West Papua - Het vergeten volk


 


 

Boeken 4:    69/81

 

 

69)  Nieuw boek over Viktor Kaisiëpo

Om te lezen…

“Een perspectief voor Papoea”
Het verhaal van mijn leven en mijn strijd.

door Viktor Kaisiëpo en Willem Campschreur

Om binnenkort te lezen. Het boek is namelijk nog niet uit, doch verschijnt pas in februari 2011. Evengoed wil ik u alvast informeren over de verschijning van dit boek over Viktor Kaisiëpo.
Viktor Kaisiëpo (1948-2010) was een vooraanstaande Papoealeider, een charismatische man die prachtig geïnspireerd kon vertellen over zijn levenslange strijd voor de rechten van de Papoea’s.
Viktor was een onbezorgde jongen van 14 jaar toen hij in 1962 naar Nederland kwam, het jaar dat Nederlands Nieuw-Guinea via de Verenigde Naties aan Indonesië werd overgedragen. Hij vertelt vol humor en met talloze anekdotes en beeldspraken over de moeizame gewenning op school en in zijn werk.
Rond 1980 raakt hij gegrepen door de mogelijkheden om de strijd van de Papoea’s te verbinden met de rechten van Inheemse Volken. Hij verandert van politieke actievoerder in een internationale inheemse lobbyist bij de organen van de Verenigde Naties. Hij krijgt belangrijke functies in Papoea na de val van de Soehartodictatuur en ontwikkelt een nieuw perspectief voor het werken aan de toekomst van Papoea. Een perspectief dat in dit boek met een groot persoonlijk positivisme en politiek optimisme door hem wordt uitgedragen.
Viktor Kaisiëpo overleed op 31 januari 2010 na een ernstige ziekte. In de laatste maanden van zijn leven vertelde hij zijn levensverhaal aan Willem Campschreur die het in boekvorm optekende.
U kunt het boek bij voorintekening bestellen tegen een gereduceerde prijs. In plaats van € 16,50 betaalt u € 14,00 inclusief verzendkosten. Het boek komt in februari 2011 uit.
Voorintekening kan via de site www.hapin.nl .


Viktor Kaisiëpo en Willem Campschreur
“Een perspectief voor Papoea”
Het verhaal van mijn leven en mijn strijd.
Amsterdam, Kit publishers, 192 pag.
ISBN 9789460221149. € 16, 50,
Bij voorintekening € 14,00 incl. verzendkosten.

 

 

70)  De Getuigenissen: PAPOEA, door Charles E. Farhadian (2010) 

Oorspronkelijke titel: The Testimony Project: PAPUA (2007)
Vertaling door H. Oudman
ISNB 978-90-815967-1-8
Uitgave in eigen beheer. 240 pag., € 17,50 incl.verzendkosten.

Dit zijn de levensverhalen van 12 Papua's. Ze vertellen wat het betekent te leven in West-Papua, onder Indonesisch bestuur. Het zijn gewone Papua's die zich ingezet hebben voor hun volk en hun vrijheid. Alle twaalf kregen in hun leven te maken met bedreigingen, gevangenschap of met ernstige schendingen van mensenrechten.

Rode draad vormt hun vaste geloof dat de Papua’s eenmaal in vrijheid zullen leven. De foto's van Stephan Babuljak uit San Francisco versterken de krachtige boodschap van deze Papua's.

Bestellen via de Sticht. Hapin:
http://www.hapin.nl/?page=342 

 

 

 

Cover Farhadian-Getuigenissen

 

 

 

71)

Peters, Frans H. (2010)

Vervlogen verwachtingen; de teloorgang van Nieuw-Guinea in 1961-1962.

Leiden, KITLV Uitg.   

xviii + 328 p. ISBN 978 90 6718 345 1, € 29,90

Vervlogen verwachtingen is het relaas van een hooggeplaatste bestuursambtenaar in Nederlands-Nieuw-Guinea die de overdracht van Nederlands ‘laatste kolonie in de Oost’ aan de Republiek Indonesië van zeer nabij meemaakte. Als ooggetuige doet Frans H. Peters verslag van de uitvoering van het plan-Bunker, dat op 15 augustus 1962 door Nederland, Indonesië en de Verenigde Naties werd ondertekend. Nederland zou Nieuw-Guinea, na een tussenbestuur van de Verenigde Naties, aan Indonesië overdragen.

De Papoea’s waren in dit plan niet gekend en hun verontwaardiging was groot toen het tot hen doordrong dat het Indonesisch bestuur aanstaande was. Zij staakten en demonstreerden, maar op 1 oktober 1962 begon het korte tussenbestuur van de Verenigde Naties. De auteur schetst een indringend beeld hoe Papoea’s en Nederlanders in Nieuw-Guinea op de overdracht reageerden.

In Vervlogen verwachtingen werkt een Nederlandse bestuursambtenaar samen met Papoea’s in ontwikkelingsprojecten, strijdt hij met hen voor democratisering, maar moet hij uiteindelijk op pijnlijke en emotionele wijze afscheid nemen van Nieuw-Guinea.

Frans H. Peters werkte van 1952 tot oktober 1962 als bestuursambtenaar in Nederlands-Nieuw-Guinea. Van 1964 tot 1984 was hij werkzaam bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarna was hij ambassadeur in Kuala Lumpur, Maleisië. Hij leverde een bijdrage aan de onder redactie van Pim Schoorl verschenen bundel Besturen in Nederlands-Nieuw-Guinea 1945-1962 en werkte mee aan De geschiedenis van vijftig jaar Nederlandse ontwikkelingssamenwerking 1949-1999.

 

72)                                                                                                        Cover Bruggen-PVK

Verget ons niet”, het Papoea Vrijwilligers Korps (1961 – 1963)

 

auteur: Bruggen, Casper van, 2011

ISBN 9789461530042
Soesterberg, Uitgeverij Aspekt (€ 22,95)
Over het Papua Vrijwilligers Korps is maar weinig geschreven. Slechts een enkel los artikel en een enkel hoofdstuk in boeken over het Korps Mariniers. ‘Verget ons niet’; met deze woorden eindigde Papua soldaat Mareret een brief, op 7 februari 1963 geschreven, aan zijn voormalige pelotonscommandant. Met dit boek geeft de auteur enigszins gehoor aan deze hartenkreet en geeft het PVK zijn verdiende plek in de geschreven geschiedenis
.

Boekpresentatie over Papoea Vrijwilligers Korps

Tijdens een zeer druk bezochte bijeenkomst werd op 23 februari 2011 in het Legermuseum het boek ‘Verget ons niet’ van conservator Casper van Bruggen gepresenteerd. Het handelt over het Papoea Vrijwilligers Korps (1961 – 1963) dat werd opgericht als ondersteuning van de Nederlandse troepen op Nieuw Guinea en later zou dienen als eigen legeronderdeel van het toekomstige zelfstandige West Nieuw Guinea. Door de overdracht van het gebied aan de Verenigde Naties en later aan Indonesië kwam hiervan overigens niets terecht.

Na welkomstwoorden van algemeen directeur drs. Chr. A.M. Ronteltap van het Legermuseum en voormalig staflid J. Enters van het PVK, hield kapitein-luitenant ter zee b.d. T.H.F. van Hees boeiende lezing over ontstaan en werking van het Papoea Vrijwilligers Korps. In de komende Nieuwsbrief is hieraan aanacht besteed.
Auteur C. van Bruggen hield vervolgens een inleiding over het ontstaan van zijn boek, waarna hij het eerste exemplaar overhandigde aan voormalig staflid G.B. Hollard van het PVK. Tevens bood hij de vlag van de PVK-kazerne aan museumdirecteur Ronteltap aan.
Een geanimeerde bijeenkomst sloot de presentatie af.

 

Om het belang van het Papoea Vrijwilligers Korps (PVK) te benadrukken zal ik de toespraak vermelden, welke oud marinier T.H.F. van Hees hield op de Nederlandse Veteranendag 2011 in Den Haag.

Via Hemmy Huntink werd ik per e-mail attent gemaakt op dit artikel van de heer van Hees in het vakbondblaadje van de Acom, de CNV -Bond van militairen.

Het is een aandoenlijk verhaal over het PVK, waarbij de heer van Hees het Papoea Vrijwilligers Korps een dik verdiende plek in de Nieuw Guinea geschiedenis weet te geven:

 

 Koninklijke hoogheid, Ridders MWO, Excellenties, Veteranen, Jongens en meisjes, Dames en Heren:

Op weg naar een onafhankelijk Nieuw-Guinea werd in 1961, precies 50 jaar geleden dus, het Papoea Vrijwilligers Korps opgericht.

 Ik was verheugd aangewezen te zijn om 3 jaar bij dat Korps te gaan dienen.

 In Augustus 1961 vertrok ik als Eerste-Luitenant der Mariniers per Constellation naar Manokwari.

 De reis duurde toen nog 38 uur, maar omdat het begrip “Jet-lags” nog niet was uitgevonden, had ik daar geen last van.

 Na aankomst in de nieuwe Legerplaats Arfai, meldde ik mij bij de commandant van het PVK, Kolonel der Mariniers W.A. van Heuven. Hoewel van bescheiden lengte,  had hij een martiale uitstraling. Hij was een militair, zoals je die in de Indiase verhalen van de Britse officier en schrijver Rudyard Kipling verwacht aan te treffen.

 De Papoea soldaten adoreerden hem.

Als de Kolonel stipt om 06.00 uur opstond ging er een gerucht door de kazerne: “Kolonel sudah bangun”( de kolonel is opgestaan). Ik moest als ik dat hoorde altijd de neiging onderdrukken om dat aan te vullen met “Hij is waarlijk opgestaan”.

 Kolonel van Heuven stelde hoge eisen aan zijn officieren en onder-officieren, maar gaf ons tegelijkertijd een grote mate van vrijheid in onze dienstvervulling.

 In korte tijd wist hij het PVK een duidelijke eigen identiteit te geven. Het was goed dienen onder hem. De kazerne, Spartaans van opzet, maar zeer leefbaar, lag op 16 km van Manokwari aan de voet van het Arfak gebergte en aan de oever van een baai, die uitmondde in de meest tot de verbeelding sprekende en romantische zee ter wereld: De Stille Zuidzee, de zee van Robinson Crusoë; de Scheepjongens van Bontekoe en de Muiterij op de Bounty.

 Op die bijzondere plek mocht ik mijn beste krachten voor het Vaderland gaan geven.

In september arriveerde de eerste lichting jeugdige-Papoea recruten. 250 man sterk, vertegenwoordigden zij bijna alle stammen in Nieuw-Guinea.

 Onderling verschilden die stammen zeer; zo waren de Marins uit het Zuiden slank en minstens een meter tachtig lang, terwijl de Kepaukoes van de Wisselmeren nauwelijks een meter vijftig boven het maaiveld uitstaken en een gedrongen postuur hadden. Mijn eerste ontmoeting met de recruten maakte mij meteen duidelijk dat het een groep toegewijde, bijzondere mensen was.

Hun opleiding verliep-ook al door hun gedrevenheid soldaat te worden-naar wens. Dat was maar goed ook, want President Soekarno volstond niet meer met het uitspreken van dreigende taal jegens nederland, maar begon in Maart ’62 op grote schaal militaire gevechtseenheden naar NG te sturen.

 Zij kwamen in snelle prauwen over zee of als parachutist door de lucht. Hoewel de opleiding van de recruten nog niet klaar was, werden toch 5 operationele pelotons gevormd, om samen met Nederlandse eenheden tegen de Indonesische troepen te worden ingezet.

 Ik kreeg het tweede peloton en mocht daarmee 2x in actie komen. De eerste patrouille bracht mij voor 5 weken naar het vulkaaneiland Gag in het

eilandgebied de Radja-Empat. Met de tweede patrouille voerden wij ruim 6 weken actie op Oninschiereiland, de streek ten Noorden van Fak-Fak. Meestal was mijn peloton toegevoegd aan een Versterkt peloton Mariniers, soms voerde ik zelfstandig het commando over mariniers en soldaten.

Het waren de in het spoorzoeken zo bekwame Papoea’s, die de Mariniers naar de vijand leidden, waarna de aanval gezamenlijk, maar vooral door de mariniers met hun effectieve en veel grotere vuurkracht, werd uitgevoerd.

 Mariniers en Papoeasoldaten respecteerden elkaar. In de bush waren de Papoea’s niet te evenaren, maar in de eigenlijke aanval maakten de Mariniers de dienst uit. Wederzijds leerden ze van elkaar. Ook buiten de acties konden zij goed met elkaar overweg.

 Ondanks dat de infiltranten beter waren bewapend en uitgerust dan wij, waren zij niet tegen ons opgewassen. Velen van hen sneuvelden, velen meer werden gevangen genomen.

Op het eigenlijke krijgsgebeuren zal ik hier niet ingaan, maar wel wil ik U graag een bijzonder voorval vermelden.

Op 4 april waren wij ’s nachts in alle stilte geland op het eiland Gag, alwaar meer dan 70 infiltranten, gesteund door de Indonesische kampongbevolking actief waren. Het kostte een paar weken om de meesten uit te schakelen.

 De overblijvenden waren zo ontredderd, dat zij probeerden met zelfgebouwde vlotten naar het Indonesische eiland Gebe,-dat vanaf Gag te zien was, over te steken. De zeestromingen voerden ze echter juist de andere kant op. Eén vlot kwam op ramkoers van de landingsboot te liggen, die met oud Onderzeebootcommandant, toen Staatssecretaris van Defensie P.J.S. de Jong onderweg was naar ons eiland. Onze toekomstige Minister President nam als hoogste autoriteit aan boord, formeel de 6 infiltranten op het vlot gevangen en leverde ze op Gag af.

 Het was een bijna utopisch beeld; een politicus, die aan de strijd deelneemt en nog met succes ook!

Mijn tweede patrouille op Onin schiereiland was indringend. Hier voerden wij ruim 6 weken lang onze strijd in een dicht oerwoud. Dagen achtereen achtervolgden wij de vijandelijke parachutisten. Wij gunden ze geen rust, brachten ze verliezen toe waar dat maar mogelijk was en dwongen hen steeds weer op de vlucht.

Wij leefden van het land en droegen alleen onze wapens en munitie bij ons. Dat betekende dat wij uiterst mobiel waren en ons in korte tijd over relatief grote afstanden konden verplaatsen. Maakten wij lange dagen in de jungle, de nachten in de bush leken soms eindeloos. Als ik ’s nachts- slapend met mijn mensen onder een laag boven de grond gespannen parachute-wakker werd, hoorde ik op het moment dat ik mijn ogen opende, steevast fluisteren “Ada apa loos Letnant?” ( Is er iets, Luitenant?). De soldaten waren zó op mij ingesteld, dat het leek of zij nooit sliepen. Er was geen veiliger plek dan tussen de Papoea’s.

Terug in legerplaats Arfai maakten wij ons andermaal op voor weer een lange patrouille. Het kwam er niet meer van. Nederland werd door de internationale druk wankelmoedig en ging door de knieën. Op18 augustus 1962 werd een wapenstilstand afgekondigd. Nederland zou Nieuw-Guinea met zijn 1 millioen papoea’s, via de Verenigde Naties aan Indonesië overdragen. Militair hadden wij tot zover de strijd gewonnen, maar politiek had Soekarno de zaak naar zijn hand weten te zetten. Toen de soldaten gewaar werden wat er aan de hand was, dienden zij “en masse” een verzoekenbriefje in “Mau masuk Korps Mariniers” “Wil dienstnemen bij het Korps Mariniers”. Kolonel van Heuven droeg mij op de compagnie in simpele bewoordingen uit te leggen waarom zij zich in Nederland niet senang zouden voelen. Ik riep de soldaten bij elkaar en somde met een bezwaard hart half in het Nederlands, half in het Maleis een lange lijst van dingen op, die in Nederland zijn verboden. Het ging ongeveer zó:

Als je in Nederland een duif uit de boom schiet: “Dapat Proces-verbaal”

Als je in Nederland een vuurtje stookt: “Dapat Proces-verbaal”

Als je in Nederland een boom omhakt of een eend uit een vijver vangt: “Dapat-Proces-verbaal”.

De lijst was natuurlijk veel langer. De soldaten keken mij eerst vol ongeloof, later enigszins verbijsterd, aan. Hun lust om naar Negeri-belanda af te reizen was ze op een enkeling na, vergaan. Na afloop zei mijn dardanel-soldaat Ansenay-tegen mij: “Nu begrijp ik waarom U zo van mijn land houdt”. Ik liet dat maar zo.

Ik heb nooit begrepen waarom wij de strijd staakten en de Papoea’s in de steek lieten. Ik vrees dat het denken van soldaten en politici niet altijd synchroon loopt. Op papier leek de overdracht mooi geregeld; in de praktijk zou over de jaren gaan gebeuren wat iedere insider op 16 augustus 1962 al wist. Het was een hard gelag om de mensen met wie ik zo intens had samengewerkt en op wie ik zo kon vertrouwen, zonder hoop achter te moeten laten.

Dat speelde allemaal 50 jaar geleden en is nu dus geschiedenis. De littekens van toen zijn bijna verdwenen, maar de gêne is er nog steeds. Ik zou de vrijheid, die ik als Veteraan heb om hier, in het oude hart van onze democratie míjn verhaal te mogen vertellen, ook zo graag aan de Papoea’s hebben gegund.

Dank U, dat U naar mij heeft willen luisteren.

T.H.F.van Hees

Oud Marinier

 

73)  Oorlogen en vredesmissies: Ervaringen van Nederlandse veteranen 1940/2010 (Rein Bijkerk en Martin Elands)

Enkele veteranen vertellen over hun ervaringen en belevenissen in Nieuw Guinea.

ISBN 978-94-6003-277-6

 

74)  BAPA PAPOEA,  Jan P.K. Van Eechoud, een biografie,   Jan Derix.  Uitgeverij Van Spijk B.V. Venlo

ISBN 906216 2630

Hij was de grote vriend en voorvechter van de Papoea's, voor wier toekomst hij leefde en werkte, maar Nederland zette hem buitenspel omdat het andere bedoelingen met Nieuw Guinea had.......

Een man met visie, grote leiderscapaciteiten en een diep geloof in morele waarden. Hij moest echter wijken voor de hypocrisie van de Nederlandse politiek, waaraan het Papoea volk werd opgeofferd voordat het de kans kreeg om uit het stenen tijdperk te ontwaken.

Zijn persoonlijke tragiek is tevens de tragiek van het land dat hij liefhad, Nederlands Nieuw Guinea-----

Vergeten aarde, de achterhoek van Indië, 50 jaar geleden uit ons geweten verdrongen als een boze droom-----

 

Unter Papuas und Melanesiern: Von kunstsinnigen Kannibalen, Kopfjägern, Baumhausmenschen, Sumpfnomaden, Turmspringern und anderen Südsee-Eingeborenen

 

75)  Unter Papuas und Melanesiern; Von kunstsinnigen Kannibalen,Kopfjägern,Baumhausmenschen, Sunpfnomaden, Turmspringer und anderen Südsee-Eingeborenen:     door Roland Garve en Mirian Garve (2010)

ISBN 978-3-940085-37-5: Jena,Verlag Neue Literatur, 244 pag.( ca. 30 Euro)

Gedreven door de fascinatie over de oorspronkelijke volkeren bezocht tandarts en onderzoeker Roland Garve in de afgelopen 25 jaar, de meest afgelegen uithoeken van Papoea c.q. Nieuw Guinea, de laatste paar jaar vergezeld door Miriam Garve.

Samen bezochten zij de hier wonenende inheemse stammen om te onderzoeken en te documenteren wat van deze archaïsche manier van leven in de 21e eeuw bewaard is gebleven. 

http://www.bol.com/nl/p/duitse-boeken/unter-papuas-und-melanesiern/1001004010929692/index.html

 

Cover Reuter-Yalimo

76)  Susanne Reuter (2011) Yalimo - Die Yali im Bergland von West Papua. Ein Portrait

ISBN 978-3-941387-02-7

Düsseldorf, Wahine Verlag, 184 kleuren pag. (€ 28,90 plus verz.kosten)

Tot de jaren zeventig leefden de Yali’s uit de hooglanden in West- Papua nog steeds in het stenen tijdperk, afgesloten van de buitenwereld. Dit prachtige fotoboek geeft een beeld van het oorspronkelijke leven van de Yali’s, hun cultuur en tradities. Het boek is gemaakt om de herinnering levend te houden aan mensen die in 50 jaar de verandering meemaakten van het stenen tijdperk naar de wereld van nu. Bestellen: http://www.wahine-verlag.de/index.php

Cover Zöllner-Pohon

 

77) Dr. Siegfried Zöllner (2011) Pohon Yeli dan Mitos Wam dalam Agama Orang Yali

ISBN 978-3-941387-04-1
Düsseldorf, Wahine Verlag, 398 pag. ( € 19,50 + verz. kosten)

Dit boek is een vertaling in het Indonesisch van het proefschrift van emeritus predikant Dr. Siegfried Zöllner, ‘ Lebensraum und Schweinekult; die Religion der Yali im Bergland von Irian Jaya’. In 1960 kwam Dr. Siegfried Zöllner naar Papua, het toenmalige Nederlands Nieuw Guinea. Samen met de Nederlandse zendingsarts Wim Vriend openden zij de evangelisatiepost Angguruk en startten met een bouw van een ladingsbaan voor kleine vliegtuigen in 1962. Gedurende 14 jaar werkte Dr. Siegfried Zöllner als pastor in het gebied van de Yali’s. Bestellen: http://www.wahine-verlag.de/index.php

 

78) 

Wachters boven het stenen tijdperk door Bart M. Rijnhout
De Marine Luchtvaartdienst in Nieuw Guinea 1922 – 1950
ISBN: 978-90-8616-080-8
Uitgeverij: Lanasta, Emmen, 360 pag., € 37,95

Het vliegen boven de oerwouden van Nederlands Nieuw Guinea

Dit het tweede deel van vijf boeken over de Marine Luchtvaart Dienst in de Oost.

Over de MLD en Nieuw Guinea is niet veel bekend.

Er wordt beweerd dat Nieuw Guinea tot aan de Tweede Wereldoorlog een land was waar de tijd duizenden jaren had stilgestaan. Toch kende dit land al een lange historie. Pas kort voor de Tweede Wereldoorlog kreeg het de belangstelling van ontdekkingsreizigers. Zij begaven zich in de oerwouden en deden verslag aan een breed publiek. Maar in 1942 raakte ook Nieuw Guinea plots betrokken in de Tweede Wereldoorlog.

Dit boek brengt voor het eerst een totaalbeeld van de bloedige luchtstrijd om Nederlands Nieuw Guinea. Niet alleen is er aandacht voor de inspanningen van de Nederlanders, maar ook voor die van Australiërs en Amerikanen, die met een indrukwekkende campagne het eiland meedogenloos vanuit de lucht bestookten als onderdeel van verschillende landingen en veldslagen. Ook is er aandacht voor de Japanse luchtstrijdkrachten die tot het laatste moment weerstand bleven bieden.

Dit deel werd voorgegaan door een werk over de Consolidated PBY-vliegboot die in de oost actief was en ook veel in Nieuw Guinea heeft gevlogen. In 1957 viel het doek over deze vliegboot/amfibie en hield die geschiedenis ook op. In dit tweede deel wordt eerst stilgestaan bij de historie van Nieuw Guinea en belicht de activiteiten van de Marine Luchtvaartdienst in de periode tot 1950

Het 2e deel van ‘Wachters boven het stenen tijdperk’ over de periode van 1950-1962 zal waarschijnlijk in 2012 uitkomen met ISBN nr. 978-90-8616-082-2

 

79)

Cover Graaf-wereld

 

Gerrit Roelof de Graaf (2012)

De wereld wordt omgekeerd

ISBN 978 90 5560 470 8
Uitg. De Vuurbaak – Barneveld 589 pag. (€ 29,75)
In ‘De wereld wordt omgekeerd’ staat de vraag centraal hoe tussen 1956 en de jaren negentig de ontmoeting tussen de vrijgemaakt gereformeerde zending en de Papoea’s van Boven Digoel verliep.
Aan de orde komen het eigen karakter van deze zending en de interactie met de Papoea’s en hun cultuur. Deze interactie wordt breder uitgewerkt op het punt van religie, de sociaaleconomische inbedding van de zending en van andere actoren, zoals de overheid. De boektitel is ontleend aan het document Khenil-khenil van de Korowai die meenden, dat toelating van (blanke) buitenstaanders op hun erfgronden de omkering van de wereld (Wolamaman) zou veroorzaken. De Korowai kregen grotendeels gelijk, zij het niet op de manier die zij of de zending zich hadden voorgesteld

 

 

 

80)

 

Peter Klencke (2012) Hollandia Blues

ISBN 978-94-6153-141-4

Uitg. AspektSoesterberg 172 pag. ( € 19,95)

Deze autobiografische roman verhaalt van een jongen uit een Indisch gezin dat in 1950 van Djakarta naar Hollandia verhuist. Na de Tweede Wereldoorlog, waarin de vader in een jappenkamp was geïnterneerd, en de daarop volgende Indonesische onafhankelijkheidsstrijd en de Bersiap-periode, lijkt Nieuw-Guinea een veelbelovende mogelijkheid om een nieuw bestaan op te bouwen. De situatie is er echter primitief vergeleken bij het vooroorlogse Indië, en gaandeweg wordt de dreiging voelbaar van de claim van Indonesië op dit gebiedsdeel.

Hollandia Blues, in een sober poëtische stijl geschreven, is het ‘coming of age’ verhaal van een Indische jongen, een stoere held die verliefd wordt op filmsterren en die bovenal graag een echte Indo wil zijn. Hollandia is zijn ideale ‘jongensland’.

Hollandia Blues is een uniek tijdsdocument uit het laatste stukje Indië dat Nederland bezat. Over de lotgevallen van de Indische Nederlanders die daar leefden is nauwelijks iets substantieels geschreven en dit boek mag daarom als een belangrijke bijdrage aan ons Indische erfgoed worden beschouwd. Het verschijnt op een historisch moment: 50 jaar na de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië

 

81)

 

Nancy Jouwe (red.) (2012) Paradijsvogels in de polder

ISBN 9789460221859,
Kit Publishers, Amsterdam, 96 pag. ( € 17,50)

Fotografie: Bodil Anaïs http://www.bodilanais.com/galleries/2011-paradijsvogel-in-de-polder/

Het verhaal van de Papua’s is als een geschiedenis, gevuld met tranen. Ontgoocheld bouwden gevluchte Papua’s een bestaan op in Nederland waar hun achtergrond en identiteit onzichtbaar was. Desondanks hebben zij zich 50 jaar later, met drie generaties Papoea’s in Nederland, goed geïntegreerd. Zij voelen zich Papoea en/of Nederlands, hun identiteit is meervoudig en dynamisch.

 

 

 


 

http://members.chello.nl/g.thijssen4/ol.gif

Terug naar hoofdpagina

http://members.chello.nl/g.thijssen4/or.gif

http://members.chello.nl/g.thijssen4/top.gif

 

 

 

 

 

Boeken 3: