de
landen waar een dictatuur heerst en waar mensenrechten worden geschonden, waren
wij niet, samen met Portugal, toonaangevend in de slavenhandel en hebben de
Nederlanders niet in Afrika en Nederlands Oost Indië geprobeerd het
christelijke evangelie er in te slaan.
Dan neem ik u mee naar een rapport van de
Verenigde Naties uit 1948 over de moordpartijen, gepleegd door de Nederlanders in
Rawagede op Java.
De conclusie van het rapport van de
Verenigde Naties had de volgende strekking : De Verenigde Naties noemde het optreden van de
Nederlanders in Rawagede "opzettelijk en meedogenloos" !
Ruim 50 jaar na die gebeurtenis
hadden de minister-president, of de minister van Defensie, of de minister van
Buitenlandse Zaken, niet eens het fatsoen op kunnen brengen, om namens de
regering en/of de Nederlandse bevolking hun excuses aan te bieden, nee daar
mocht een ambassadeur zich mee bezig houden.
Het zal ook best moeilijk zijn voor
Nederland om excusus aan te bieden aan /in Indonesië voor gepleegde
overtredingen, vooral als je 350 jaar als natie een kolonie middels de
VOC-mentaliteit hebt leeggeroofd en oud-landgenoten daar hebt laten stikken
inzake hun vermeende Nederlands Staatsburgerschap.
DE ERKENNING VAN HET SCHENDEN VAN DE
MENS DOOR INDONESIË IN DE MOLUKKEN EN PAPUA.
Ik geef allereerst de moties vanuit de
Tweede Kamer der Staten Generaal weer, waarin
het schenden van de rechten van de mens door Indonesië in de Molukken en
Papua "UNANIEM" worden erkend door het Nederlandse parlement ! ! !
Uit onderstaande berichtgeving kunt u
opmaken dat de Nederlandse overheid vanaf 1962, dus 50 jaar geleden, tot
04-10-2011, heeft gezwegen en het geweten heeft dichtgeschroeid, ook u in uw
politieke activiteiten, over de "STILLE GENOCIDE" in voormalig
Nederlands Nieuw Guinea, nu Papua geheten.
Daarnaast kunt u opmaken uit de opsommingen
dat de Nederlandse overheden vanaf 1892 het Nederlands Staatsburgerschap van
omze Medelanders - Nederlanders in Nederlands Oost Indië verkracht hebben,
zonder dat de inwoners van voormalig Nederlands Nieuw Guinea er weet van
hadden, want in 1962 bleken officiële Nederlandse geboorteacten eigenlijk
alleen maar een stuk recyclingpapier te zijn voor de oud-papierhandel.
50 jaar lang heeft Christelijk en
Liberaal Nederland de rechten van medelanders,
in het bezit van officiële geboorteacten tot 1962, met een VOC-mentalitiet
na 350 jaar rooftochten in Nederlands Oost Indië, vertreden.
Ook zijn vanaf 1962, velen vanuit
voormalig Nederlands Nieuw Guinea, die hun toekomst in Nederland zochten en
in het bezit waren van officiële Nederlandse geboorteacten, DOORGETRANSPORTEERD naar
o.a. Amerika, Zweden, Duitsland, Canada, Japan, Australië, Frankrijk, enz.
met de achterliggende gedachte : "wij kunnen hen, als voormalige inwoners
van Nederlands Oost Indië, bij ons in Nederland eigenlijk geen toekomst
bieden, want dan zouden we wel eens met Indonesië in conflict kunnen
komen".
Het ó zo christelijke Nederland,
christelijk vooral vanaf de eerste 30 jaar na 1962, heeft oud-medelanders, oud
Nederlanders zien vermoorden in voormalig Nederlands Nieuw Guinea en het heeft
50 jaar geduurd alvorens er eindelijk een erkenning kwam vanuit het Nederlandse
Parlement.
De Tweede Kamer der Staten Generaal heeft
daar in ieder geval de IND teruggefloten over het niet erkennen van het
schenden van de rechten van de mens door Indonesië. Dat geeft een andere
inkijk aan de lopende procedures van mensen uit West Papua. Een jurist van de
IND gaf mij in een zitting bij de Vreemdelingenkamer aan : "je hebt een
record in het aantal pagina's van een dossier bij de IND inzake een
asielaanvraag, het zijn 1800 pagina's over het schenden van de rechten van de
mens door Indonesië in Papua, echter we doen er niets mee, we nemen het
ter kennisgeving aan".
Dan neem ik u mee welke misdaden het
Internationaal Strafhof projecteert als zijnde Misdaden tegen de Menselijkheid
!
In artikel 7 van het Statuut van Rome,
het verdrag waarmee in 2002 het Internationaal Strafhof
is opgericht, staan
de volgende misdaden vermeld:
a)
moord !
b)
uitroeiing !
c)
slavernij !
d)
deportatie !
of onder dwang overbrengen van bevolking !
e)
gevangenneming !
of ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid in strijd met fundamentele
regels van het internationaal recht !
f)
marteling !
g)
verkrachting ! , sexuele slavernij ! of
elke andere vorm van sexueel geweld met vergelijkbare zwaarte !
h)
vervolging tegen elke identificeerbare groep
of gemeenschap op politieke, raciale, nationale, etnische, culturele,
geslachtelijke als gedefinieerd in paragraaf 3 of andere gronden die
internationaal erkend zijn als ontoelaatbaar onder de internationale wet, in
verbinding met elke daad waarnaar in deze paragraaf wordt verwezen of elke
misdaad onder jurisdictie van het Internationale Strafhof.
i)
gedwongen verdwijning !
van personen !
j)
de misdaad apartheid !
k)
andere onmenselijke daden van een
gelijkwaardig karakter, die opzettelijk groot lijden of aanzienlijke schade aan
het lichaam, aan de geestelijke of fysieke gezondheid toebrengen !
Inzake a t/m k, zijn alle bovengenoemde
misdaden zijn terug te vinden in de dossiers die voor mijn cliënten zijn
ingediend, één van de dossiers bevat zelfs ca. 1800 pagina's aan
mensenrechtenschendingen en daarnaast verwijs ik u naar de jaarlijkse
rapportages van o.a. Amnesty International, Human Rights Watch, Dokters van de
Wereld en andere Mensenrechtenorganisaties, en de IND ?
Nederlandse regeringen en Tweede
Kamercommissies matigen zich de vrijheid toe een antwoord te verstrekken dat
als volgt luidt: "Wij
hebben uw rapport ter kennisgeving terzijde gelegd"!
Zij matigen zich het recht toe deze
mensenrechtenschendingen in de procedures terzijde te schuiven, want het is
niet erkend door de Nederlandse overheid.
Daarbij geef ik u aan de moties die
in de Tweede Kamer der Staten Generaal zijn ingediend in oktober 2011 en
november 2011 inzake het schenden van de rechten van de mens door
Indonesië in de Molukken en in Papua en die in beide gevallen als uitslag
te zien gaf:
Uitslag : Aangenomen met Algemene
Stemmen ! ! !
In het vervolg van deze lange mail /
berichtgeving kunt u die situaties teruglezen.
En de Nederlandse overheden vanaf 1955 /
1962 susten hun geweten en liepen met grote bogen om deze misdaden tegen de
menselijkheid heen.
HET VERKRACHTEN EN AFSTOTEN VAN DE
RECHTEN OP HET NED. STAATSBURGERSCHAP VOOR DE PAPUA'S.
Daar waar tot 1892 alle inwoners van het
Koninkrijk der Nederlanden, inclusief de Nederlandse overzeese gebiedsdelen nog
staat konden maken op het Nederlands Staatsburgerschap, hebben de Nederlandse
regeringen vanaf 1892 in het donker, zonder enige vorm van openheid dat recht
voor de Nederlandse overzeese gebiedsdelen laten verlopen, op zondag voor in de kerk, heb uw
naaste lief en wat gij niet wil dat u geschiedt, gun dat ook uw overzeese
landgenoten niet, blijkt vele jaren later een 100% leugen te
zijn ten opzichte van onze (voormalige) landgenoten in Nederlands West
Indië en in Nederlands Oost Indie, met name voor voormalig Nederlands
Nieuw Guinea, het huidige Papua - Indonesië, waarvoor enkele maanden
geleden, na 50 jaar, voor het eerst een vorm van erkenning kwam vanuit de
Tweede Kamer der Staten Generaal door een UNANIEME erkenning op een motie over het
erkennen van het schenden van de rechten van de mens door Indonesië in de
Molukken en Papua.
Met die situatie wil ik als eerste
naar de minister van Buitenlandse Zaken, de heer U. Rosenthal gaan, alsmede de
minister van Intergratie en Asiel, de heer G. B. M. Leers en
vervolgens de minister-president, de heer M. Rutte en alle leden van dit
(gedoog)kabinet.
De Nederlandse overheid en met name het
ministerie van Buitenlandse Zaken, alsmede de Nederlandse ambassade in Jakarta,
heeft vanaf 1962, de oren en ogen gesloten voor de mensenrechtenschendingen
door Indonesië in de Molukken en Papua (het voormalige Nederlands Nieuw
Guinea). Want er zijn meer dan voldoende rapporten van o.a. Amnesty
International, Human Rights Watch, UNHCR en andere Hulpverleningsorganisaties
die die mensenrechten hebben aangegeven bij de Nederlandse overheid, met name
bij hert ministerie van Buitenlandse Zaken.
Ik noem u de ministers van
Buitenlandse Zaken die evenals de heer U. Rosenthal hun
geweten en oren gesloten hielden.
19 mei 1959 -24 juli 1963 kabinet de Quay (KVP), minister BuZa
mr. J. M. A. H. Luns (KVP)
.
24 juli 1963 14 april 1965 kabinet Marijnen (KVP), minister BuZa
mr. J. M. A. H. Luns (KVP).
14 april 1965 - 22 nov. 1966 kabinet Cals (KVP), minister BuZa
mr. J. M. A. H. Luns (KVP).
22 nov. 1966 - 05 april 1967 kabinet
Zijlstra (ARP), minister
BuZa mr. J. M. A. H. Luns (KVP).
05 april 1967 - 06 juli 1971 kabinet de Jong
(KVP), minister
BuZa mr. J. M. A. H. Luns (KVP).
Hoorden wij enkele dagen geleden oud-premier
de Jong niet heel chanterend aangeven op de TV dat hij zijn lidmaatschap van
het CDA zou opzeggen als er bezuinigd wordt in Ontwikkelingshulp, maar ook hij zal weten dat
ook in zijn periode als
premier, de mensenrechten in Indonesië geschonden werden en
dat Nederland ook toen miljoenen aan bilaterale contracten had met
Indonesië en hij zal ook weten dat het overgrote deel van de
ontwikkelingshulp, net als in andere landen met een dictatoriale regering,
verdwijnt in verkeerde zakken.
Let wel, dat is de periode 1962 -
1969, waar in vele rapportages al stond aangegeven dat er in die perioides ca.
30.000 Papua's door de Indonesische militairen en geheime politie zijn vermoord
! ! !
Hoe zou de Nederlandse overheid dat genoemd
hebben ? Incidenten of gaf men toen al aan : "och we moeten verder, laten
we er maar van uitgaan dat het wel beter zal worden".
06 juli 1971 - 11 mei 1973 kabinet
Biesheuvel I en II (ARP),
minister Buza in beide kabinetten dhr. N. Schmeltzer (KVP).
11 mei 1973 - 19 dec. 1977 kabinet Den Uyl (PvdA), minister BuZa
dhr. M. van der Stoel (PvdA).
19 dec. 1977 - 11 sept.1981 kabinet van Agt
1 (CDA), minister
van BuZa dhr. Ch. A. van der Klauw (VVD).
11 sept.1981 - 29 mei 1982 kabinet van Agt 2
(CDA), minister
van BuZa, dubbele positie, dhr. van Agt (CDA).
29 mei 1982- 04 nov. 1982 kabinet van Agt 3 (CDA), minister van
BuZa, dubbele positie, dhr. van Agt (CDA).
04 nov. 1982- 14 juli 1986 kabinet Lubbers 1
(CDA), minister
van BuZa, mr. H. van den Broek (CDA).
14 juli 1986- 07 nov. 1989 kabinet Lubbers 2
(CDA), minister
van BuZa, mr. H. van den Broek
(CDA).
07 nov. 1989- 22 aug. 1994 kabinet Lubbers 3
(CDA), minister
van BuZa tot 02 jan. 1993, mr. H. van den Stoel (CDA).
minister van BuZa vanaf 02 jan. 1993, dhr.
P. Kooijmans. (CDA).
22 aug. 1994- 03 aug. 1998 kabinet Kok 1 (PvdA), minister van
BuZa, mr. H. A. F. M. O. van Mierlo (D66).
03 aug. 1998- 22 juli 2002 kabinet Kok 2 (PvdA), minister van
BuZa, J. J. Aartsen (VVD).
Dan wil ik aangeven dat Nederland ten
opzichte van Vluchtelingensituaties in de persoon van oud-premier R. F. M.
Lubbers als Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de UNHCR, totaal niets
heeft ondernomen vanuit zijn positie om het schenden van de rechten van de mens
door Inonesië aan de kaak te stellen ! ! !
De Nederlandse regering zal zeggen:
"dat is te begrijpen, want hij zit daar niet voor de situatie in
Indonesië, hij zit daar voor activiteiten all over the world".
Maar ja, als oud-premier zal hij ook wel
bezig zijn geweest met vele contacten met Indonesië voor vele contracten
met Indonesië en ook voor de Nederlandse regeringen zijn commerciële
en financiële voordelen belangrijker als wijzen op het nakomen van de
rechten van de mens.
22 juli 2002- 27 mei 2003 kabinet Balkenende
1 (CDA), minster
van BuZa, J.G. de Hoop Scheffer
(CDA).
27 mei 2003- 07 juli 2006 kabinet Balkenende
2 (CDA), minister
van BuZa, tot 03 dec. 2003, dhr. J. G. de Hoop Scheffer (CDA)
vanaf 03 dec. 2003, dhr. B. R. Bot (CDA).
07 juli 2006- 22 febr. 2007 kabinet
Balkenende 3 (CDA), minister
van BuZa, dhr. B. R. Bot (CDA).
22 febr. 2007- 14 okt. 2010 kabinet
Balkenende 4 (CDA), minister
van BuZa, dhr. M. Verhagen
(CDA).
14 okt. 2010- heden gedoogkabinet Rutte (VVD), minister van
BuZa, dhr. U. Rosenthal (VVD).
Hoewel dat in bovengenoemde opsomming
schijnbaar niet zichtbaar is, is het niet alleen een overzicht van grotendeels
christelijke kabinetten, nee:
Want
ook de VVD heeft aan 13 kabinetten deelgenomen ! ! !
Dus men zou kunnen stellen dat vooral
Christelijk en Liberaal Nederland zeker voor voormalig Nederlands Nieuw Guinea,
nu Papua - Indonesië voor veel ellende hebben gezorgd en door het steeds
niet erkennen van de schendingen van de rechten van de mens door Indonesië
in de Molukken en Papua, alsmede het veelvuldig wijzigen en aanpassen van de
wet op het Nederlands Staatsburgerschap van 1892 medeschuldig zijn aan de
"STILLE GENOCIDE" in Papua.
Al deze premiers, te weten :
de Quay, Marijnen, Cals, Zijlstra, de Jong,
Biesheuvel 2x, Den Uyl, van Agt 3x, Lubbers 3x, Kok 2x, Balkenende 4x en Rutte,
En alle ministers van Buitenlandse
Zaken, te weten: Luns, Schmeltzer, van der Stoel, van
der Klauw, van Agt - in combinatie met het premierschap, van den Broek,
Kooijmans, van Mierlo, Aartsen, de Hoop Scheffer, Bot, Verhagen en Rosenthal.
Hebben op de eerste plaats hun geweten en
ogen dichtgeschroeid voor de mensenrechtenschendingen door Indonesië in de
Molukken en Papua dichtgeschroeid.
Daarnaast hebben zij ontelbare
rapportages van gerespecteerde organisaties die die mensenrechtenschendingen
door Indonesië aangaven, ter kennisgeving aangenomen en hautain ter zijde
gelegd.
Papua is ver van hier, het is al een aantal
jaren hermetisch gesloten voor de journalisten, dus de Nederlandse burger komt
er toch niet achter dat er al vanaf 1962 zo'n 400.000 - 500.000 Papua's zijn
vermoord of van de aardbodem zijn verdwenen.
Dan wil ik graag Politiek Christelijk /
LIberaal Nederland meenemen naar 400 jaar zending en roven in voormalig
Nederlands Nieuw Guinea (het laatste Nederlandse overzeese gebiedsdeel) en aantoonbaar maken wat dat aan de
Papua's heeft opgeleverd vanuit de door Christelijk en Liberaal Nederland
geleverde "streken".
Dus op weg naar de zo
geroemde VOC-mentaliteit, zoals oud-premier Jan Peter Balkenende dat nog zo
trots in zijn laatste regeringsperiode in 2006 de wereld inkraaide.
"CHRISTENDOM in
PAPUA - INDONESIË"
De leer die de christelijke kerk verkondigt, is gestoeld op het aanvaarden van
autoriteit. Het bekende nederlandse "christelijke en politieke
vingertje" met de woorden : "luister
maar naar ons, dan komt het wel goed". In de kerken
leerden / leren de Papua's, dat ze hun lot "moeten" accepteren.
Hierdoor wordt het idee van zelf-autonomie, waar iedere bevolkingsgroep recht
op heeft, ondergraven.
Ook schilderen dominees, priesters en christelijk Nederland, de Papua's maar al
te graag af als een "groep wilden die sturing nodig hebben". Veel
Papua's zijn christelijk omdat de Nederlanders, van wie ze afhankelijk waren /
zijn, christelijk waren / zijn, dus zoals honderden jaren geleden in veel
situaties met spiegeltjes, kraaltjes als beloning als ze voor het christendom
kozen, of het zwaard als ze niet voor het christendom kozen.
Het zwaard is verdwenen bij de zending en de
kerk, maar gehoorzaamheid preken is: "nog steeds één van de
peilers waarop door christelijk Nederland hulp wordt geboden". De kerken
laten heden ten daage nog maar al te graag zien wat ze voor die arme zieltjes
in Papua doen, maar
spreken zich niet uit over de situatie waarop ze eigenlijk recht hebben.
Recent verbleef er nog het hoofd van
een Nederlandse vestiging van een grote christelijke wereldorganisatie voor een
lange periode in het aanliggende Papua New Guinea, waar ca. 15.000 Papua's uit voormalig
Nederlands Nieuw Guinea hun leven "LIJDEN" vanaf 1984 tot op de dag
van vandaag in ca. 29 UNHCR-Vluchtelingenkampen.
Vanaf begin 2011, heb ik hem driemaal
verzocht om met hem in gesprek te kunnen gaan over de toestanden en
leefomstandigheden in de UNHCR-Vluchtelingenkampen, want voor 100% weet hij hoe het er
toegaat, echter het antwoord moet nog komen. Je zou haast
denken dat hij de woorden die Jezus uitgesproken heeft "eer de haan
kraait, zult gij mij driemaal verlochenen", eer aan wil doen. Ook in die
situaties lijken de forse subsidies aan een hulpverleningsorganisatie
belangrijker dan het uitspreken van de waaarheid.
Één van de belangrijkste
redenen voor de Papua's om christelijk te zijn, is omdat de rest van de
bevolking in Indonesië moslim is. Hierdoor zetten de Papua's zich af van
de Islamitiesche autoriteit. Christen
zijn, betekent voor de Papua's, anti-islam en anti-Indonesië.
De retoriek die de christenen en moslims
tegen elkaar gebruiken, wordt door de Kerken maar al te graag gebruikt om de
Papua's voor zich te winnen, zelfs nu nog, om met die achterliggende gedachte
de Papua's toch gedeeltelijk afhankelijk te maken.
Helaas kunnen de Kerken de Papua's niet die
bevrijding geven, waar ze naar op zoek zijn, want de Kerken spreken zich niet
daadwerkelijk open uit over de basis en onwaarheden waarom het conflict
Nederlands Nieuw Guinea - Indonesië - Papuabevolking ontstaan is. Dus de
Kerken hebben dus een dubieuze rol gespeeld en spelen nog een dubieuze rol in
Papua - voomaligb Nederlands Nieuw Guinea, dat toch maar Nederlands laatste
overzeese gebiedsdeel werd / wordt genoemd. Veel Papua's zijn ook christelijk
omdat de bijbelverhalen gedeeltelijk overeen komen of aansluiten bij hun
natuurreligie.
Echter ook de zendelingen en
missionarissen waren in 1969 voor aansluing bij Indonesië in plaats van
onafhankelijkheid ! (en in dat jaar bestond de regering -
kabinet de Jong - uit 11 ministeries voor de KVP, ARP en CHU en 3 ministeries
voor de VVD).
Het uitstellen van autonomie en de zinloze
bestuurlijke herverdeling, worden door de kerkelijke instituten ondersteund.
Daarnaast hameren dominees en priesters er voortdurend op dat papua's beslist
niet zelf hun land zouden kunnen besturen. Dat is een meer dan vertekend beeld,
want de Nederlandse regeringen zagen in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw,
tot 1962, nu 50 jaar geleden, onafhankelijkheid als een uitvoerbare realiteit,
we spreken dus over de kabinetten Drees 1 (PvdA, CHU, KVP en VVD), Drees 2
(PvdA, KVP, ARP en CHU), Drees 3 (PvdA, KVP, ARP en CHU), Beel (een volledig
christelijk kabinet - KVP, ARP, CHU) en het kabinet de Quay (KVP, ARP, CHU en
VVD). In alle kabinetten in die periode hadistelijk Nederland de overhand in de
kabinetten, aangevuld met of de PvdA of aangevuld met de VVD.
Amerika, de
grote broer, waar Nederland maar al te graag achteraan huppelt en als grote
voorbeeld dient, heeft
Nederland behoorlijk gedwarsboomd in hun plannen om de Papua's
onafhankelijkheid te geven.
De expansiedrift van het Amerika van
John F. Kennedy en zijn broer Robert, met politieke en militaire steun aan
Indonesië, was vele malen groter dan het houden van hun beloften aan het
kleine broertje Nederland.
Amerika kreeg waar het voor ging al
in 1963, nl.: zicht op de opkomende wereldmacht China en de een gebied in voormalig
Nederlands Nieuw Guinea, waar zich echt de allerrijkste goud-, koper- en
zilvermijnen bevinden, eem gebied dat tweemaal zo groot is als Nederland, dus
in de periode dat de Verenigde Naties het bestuur over voormalig Nederlands
Nieuw Guinea zouden voeren.
Dan wil ik iedereen gaarne zicht
geven op de wet op het Nederlands Staatsburgerschap van het KONINKRIJK DER
NEDERLANDEN:
Tot 1892 stond er in de wet
aangegeven:
Dat iedereen in het bezit was van het
Nederlands Staatsburgerschap, expliciet staat
aangegeven: INCLUSIEF
DE NEDERLANDSE OVERZEESE GEBIEDSDELEN.
Dientengevolge zou je haast zeggen, dat het
dan ook begrijpelijk was dat iedereen die in voormalig Nederlands Nieuw Guinea
nog geboren werd tot 1962 een officiële Nederlandse geboorteakte kreeg bij
zijn / haar geboorte in dit Nederlandse overzeese gebiedsdeel tot 1962.
Echter dat bleek in 1962 louter
theorie te zijn ! ! !
Want vanaf 1892 tot 1984 hebben al
die Nederlandse regeringen de Nederlandse nationaliteit van inwoners van de
overzeese gebiedsdelen van voormalig Nederlands Oost Indië verkracht en
weggesaneerd.
Daar waar veel inwoners van Nederlands Nieuw
Guinea in 1962 dachten in het bezit te zijn van de Nederlandse nationaliteit,
kwamen zij allen bedrogen uit, met uitzondering van de 500 Papua-gezinnen de in
1962 gerepatriëerd werden naar Nederland. Wat bleek, zonder dat de
inwoners van Nederlands Nieuw Guinea daar bekend mee waren, bleken die
zogenaamde Nederlandse Christelijke regeringen hen onderverdeeld te hebben in 3
groepen.
Dus tot 1892 beschikte iedereen
binnen het Koninkrijk der Nederlanden, ook in de Nederlandse overzeese
gebiedsdelen, over het Nederlands Staatsburgerschap.
In koloniale verhoudingen stond de
nationaliteit van de rijksdelen in Nederlands Oost Indië (de Indische
Archipel - Indonesië en voormalig Nederlands Nieuw Guinea) en Nederlands
West Indië (Suriname, de Nederlandse Antillen en de Bovenwindse en
Benedenwindse Eilanden) in het teken van de Nederlandse hegemonie. De
Nederlandse nationaliteit was behulpzaam in de constructie van horige en
lotsverbonden onderdanen overzee. De wijze waarop de nationaliteit van de
bevolking van Nederlands Oost Indië en Nederlands West Indië geregeld
was mocht dan verschillen, het doel was hetzelfde.
Echter vanaf het begin van de wetswijzigingen
in 1892, was de
"GEHELE bevolking van Nederlands West Indië na 1892
NEDERLANDER", terwijl de bevolking van Nederlands Oost
Indië werd onderverdeeld in "Nederlandse
onderdanen niet NIET-NEDERLANDERS en NEDERLANDSE onderdanen NEDERLANDERS".
Dat betekent niet dat men de
"Inheemsen" in Nederlands West Indië als meer verwant aan de
Nederlandse natie beschouwde dan de "Inheemsen" in Nederlands Oost
Indië. Politici zagen geen discrepantie tussen de Nederlandse hegemonie in
Nederlands West Indië en het Nederlands Staatsburgerschap voor de
bevolking, terwijl Nederlandse overheid dat er in Nederlands Oost Indië
wel een dergeliujk spanningsveld bestond. Zowel de "Nederlandse onderdanen niet
Nederlanders", als de "Nederlanders" uit de koloniën hadden
recht op toelating op het grondgebied van Nederland. Nadien was dat recht
echter voorbehouden aan een gering aantal leden van de lokale elites.
Toen na 1975 bleek, dat er vanuit Suriname
teveel immigranten overkwamen naar Nederland, heeft de Nederlandse overheid de
mogelijkheden dichtgegooid voor immigranten vanuit (voormalige) Nederlandse
overzeese gebiedsdelen dichtgegooid, want op basis van de Nederlandse
nationaliteit van een betrokke, konden kinderen en kleinkinderen van een
betrokkene - mits geboren voor 1984, nog aanspraak maken van de Nederlandse
nationaliteit, echter die deur was al dichtgegooid voor de inwoners van
voormalig Nederlands Nieuw Guinea, want er stond expliciet bij aangetekend :
"dit geldt net voor inwoners uit Nederlands Nieuw Guinea", ondanks
het feit dat er tot 1962 officiële Nederlandse geboorteaktes werden
verstrekt. Echter naderhand bleken die alleen maar praktische waarde te hebben.
Zouden de Nederlandse militairen die de
belangen van de bevolking in voormalig Nederlands Nieuw Guinea wel geweten
hebben dat zij geen landgenoten verdedigden maar inheemsen die in theorie
Nederlandse geboorte akten beezaten die van nul en gener waarde waren? Daar zijn soldaten voor gevallen !
Als het toenmalige CHRISTELIJK NEDERLAND,
zowel voor Nederlands West Indië als voor Nederlands Oost Indië, de
wetgeving op dezelfde manier rechtvaardig zou toepassen, zouden er nu geen
12.000-15.000 Papua's in de 29 UNHCR-vluchtelingenkampen zitten op het
grondgebied van Papua New Guinea (voormalig Australisch Nieuw Guinea) en hadden
alle Papua's die daar verblijven en geboren zijn voor 1962 hun recht van de
Nederlandse overheid kunnen krijgen voor henzelf, hun kinderen en
kleinkinderen.
Nee, nu zijn er vanaf 1962 ca.
400.000 - 500.000 Papua's vermoord en velen die daarbij om het leven zijn
gekomen en voor 1962 waren geboren, waren in het bezit van een
"OFFICIËLE NEDERLANDSE GEBOORTEAKTE".
Ik leid u langs de weg van
parlementaire stukken, die ik heb
bewandeld om het onmenselijke verkrachten van het Nederlands Staatsburgerschap
van de landgenoten in voormalig Nederlands Nieuw Guinea aantoonbaar te maken
vanaf 1892 aan het begin van vele wijzigingen ten nadele van die Nederlandse
bevolkingsgroep.
Primaire bronnen (parlementaire
stukken)
Wet
Nederlands Staatsburgerschap 28 juli 1850
Wet
Nederlands Staatsburgerschap 12 dec. 1892
Handelingen
II 1892/1893, pag. 123-163
Stb.
177, 8 juli 1907
Stb.
56, 10 febr. 1910
Stb.
216, 15 juli 1910
Stb.
955, 31 dec. 1920
Stb.
685, 29 nov. 1935
Stb.
209, 21 dec. 1936
Stb.
913, 21 dec. 1936
Kamerstukken
II 1937/1938, 2 (V), nr. 7-8
Handelingen
II 1937/1938, pag. 202, 282
Kamerstukken
II 1948/1949, 786, nr. 37
Stb.
204, 15 dec. 1938
Kamerstukken
I 1949/1950, 1478, pag. 1-25
Handelingen
I 1949/1950, pag. 51-107
Kamerstukken
II 1949/1950, 1478, nr. 1-22
Handelingen
II 1949/1950, pag. 798-931
Kamerstukken
II 1949/1950, 1654 (XIIIA en XIIIB), nr. 10-12
Kamerstukken
II 1949/1950, 1657, nr. 1-2
Kamerstukken
II 1950/1951, 1900 (XIIIB), nr. 6; nr. 9; nr. 12
Kamerstukken
II 1950/1951, 2021, nr. 1-6
Handelingen
II 1950/1951, pag. 872-1016; pag. 1155-1230; pag. 2561-2570
Kamerstukken
II 1950/1951, ,2027, nr. 1-6
Handelingen
II 1950/1951, pag. 1533
Stb.
593, 21 dec. 1951
Kamerstukken
II 1951/1952, 2300 (XII), nr. 7; nr. 10
Handelingen
II 1951/1952, pag. 896
Kamerstukken
II 1951/1952, 2300 (XIIIA), nr. 5-6
Handelingen
II 1951/1952, pag. 730-757; pag. 839-858
Stb.
233, 15 mei 1953
Stb.
363, 30 juli 1953 (Art. II)
Kamerstukken
II 1953/1954, 3200 (XIII), nr. 2-9
Handelingen
II, 1953/1954, pag. 427-458
Kamerstukken
II 1953/1954, 3200 (XII), nr. 2; nr. 9-10
Kamerstukken
II 1953/1954, 3200 (XIIA), nr. 2-14
Handelingen
II 1953/1954, pag. 3181-3190
Kamerstukken
II 1954/1955, 3700 (XII), nr. 2
Kamerstukken
II 1954/1955, 3700 (XIIA), nr. 2
Kamerstukken
II 1955/1956, 4100 (XII), nr. 2; nr. 8; nr. 10
Kamerstukken
II 1955/1956, 4100 (XIIA), nr. 8; nr. 10
Kamerstukken
II 1955/1956, 4100 (XIII), nr. 8-9
Handelingen
II 1955/1956, pag. 432-473
Kamerstukken
II 1957/1958, 4900 (XIII), nr. 2; nr. 10; nr. 12
Handelingen
II 1957/1958, pag. 503-509
Handelingen
I 1957/1958, pag. 312; pag. 327
Stb.
342, 16 juli 1958
Kamerstukken
II 1959/1960, 5700 (XII), nr. 2; nr. 9; nr. 10
Kamerstukken
II 1959/1960, 5700 (XIIA), nr. 2; nr. 7; nr. 10
Kamerstukken
II 1962/1963, 6900 (XV), nr. 2; nr. 12; nr. 13
Stb
467, 14 nov. 1963
Kamerstukken
II 1963/1964, 7400 (IV), nr. 7; nr. 9
Kamerstukken
II 1963/1964, 7400 (XV), nr. 2
Kamerstukken
II 1963?1964, 7400 (XVI), nr. 2; nr. 10; nr. 13
Handelingen
II 1963/1964, pag. 1386-1404
Kamerstukken
II 1964/1965, 7800 (XV), nr. 2
Kamerstukken
II 1964/1965, 7800 (XVI), nr. 2
Handelingen
II 1964/1965, pag. 1008-1032
Kamerstukken
II 1969/1970, 10300 (XVI), nr. 2
Handelingen
II 1969/1970, pag. 2286-2299
Kamerstukken
II 1970/1971, 10900 (IV), nr. 2; nr. 7; nr. 8
Kamerstukken
II 1970/1971, 10900 (XVI), nr. 2
Kamerstukken
II 1971/1972, 11500 (IV), nr. 2; nr. 9
Kamerstukken
II 1971/1972, 11500 (XVI), nr. 70
Handelingen
II 1971/1972, pag. 1003-1270
Kamerstukken
II 1972/1973, 12000 (XVI), nr. 2
Kamerstukken
II 1973/1974, 12839, nr. 1-5
Kamerstukken
II 1974/1975, 12839, nr. 6-7
Kamerstukken
II 1974/1975, 13100 (IV), nr. 2
Kamerstukken
II 1974/1975, 13100 (IV), nr. 9
Kamerstukken
II 1974/1975, 13144, nr. 1
Kamerstukken
II 1974/1975, 13467, nr. 1
Kamerstukken
II 1974/1975, 13473, nr. 6-10
Kamerstukken
II 1974/1974, 13482, nr. 1
Kamerstukken
II 1974/1975, 13254, nr. 1-3
Stb.
608, 20 nov. 1975
Kamerstukken
II 1975/1976, 12839, nr. 8-11; nr, 138b
Kamerstukken
II 1975/1976, 13254, nr. 4-21
Kamerstukken
II 1975/1976, 13600 (IV), nr. 2; nr. 9-11; nr. 13-14
Kamerstukken
II 1975/1976, 13473, nr. 14; nr. 16
Handelingen
II 1975/1976, pag. 464-631; pag. 2308-2342; pag. 2455
Stb.
465, 08 sept. 1976
Kamerstukken
II 1976/1977, 14398, nr. 1-2
Kamerstukken
II 1977/1978, 14398, nr. 3-4
Kamerstukken
II 1977/1978, 14915, nr. 1-2
Kamerstukken
II 1978/1979, 14398, nr. 5-20
Handelingen
II1978/1979, pag. 315-381
Kamerstukken
II 1980/1981, 14398, nr. 21-22
Stb.
628, 19 sept. 1984
Kamerstukken
II 1995/1996, 24072, nr. 17
Kamerstukken
II 1995/1996, 24402, nr. 3
Kamerstukken
II 1996/1997, 25001, nr. 8
Kamerstukken
II 1996/1997, 25114, nr. 3; nr. 5; nr. 6; nr. 8
Kamerstukken
II 1998/1999, 26200 (IV), nr. 3; nr. 12
Kamerstukken
II 1998/1999, 26283, nr. 1-4
Kamerstukken
II 1998/1999, 26565, nr. 1
Kamerstukken
II 1998/1999, 25597, nr. 1`
Handelingen
II 1998/1999, pag. 25-1593
Kamerstukken
II 1999/2000, 26800 (IV), nr. 6
Kamerstukken
II 1999/2000, 26283, nr. 5; nr. 6
Kamerstukken
II 1999/2000, 26283, nr. 6
Handelingen
II 1999/2000, pag. 12-806; pag. 13-875
Kamerstukken
II 2000/2001, 26283, nr. 7-13
Kamerstukken
II 2001/2002, 26283, nr. 16
Kamerstukken
II 2003/2004, 28689, nr. 8-10
Kamerstukken
II 2003/2004, 28689, nr. 17
Handelingen
II 2003/2004, pag. 63-4132
Kamerstukken
II 2004/2005, 29700, nr. 12; nr. 26
Handelingen
I 2004/2005, pag. 7-310; 7-311
Handelingen
II 2004/2005, pag. 60-3884; pag. 60-3892
Kamerstukken
II 2006/2007, 30962, nr. 1-6
Kamerstukken
II 2006/2007, 31031 (VI), nr. 5
Daarnaast
is er behoorlijk wat Jurispridentie Vreemdelingenrecht doorgeworsteld.
Vooral
de vele malen gewijzigde wet op het Nederlands Staatsburgerschap vanuit 1850
geeft overduidelijk aan dat de Nederlandse regeringen ten onrechte bepaalde
groepen Nederlanders, gezien vanuit 1892, zonder hen daarin te kennen,
aantoonbaar heeft gemaakt dat voor vele Nederlandse regeringen het Nederlands
Staatsburgerschap niet hetzelfde betekende en dan toch nog officiële
Nederlandse geboorteactes uitdelen tot 1962, die uiteindelijk alleen maar een
theoretische waarde hadden en daardoor, platweg gezegd, bij het oudpapier
konden worden gedeponeerd, dat betekende de mens in voormalig Nederlands Nieuw
Guinea voor de CHRISTELIJKE Nederlandse overheid
Hoogachtend,
S.
Goossensen
18.4.2012: Van de Stichting Pro Papua
April 13th 2012
Answers of Dr. U. Rosenthal, Dutch Minister of Foreign Affairs to the questions
from Members of Parliament Ormel (Christian Democrat Party) and Ten Broeke
(Liberal Party) about the conviction of Papuans in Indonesia.
http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/bz/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/04/13/beantwoording-kamervragen-over-veroordeling-papoea-s-in-indonesie.html
Translation Pro Papua
Question 1.
Are you
familiar with the article “Papuans in jail for hoisting the flag”?
1)
Answer
Yes
Question 2.
Is it a
just conclusion that these men have only been convicted because they were
leading a peaceful demonstration? How do you judge this conviction?
Answer
The
five men were convicted because of a declaration of the independence of Papua during
the closing of the third Papuan Congress on October 19th 2011. The
verdict states that the declaration read by them is considered as an attempt
for high treason, because this was aimed at undermining the territorial
integrity of the Indonesian Republic.
On Monday March 19th the defence attorney appealed because the
prosecution insufficiently proved high treason. I am waiting for the verdict in
the appeal.
Question 3.
How do
you judge the fact that the Indonesian authority, despite repeated
international protest, still imposes severe punishment to peaceful
demonstrators? What measures can you take in order to alter this?
Answer
As I
have mentioned in my letter to the Dutch House of Representatives (Dutch House
of Representatives, Congress Year 2011-2012, 32 735, nr. 41), The Netherlands
expresses its concern in its contacts with the Indonesian government, both
bilaterally and from the European Union, about the severe sentences imposed
upon peaceful demonstrators for showing the Morning Star flag.
Question 4.
Are you
willing to strain that convicted persons may serve their jail time in Papua, so
that family members may visit them? If not, why not?
Answer
The
appeal was made at the Jayapura court, that is why, for the time being, the
people concerned will remain in prison in Jayapura.
Question 5.
Do you
share the opinion that the slow implementation of the Special Autonomy Law is a
major reason for these recurring demonstrations? If not, why not?
Answer
Yes I
do. Furthermore the social-economic situation and tensions within the Papuan
community are important factors, too
Question 6.
What
about the accelerated implementation of the Special Autonomy Law, for which
purpose the coordination-unit UP4B was founded? In which way did you support
this process or will you continue to support this process, as primarily
promised by you? 2)
Answer
In
early 2012 offices of UP4B were opened in Jayapura and in Manokwari. Through
information- and coordination-activities, the unit aims at accelerating development
processes by arranging meetings in the near future. The Dutch ambassador
extensively discussed these matters with the chief of the UP4B-unit and with
other parties concerned in Papua and in West-Papua. It was indicated that The
Netherlands will give support whenever possible to programs in Papua, such as
community policing
Sources
1) http://www.bndestem.nl/nieuws/algemeen/buitenland/10674212/Papoeas-veroordeeld-voor-hijsenvlag.ece
2)
Report, 32 735, nr. 41
8.5.2012: De tanks
van minister Hillen gaan de mensenrechten schenden in West Papua
From: onderstesteen@hotmail.com
To: persvoorlichting@mindef.nl
CC: carsecretariaat@minaz.nl; m@minbuza.nl; postbus.minia@minbzk.nl;
cie.buza@tweedekamer.nl; cie.biza@tweedekamer.nl; s.blok@tweedekamer.nl;
s.buma@tweedekamer.nl; g.wilders@tweedekamer.nl; d.samsom@tweedekamer.nl;
e.roemer@tweedekamer.nl; a.pechtold@tweedekamer.nl; j.sap@tweedekamer.nl;
a.slob@tweedekamer.nl; c.vdstaaij@tweedekamer.nl;
esther.ouwehand@tweedekamer.nl; h.brinkman@tweedekamer.nl;
redactie@volkskrant.nl; redactie@telegraaf.nl; eindredactie@trouw.nl;
redactie@parool.nl; hoofdredactie@destentor.nl; redactie@refdag.nl; redactie@nd.nl;
nrc@nrc.nl; info@nrc.nl; redactie@eenvandaag.nl
Subject: DE TANKS VAN MINISTER HILLEN GAAN DE MENSENRECHTEN SCHENDEN IN
PAPUA-INDONESIË
Date: Tue, 8 May 2012 15:39:16 +0200
t.a.v.
de minister van Defensie, de heer J. S. J. Hillen (CDA)
de minister van Buitenlandse Zaken, de heer U. Rosenthal (VVD)
de minister president, de heer M. Rutte
alsmede het volledige demissionaire kabinet.
Zwolle : 08 mei 2012
Betr. : Het
demissionaire kabinet wil overtollige tanks toch aan Indonesië verkopen.
GELD VOOR BEZUINIGINGEN
IS VOOR "KOOPMAN" HILLEN (CDA)
BELANGRIJKER DAN DE MENSENRECHTEN,
of:
DE TANKS VAN MINISTER HILLEN GAAN DE RECHTEN VAN DE MENS SCHENDEN IN PAPUA-INONESIË.
Geachte heer Hillen en de andere genoemde
bewindslieden,
Op de eerste plaats
citeer ik de berichtgeving uit "de Volkskrant" (verslaggever Theo
Koelé) onder de titel : Kabinet wil overtollige tanks "toch"
aan Indonesië verkopen:
Het demissionaire kabinet wil, tegen de zin van de Tweede Kamer, overtollige tanks
leveren aan Indonesië. De door bezuinigingen geplaagde minister Hans
Hileen (Defensie, CDA) snakt naar de verwachte opbrengst van 200 miljoen euro.
Zijn collega Uri Rosenthal (Buitenlandse
Zaken, VVD) wil de regering in Jakarta niet tegen zich in het harnas jagen; de
verkoop van de Leopard-tanks is zo goed als rond. Dit melden bronnen rond het
kabinet. Binnenkort wordt de Kamer geïnformeerd. De kans is groot dat de
Kamer de voorgenomen leverantie dwarsboomt. Een meerderheid (PVV, PvdA, SP,
GroenLinks, ChristenUnie, SGP, PVDD en Brinkman) heeft zich via een motie van
Kamerlid Arjan Al Fassed (GroenLinks) uitgesproken tegen de transactie, omdat
die in strijd zou zijn met het Nederlandse mensenrechtenbeleid.
De VVD, het CDA en Switchpartij D66
stemden toen voor de levering.
Maar het cynische is dat naar
aanleiding van 2 moties (oktober 2011 en november 2011) met ALGEMENE STEMMEN
door de Tweede Kamer der Staten Generaal is erkend dat de rechten van de mens
door Indonesië repressief en agressief zijn en worden geschonden in Papua
en de Molukken.
Verder uit de Volkskrant: Het wapentuig kan
onder meer worden ingezet in Papua-Nieuw-Guinea, waar rebellen actief zijn (en naar mijn mening bedoelt de
schrijver hier Papua-Indonesië, want Papua New Guinea is het voormalige
Australische Nieuw Guinea, maar troost u, de Tweede Kamer der Staten Generaal
maakte in okt. en nov. 2011 diezelfde fout door in het verslag van die motie
het Indonesische Papau als Papua New Guinea te benoemen).
Al Fassed (GroenLinks) geeft verder in de
Volkskrant aan: "Het Indonesische leger schendt mensenrechten. Daar mag het demissionaire kabinet
met deze wapendeal niet aan bijdragen".
Minister Hillen ("Als koopman heb ik geen moraal") is de drijvende kracht achter deze beoogde transactie. Hij moet één miljard euro bezuinigen. Een deel
ervan kan bekostigd worden door de verkoop van materieel. Nederland wil alle
tanks afstoten.
Men kan dit het vervolg op de
VOC-mentaliteit van oud-premier Balkenende noemen, uitgeroepen in 2006, handel en geld zijn voor het CDA
belangrijker als Papua-levens in Nederlands laatste overzeese gebiedsdeel, het
voormalige NEDERLANDS NIEUW GUINEA !
En dan durven die Nederlandse
bewindslieden nog aan te geven dat de verkoop aan Indonesië volgens hen
niet stuit op Europese regels voor wapenexport. Zerlfs loppen Hillen c.s.
voorbij aan de protesten vanuit het Indonesische parlement tegen de aanschaf
van deze tanks.
En hoe is het (in
christelijke termen) in GODS naam mogelijk dat staatssecretaris Ben Knapen
(CDA) in juli 2011 een contract
afsluit uitgesmeerd over 5 jaar, met de intentie dat Nederland jaarlijks voor 2
miljard euro aan duurzame handel en produkten gaat afnemen van goederen zoals
cacao, koffie,, thee, kruiden, palmolie, hout en vis. De staatssecretaris en de
Indonesische ministers hebben daartoe in 2011, middels een gezamelijke
verklaring hiertoe het startsein gegeven.
Is het boven in dat ministerie
dan nog niet doorgedrongen dat in Indonesië ruim 3.000.000 miljoen
kinderen tussen de 7 - 14 jaar, emotioneel en fysiek worden misbruikt door hen
onder dwang ook in deze handel en wandel verplicht te laten werken. En is het
daar ook nog niet doorgedrongen dat ruim 600.000 kinderen tussen de 7 - 14
jaar, emotioneel en fysiek worden mishandeld door hen als huishoudelijke hulp
te laten werken in de kringen waar deze overheid de kontracten mee afsluit.
We hebben dus een minister van
Defensie (Hillen, CDA),
we hebben een staatssecretaris van Buitenlandse Zaken (Knapen, CDA), we
hebben een ministerie van Binnenlandse Zaken en koninkrijksrelaties (Spies, CDA), waartoe
ook het ministerie van Immigratie, Integrateie en Asiel (Leers, CDA) behoort
en die eigenlijk hetzelfde doen als wat het Koninkrijk der Nederlansden al
vanaf 1600, toen Nederland BEZIT nam van Nederlands Oost Indië. Voor dat
christelijke deel van Nederland was toen en is nu geld belangrijker dan een
mensenleven en zeker in Papua.
Geachte heer Hillen, hoe is
het mogelijk dat u met die manier van handelen een ministerspost inneemt en hoe
is het mogelijk dat u, net als uw collega's, net als uw collega-regeerders
vanaf 1962 met een dichtgeschroeid geweten om de (mensen)rechten van de Papua's
heenloopt.
Ik kan me niet voorstellen dat
de kamer dit kabinet toestemming zal geven voor de verkoop van de door u
KOOPMANSCHAP aangeboden tanks, per slot van rekening dient de Kamer ten alle
tijden nog accoord te gaan met een export-vergunning, en mocht het alsnog voor
u goed kunnen gaan, dan
hoop ik uit de grond van mijn hart, dat de Nederlandse burgers U en het CDA
straffen voor deze VOC-mentaliteit.
Hoogachtend,
S. Goossensen
Juridisch- en Maatschappelijk
Adviseur
Wiechwerlinckstraat 30
8011 KJ Zwolle
telefoon: 06-19954800
email : onderstesteen@hotmail.com
10.5.2012:
Subject: DE MENSENRECHTEN SCHENDENDE
NEDERLANDSE OVERHEID
Date: Thu, 10 May 2012 12:02:23 +0200
DE MENSENRECHTEN SCHENDENDE
NEDERLANDSE OVERHEID
Een open brief en mening aan:
de minister president, de heer M.
Rutte
de minister van Buitenlandse Zaken, de heer
U. Rosenthal
de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,
de heer B. Knapen
de minister van Immigratie, Integratie en
Asiel, de heer G. Leers
de minister van Defensie, de heer H. Hillen
alsmede aan de voltallige Tweede- en Eerste
Kamer der Staten Generaal
DERHALVE DUS EEN OPEN BRIEF AAN DE
TOTALE NEDERLANDSE OVERHEID EN AAN DE NEDERLANDSE BURGER !
Zwolle : 10 mei 2012
Betreft : Het demissionaire kabinet
wil de verkoop van 80 overtollige tanks aan Indonesië doorzetten
L.S
Als eerste wil ik het volgende aangeven: minister van Defensie Hillen geeft
aan als drijvende kracht achter deze beoogde transactie : "Als koopman heb ik geen moraal" ! ! !
Dan wordt er aangegeven : de minister van Buitenlandse Zaken,
"de heer Rosenthal wil de
Indonesische overheid niet tegen het hoofd stoten door niet te leveren" !
! !
Vervolgens : De verkoop is getoetst aan de
EU-criteria voor wapenexport en positief bevonden.
Nu zou ik u allen graag
mee willen nemen naar de behandeling van een motie op 04 oktober 2011:
Citeertitel : De
mensenrechten van de Molukkers, de Papua's en de christenen
Indiener : W. R. F.
Kortenoeven PVV Lid Tweede Kamer
Mede-indiener : E. Dijkgraaf
SGP Lid Tweede Kamer
Stemming : 2011.10.04, AANGENOMEN MET ALGEMENE STEMMEN ! ! !
Stemverdeling : voor : CDA, CU, D66, GL, PvdA, PVDD,
SGP, SP, VVD.
: in een later stadium
zijn dus het CDA, de VVD en D66 de
voorstemmers voor levering van de
betreffende Leopard-tanks.
Dan neem ik u mee naar
de behandeling van een motie op 24 november 2011:
Citeertitel : Onderdrukking
van de Papua's
Indiener : W. R. F.
Kortenoeven PVV Lid Tweede Kamer
Mede-indieners : C. G. van der
Staaij SGP Lid Tweede Kamer
: H. J. Ormel CDA Lid Tweede
Kamer
: J. S. Voordewind CU Lid
Tweede Kamer
Stemming : 2011.11.29, AANGENOMEN MET ALGEMENE STEMMEN ! ! !
Stemverdeling : voor : CDA, CU, D66, GL, PvdA, PVDD,
SGP, SP, VVD.
: in een later stadium
zijn het dus het CDA, de
VVD en D66 de voorstemmers voor
levering van de betreffende Leopard-tanks.
Dan geef ik u de tekst
aan van beide moties, die de Tweede Kamer gebruikt om het kabinet het volgende
overduidelijk aan te geven:
De motie van 4 oktober
2011:
De Kamer, gehoord de
beraadslaging, overwegende, constateerde dat er een bijzondere historische band
en betrokkenheid bestaat tussen Nederland en de Molukse bevolkingsgroep in
Indonesië, gelijk
wil ik aangeven dat die betrokkenheid vanaf 1955 ver te zoeken is/was.
voorts constaterende, dat er
een historische band en betrokkenheid bestaat tussen Nederland en de
Papuabevolking, daar
zijn vanaf 1962, 50 jaar en 400.000 - 500.000 dode Papua's voor nodig geweest
om tot deze stemuitslag te komen.
overwegende, dat aandacht voor
de positie van de Papua's en de Molukkers in Indonesië ontbreekt in de
Kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap tussen de Europese Gemeenschap
en haar lidstaten enerzijds, en de Republiek Indonesië, anderzijds, tevens overwegende, dat de
mensenrechten van de Papua's en de Molukkers veelvuldig geschonden zijn en nog
geschonden worden ! ! !
verzoekt de Tweede Kamer der
Staten Generaal de regering de mensenrechten van de Papua's, de Molukkers en
christenen in bilaterale contacten met de Republiek Indonesië en in
relevante fo aan de orde te stellen, met als inzet het stoppen van de
mensenrechtenschendingen van de Papua's, de Molukkers en de christenen, en een
verslag daarvan op te nemen in de jaarlijkse mensenrechtenreportage.
De motie van 24
november 2011:
De Kamer, gehoord de
beraadslaging, overwegende, dat de Kamer in de motie - van der Staaij c.s.
(32500-V, nr. 113), grote
zorg heeft uitgesproken over de mensenrechten in Papua en de regering heeft
verzocht, hierop voortvarend actie te ondernemen;
voorts wijzende naar de motie
Kortenoeven / Dijkgraaf die ziet op de Kaderovereenkomst met de Republiek
Indonesië (32431, nr. 10);
CONSTATERENDE, DAT DE
INDONESISCHE AUTORITEITEN NOG ZEER REPRESSIEF EN GEWELDADIG OPTREDEN EN HEBBEN
OPGETREDEN TEGEN DE PAPUA'S,
die opkomen voor hun politieke, economische en maatschappelijke rechten,
VERZOEKT DE REGERING OM:
1)
de Indonesische regering met
spoed aan te spreken op haar verplichting zich te onthouden van het plegen van
geweld tegen de Papua's.
2)
er bij de Indonesische
regering op aan te dringen de onderdrukking van de Papua's te staken en de om
politike reden gevangen Papua's vrij te laten.
3)
in internationaal verband aan
te dringen op het instellen van beschermingsmechanismes voor de Papua's.
4)
er bij de Indonesische
regering op aan te dringen dat de dialoog met de Papua's wordt hervat en dat
uitvoering wordt genomen van de Speciale Autonomiewet
Dus tweemaal heeft de
Tweede Kamer der Staten Generaal met ALGEMENE STEMMEN erkend dat de rechten van de mens repressief en geweldadig zijn en
worden geschonden door de Republiek Indonesië in Papua en de Molukken.
Kunt u zich voorstellen dat
men kotsmisselijk kan worden als men in dat regeringsbericht de volgende
uitlating leest:
Ook wijst de
Nederlandse regering op de verbeterde mensenrechtensituatie in de Republierk
Indonesië.
Vindt u het goed dat ik
aangeef wat er na het aannemen van die moties is gebeurd ?
2011
(medio december), dus na die
erkenningen van het schenden van de rechten van de mens door de Tweede Kamer der
Staten Generaal door Republiek Indonesië in Papua en de Molukken en de
naar aanleiding daarvan op een afstandelijke en hautaine manier van antwoorden
door de minister van buitenlandse Zaken, de heer Rosenthal op vragen uit de
Tweede Kamer.
10.000 - 20.000
Papua-slachtoffers, 27 dorpen finaal van de kaart geveegd, vele doden, vele
vermisten, vele gewonden. De namen van die dorpen zijn bij u allen bekend.
Mensenrechtenschendende
activiteiten of misdaden tegen de menselijkheid, mede uitgevoerd door de ANTI-TERREUREENHEID
"DENSUS 88", een door de Amerikanen voor de Indonesische overheid
getrainde ANTI-TERREUREENHEID ! ! !
En of dat niet genoeg was werd
ook de Papua-bevolking "ALS
VEE" uit 130 andere dorpen opgejaagd en verdreven ! ! !
In de publiciteit is er op dit
moment veel te doen over de door van Willem van Oranje, die als laatste woorden
zou uitgesproken hebben: "Mijn
God heb medelijden met mij en dit arme volk" !
Eigenlijk zou dit
demissionaire VVD en CDA kabinet de volgende woorden kunnen uitspreken:
"Mijn God heb medelijden met de arme Papua's, want we hebben ze al zoveel
laten LIJDEN vanaf 1962".
Geachte heren Hillen,
Rosenthal, Knapen en Leers,
Op de eerste plaats de
lopende asielprocedures van een aantal Papua's in Nederland zijn niet conform
de juiste normen en waarden beoordeeld, de mensenrechtensituatie is door de IND
consequent TERZIJDE gelegd.
Er ligt bij de IND een
dossier waarin minimaal 1500 pagina's handelen over het schenden van de rechten
van de mens door Indonesië in Papua en waar de eerste Papua al praktisch
op de vliegtuigtrap staat om terug gezonden te worden naar de hel waar hij in
2008 uit vandaan kwam, namelijk 24 jaar VLUCHTELINGENKAMP !
Er is in 2011 een
contract afgeloten door staatssecretaris Knapen met de Indonesische overheid,
waarin Nederland heeft getekend voor de afname van 2 miljard euro per jaar van
duurzame goederen uit Indonesië voor Nederland en dat gedurende 5 jaar.
dus totaal voor 10 miljard, almede de miljarden contracten die Nederlandse
multinationals hebben in Indonesië, met name in de Amerikaanse Freeport
McMoran Grasberg mijnen.
Het zal ook bij u
genoegzaam bekend zijn dat kinderarbeid in de Republiek Indonesië hoog in
het vaandel ? staat.
Bij elkaar worden de rechten
van zo'n 4.000.000 kinderen tussten de 7 en 14 jaar geschonden door hen (vaak)
de smerigste werkzaamheden te laten verichten.
Het zal u ook bekend
zijn dat de landenpagina van minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken inzake
Indonesië op geen enkele wijze klopt met de werkelijkheid, "HET IS WAT ONRUSTIG IN PAPUA" is zijn beoordeling
Geachte heer Rutte,
Vele malen hebben
ministers van Buitenlandse Zaken vanaf 1962 schriftelijke vragen gesteld aan de
Republiek Indonesië over het doen en laten in de Molukken, in Papua en
inzake de christenen, net zoals deze minister van Buitenlandse Zaken. Je zou
kunnen stellen dat de enige beweging die de minister maakt naar aanleiding van
het verzoek van de Tweede Kamer inzake de mensenrechtenschendingen is : ZIJN POLS
BEWEGEN VOOR HET SCRIJVEN VAN EEN BRIEF.
Ik zie hem op de TV als
hij kritiek kan leveren op Suriname, Syrië, enz. Ik heb hem nog nooit gehoord over de erbarmelijke omstandigheden
waarin 12.000 - 15.000 Papua-vluchtelingen MOETEN LIJDEN in de Vluchtelingenkampen,
velen vanaf 1984 tot op de dag van vandaag, op het grondgebied van het voormalige Australische Nieuw Guinea,
nu Papua New Guinea geheten.
De uitlating van de
minister van Defensie is mensonterend, ALS KOOPMAN HEB IK GEEN MORAAL, OOK MENSENRECHTENSCHENDINGEN HOUDEN
MIJN KOOPMANSGEEST NIET ONDER TAFEL !
De minister van
Buitenlandse Zaken wil de overheid in Indonesië niet tegen het hoofd
stoten door de tanks niet te leveren. Daarnaast verstopt het Nederlandse
kabinet zich opeens achter de EU-criteria, het zou getoetst zijn en de
wapenexport is positief bevonden.
En dan de uitlatingen
dat uw kabinet zich aanmatigt om te wijzen op een verbeterde
mensenrechtensituatie in Indonesië.
U en/of het kabinet
lopen toch wel iets te hartd van stapel, er ligt een beslissing van de Tweede
Kamer der Staten Generaal en ik denk dat Brussel echt wel zal zeggen:
Geachte Nederlandse
regering,
U kunt wel zeggen dat
e.e.a. getoetst is, maar uw Parlement, uw Tweede Kamer heeft toch echt erkend
dat de rechten van de mens door Indonesië in Papua repressief en
geweldadig geschonden zijn en nog geschonden worden.
En hebben uw
regeringspartijen VVD en CDA bij die moties ook niet meegestemd voor de
erkenning van de mensenrechten?
Ja wij begrijpen best
dat u, minister Rosenthal en minister Hillen nu wat contactproblemen zouden
kunnen krijgen met de Indonesische overheid, jullie zullen wel beloftes hebben
gedaan en druk aan het lobbyen zijn geweest, alvorens dat aan de Tweede kamer
voor te leggen en is het parlement niet de weergave van de Nederlandse burger, nou dan,
die moties zijn met algemene stemmen aangenomen mijnheer Rutte, dus de gehele
Nederlandse bevolking is tegen die wapenleveranties !
Ook beloftes van de
Indonesische overheid komen er al tientallen jaren en nu beloven ze om de tanks
op Java te stationeren, kan best, maar als die tanks op Java staan, heeft de
Indonesische overheid overtollig legermateriaal op Java en dan brengen zij hun
overtollig legermateriaal over naar Papua !
Geachte heer Rutte, de minister van Defensie
voelt zich een koopman, misschien is Syrië een afnemer voor hem, of Noord-
of Zuid Soedan, een koopman is toch niet voor één gat te vangen?
Het meest onvoorstelbare in deze situatie
vind ik dat u het parlement vooorbij loopt, er is zelfs een VVD kamerlid dat
pontificaal aangeeft dat als Hillen zijn tanks niet mag verkopen aan
Indonesië, de Tweede Kamer dat gat van 200.000 miljoen maar moet dichten.
Maar is dat ook niet de reden vande val van
dit gedoogkabinet, het niet kunnen komen tot besissingen.
Men zegt regeren is vooruitzien en ik
begrijp ook wel dat politici vaak gouden bergen beloven om hun zin te krijgen,
maar u maakt de Tweede kamer en de Nederlandse burger echt niet wijs dat een
belofte van Indonesië in deze situatie ook maar iets waard is.
Dit kabinet heeft ook figuurlijk bloed aan
de handen over wat er in deze regringsperiode gebeurd is in Papua en wat er nu
nog gebeurt, uw ministers lopen met grote bogen om keiharde feiten die in Papua
hebben plaatsgevonden en nog plaatsvinden.
Hoogachtend,
S. Goossensen
Juridisch- en Maatschappelijk Adviseur
Wiecherlinckstraat 30
8011 KJ Zwolle
email : onderstesteen@hotmail.com
teleoon : 06-19954800
Email: G.Thijssen
__________ NOD32 3550 (20081023) Informatie __________
Dit bericht is gecontroleerd door het NOD32 Antivirus Systeem.
http://www.nod32.nl