
West Papua - Het vergeten volk
|
Boeken 4: 69/81 69) Nieuw boek over Viktor Kaisiëpo Om te
lezen… 70) De Getuigenissen: PAPOEA, door Charles E. Farhadian (2010) Dit
zijn de levensverhalen van 12 Papua's. Ze vertellen
wat het betekent te leven in West-Papua, onder
Indonesisch bestuur. Het zijn gewone Papua's die
zich ingezet hebben voor hun volk en hun vrijheid. Alle twaalf kregen in hun
leven te maken met bedreigingen, gevangenschap of met ernstige schendingen
van mensenrechten. Rode draad
vormt hun vaste geloof dat de Papua’s eenmaal in
vrijheid zullen leven. De foto's van Stephan Babuljak
uit San Francisco versterken de krachtige boodschap van deze Papua's.
71) Peters, Frans
H. (2010) Vervlogen
verwachtingen; de teloorgang van Nieuw-Guinea in 1961-1962. Leiden, KITLV
Uitg. xviii + 328 p. ISBN 978 90 6718 345 1,
€ 29,90 Vervlogen
verwachtingen
is het relaas van een hooggeplaatste bestuursambtenaar in Nederlands-Nieuw-Guinea
die de overdracht van Nederlands ‘laatste kolonie in de Oost’ aan de
Republiek Indonesië van zeer nabij meemaakte. Als ooggetuige doet Frans H.
Peters verslag van de uitvoering van het plan-Bunker,
dat op 15 augustus 1962 door Nederland, Indonesië en de Verenigde Naties werd
ondertekend. Nederland zou Nieuw-Guinea, na een
tussenbestuur van de Verenigde Naties, aan Indonesië overdragen. De
Papoea’s waren in dit plan niet gekend en hun verontwaardiging was groot toen
het tot hen doordrong dat het Indonesisch bestuur aanstaande was. Zij
staakten en demonstreerden, maar op 1 oktober 1962 begon het korte
tussenbestuur van de Verenigde Naties. De auteur schetst een indringend beeld
hoe Papoea’s en Nederlanders in Nieuw-Guinea op de
overdracht reageerden. In
Vervlogen verwachtingen werkt een Nederlandse bestuursambtenaar samen met
Papoea’s in ontwikkelingsprojecten, strijdt hij met hen voor democratisering,
maar moet hij uiteindelijk op pijnlijke en emotionele wijze afscheid nemen
van Nieuw-Guinea. Frans
H. Peters werkte van 1952 tot oktober 1962 als bestuursambtenaar in Nederlands-Nieuw-Guinea. Van 1964 tot 1984 was hij
werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarna was hij
ambassadeur in Kuala Lumpur, Maleisië. Hij leverde een bijdrage aan de onder
redactie van Pim Schoorl verschenen bundel Besturen
in Nederlands-Nieuw-Guinea 1945-1962 en werkte mee
aan De geschiedenis van vijftig jaar Nederlandse ontwikkelingssamenwerking
1949-1999. 72) “Verget ons niet”, het Papoea
Vrijwilligers Korps (1961 – 1963) auteur:
Bruggen, Casper van, 2011 ISBN 9789461530042 Boekpresentatie over
Papoea Vrijwilligers Korps Tijdens een zeer druk bezochte
bijeenkomst werd op 23 februari 2011 in het Legermuseum het boek ‘Verget ons niet’ van conservator Casper van Bruggen
gepresenteerd. Het handelt over het Papoea Vrijwilligers Korps (1961 – 1963)
dat werd opgericht als ondersteuning van de Nederlandse troepen op Nieuw Guinea en later zou dienen als eigen legeronderdeel van
het toekomstige zelfstandige West Nieuw Guinea.
Door de overdracht van het gebied aan de Verenigde Naties en later aan
Indonesië kwam hiervan overigens niets terecht. Om het belang van het
Papoea Vrijwilligers Korps (PVK) te benadrukken zal ik de toespraak
vermelden, welke oud marinier T.H.F. van Hees hield op de Nederlandse
Veteranendag 2011 in Den Haag. Via Hemmy Huntink werd ik per
e-mail attent gemaakt op dit artikel van de heer van Hees in het vakbondblaadje
van de Acom, de CNV -Bond van militairen. Het is een aandoenlijk
verhaal over het PVK, waarbij de heer van Hees het Papoea Vrijwilligers Korps
een dik verdiende plek in de Nieuw Guinea
geschiedenis weet te geven: Koninklijke hoogheid, Ridders MWO, Excellenties, Veteranen, Jongens
en meisjes, Dames en Heren: Op
weg naar een onafhankelijk Nieuw-Guinea werd in
1961, precies 50 jaar geleden dus, het Papoea Vrijwilligers Korps opgericht. Ik was verheugd aangewezen te zijn om 3 jaar
bij dat Korps te gaan dienen. In Augustus 1961 vertrok ik als Eerste-Luitenant der Mariniers per Constellation
naar Manokwari. De reis duurde toen nog 38 uur, maar omdat
het begrip “Jet-lags” nog niet was uitgevonden, had
ik daar geen last van. Na aankomst in de nieuwe Legerplaats Arfai, meldde ik mij bij de commandant van het PVK,
Kolonel der Mariniers W.A. van Heuven. Hoewel van
bescheiden lengte, had hij een
martiale uitstraling. Hij was een militair, zoals je die in de Indiase
verhalen van de Britse officier en schrijver Rudyard
Kipling verwacht aan te treffen. De Papoea soldaten adoreerden hem. Als
de Kolonel stipt om 06.00 uur opstond ging er een gerucht door de kazerne:
“Kolonel sudah bangun”(
de kolonel is opgestaan). Ik moest als ik dat hoorde altijd de neiging
onderdrukken om dat aan te vullen met “Hij is waarlijk opgestaan”. Kolonel van Heuven
stelde hoge eisen aan zijn officieren en onder-officieren,
maar gaf ons tegelijkertijd een grote mate van vrijheid in onze
dienstvervulling. In korte tijd wist hij het PVK een
duidelijke eigen identiteit te geven. Het was goed dienen onder hem. De
kazerne, Spartaans van opzet, maar zeer leefbaar, lag op 16 km van Manokwari aan de voet van het Arfak
gebergte en aan de oever van een baai, die uitmondde in de meest tot de verbeelding
sprekende en romantische zee ter wereld: De Stille Zuidzee, de zee van
Robinson Crusoë; de Scheepjongens van Bontekoe en de Muiterij op de Bounty. Op die bijzondere plek mocht ik mijn beste
krachten voor het Vaderland gaan geven. In
september arriveerde de eerste lichting jeugdige-Papoea
recruten. 250 man sterk, vertegenwoordigden zij
bijna alle stammen in Nieuw-Guinea. Onderling verschilden die stammen zeer; zo
waren de Marins uit het Zuiden slank en minstens
een meter tachtig lang, terwijl de Kepaukoes van de
Wisselmeren nauwelijks een meter vijftig boven het maaiveld uitstaken en een
gedrongen postuur hadden. Mijn eerste ontmoeting met de recruten
maakte mij meteen duidelijk dat het een groep toegewijde, bijzondere mensen
was. Hun
opleiding verliep-ook al door hun gedrevenheid
soldaat te worden-naar wens. Dat was maar goed ook,
want President Soekarno volstond niet meer met het
uitspreken van dreigende taal jegens nederland,
maar begon in Maart ’62 op grote schaal militaire gevechtseenheden naar NG te
sturen. Zij kwamen in snelle prauwen over zee of als
parachutist door de lucht. Hoewel de opleiding van de recruten
nog niet klaar was, werden toch 5 operationele pelotons gevormd, om samen met
Nederlandse eenheden tegen de Indonesische troepen te worden ingezet. Ik kreeg het tweede peloton en mocht daarmee
2x in actie komen. De eerste patrouille bracht mij voor 5 weken naar het
vulkaaneiland Gag in het eilandgebied de Radja-Empat.
Met de tweede patrouille voerden wij ruim 6 weken actie op Oninschiereiland, de streek ten Noorden van Fak-Fak. Meestal was mijn peloton toegevoegd aan een
Versterkt peloton Mariniers, soms voerde ik zelfstandig het commando over
mariniers en soldaten. Het waren de in het spoorzoeken zo bekwame
Papoea’s, die de Mariniers naar de vijand leidden, waarna de aanval
gezamenlijk, maar vooral door de mariniers met hun effectieve en veel grotere
vuurkracht, werd uitgevoerd. Mariniers en Papoeasoldaten
respecteerden elkaar. In de bush waren de Papoea’s
niet te evenaren, maar in de eigenlijke aanval maakten de Mariniers de dienst
uit. Wederzijds leerden ze van elkaar. Ook buiten de acties konden zij goed
met elkaar overweg. Ondanks dat de infiltranten beter waren
bewapend en uitgerust dan wij, waren zij niet tegen ons opgewassen. Velen van
hen sneuvelden, velen meer werden gevangen genomen. Op
het eigenlijke krijgsgebeuren zal ik hier niet ingaan, maar wel wil ik U
graag een bijzonder voorval vermelden. Op
4 april waren wij ’s nachts in alle stilte geland op het eiland Gag, alwaar
meer dan 70 infiltranten, gesteund door de Indonesische kampongbevolking
actief waren. Het kostte een paar weken om de meesten uit te schakelen. De overblijvenden
waren zo ontredderd, dat zij probeerden met zelfgebouwde vlotten naar het Indonesische
eiland Gebe,-dat vanaf Gag te zien was, over te
steken. De zeestromingen voerden ze echter juist de andere kant op. Eén vlot
kwam op ramkoers van de landingsboot te liggen, die met oud
Onderzeebootcommandant, toen Staatssecretaris van Defensie P.J.S. de Jong
onderweg was naar ons eiland. Onze toekomstige Minister President nam als
hoogste autoriteit aan boord, formeel de 6 infiltranten op het vlot gevangen
en leverde ze op Gag af. Het was een bijna utopisch beeld; een
politicus, die aan de strijd deelneemt en nog met succes ook! Mijn
tweede patrouille op Onin schiereiland was
indringend. Hier voerden wij ruim 6 weken lang onze strijd in een dicht
oerwoud. Dagen achtereen achtervolgden wij de vijandelijke parachutisten. Wij
gunden ze geen rust, brachten ze verliezen toe waar dat maar mogelijk was en
dwongen hen steeds weer op de vlucht. Wij
leefden van het land en droegen alleen onze wapens en munitie bij ons. Dat
betekende dat wij uiterst mobiel waren en ons in korte tijd over relatief
grote afstanden konden verplaatsen. Maakten wij lange dagen in de jungle, de
nachten in de bush leken soms eindeloos. Als ik ’s
nachts- slapend met mijn mensen onder een laag boven de grond gespannen
parachute-wakker werd, hoorde ik op het moment dat ik mijn ogen opende,
steevast fluisteren “Ada apa loos Letnant?” ( Is er iets, Luitenant?). De
soldaten waren zó op mij ingesteld, dat het leek of zij nooit sliepen. Er was
geen veiliger plek dan tussen de Papoea’s. Terug in legerplaats Arfai
maakten wij ons andermaal op voor weer een lange patrouille. Het kwam er niet
meer van. Nederland werd door de internationale druk wankelmoedig en ging
door de knieën. Op18 augustus 1962 werd een wapenstilstand afgekondigd.
Nederland zou Nieuw-Guinea met zijn 1 millioen papoea’s, via de
Verenigde Naties aan Indonesië overdragen. Militair hadden wij tot zover de
strijd gewonnen, maar politiek had Soekarno de zaak
naar zijn hand weten te zetten. Toen de soldaten gewaar werden wat er aan de
hand was, dienden zij “en masse” een verzoekenbriefje in “Mau
masuk Korps Mariniers” “Wil dienstnemen
bij het Korps Mariniers”. Kolonel van Heuven droeg
mij op de compagnie in simpele bewoordingen uit te leggen waarom zij zich in
Nederland niet senang zouden voelen. Ik riep de soldaten bij elkaar en somde
met een bezwaard hart half in het Nederlands, half in het Maleis een lange
lijst van dingen op, die in Nederland zijn verboden. Het ging ongeveer zó: Als
je in Nederland een duif uit de boom schiet: “Dapat
Proces-verbaal” Als
je in Nederland een vuurtje stookt: “Dapat
Proces-verbaal” Als
je in Nederland een boom omhakt of een eend uit een vijver vangt: “Dapat-Proces-verbaal”. De
lijst was natuurlijk veel langer. De soldaten keken mij eerst vol ongeloof,
later enigszins verbijsterd, aan. Hun lust om naar Negeri-belanda
af te reizen was ze op een enkeling na, vergaan. Na afloop zei mijn dardanel-soldaat Ansenay-tegen
mij: “Nu begrijp ik waarom U zo van mijn land houdt”. Ik liet dat maar zo. Ik
heb nooit begrepen waarom wij de strijd staakten en de Papoea’s in de steek
lieten. Ik vrees dat het denken van soldaten en politici niet altijd
synchroon loopt. Op papier leek de overdracht mooi geregeld; in de praktijk
zou over de jaren gaan gebeuren wat iedere insider op 16 augustus 1962 al
wist. Het was een hard gelag om de mensen met wie ik zo intens had
samengewerkt en op wie ik zo kon vertrouwen, zonder hoop achter te moeten
laten. Dat
speelde allemaal 50 jaar geleden en is nu dus geschiedenis. De littekens van
toen zijn bijna verdwenen, maar de gêne is er nog steeds. Ik zou de vrijheid,
die ik als Veteraan heb om hier, in het oude hart van onze democratie míjn verhaal te mogen vertellen, ook zo graag aan de
Papoea’s hebben gegund. Dank U, dat U naar mij heeft willen luisteren. T.H.F.van Hees Oud
Marinier 73) Oorlogen en vredesmissies: Ervaringen van
Nederlandse veteranen 1940/2010 (Rein Bijkerk en Martin Elands) Enkele
veteranen vertellen over hun ervaringen en belevenissen in Nieuw Guinea. ISBN
978-94-6003-277-6 74) BAPA PAPOEA, Jan P.K. Van
Eechoud, een biografie, Jan Derix. Uitgeverij Van Spijk B.V. Venlo ISBN 906216 2630 Hij was de grote vriend en
voorvechter van de Papoea's, voor wier toekomst hij leefde en werkte, maar
Nederland zette hem buitenspel omdat het andere bedoelingen met Nieuw Guinea had....... Een man met visie, grote
leiderscapaciteiten en een diep geloof in morele waarden. Hij moest echter
wijken voor de hypocrisie van de Nederlandse politiek, waaraan het Papoea
volk werd opgeofferd voordat het de kans kreeg om uit het stenen tijdperk te
ontwaken. Zijn persoonlijke tragiek
is tevens de tragiek van het land dat hij liefhad, Nederlands Nieuw Guinea----- Vergeten aarde, de
achterhoek van Indië, 50 jaar geleden uit ons
geweten verdrongen als een boze droom----- 75) Unter Papuas und Melanesiern;
Von kunstsinnigen Kannibalen,Kopfjägern,Baumhausmenschen, Sunpfnomaden,
Turmspringer und anderen Südsee-Eingeborenen:
door Roland Garve en Mirian Garve (2010) ISBN 978-3-940085-37-5: Jena,Verlag Neue Literatur, 244 pag.( ca. 30 Euro) Gedreven door de fascinatie over
de oorspronkelijke volkeren bezocht tandarts en onderzoeker Roland Garve in
de afgelopen 25 jaar, de meest afgelegen uithoeken van Papoea c.q. Nieuw Guinea, de laatste paar jaar vergezeld door Miriam Garve. Samen bezochten zij de hier wonenende inheemse stammen om te onderzoeken en te
documenteren wat van deze archaïsche manier van leven in de 21e eeuw bewaard
is gebleven. http://www.bol.com/nl/p/duitse-boeken/unter-papuas-und-melanesiern/1001004010929692/index.html
76) Susanne Reuter
(2011) Yalimo
- Die Yali im Bergland von West Papua. Ein
Portrait ISBN 978-3-941387-02-7 Düsseldorf, Wahine Verlag, 184
kleuren pag. (€ 28,90 plus verz.kosten) Tot de jaren zeventig leefden de Yali’s
uit de hooglanden in West- Papua nog steeds in het
stenen tijdperk, afgesloten van de buitenwereld. Dit prachtige fotoboek
geeft een beeld van het oorspronkelijke leven van de Yali’s,
hun cultuur en tradities. Het boek is gemaakt om de herinnering levend te
houden aan mensen die in 50 jaar de verandering meemaakten van het stenen
tijdperk naar de wereld van nu. Bestellen: http://www.wahine-verlag.de/index.php
77) Dr. Siegfried Zöllner (2011) Pohon Yeli dan Mitos
Wam dalam Agama Orang Yali ISBN 978-3-941387-04-1 Dit boek is een vertaling in het Indonesisch van het
proefschrift van emeritus predikant Dr. Siegfried Zöllner, ‘ Lebensraum und Schweinekult; die Religion der Yali im Bergland von Irian Jaya’. In 1960 kwam Dr. Siegfried Zöllner naar Papua, het toenmalige Nederlands Nieuw Guinea. Samen met de Nederlandse zendingsarts Wim Vriend
openden zij de evangelisatiepost Angguruk en
startten met een bouw van een ladingsbaan voor kleine vliegtuigen in 1962.
Gedurende 14 jaar werkte Dr. Siegfried Zöllner als pastor in het gebied van de Yali’s. Bestellen: http://www.wahine-verlag.de/index.php 78) Wachters boven het stenen tijdperk door Bart M. Rijnhout Het vliegen boven de oerwouden van Nederlands Nieuw Guinea Dit het tweede deel
van vijf boeken over de Marine Luchtvaart Dienst in de Oost. Over de MLD en Nieuw Guinea is niet veel bekend. Er wordt beweerd dat
Nieuw Guinea tot aan de Tweede Wereldoorlog een
land was waar de tijd duizenden jaren had stilgestaan. Toch kende dit land al
een lange historie. Pas kort voor de Tweede Wereldoorlog kreeg het de
belangstelling van ontdekkingsreizigers. Zij begaven zich in de oerwouden en
deden verslag aan een breed publiek. Maar in 1942 raakte ook Nieuw Guinea plots betrokken in de Tweede Wereldoorlog. Dit boek brengt voor
het eerst een totaalbeeld van de bloedige luchtstrijd om Nederlands Nieuw Guinea. Niet alleen is er aandacht voor de inspanningen
van de Nederlanders, maar ook voor die van Australiërs en Amerikanen, die met
een indrukwekkende campagne het eiland meedogenloos vanuit de lucht
bestookten als onderdeel van verschillende landingen en veldslagen. Ook is er
aandacht voor de Japanse luchtstrijdkrachten die tot het laatste moment
weerstand bleven bieden. Dit deel werd
voorgegaan door een werk over de Consolidated PBY-vliegboot die in de oost actief was en ook veel in
Nieuw Guinea heeft gevlogen. In 1957 viel het doek
over deze vliegboot/amfibie en hield die geschiedenis ook op. In dit tweede
deel wordt eerst stilgestaan bij de historie van Nieuw Guinea
en belicht de activiteiten van de Marine Luchtvaartdienst in de periode tot
1950 Het 2e deel van
‘Wachters boven het stenen tijdperk’ over de periode van 1950-1962 zal
waarschijnlijk in 2012 uitkomen met ISBN nr. 978-90-8616-082-2 79)
Gerrit Roelof de
Graaf (2012) 80) Peter
Klencke (2012) Hollandia
Blues 81) Nancy Jouwe (red.) (2012) Paradijsvogels in de polder ISBN 9789460221859, Fotografie: Bodil Anaïs http://www.bodilanais.com/galleries/2011-paradijsvogel-in-de-polder/
Het verhaal van de Papua’s is als een
geschiedenis, gevuld met tranen. Ontgoocheld bouwden gevluchte Papua’s een bestaan op in Nederland waar hun achtergrond
en identiteit onzichtbaar was. Desondanks hebben zij zich 50 jaar later, met
drie generaties Papoea’s in Nederland, goed geïntegreerd. Zij voelen zich
Papoea en/of Nederlands, hun identiteit is meervoudig en dynamisch.
|
||||
|
|
|
|||
|
|
||||
Boeken 3: