·Papoea’s wonen
al duizenden jaren in Papua en zijn heel lang , tot bijna 1950 in een isolement
gebleven en daarom is ook hun cultuur en identiteit heel lang bewaard
gebleven
·In de tweede
wereldoorlog werd hun wereldje wreed verstoord door de invasie en bezetting
van Japanners.
·Achtereenvolgens
kwamen de Amerikanen en na de oorlog kwam men weer onder het koloniale
bewind van Nederland.
·Na dit wapengekletter
begon Nederland in 1949/1950 de infra structuur enigszins te verbeteren en
probeerde men de Papoea’s voor te bereiden op eventuele
onafhankelijkheid.
·Indonesië ontkent nu dat men de Papoea bevolking moet
zien als een inheemse bevolking
·Om Nieuw-Guinea kwamen
er politieke spanningen en na militaire schermutselingen tussen Nederland
en Indonesië, werd mede door de interventie van de V.S. het conflict
zogenaamd opgelost en bereikte men het New York akkoord. (15.8.1962).
·Uiteindelijk viel het
doek voor de Papoea’s in September 1969, de “Act of Free
Choice”.
·Kiezen in West Irian
·
·“Ziet u wel -
open aan alle kanten”
·Over deze “Act
of Free Choice” is al veel geschreven en zal ook in de nabije
toekomst nog vaak worden besproken.
·Het debacle begon
echter al meteen na de overdracht, officieel 1 Mei 1963.
·De schandelijke,
frauduleuze manier, waarop de Indonesiërs met het
zelfbeschikkingsrecht van de Papoea’s zijn omgesprongen, is eigenlijk
met geen pen te beschrijven.
·Even schandelijk is de
manier, waarop de V.N. waarnemers zich van hun goed omschreven taken hebben
gekweten. De V.N. waarnemers, onder aanvoering van Ortiz Sanchez laten het
compleet afweten en hebben ook openlijk toegegeven, dat de Papoea’s
tegen inlijving bij Indonesië waren.
·De rapporten liegen er
niet om en nu 34 jaar later lopen er nog verschillende onderzoeken naar
deze voor velen pijnlijke affaire.
·Alleen al in de
aanloop periode van 1962-1969 werden 30000 Papoea’s vermoord en
nu anno 2003 zijn er minstens 100000 Papoea’s door het brute,
corrupte regiem van Indonesië omgebracht.
·In Jayapura, West
Papua, zetelt de ELSHAM (West Papoea Instituut voor Mensenrechten).
·
·John Rumbiak, geboren
in 1962 in
Biak, is de supervisor van ELSHAM. In 1999 studeerde hij mensenrechten op
de Columbia Universiteit in New York en in het voorjaar van 2001 volbracht
hij een missie over mensenrechten, waarbij hij verschillende steden in
Europa en Amerika aandeed.
·Wanneer U de rapporten
en berichten over Papua leest, kunt U zelf vaststellen hoeveel werk Elsham
nog heeft te verzetten.
·Na de overdracht is
het uitgelopen op een ongekende tragedie en het is nauwelijks voor te
stellen, hoeveel de Papoea’s hebben geleden.
·
·Groeiende aandacht
voor onderdrukte Papoea-bevolking.
·In tegenstelling tot
de vreemde taboe opstelling in Nederland is het wel opmerkelijk, dat er
vanuit andere landen steeds meer druk wordt uitgeoefend op de Indonesische
regering inzake hun repressie beleid in Papua.
·Het aantal organisaties
in de betreffende landen groeit nog elk jaar en er worden momenteel al
meetings georganiseerd om te komen tot meer doeltreffende acties voor steun
aan de Papoea’s.
·Die steun is zeer
divers, voor de mensenrechten, vrede, herziening van de “Act of Free
Choice” etc. . Elke organisatie heeft zijn eigen netwerk
met andere organisaties in binnen en buitenland.
·Dit heeft tot gevolg
dat nieuws over de schendingen van de mensenrechten heel snel via internet
wordt verspreid en dat steeds meer mensen hierbij worden betrokken. Ondanks
de verschillen is men ervan overtuigd, dat de schendingen van de
mensenrechten geen interne aangelegenheid is en dat dit door geen enkele
politiek belang kan worden getolereerd. Betreffende organisaties komen tot
verregaande acties en dit alles is niet onopgemerkt gebleven bij het
Indonesische regiem.
·In Oktober 2002 was er
in Londen een meeting, waarbij meer dan 20 verschillende organisaties uit
15 landen vertegenwoordigd waren en die steun betuigden aan het
zelfbeschikkingsrecht van de Papoea’s, een recht van alle volken in
de wereld. Men deed een beroep op de Indonesische regering een dialoog met
Papoea-leiders (Presidium) aan te gaan om uit de impasse te komen.
·Men deed een beroep op
Kofi Anan, het gewraakte V.N. beleid in de Act of Free Choice te herzien.
De Papoea’s kwamen met een voorstel Papua als vredeszone te
verklaren.
·Indonesië voert
echter hard beleid van repressie en het leger doet alles het land instabiel
te houden en de legitieme OPM(verzetsbeweging) als een terreurorganisatie
aan te merken.
·Ondergetekende heeft
de stellige indruk, dat er in het verleden heel veel verkeerd is gegaan en
heeft dat geprobeerd te verwoorden in een uitvoerig rapport.
Hier kan men lezen waar het Indonesië, Amerika en bondgenoten om te
doen is: niet om de Papoea’s, men wil hun bodemschatten. De
Papoea’s zijn tweederangsburgers in eigen land.
·In dit verband
gebruikt Indonesië alle middelen, diplomatie, militair geweld en
economische steun van internationale bondgenoten.
·Het zijn echter gewone
burgers, zoals ondergetekende, die zich druk maken over het welzijn van de
oorspronkelijke bewoners van Papua, namelijk de Papoea’s.
·Lees het hele verhaal
over dit grote onrecht, waaraan de Papoea’s gedurende afgelopen 40 jaar
zijn blootgesteld. Alleen al in de aanloop naar het referendum 1962/1969,
stierven er ca 30.000 Papoea’s onder het brute geweld van
Indonesische militairen. Sindsdien volgden er nog honderdduizenden. Sinds
voorjaar 2002 ben ik in de weer, belangrijke, meestal dramatische
gebeurtenissen te rapporteren met de bedoeling dit eens wereldkundig te
maken en een doekje open te doen over wat er allemaal in Papua gebeurt.
·Het resultaat is
schokkend en bizar, zo bizar, dat het tijd wordt, de Nederlandse burger kennis
te laten nemen over de genocide, die plaatsvond en plaats vindt in
voormalig Ned. Nieuw-Guinea.
·Lees het complete
verhaal en U heeft een goede indruk over wat er zich in Papua afspeelt.
·Amnesty International
en Human Rights Watch:
·10.7.2003:
·Beide bovengenoemde
organisaties hebben jarenlang campagne gevoerd voor aanpassing van de
Indonesische Criminal Code om deze af te stemmen met het Internationaal
Recht voor vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergaderen.
·Na de gedwongen
afzetting van President Suharto in Mei 1998 werden alle politieke
gevangenen vrijgelaten en werd besloten een eind te maken aan gerechtelijke
vervolgingen van politieke activisten.
·Er zijn sindsdien al
weer 46 politieke activisten gevangengezet, waarvan 39 sinds Megawati Sukarnoputri
in Juli 2001 president werd.
·“De weg naar
meer politieke vrijheden en respect voor vrije meningsuiting worden
ondermijnd door het gevangenzetten van vreedzame politieke,
onafhankelijkheids en andere activisten”. Vertelde Brad Adams van
Human Rights Watch, directeur van de Azië divisie.
·“Met nog minder
dan een jaar te gaan naar Indonesië’s eerste directe president
verkiezing, worden individuelen opgesloten, die de regering bekritiseren en
dat is een alarmerende ontwikkeling voor het electorale proces”.
·De twee mensenrechten
organisaties geven uitdrukking aan hun extra zorg over het verhoogde
gebruik van een artikel onder de Criminal Code, dat het beledigen van de
President of Vice President straft met tot 6 jaar gevangenis.
·Sinds eind Mei 2002
zijn tenminste 14 politieke activisten gearresteerd en gevangengezet
en 3 worden er nog berecht.
·In de meeste gevallen
zijn betrokken activisten gearresteerd wegens deelname aan vreedzame
demonstraties.
·“Repressieve
wetgeving zoals toegepast onder het autoritaire regiem van de vroegere
President Suharto, behoort geen ruimte te krijgen in een land, dat heeft
voorgenomen stappen te zetten naar een open democratie`, zei Ingrid
Massage, interim directeur van de Pacific Program van Amnesty
International.
·Ignatius Mahendra, de
voorzitter van de Yogyakarta afdeling van de National Democratic
Student´s League (LMND) en Yoyok Eko Widodo, een lid van de Street
Busters(SPI), zijn onder de laatste gevangenen, die wegens belediging van
de president zijn gearresteerd.
·Zij krijgen 3 jaar
wegens het verbranden van portretten tijdens een vreedzame demonstratie in
Januari van dit jaar.
·Op 1 Juli kreeg
Muhammad Nazar, een politiek activist in Aceh, 5 jaar, omdat hij deelnam
aan een vreedzame onafhankelijkheids bijeenkomst eerder dit jaar.
·Hij werd beschuldigd
van haat verspreiden tegen de regering`.
·`Alle legale
voorzieningen, artikelen, die vreedzame politieke activiteiten
criminaliseren, hadden al lang moeten zijn ingetrokken`, zegt Ingrid
Massage van Amnesty International.
·De Megawati regering
zou een openbare bekendmaking moeten maken om deze veroordelingen te
beëindigen.
·De twee mensenrechten
organisaties doen een beroep op donor landen, zoals Japan, de EU, de V.S en
Australië om meer druk op Indonesië uit te oefenen om legale
hervormingen door te voeren en aan de bestaande degenererende praktijken
een eind te maken.
·De unfaire
berechtingen, waaraan gevangenen worden blootgesteld moeten ter discussie
worden gesteld.
·In veel gevallen worden arrestaties zonder machtiging uitgevoerd
en gedetineerden krijgen geen advocaat toegewezen en zijn in sommige
gevallen soms mikpunt van martelingen en andere ontoelaatbare handelingen,
·Vanuit Papua zijn
hierover talloze gevallen bekend en nog elke dag worden Papoea´s
geconfronteerd met schaamteloze intimidatie. In sommige gebieden heeft men
geen vrije toegang, zodat verschillende milities vrij spel hebben.
·Via verschillende e- mails van mensen, die daar wonen en
werken, zijn er alarmerende berichten over wangedrag van het leger, politie
en beambten. Ook blanken ondervinden hinder en hoe men met Papoea´s
omgaat, laat zich dan raden!
·23
mannen zouden tijdens hun verhoor door de politie/militairen mishandeld
zijn om ze te dwingen een “bekentenis” af te leggen over
hun betrokkenheid bij
geweld tijdens een demonstratie in Jayapura (Papoea) in maart. Voorafgaand
aan het proces in mei werden zestien van de beklaagden naar verluidt door
politieagenten geschopt en met geweerkolven belaagd
·Betreffende berichten
omschrijven de bedreigende sfeer, vrijheidsgevoelens worden geweld
aangedaan en er komt iets beklemmends voor in de plaats.
·
·JAARBOEK
INDONESIË 2007
·Betreft
informatie over 2006
·Verantwoordelijken voor mensenrechtenschendingen
gingen vrijuit voor schendingen die plaatsvonden in Nanggroe Aceh
Darussalam (NAD) en Papoea. Uit Papoea kwamen berichten over
buitengerechtelijke executies, marteling en buitensporig geweld. In het
hele land kwam mishandeling of marteling in detentiefaciliteiten en
politiebureaus naar verluidt veel voor. In september werden drie mensen
geëxecuteerd, waarna het debat over de doodstraf weer oplaaide. Ten
minste dertien mensen werden ter dood veroordeeld. De vrijheid van
meningsuiting lag aan banden, en ten minste acht mensen werden vervolgd
omdat ze op vreedzame wijze hun mening uitten.
·Staatshoofd en regeringsleider: Susilo Bambang Yudhoyono Doodstraf: wordt gehandhaafd Internationaal Strafhof: niet geratificeerd
·Achtergrond
·In mei
ratificeerde Indonesië het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten
en Politieke Rechten en het Internationaal Verdrag inzake Economische,
Sociale en Culturele Rechten, maar eind 2006 was nog geen wetgeving
aangenomen om de verdragsbepalingen op te nemen in het binnenlands recht.
In juni werd Indonesië gekozen in de VN-Mensenrechtenraad en het land
zegde toe het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof
vóór 2008 te ratificeren. Religieuze minderheidsgroeperingen
en kerken waren het doelwit van geweld. In Sulawesi braken her en der
religieuze onlusten uit.
·In juli
werd een langverbeide Wet bescherming getuigen (Wet 13/2006) aangenomen,
die onder meer voorzag in een orgaan voor de bescherming van getuigen en
slachtoffers. Volgens niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) waren de in de wet genoemde
waarborgen ontoereikend door onvolledige definities.
·
·In oktober
vernietigde het Opperste Gerechtshof de veroordeling van Pollycarpus
Budihari Priyanto wegens de moord op mensenrechtenactivist Munir, die in
2004 werd vergiftigd op een vlucht naar Nederland. Niemand is ter
verantwoording geroepen voor dit misdrijf.
·De meeste
mensenrechtenschendingen door de veiligheidstroepen werden niet onderzocht
en schendingen uit het verleden bleven onbestraft. Het bureau van de
procureur-generaal liet na vervolging in te stellen in twee zaken waarbij
de Nationale Commissie voor de Rechten van de Mens (Komnas HAM) in 2004
bewijs had aangedragen dat veiligheidstroepen misdrijven tegen de
menselijkheid hadden begaan.
·In maart
werd Eurico Guterres – een Timorees militielid dat veroordeeld was tot tien jaar gevangenisstraf wegens
misdrijven tegen de menselijkheid begaan in Oost-Timor in 1999 –
gevangengezet nadat het Opperste Gerechtshof zijn veroordeling uit 2002
bekrachtigde. Van de personen die door het ad hoc-Mensenrechtentribunaal
schuldig zijn bevonden aan de in 1999 begane misdrijven, is hij de enige
van wie het vonnis is bekrachtigd.
·De
Commissie voor Waarheid en Vriendschap die door Indonesië en
Oost-Timor was opgezet om misdrijven begaan in Oost-Timor in 1999 te
documenteren en verzoening te bevorderen, ging van start met haar
werkzaamheden. De commissie was onder meer bevoegd om amnestie aan te
bevelen voor mensen die verantwoordelijk waren geweest voor ernstige
mensenrechtenschendingen.
·In
december vernietigde de Staatsrechtbank Wet 27/2004, op grond waarvan een
Indonesische Commissie voor Waarheid en Verzoening was ingesteld.
Mensenrechtenactivisten hadden bepalingen aangevochten die amnestie
verleenden aan verantwoordelijken voor ernstige mensenrechtenschendingen en
die het recht van slachtoffers op schadevergoeding beperkten. Het hof
stelde echter dat de hele wet moest worden ingetrokken aangezien deze “onlogisch”
was, sommige artikelen
in strijd waren met de Grondwet, en het intrekken van afzonderlijke
artikelen de rest van de wet onuitvoerbaar zou maken. Door het intrekken
van de wet konden slachtoffers van mensenrechtenschendingen uit het
verleden geen aanspraak maken op schadeloosstelling.
·
·Marteling en mishandeling
·Marteling
en mishandeling van gedetineerden en gevangenen kwam veel voor. en
rubberstokken op hoofd en lichaam geslagen, zodat ze in de rechtbank schuld
zouden bekennen. Beklaagden die tegenover de rechter verklaarden onschuldig
te zijn werden naar verluidt geslagen en geschopt door de politie toen ze
weer in hechtenis zaten.
·Gevangenisomstandigheden
voldeden bij lange na niet aan de internationale normen. Gedetineerden
konden niet beschikken over behoorlijke bedden, medische zorg, behoorlijk
voedsel, schoon water en hygiëneproducten. Ze stonden bloot aan
lichamelijk en seksueel geweld en zaten opeengepakt in overvolle cellen.
Minderjarigen werden soms samen met volwassenen in een cel geplaatst, en
vrouwelijke gedetineerden werden soms bewaakt door mannelijke cipiers.
·
·Doodstraf
·Ten minste
drie mensen werden in 2006 geëxecuteerd door een vuurpeloton – Fabianus Tibo, Dominggus da Silva
en Marinus Riwu uit Sulawesi. Hun zaak deed de discussie over de doodstraf
weer oplaaien. Gevreesd werd dat hun proces oneerlijk was geweest, en twee
van de drie mannen zouden zijn mishandeld voordat ze terechtgesteld werden.
In 2006 werd bekendgemaakt dat nog eens negentien gevangenen zouden worden
geëxecuteerd, onder wie drie mannen die schuldig waren bevonden aan de
bomaanslagen in Bali in 2002. Geen van hen was eind 2006 echter terechtgesteld.
·Ten minste
92 mensen zaten eind 2006 voor zover bekend in de dodencel.
·
·Discriminatie van en geweld tegen vrouwen
·In mei
bekritiseerde de Nationale Commissie inzake Geweld tegen Vrouwen het gebrek
aan genderspecifieke bepalingen in de voorgestelde herziening van het
Wetboek van Strafvordering (KUHAP). Het nieuwe wetboek bevat onvoldoende
bepalingen voor het onderzoeken en vervolgen van seksuele geweldsmisdrijven
tegen vrouwen en gaat voorbij aan de specifieke behoeften van vrouwen in
hechtenis.
·In
augustus vaardigde de regering een circulaire uit die het artsen en
verpleegkundigen verbiedt “vrouwenbesnijdenis” (verminking van de
vrouwelijke
genitaliën) uit te voeren. Medici die toch doorgingen met deze
praktijk zouden echter niet bestraft worden.
Het parlement moest zich eind 2006 nog buigen over een omstreden
wetsvoorstel inzake pornografie dat vrouwen strafbaar stelde die korte
rokken droegen of weigerden bepaalde delen van hun lichaam te bedekken.
·De door
lokale overheden steeds vaker toegepaste sharia-verordeningen leken vrouwen
onevenredig zwaar te treffen. In februari werd een vrouw veroordeeld tot drie
dagen gevangenisstraf nadat een rechter na een oneerlijk proces had bepaald
dat ze een prostituee was omdat ze ’s avonds alleen over straat liep terwijl ze make-up droeg. Alleen al in de
gemeente Tangerang werden ten minste vijftien vrouwen gearresteerd wegens
soortgelijke “vergrijpen” – één
63-jarige vrouw werd nota bene
opgepakt terwijl ze fruit aan het kopen was.
·Huishoudsters,
die niet onder de nationale Wet inzake arbeidskrachten vallen, hadden te
maken met schendingen van arbeidsrechten en stonden bloot aan lichamelijk,
seksueel en psychologisch geweld. In juni werkte het ministerie van
Werkgelegenheid aan een wetsontwerp inzake huishoudelijk personeel, dat
echter tal van fundamentele arbeidsrechten niet regelde, zoals maximale
werktijden, minimumloon of de specifieke behoeften van vrouwen.
·
·Nanggroe Aceh Darussalam
·De
veiligheidssituatie in Nanggroe Aceh Darussalam (NAD) bleef stabiel,
ofschoon het sporadisch tot schermutselingen kwam. Het wetsontwerp inzake
het Bestuur over Aceh, dat in juli werd goedgekeurd door het parlement,
voorzag in een mensenrechtentribunaal voor NAD dat schendingen zou gaan berechten.
Het bevatte echter geen bepalingen om verantwoordelijken voor
mensenrechtenschendingen uit het verleden voor de rechter te brengen. In
september informeerden lokale organisaties Komnas HAM over massagraven die
blootgelegd waren in NAD sinds het ondertekenen van een vredesakkoord in
augustus 2005. De organisaties drongen er bij Komnas HAM op aan een grondig
onderzoek in te stellen en te voorkomen dat nog meer graven blootgelegd
zouden worden zonder de aanwezigheid van de vereiste forensische deskundigen.
·In
december vonden de eerste lokale verkiezingen plaats in NAD, waarop
toegezien werd door de EU-Waarnemingsmissie voor Aceh, die haar verblijf
verlengde tot 15 december.
·Door het
jaar heen werd bezorgdheid kenbaar gemaakt over het toenemende gebruik van
sharia-wetten in NAD, en de nadelige gevolgen daarvan voor vrouwen. Vrouwen
beklaagden zich erover dat ze onevenredig vaak staande gehouden werden door
‘Deugd
en Ondeugd patrouilles’, en lastig werden gevallen wegens lichte vergrijpen en
soms zonder enige reden. Ten minste 23 mensen zouden stokslagen hebben
gekregen wegens gokken, overspel, het verkopen en consumeren van
alcoholische dranken, en diefstal.
·
·Papoea
·Er waren
berichten over buitengerechtelijke executies, marteling en mishandeling,
buitensporig geweld tijdens demonstraties en het lastigvallen van mensenrechtenactivisten.
Bij ten minste zes incidenten namen de veiligheidstroepen burgers onder
vuur.
·In januari
werd een kind doodgeschoten en raakten ten minste twee mensen gewond nadat
veiligheidstroepen het vuur openden in het dorp Waghete. Politie- en
getuigenverslagen over het incident liepen sterk uiteen. Tal van waarnemers
vreesden dat het incident een vergeldingsactie was voor de geruchtmakende
actie van 43 mensen uit de regio Waghete die in januari asiel aanvroegen in
Australië.
·In maart
werden vijf leden van de veiligheidstroepen gedood in Abepura na botsingen
met demonstranten die de sluiting van de goud- en kopermijn PT Freeport
eisten. Veiligheidstroepen zetten traangas in en vuurden rubberen kogels af
op de menigte. Ten minste zes burgers – en mogelijk nog veel meer – raakten gewond, onder wie een
voorbijganger. Drieëntwintig mensen werden vervolgd in verband met de
gewelddaden. Eind 2006 waren ten minste 21 mannen na oneerlijke processen
veroordeeld tot gevangenisstraffen die uiteenliepen van vier tot vijftien
jaar. Alle gedetineerden zouden zijn mishandeld in politiehechtenis.
Advocaten en mensenrechtenactivisten die betrokken waren bij de processen
werden geïntimideerd en met de dood bedreigd.
·Vrijwel
alle buitenlandse journalisten en ngo’s werd het werken in Papoea nagenoeg onmogelijk gemaakt.
·Functionarissen
beweerden dat buitenlandse organisaties verdeeldheid zaaiden; ten minste
één internationaal team van journalisten kreeg toegang tot
Papoea, zij het in beperkte mate en onder streng toezicht.
·
·Vrijheid van meningsuiting
·Ten minste
acht gewetensgevangenen werden veroordeeld tot gevangenisstraffen, en acht
anderen die in voorgaande jaren veroordeeld waren zaten nog altijd vast.
Hieronder bevonden zich vreedzame politieke activisten, vakbondsleiders,
geestelijken en studenten.
·In
februari en maart werden zes vakbondsleiders –
Robin Kimbi, Masri Sebayang,
Suyahman, Safrudin, Akhen Pane en Sruhas Towo –
veroordeeld tot
gevangenisstraffen van veertien maanden tot twee jaar, ogenschijnlijk
vanwege rechtmatig vakbondswerk. De mannen waren in september 2005 in de provincie
Riau gearresteerd na een staking en demonstratie op een palmolieplantage
die eigendom is van het bedrijf Musim Mas. De staking brak uit nadat het
bedrijf had geweigerd te onderhandelen met de vakbond, SP Kahutindo, over
kwesties zoals de naleving van minimale, bij wet vastgelegde arbeidsvoorwaarden.
Vier van de mannen – Suyahman, Safrudin, Akhen Pane en Sruhas
Towo – werden in november
vrijgelaten.
·In
december trok de Staatsrechtbank de artikelen 134, 136 en 137 van het
Wetboek van strafrecht in, die maar liefst zes jaar gevangenisstraf
oplegden voor het “beledigen van de president of
vice-president”, omdat ze in strijd
waren met de Grondwet. Deze artikelen werden sinds jaar en dag gebruikt om
de vrijheid van meningsuiting aan banden te leggen en activisten gevangen
te zetten.
·
·Veiligheidswetgeving
·In april
liet de politie weten dat circa tweehonderd mensen gearresteerd waren sinds
het begin van de terrorismebestrijdingsoperaties na de bomaanslag in Bali
in 2002. Ten minste 56 mensen werden gearresteerd op grond van
antiterrorismewetgeving, en 24 eerder opgepakte mensen werden veroordeeld.
Ofschoon regering en parlement in februari lieten weten dat
antiterrorismewetgeving (Wet 16/2003) zou worden herzien, was daarvan in de
rest van het jaar niets te merken.
·Er waren aanhoudende berichten dat terrorismeverdachten tijdens hun
verhoor mishandeld werden door politieagenten. In april schoot de politie
twee van terrorisme verdachte personen dood bij een inval in Wonosobo
(Midden-Java).
·Economische, sociale en culturele rechten
·Grootschalige
uitzettingen werden uitgevoerd zonder de betrokken mensen naar behoren te
raadplegen en schadeloos te stellen; ook gebruikten de autoriteiten vaak
buitensporig geweld.
·In januari
vonden twee grootschalige uitzettingen plaats in het oosten van Jakarta,
waarbij ruim zeshonderd gezinnen naar verluidt dakloos werden en geen
billijke schadevergoeding of alternatieve huisvesting aangeboden kregen. De
reeks gedwongen uitzettingen had te maken met de uitbreiding van het
spoorlijn Oost-Jakarta-Cikarang.
·In mei
kwam bij exploratieboringen in het oosten van Java door de olie- en
gasmaatschappij Lapindo Brantas een gigantische stroom heet en giftig
modder vrij die eind 2006 nog niet was ingedamd. De modderstroom verdreef
circa tienduizend mensen van huis en haard, en overspoelde hele dorpen,
akkerlanden en wegen. In gebieden dichtbij de modderstroom werden ruim duizend
mensen in het ziekenhuis opgenomen met ademhalingsproblemen, en gevreesd
werd voor vervuiling van het grondwater. Lapindo Brantas bood de mensen die
ontheemd waren geraakt een buitengerechtelijke schadevergoeding van circa
35 euro per maand aan, en reserveerde naar verluidt 6,9 miljard roepie
(750.000 euro) als compensatie voor verloren gegane oogsten.
De slachtoffers protesteerden dat de schadevergoeding ontoereikend was. In
september gaf de president Lapindo Brantas opdracht 1,5 biljoen roepie (163
miljoen euro) te betalen om de openbare infrastructuur te herstellen. Ook
liet hij bijna drieduizend gezinnen permanent elders onderbrengen, en
zorgde ervoor dat ze werk en financiële tegemoetkoming aangeboden
kregen. De regering hield zich op de vlakte over andere rechten, waaronder
het recht op behoorlijke huisvesting en water.
·Eind 2006
waren honderdduizenden mensen nog altijd dakloos als gevolg van de
aardbeving die op 27 mei plaatsvond in Yogyakarta, waarbij 5900 mensen om
het leven kwamen en 1,5 miljoen mensen ontheemd raakten.
·In
februari en maart brachten afgevaardigden van Amnesty International een
bezoek aan Java om onderzoek te doen naar de arbeidsomstandigheden van
huishoudsters in Indonesië. Amnesty-delegaties bezochten
Indonesië daarnaast in juli en september.
·“Mededogen
is geen godsdienstige aangelegenheid,
het is een menselijke aangelegenheid,
het is geen luxe, het is essentieel voor je eigen vrede en geestelijke
stabiliteit,
het is essentieel voor het voortbestaan van de mens.” DE DALAI LAMA
·Het belang
van Mensenrechten. Bekendheid van mensenrechten is niet
alleen belangrijk voor landen in oorlog of in grote armoede. De kracht
van mensenrechten is juist dat iedereen ze kent en ze overal worden toegepast.
Want helaas worden ook in Nederland op regelmatige basis mensenrechten
geschonden. Soms bewust, vaker onbewust omdat mensen simpelweg niet
bekend zijn met onze 30 universele mensenrechten.
·Wat zijn
mensenrechten?
Iedereen heeft bepaalde rechten, gewoon omdat hij of zij een mens is. Dat
zijn rechten omdat je die dingen mag zijn, mag doen of mag hebben. Deze
rechten zijn er voor jouw bescherming tegen mensen die jou zouden willen
schaden of pijn doen. Ze zijn er ook om ervoor te zorgen dat we met
elkaar in vrede kunnen leven.
·Er zijn
dertig basis-mensenrechten.
Iemand die erop toezag dat deze rechten werden opgeschreven voor iedereen
in elk land, was mevrouw E. Roosevelt, de echtgenote van Franklin D.
Roosevelt, die president van de Verenigde Staten was van 1933 tot 1945.
·Mevrouw Roosevelt zei over deze
mensenrechten:
·Waar beginnen
de universele rechten eigenlijk?
Op elke hoek van de straat, in elk gehucht dat te klein is voor een
landkaart. Het is een zaak van het individu, of het bedrijf waar het
individu werkt. Dat zijn de plaatsen waar iedere man, iedere vrouw en
ieder kind gelijk behandeld wil worden, gelijk berecht wil worden,
gelijke kansen wil hebben. Als deze rechten op deze plaatsen geen
betekenis hebben, hebben ze dat nergens. Als mensen deze rechten op
kleine schaal niet in acht nemen, kunnen we ook geen verbetering
verwachten op grote schaal.
·
·
·Mensenrechten 2
Inheemse volkeren, zoals de Papoea’s hebben volgens het
internationaal recht, het recht om in vrijheid en vrede te leven. Hun
leefomstandigheden, cultuur en bezittingen dienen te worden beschermd en in
dat opzicht kunnen zij zich beroepen op hulp van andere landen en de
internationale samenleving.
Indonesië ontkent echter, dat men de Papoea bevolking moet zien als
een inheemse en dat heeft tot gevolg, dat het traditionele gewoonte recht
van de Papoea’s ondergeschikt wordt gemaakt aan hun nationaal belang.
Dit is natuurlijk een belachelijk standpunt, daar de Papoea’s voor 2
generaties terug eigenlijk nog in het stenen tijdperk leefden.
Het druist ook helemaal in tegen de basis principes van het V.N. handvest
Door het hardhandige optreden van de alom aanwezige Indonesische militairen
en hun inhumane activiteiten, zoals beschreven in de vele hoofdstukken op
deze website: Periode van 1962-2009: West Papua – Het vergeten volk-
, wordt hun dat basis recht dus onthouden.
Sinds de overname van Indonesië in 1963 zijn sindsdien
honderdduizenden Papoea’s omgekomen.
Het mensenrechten vraagstuk heeft ook in Nederland een hoge prioriteit,
maar in het geval van Papua en Aceh wordt er vrijwel niets ondernomen.
In 1974 was er de verklaring van de Algemene Vergadering: “alle
vormen van repressie en mensonwaardige behandeling van mensen, zoals
moorden, martelingen, massa arrestaties en andere gewelddadigheden moeten
worden tegengegaan en de daders van militaire operaties, die delicten tegen
burgers begaan, moeten als criminelen worden beschouwd”.
·
De legale status van strijders, die vechten tegen koloniale en militaire
regiemes voor het recht op zelfbeschikking werd door de U.N. Vergadering in
1973 als volgt gedefinieerd: “Dergelijke inspanningen zijn legaal en
volledig in overeenstemming met de grondbeginselen van het internationaal
recht.
De opstelling, repressie van het Indonesische leger is volledig in
tegenspraak met het U.N. Handvest. Deelnemers van afscheidingsbewegingen en
vrijheidsstrijders, in dit geval Papoea leden van de OPM vallen onder het
oorlogsrecht, krijgsgevangenen, zoals vastgelegd in de 3e Conventie
van Genève.
Amnesty International heeft geen toegang tot het gebied, maar heeft wel
veel rapporten ontvangen over moorden, mishandelingen van politieke
gevangenen.
De mishandelingen variëren van martelingen zoals slaag, onderdompeling
in watertanks, brandwonden d.m.v. brandende sigaretten, elektrische
schokken, het stampen op tenen etc.
Advocaten, die de verschillende gedetineerden bezochten, melden, dat
gevangenen medische zorg en bezoek wordt onthouden. Velen worden
overgebracht naar Java, zonder acht te slaan op familie en hun advocaten.
Het is niet alleen het psychologische effect, dat deze afscheiding
veroorzaakt.
In Indonesië vertrouwen veel politieke gevangenen op bezoekers voor
wat betreft voedsel en kleding en medicamenten, omdat het gevangenis
systeem hier in veel opzichten te kort schiet.
Speciale aandacht wil ik vestigen op hoofdstuk 25, de massa slachting op
Biak in 1998.
Op 16.11.2003 vertrok ik namelijk voor een maand naar West Papua en
verbleef ik ook een tijdje in Biak.
De strekking van het rapport, geschreven door Kel Dummet, was voor mij heel
herkenbaar, want ik hoorde dezelfde verhalen en voelde de dreigende
spanning bij de daar levende Papoea’s.
Het wemelt er van de militairen en door het gebeuren in 1998 kan men zich
voorstellen wat voor impact dat moet hebben voor de plaatselijke bewoners.
Er is mij ook gemeld, dat er een massa graf is op Biak en er is nog een
getuige, die dit massa graf nog weet aan te wijzen.
Amnesty International lijkt mij de geëigende organisatie om dit te
melden, maar helaas bewaar ik aan de Nederlandse afdeling geen beste
herinneringen. Mijn e-mails over mensenrechten schendingen werden niet
beantwoord en überhaupt kan ik op hun website niets vinden!
Na mijn bezoek, voor het eerst na 41 jaar, kies ik voor een hardere
opstelling, eenvoudig omdat mijn bange vermoedens over wat er in Papua zoal
gebeurt, alleen maar werden bewaarheid, zo niet nog erger zijn.
Krijg ik dus toch nog gelijk, dat er in Nederland een taboe sfeer rust op
het hele Papoea gebeuren.
Als een van de weinige auteurs bezig ik het woord “genocide” en
nu ik terug ben uit Papua, kan ik er niet omheen sommige details beter te
benadrukken en te voorzien van foto’s.
Voor de ergste vorm van genocide is het moeilijk bewijs hiervoor te vinden,
omdat Indonesische militairen hun gore wandaden vaak in het geniep
uitvoeren, in ver afgelegen gebieden en ook bewijsmateriaal direct
verwijderen en zelfs niet terugdeinzen ooggetuigen te laten verdwijnen.
Er zijn verhalen over verspreiding van het HIV/Aids virus, het veroorzaken
van varkens epidemie, het oppakken en laten verdwijnen van in hun ogen
gevaarlijke Papoea’s, het toedienen van verkeerde medicijnen, spuiten
etc.. Ook als het om studenten oppositie gaat worden unfaire
processen en gevangenschap selectief gebruikt.
In het nog niet zo lange verleden werden complete kampongs gebombardeerd,
waarbij ook hun leefomstandigheden, tuinen, etc. werden verwoest.
Dit is de oorlogsvoering tegen de inheemse bevolking. In dit verband
verwijs ik naar website:
http://www.converge.org.nz/papua/human-rights.html
Op deze site staat een gespecificeerd overzicht van Papoea’s, die
zijn vermoord of zo maar zijn verdwenen.
Alleen Jan Pronk, als Minister van Ontwikkelingssamenwerking deed
daadwerkelijk pogingen om Indonesië te confronteren met de
mensenrechten situatie. Deze pogingen strandden echter, omdat de
Nederlandse regering het standpunt innam, dat er in Indonesië geen
sprake was van systematische schendingen van de mensenrechten. In 1991
bracht Minister Pronk meerdere bezoeken aan Indonesië, hij ontmoette
er ook vertegenwoordigers van milieu en mensenrechten. Bij de opening van
de IGGI conferentie pleitte Pronk voor economische en politieke
desregulering. Tijdens de officiële besprekingen stonden de
mensenrechten echter niet op het programma.
Ten aanzien van de mensenrechten problematiek in Indonesië houdt de
Nederlandse regering er een kritiekloze houding op na, terwijl toch
Nederland als oud koloniale macht en partij in het New York Akkoord, toch
invloed had kunnen laten gelden.
De V.N. en haar lidstaten zouden toch op zijn minst internationaal toezicht
op Papua kunnen laten plaatsen of zelfs dreigen dit te willen doorvoeren.
Echter niets van dit alles!
Ernstige schendingen van de mensenrechten worden door de Indonesische
regering afgedaan als betreurenswaardige incidenten.
9.12.2003: van tkumar@asia.org
Mr. Gerald LeMelle, Amnesty International, schreef een brief naar het U.S.
Department, Colin L. Powell met betrekking tot het CGI Congres op 10 en 11
December in Jakarta.
Hij beschouwde dit congres als een ideale gelegenheid om Indonesië te
confronteren met hun mensenrechten problematiek.
Hij schreef, dat het trage democratiseringsproces sinds 1998 ook negatieve
invloed heeft op mensenrechten situatie in Indonesië.
Veel legale en gerechtelijke hervormingen zijn nog niet doorgevoerd met als
gevolg dat het rechtswezen zeer zwak opereert en de bestaande wet weinig
bescherming biedt tegen mensenrechten schendingen.
Recente rechtszittingen over misdaden, begaan in 1999 in Oost Timor,
tonen dermate structurele zwakheden aan, dat daders alsnog vrijuit gaan.
Nu in 2003 zijn er nog steeds ernstige schendingen van de mensenrechten,
zoals in Aceh en Papua. Executies, verdwijningen en martelingen zijn
aan de orde van de dag.
Aceh is verboden toegang voor mensenrechten organisaties, human right
watchers, journalisten, hulp organisaties.
Amnesty International komt middels betreffende brief met aanbevelingen, die
overeenkomen met internationale standaards voor wat betreft mensenrechten
en die aangeven, dat mensenrechten organisaties vrije toegang moeten hebben
om hun werk te kunnen verrichten, zonder te worden geïntimideerd,
bedreigd en ook zelf gevrijwaard te blijven van mensenrechten schendingen.
De CGI zou ook moeten verzoeken politieke gevangenen onmiddellijk vrij te
laten.
Donateurs van Indonesië zouden de Indonesische regering moeten
verzoeken, te bewerkstelligen, dat er een geloofwaardig mechanisme in het
leven wordt geroepen, waarbij aanwijzingen van schendingen kunnen worden
onderzocht en dat daders eerlijk worden berecht naar internationale
standaards.
·John Rumbiak: (
20.3.2004)
·John Rumbiak is een
welbekend Papoea mensenrechten advocaat en supervisor van de Papoea
mensenrechten organisatie Elsham in Jayapura. Daar hij zijn leven niet meer
zeker is in West Papua, is hij uitgeweken naar Amerika, alwaar hij nu woont
en werkt. Naar nu bekend is geworden start hij in Mei een 14 daagse
rondreis langs de Westkust van de V.S.. De start zal zijn in Seattle en
achtereenvolgens bezoekt hij San Francisco, Santa Cruz/Monterey, Santa
Barbara, Los Angelos en San Diego.
·John Rumbiak is een
onvermoeide leiding gevende mensenrechten activist en een groot
pleitbezorger voor zelfbeschikking van West Papua en een grote
inspiratiebron voor al diegenen, die werken voor meer vrede en
rechtvaardigheid in deze door terreurdaden geteisterde wereld. Ondanks
herhaaldelijke doodsbedreigingen en vervolging heeft hij de dood van 37
inheemse Papoea’s gedocumenteerd. Door zijn eigen diepte onderzoek
naar de moord op 2 V.S. onderwijzers bij Freeport heeft hij de
betrokkenheid van het Indonesische leger aangetoond
·Het werk van John
Rumbiak heeft een revolutie teweeg gebracht in de mensenrechten
problematiek van West Papua en het gaf de aanzet tot nationale en
internationale debatten over deze gevoelige politieke zaken. Hij was ook
nauw betrokken in de creatie van een “zone of peace” in West
Papua. Door zijn werk, inbreng en inzet bracht hij de lang verborgen
gebleven gewelddadigheden van het Indonesisch leger onder de aandacht van
de internationale wereld.
·Mr. Rumbiak is de
grote promotor van de Papoea issue en van hieruit wens ik hem veel succes
bij zijn 14 daagse reis langs de Amerikaanse westkust. Ongetwijfeld zal hij
zijn Amerikaanse toehoorders weten te boeien!
·Jacob Rumbiak:
(20.3.2004)
·Evenals John Rumbiak
is ook Jacob Rumbiak niet meer welkom in West Papua. “Als ik
terugkom, ben ik een dood man”, zegt hij Zij biografie staat vermeld
in hoofdstuk 2. Hij is professor in de wetenschap en heeft 10 jaar
gevangengezeten , omdat hij zich uitsprak tegen de Indonesische controle over
West Papua. Hij woont en werkt in Australië en promoot ook de strijd
van de Papoea’s. Volgens Jacob zijn er sinds 1962 zo’n 300000
(volgens de kerken 500000) Papoea’s vermoord of verdwenen. Het is nu
officieel, dat er in West Papua sprake is van genocide. De georganiseerde
immigratie heeft er toe bijgedragen, dat de verhouding nu ca 50/50% van de
totale bevolking is. Weldra zijn wij in de minderheid.
·Jacob is nu met 2
Australische geestverwanten, Ned en Marcus Byrne, in Japan. Marcus woont in
Melbourne, waar hij, met nog een broer en zus Louise, de Australian West
Papua Association(AWPA) runt. Jacob Rumbiak is getrouwd met Louise Byrne.
Louise is geweldig, zij is politiek actief in Eritrea en Oost Timor en zij
doet moeite om Jacob te helpen als vrij man naar zijn geboorteland te laten
terugkeren. Jacob heeft in 12 verschillende Indonesische gevangenissen
gezeten. Hij zat 3 jaar in een 30 meter hoge toren: je ziet , hoe
gevaarlijk ik was!, zegt hij zelf. Jakarta is bang voor iedere Papoea, die
goed op de hoogte is van de geschiedenis en rechten. Jacob is geen
terrorist, hij heeft geluk gehad en is professor geworden. Veel van zijn
vrienden en supporters waren niet zo gelukkig!
·Het is alleen maar
erger geworden, sinds Megawati Sukarnoputri aan de macht is. Wij hebben films,
hoe zij het leger instrueert geen acht te slaan op mensenrechten. Met
het oog op de verkiezingen in April, riep zij op 3 Januari de nood toestand
in Papua af. “Mijn land is nu een oorlogszone”. Megawati
bezocht onlangs West Papua. West Papoea’s kunnen echter niet worden
gehersenspoeld, zij zullen de verkiezingen boycotten. Wij hebben 312
stammen in de hooglanden en 200 kleine eilandjes, spreken verschillende
talen en dialecten, maar hebben dezelfde gewoonten. Ik kom zelf van het
Numfoor eiland, dicht bij Biak. Jacob praat in Tokyo met het Ministerie van
Buitenlandse Zaken, wetende, dat een veroordeling van de Indonesische
politiek tegen West Papua, van regeringsniveau moet komen.
·Jacob heeft een
duidelijke boodschap voor Japanse ministers: Vrede in West Papua is van
vitaal belang voor de stabiliteit in de regio. Japan moet erop aandringen,
dat Indonesië zijn militairen terugtrekt en de problemen eindelijk
eens via een vreedzame dialoog moet oplossen. Als er oorlog is, krijgt
Japan niet de natuurlijke bronnen, waarop het vertrouwt. Voor de rest van
zijn verblijf houdt hij seminars om Japanners bewust te maken over de
situatie in zijn geboorteland en zich van hun steun te verzekeren. Jacob
had gehoopt zijn oma en vader in Japan te ontmoeten, maar zij kregen geen
toestemming het land te verlaten. Ik heb mijn oma in 33 jaar niet meer
gerzien. Ned heeft haar voor mij gevonden. Niemand van mijn familie wist
waar ik was; velen dachten, dat ik dood was.Zijn oma, Yakomina, is 102 en
zond hem een bericht. Ofschoon zij 5 invasies heeft meegemaakt, leeft
zij in de hoop, dat haar kleinkind het land onafhankelijkheid zal brengen.
Zij wacht erop, zegt zij.
John Rumbiak, supervisor van Elsham zal tussen 20 September en 19 Oktober
in Nieuw Zeeland verblijven. Gedurende zijn rondreis zal hij daar de
voortdurende crisis in het door Indonesië gecontroleerde West Papua
onder de aandacht brengen. Aandachtspunten zijn de mensenrechten
schendingen en de rechtsmisstanden in Indonesië. Wegens het niet
berechten van verantwoordelijke criminelen vanuit het militaire apparaat
wegens mensenrechten schendingen worden miljoenen mensen het slachtoffer
van voortgaande vergrijpen.
De Oost Timor affaire is hiervan een school voorbeeld, waarbij leger gangs
de meest gewelddadige acties op burgers botvierden en waarbij leger
officieren vrijuit gingen.
De hele wereld keek mee, bewijzen genoeg, zelfs filmbeelden. 1500 mensen
kwamen om!
Tijdens zijn reis door Nieuw Zeeland ontmoet John Rumbiak politici en leden
van mensenrechten organisaties. Hij bezoekt de conferentie op de
universiteit van Canterbury en hij houdt lezingen in Whangarei, Taurenga,
Auckland, Wellington, Christchurch en Dunedin.
·14.1.2005: Jakarta Post:
Mensenrechten organisatie benoemt 7 medewerkers.
·Het hoofd van de
Nationale Commissie voor de Mensenrechten(Komnas HAM). Abdul Hakim Garuda
Nusantara, heeft op Maandag 7 vertegenwoordigers voor West Papua
aangesteld.
·De 7 nieuwe
medewerkers zijn benoemd voor een periode van 3 jaar (2005-2008).
·Het zijn dominee
Freddy Toam, Friets Ramandey, Abina Wasanggai, Albert Rumbekwan, Sandra
Mambrasar, Juhari en Yance Waropen.
·De Commissie wordt
gesteund uit provinciale en staats budgetten.
·Abdul Hakim verklaarde,
dat wet 29/1999, artikel 79, paragraaf 4, Komnas HAM in staat stelde
om een dergelijk vertegenwoordigend kantoor in de provincie Papua op
te zetten om de mensenrechten problemen aldaar het hoofd te bieden.
·“Door
decentralisatie hopen wij, dat de lokale mensenrechten problemen kunnen
worden opgelost, gebaseerd op lokale tradities en gewoonten”.
·9.2.2005: Het
Indonesische verraad aan constitutionele burgerrechten
·De claim op de
eenheidsstaat – “Van Sabang tot Merauke” heeft op de
Indonesische regering, het militaire regiem, blijkbaar een dusdanige
prioriteit, dat al het andere maar even moet wijken.
·Als nooit tevoren
wordt er jacht gemaakt op politieke en mensenrechten activisten, GAM en OPM
leden.
·Zelfs na de tsunami
ramp moest de jacht op GAM leden gewoon doorgaan en nam men zelfs
maatregelen om toezicht te blijven houden op hulpgoederen en slachtoffers
van de ramp werden om controle doeleinden gedwongen in kampen
ondergebracht.
·Ook president
Yudhoyono heeft dus een politiek geadopteerd en orders uitgevaardigd, die
de burgervrijheden bedreigen.
·Veiligheidsdiensten
werden uitgebreid, in Atjeh is er nog steeds een noodtoestand,
razzia’s in het binnenland van West Papua, geweld tegen mensenrechten
activisten, politieke activisten.
·In beide conflict
gebieden zijn vele burger slachtoffers gevallen en dit gaat gewoon maar
door.
·Mensenrechten
organisatie Imparsial noemt dit verraad aan de burgerrechten.
·In verafgelegen
gebieden zoals in West Papua zijn hele gebieden afgesloten en wordt niemand
toegelaten en is er dus helemaal geen controle.
·In rapporten kan men
lezen, dat Papoea gevangenen in gevangenissen voortdurend worden
afgeranseld en gemarteld. Er wordt tot in detail aangegeven wat er met de
gevangenen gebeurt.
·Het zijn excessen, te
gruwelijk om te lezen!
·Ook Watchdog heeft
kritiek op de groeiende betrokkenheid van de nationale
veiligheidsdienst(BIN).
·Dit voert tot bewuste
genocide, want naast de moord op Munir, medeoprichter van Impartial en
vroegere directeur van Komnas HAM, zijn minstens 165 lokale mensenrechten
activisten het slachtoffer geworden van de misdadige praktijken van het
Indonesisch leger.
·In Indonesië is
de cirkel van “impunity” van toepassing en de verschillende
presidenten hebben dit maar niet kunnen doorbreken.
·Het bestaande proces
wordt dus niet afgestopt en ook Duitse deskundigen van Papua Netzwerk,
o.a.Hr. Zöllner, herkennen de bestaande problemen en politieke
gevoeligheden en weten te vertellen, dat Papoea’s in het binnenland
een specifiek doelwit vormen van racisme door Indonesische strijdkrachten.
·Hier wonen veel
Papoea’s en er wordt bewust gediscrimineerd(krulhaar). Er kan hier zo
maar een helikopter landen om militairen te droppen en de razzia begint,
met gevolgen, zoals men heeft kunnen lezen over de duizenden Papoea vluchtelingen
in de Puncak Jaya.
·Er komen ook steeds
meer geluiden over genocide - zelf behoorde ik tot een van de
eersten, die dit woord heel voorzichtig gebruikte, maar inmiddels lees ik
dit ook in andere rapporten en wordt terecht de roep om internationaal
toezicht steeds luider.
·Het initiatief van
Kofi Annan voor het vormen van een internationale onderzoekscommissie is in
dit verband dan ook toe te juichen.
·West Papua wordt een
hot item en als er internationaal niet wordt ingegrepen, krijgen wij zo maar
te maken maar een tweede Oost-Timor.
·Als men in overweging
neemt dat het Indonesisch leger bekend staat als de grootste mensenrechten
schender ter wereld, is deze visie helemaal niet zo denkbeeldig.
·Een leger met top
officieren, aangemerkt als oorlogsmisdadigers en notoire mensenrechten
schenders, aangevuld met extremistische moslim milities, belooft niet veel
goeds, in aanmerking genomen, dat men zich ook nog gedekt voelt door de
cirkel van “impunity”.
·7.2.2005: Oost
-Timor - gerechtigheid voor wie?
·Velen hebben al
kritiek geuit over het presidentschap van Yudhoyono.
·Een speerpunt van zijn
campagne belofte was het actuele probleem van de corruptie aan te pakken.
·Aan de ene kant toont
deze belofte een begin te willen maken met goed regeringsbeleid en
democratie
·na te streven.
·Hij gaat echter totaal
voorbij aan het probleem van de mensenrechtenschennis, begaan gedurende een
periode van tientallen jaren.
·Nu gaat het hierbij
niet alleen om misdaden, die plaatsvonden in Oost-Timor gedurende de
illegale Indonesische bezetting voor 1999.
·Het gaat ook om andere
misdaden, zoals het vermoorden van leden van de Indonesische Communistische
Partij(PKI) in 1965 en meer recent de ongeregeldheden in Mei 1998, waarbij
duizenden mensen werden vermoord.
·Deze lijst kan nog
worden aangevuld met mensenrechten schendingen in Atjeh, Papua en Maluku.
·
·In relatie tot deze
mensenrechten schendingen in Oost- Timor hadden de Oost Timorese minister
van Buitenlandse Zaken, Ramos Horta en zijn Indonesische collega, Hassan Wirayuda
in December 2004 in
Washington een ontmoeting met de U.N Secretaris-Generaal Kofi Annan en
Colin Powell.
·Op deze bijeenkomst
kwamen de 2 ministers met een voorstel om een speciale, nieuwe commissie in
het leven te roepen en wel “the International Truth and Friendship
Commission.
·Deze commissie zou de
mensenrechten schennis in Oost- Timor moeten regelen.
·Het is niet duidelijk
wat precies het mandaat van deze commissie zou moeten zijn.
·Volgens Horta zou de
commissie tot taak moeten hebben om namen te noemen, wie die schendingen
begingen.
·Horta, voorstander van
zo’n commissie, voerde hiervoor campagne, terwijl hij geen rekening
hield met kritische geluiden van slachtoffers.
·Natuurlijk kreeg dit
voorstel ook bijval van de Indonesische regering, omdat men de eisen van de
slachtoffers om daders voor een internationaal gerecht te brengen, niet wil
inwilligen.
·Met andere woorden het
voorstel van Horta en Wirayuda zou voor daders het pad effenen hun
berechting te ontlopen door niet voor internationaal tribunaal te hoeven
verschijnen.
·In schril contrast
staat de mening van de slachtoffers: een internationaal tribunaal zou een
eind maken aan de genoten onschendbaarheid van diegenen, die mensenrechten
schendingen begingen in Oost-Timor en Indonesië.
·Het voorstel van Horta
en Wirayuda komt vreemd over, omdat Kofi Annan bezig is een Commissie van
Onderzoek in te stellen om het Human Rights Court in Jakarta en het
speciale gerechtshof in Dili te beoordelen.
·Betreffende
gerechtshoven hebben een mandaat om schenders van mensenrechten voor
en na het referendum in 1999 te berechten, maar hebben dit nagelaten
·Het is echter
overduidelijk dat genoegdoening voor de slachtoffers uitbleef.
·Het gerechtshof in
Jakarta maakte er een dusdanige show van dat de belangrijkste daders
vrijuit gingen, terwijl het gerechtshof in Dili zich veel te soepel
opstelde en naliet belangrijke mensen, die nu nog macht bezitten in
Indonesië, voor het gerecht te brengen.
·Wat is echter de
verborgen agenda achter dit vreemde voorstel?
·Het heeft er de schijn
van dat de commissie de bedoeling heeft bilaterale betrekkingen tussen
Oost-Timor en Indonesië te ontwikkelen, vooruitlopend op
rechtvaardigheid voor slachtoffers van mensenrechten schendingen.
·Het is hier duidelijk
dat pragmatische politiek altijd voorbij gaat aan rechtvaardigheid voor
slachtoffers ten gunsten van leiders, die de betreffende slachtoffers
vertegenwoordigen.
·De internationale
gemeenschap, via de V.N. heeft hier een nobele missie om misdadigers van
mensenrechten schennis toch nog voor het gerecht te brengen.
·Het is dus toe te
juichen, dat de V.N. het idee om een Commissie van Onderzoek in te stellen,
daadwerkelijk gaat uitvoeren.
·Als zo’n
onderzoek plaatsvindt en er geen hoop is voor gerechtigheid via het huidige
mechanisme dan zou een internationaal tribunaal moeten plaatsvinden.
·Dit zou van toepassing
moeten zijn op alle V.N. bevindingen en aanbevelingen.
·Het ergste is dat het
voorstel van Horta en Wirayuda laat zien, waar de werkelijke belangen van
de leiders liggen en dat is zeer zeker niet rechtvaardigheid voor
slachtoffers.
·De auteur is een
mensenrechten advocaat en doceert op de Universiteit van Dili.
·Opmerking:
·Een Commissie van
Onderzoek, gelanceerd door Kofi Annan, zou een grote stap voorwaarts zijn en
zeker bijdragen tot verbetering van de mensenrechten problematiek.
·Het zou zeker impact
hebben op daders en de vele incidenten zouden op een bevredigende manier
worden afgewikkeld en toekomstige incidenten een halt toeroepen!
·De internationale
federatie voor Oost-Timor(IFET), een samenwerkingsverband van 35
organisaties uit 23 landen kwam met een verzoek aan Kofi Annan, direct
zo’n V.N. onderzoekscommissie in te stellen met een verplichting
richting internationale gemeenschap om wandaden tegen de menselijkheid af
te straffen.
·In de Oost-Timor
affaire zijn de namen al bekend, de waarheid is boven tafel, alleen de
daders moeten nog worden berecht!
·De V.S. vredesraad
kwam in 1999 al met resolutie 1272 om de verantwoordelijken van
mensenrechtenschennis te vervolgen.
·PRESS RELEASE
March 1, 2005
ELSHAM Scoops Regional Human Rights Award
The Pacific Concerns Resource Centre wish to congratulate the Institute for
Human Rights Study and Advocacy (ELSHAM) for scooping the Human Rights
regional award for its outstanding work of Human Rights promotion in the
Pacific.
ELSHAM won ahead of seven Pacific civil society organisations for its
dedication and sacrifice in promoting the rights of the people of West
Papua and for monitoring ongoing human rights abuses by the Indonesian
military.
In announcing the winner New Zealand Ambassador Michael Green said:
“ELSHAM has established a noteworthy record of monitoring and
reporting human rights abuses in West Papua, bringing them to the attention
of the provincial and central governments and to the international
community.”
“Its campaign in 2004 to publicise military operations in the
highlands was instrumental in ending military activities, in bringing about
a parliamentary investigation, and in securing humanitarian assistance for
the affected peoples,” Ambassador Green added.
“ELSHAM’s work exposes powerful institutions to unaccustomed
scrutiny. It can be difficult and dangerous but ELSHAM’s persistence
against the odds has earned it a reputation as a key source of information
on human rights violation in West Papua and as the principal advocate for
the human rights for the peoples of West Papua, he said.
PCRC’s Decolonisation campaigner Rex Rumakiek, a West Papuan
national, received the award on ELSHAM’s behalf.
“The award is a welcomed victory in our continual quest to highlight
West Papua’s plight. It should serve to remind our Pacific
leaders that West Papua belongs and is part of the Pacific region and
deserves our immediate action,” Rumakiek said. ELSHAM was nominated
by PCRC.
PCRC also wish to acknowledge the other regional award winners: the
National Peace Council of Solomon Islands for its peace building work
especially its community inclusive work in disarmament and the Cook Islands
based Pacific Islands AIDS Foundation (PIAF) for its advocacy role on the
rights of the people living with HIV/AIDS.
The award was organised by the Suva-based Regional Rights Resource Team
(RRRT). Currently a UNDP project fully funded by UK DFID, RRRT provides
training, advocacy, technical support and policy advice in human rights to
promote social justice and good governance throughout the Pacific region.
For more information please contact Rex Rumakiek, Assistant
Director-Decolonisation or Peter Emberson, Information Officer.
> 31. Januar 2005
>
> Watch Indonesia! - Deutsche Kommission Justitia et Pax -
Misereor -
> missio - Menschenrechtsreferat des Diakonisches Werkes des
EKD
> Aide-Mémoire
> zur 61. Sitzung der Menschenrechtskommission der Vereinten
Nationen
> 14. März bis 22. April 2005
>
> Die Strafverfolgung schwerer Menschenrechtverletzungen
> Die Vereinten Nationen sollten ihr Engagement in Osttimor verstärken
und
> die drohende Straflosigkeit verhindern
> Die bisherigen Strafverfolgungsbemühungen sind gescheitert
>
> Fünf Jahre nach der von den Vereinten Nationen (VN)
durchgeführten
> Volksbefragung (Popular Consultation) zur Frage der Unabhängigkeit
> Osttimors und dem darauf folgenden Ende der indonesischen
Okkupation ist
> die Strafverfolgung der Verantwortlichen wegen
Völkerrechtsverbrechen in
> Osttimor 1999 ins Stocken geraten. Weder das ad hoc
> Menschenrechtsgericht in Jakarta noch das von den VN
gegründete
> Sondergericht in Osttimor waren in der Lage, diejenigen, die
die größte
> Verantwortung für die Verbrechen tragen, vor Gericht zu
stellen.
> Gerechtigkeit für die Opfer in Osttimor scheint
unerreichbar zu bleiben.
> Dadurch steht nicht nur die Fähigkeit der VN, der
Straflosigkeit für
> Völkerrechtsverbrechen weltweit mit effektiven Mitteln
entgegenzutreten,
> sondern auch die Entwicklung des Rechtsstaates in
Indonesien und
> Osttimor auf dem Spiel.
>
> Die schweren Menschenrechtsverletzungen, die in Osttimor im
Jahr 1999
> von pro-indonesischen Milizen mit Unterstützung des
indonesischen
> Militärs begangen wurden, waren schon mehrfach auf der
Tagesordnung der
> Menschenrechtskommission der VN (MRK). Darüber hinaus
verlangte der
> VN-Sicherheitsrat in Artikel 16 der Resolution 1272 (1999) vom
25.
> Oktober 1999, durch die die VN Übergangsverwaltung UNTAET
(United
> Nations Transitional Administration for East Timor) in Osttimor
> etabliert wurde, ausdrücklich die Strafverfolgung
derjenigen, die die
> Verbrechen zu verantworten haben. Unverzüglich nach der
Gewalteskalation
> im September 1999 berief die MRK eine Sondersitzung ein - die
vierte
> ihrer Art in der Geschichte der Kommission - und verabschiedete
eine
> Resolution, in der sie den VN-Generalsekretär aufforderte,
eine
> Untersuchungskommission einzurichten. Diese Kommission
schlussfolgerte
> in ihrem Bericht an den VN-Generalsekretär, dass das
Ausmaß der
> Gewalttaten in Osttimor die Einrichtung eines internationalen
> Strafgerichts erforderlich mache.
> Das ad hoc Menschenrechtsgericht in Jakarta: Nicht willens
>
> Die Regierung Indonesiens versicherte mehrfach gegenüber
der MRK, dass
> sie die Verantwortlichen strafrechtlich verfolgen und bestrafen
würde.
> Inzwischen sind die Strafverfahren für die 18 angeklagten
Personen
> abgeschlossen. Davon wurden nur sechs Personen zu einer
Haftstrafe
> verurteilt. Doch nur der ehemalige Gouverneur Osttimors, Abilio
Soares,
> verbrachte tatsächlich ein paar Wochen im Gefängnis,
bevor auch sein
> Urteil vom Obersten Gerichtshof revidiert und er freigesprochen
wurde.
> Die beantragte Haftstrafe von zehn Jahren für
Milizenanführer Eurico
> Guterres wurde um die Hälfte reduziert, und er bleibt auf
freiem Fuße,
> solange sein Berufungsverfahren noch nicht abgeschlossen ist.
Der
> ranghöchste Angeklagte, Generalmajor Adam Damiri, wurde
zwar vom ad hoc
> Menschenrechtsgericht zu einer Haftstrafe von drei Jahren
verurteilt,
> jedoch auch in letzter Instanz freigesprochen. Die Tatsache,
dass
> überhaupt einige der Angeklagten durch das ad hoc
Menschenrechtsgericht
> verurteilt wurden, ist dem Mut einzelner Richter zuzuschreiben,
die
> nicht zögerten, das Gesetz anzuwenden, obwohl die
Staatsanwaltschaft
> ihnen durch ihre mangelhafte Strategie oftmals keine Grundlage
dafür
> bot. Neben der erschreckend geringen Anzahl an Verurteilungen
geben die
> Urteile des ad hoc Gerichts und der Berufungskammern zudem
nicht die
> eigentliche Natur und Abläufe der Verbrechen wieder. Die
Ursache der
> Verbrechen wird in spontanen Zusammenstößen zweier
konkurrierender
> Gruppierungen in Osttimor gesehen. Die de facto Kontrolle, die
das
> Militär und die indonesische Zivilverwaltung über die
Milizen ausübten,
> wurde weder geprüft noch dargelegt.
>
> Darüber hinaus ist es der Staatsanwaltschaft nicht
gelungen, einige der
> Hauptverdächtigen wie zum Beispiel General Wiranto, den
damaligen
> Oberkommandierenden des indonesischen Militärs und
früheren
> Verteidigungsminister, und Joao Tavares, den ehemaligen
Kommandeur der
> Milizen, anzuklagen.
>
> Diese Kultur der Straflosigkeit stellt nicht nur eine schwere
> Missachtung der Würde und der Rechte der Opfer dar,
sondern Indonesiens
> Justizsystem missachtet zugleich die Entscheidungen des
> VN-Sicherheitsrates sowie die Empfehlungen der MRK und stellt
dadurch
> die Glaubwürdigkeit der VN insgesamt aufs Spiel.
> In Osttimor haben die von den VN eingerichtete
Anklagebehörde (Serious
> Crimes Unit) und das Sondergericht (Special Panels for Serious
Crimes)
> einen großen Beitrag zur strafrechtlichen
Vergangenheitsaufarbeitung
> geleistet. Bis zu 400 Personen wurden angeklagt, wovon 70 eine
> Haftstrafe verbüßen. Nichtsdestotrotz konnte das
Gericht bisher keiner
> der von der Serious Crimes Unit angeklagten Personen aus
indonesischen
> Militär- und Verwaltungskreisen habhaft werden, was auf
die mangelnde
> Kooperation seitens Indonesiens, der VN und der
osttimoresischen
> Regierung zurückzuführen ist. Dieses Ergebnis erzeugt
bei der
> Bevölkerung Osttimors den Anschein ungleichwertiger
Behandlung jener
> Täter, die osttimoresischer Herkunft sind und meist als
Mitläufer in den
> Milizen agierten.
>
> Mitunter müssen mit Abzug der VN-Mission UNMISET im Mai
2005 die
> Ankläger und Richter des Sondergerichts in Osttimor ihre
Arbeit
> einstellen. Dies hätte das katastrophale Ergebnis zur
Folge, dass fast
> die Hälfte aller Mordfälle unaufgeklärt blieben.
Mit der Beendigung der
> Arbeit des Sondergerichts würde die durch die VN
initiierte
> Verbrechensaufklärung im Ergebnis als gescheiterter
Versuch der
> Strafverfolgung von Völkerrechtsverbrechen in die Geschichte
eingehen.
>
> Die Lösung dieser Problematik kann jedoch nicht darin
liegen, das
> bestehende Sondergericht zu schließen, ohne einen
geeigneten Ersatz zu
> schaffen. Die VN stehen in der Pflicht, das existierende
Gericht
> entweder zu reformieren und mit erweiterten Kompetenzen
auszustatten
> oder neue, effektivere Mechanismen der Strafverfolgung zu
schaffen.
> Somit sollte auch die MRK sich dieser dringlichen Situation
annehmen und
> Empfehlungen zu einer Lösung abgeben. Im Folgenden
präsentieren wir
> einige Reformvorschläge, die die MRK in ihren Beratungen
unterstützen
> sollen.
> Die Notwendigkeit einer internationalen Expertenkommission
>
> Der VN-Generalsekretär hat mehrfach dargelegt, dass er
sich der
> Strafverfolgung von Völkerrechtsverbrechen verpflichtet
fühlt. Bei
> mehreren Gelegenheiten verlieh er seiner Bereitschaft Ausdruck,
eine
> unabhängige Expertenkommission einzusetzen, die den
> Strafverfolgungsprozess in Indonesien und Osttimor evaluieren
und
> Empfehlungen abgegeben könnte, wie Verantwortlichkeit
hergestellt werden
> kann. Wir fordern die MRK auf, den VN-Generalsekretär in
diesem
> wichtigen Unterfangen zu unterstützen, indem Empfehlungen
zur
> Zusammensetzung und Funktionsweise der Kommission gegeben
werden, sowie
> die notwendige Kooperation angeboten wird.
> Der Vorschlag einer Wahrheits- und Freundschaftskommission
zwischen
> Indonesien und Osttimor
>
> Im Dezember 2004 gaben die Regierungen von Indonesien und
Osttimor die
> Gründung einer gemeinsamen Wahrheits- und
Freundschaftskommission (Truth
> and Friendship Commission) als Alternative zur
Weiterführung der
> Strafverfolgung bekannt. Sie unterrichteten den
VN-Generalsekretär von
> diesem Vorhaben. Dieser Vorschlag traf auf den erklärten
Widerstand
> zahlreicher Menschenrechts- und Nichtregierungsorganisationen
in
> Osttimor und Indonesien, die befürchten, es handle sich um
den Versuch,
> die Vergangenheit unter den Teppich zu kehren.
>
> Wir teilen diese Befürchtungen, da dieser Vorschlag den
Opfern das Recht
> auf die Ahndung der an ihnen verübten
Völkerrechtsverbrechen nimmt und
> die Straflosigkeit für derartige Verbrechen manifestiert.
Der Vorschlag
> enthebt Indonesien der Pflicht, die Täter aus Militär-
und
> Verwaltungskreisen ernsthaft strafrechtlich zu verfolgen.
Mitunter
> negiert der Vorschlag die bereits erfolgte Arbeit einiger
> Aufarbeitungskommissionen, wie der Wahrheits- und
Versöhnungskommission
> in Osttimor (CAVR), deren Bericht im Sommer 2005 erscheinen
wird.
> Zusätzlich würde die Etablierung dieser neuen
Kommission das Engagement
> der VN ausschließen. Da die VN den
Strafverfolgungsprozess initiierten
> und organisierten, haben sie ein fundamentales Interesse an der
> Verhinderung seines Scheiterns Die VN sollten involviert
bleiben und die
> begangenen Strukturfehler behoben werden, so dass das negative
Ergebnis
> ihrer bisherigen Bemühungen revidiert werden kann.
>
> Eine internationale Expertenkommission würde es den VN
ermöglichen, den
> Strafverfolgungsprozess zu evaluieren und die Grundlage
für Reformen
> durch ihre Expertise zu schaffen. Die Unterstützung der
osttimoresischen
> Regierung für die Wahrheits- und Freundschaftskommission
ist kein
> unüberwindbares Hindernis, da eine internationale
Expertenkommission für
> Osttimor als Puffer gegen den Druck des mächtigen Nachbarn
Indonesiens
> wirken könnte.
> Strafverfolgungsmechanismen
>
> Für die Lösung der Frage, wie man Gerechtigkeit für
Osttimors
> Bevölkerung erreichen kann, bedarf es der gemeinsamen
Bemühungen der VN
> und der Staatengemeinschaft sowie der Opfer und ihrer
anwaltschaftlichen
> Fürsprecher. Im Folgenden schlagen wir drei Mechanismen
vor, die
> Verantwortlichkeit schaffen können, vorausgesetzt sie
erhalten genügend
> Unterstützung.
>
> 1. Als Minimallösung schlagen wir vor, dass der
Strafverfolgungsprozess
> vor dem Sondergericht mit Unterstützung durch die VN in
Osttimor
> weitergeführt wird, damit dieses sein Mandat erfüllen
kann. Wegen des
> Widerstandes gegen die Strafverfolgung durch Osttimors
Regierung, wie
> mehrfach von Präsident Xanana Gusmao geäußert,
und der allgemeinen
> Schwäche des osttimoresischen Justizsystems ist eine
Strafverfolgung
> ohne die Unterstützung der VN nicht zu erwarten.
Osttimoresische
> Menschenrechtsorganisationen und Vertreter der Kirche fordern
anhaltend
> Gerechtigkeit für die Opfer.
>
> Das Mandat des Sondergerichts sollte über Mai 2005 hinaus
verlängert
> werden und die Anklagebehörde, die Verteidigung und die
Kammern mit den
> notwendigen Ressourcen ausgestattet werden. Internationale
Unterstützung
> sollte erst eingestellt werden, wenn die lokalen Juristen die
Aufgabe
> selbst übernehmen können.
>
> 2. Der zweite Vorschlag bezieht sich auf eine Reform des
Sondergerichts,
> die eine Strafverfolgung effektiver gestalten würde.
>
> Hier bietet das Sondergericht für Sierra Leone einige
Anhaltspunkte. In
> diesem Gerichtssystem ist die politische Einflussnahme
minimalisiert
> durch den unabhängig vom nationalen Justizwesen agierenden
> internationalen Chefankläger. Dies ist in Osttimor nicht
der Fall, denn
> dort ist der Chefankläger zugleich der oberste
Staatsanwalt Osttimors,
> der unter politischen Druck der Regierung geraten ist. Sein
> internationaler Vertreter (Deputy General Prosecutor) leitet
zwar die
> Anklagebehörde für Völkerrechtsverbrechen, hat
jedoch nicht die
> Befugnis, Haftbefehle an Interpol weiterzuleiten, um dadurch
die
> Kooperation der Strafverfolgungsbehörden weltweit zu
sichern. Da
> Osttimor heute ein unabhängiger Staat ist, wäre diese
Reform nur mit
> einer Gesetzesänderung zu erreichen, die mit starkem
Engagement der VN
> eingeleitet werden müsste.
>
> Die Reform der Staatsanwaltschaft würde jedoch nicht das
Problem der
> mangelnden Kooperation seitens Indonesiens lösen. Das
Sondergericht
> würde weiterhin in Osttimor angesiedelt sein und die
Hauptverdächtigen
> in Indonesien. Somit müsste die Reform des Sondergerichts
von einem
> wirksamen Kooperationsmechanismus begleitet sein, der in der
Übertragung
> von auch schon den ad hoc Tribunalen zum ehemaligen Jugoslawien
und
> Ruanda verliehenen Kompetenzen des Sicherheitsrates nach
Kapitel VII der
> VN Charta zu finden sein könnte.
>
> 3. Die dritte Option, die weiterhin auf dem Verhandlungstisch
bleiben
> sollte, ist die Etablierung eines internationalen ad hoc
> Strafgerichtshofs durch den Sicherheitsrat nach dem Vorbild der
beiden
> bereits existierenden ad hoc Tribunale.
>
> Dieses Tribunal könnte in einem südostasiatischen
Staat in der Nähe von
> Indonesien und Osttimor angesiedelt werden und mit sowohl
> internationalen als auch aus den beiden Staaten stammenden
Fachkräften
> ausgestattet werden. Sein internationaler Status als
Unterorganisation
> der VN und die geographische Distanz von den betroffenen
Staaten würden
> seine Unabhängigkeit und Glaubwürdigkeit garantieren.
>
> Die erhebliche Finanzierungslast, die als Hauptkritikpunkt an
den beiden
> internationalen ad hoc Tribunalen hervortrat, könnte
gering gehalten
> werden, indem nach dem Vorbild des Sondergerichts für
Sierra Leone auf
> freiwillige Beiträge der Staaten in Kombination mit einer
> Grundfinanzierung durch die VN gesetzt wird. Zudem könnte
der Zeitrahmen
> der Strafverfolgung auf wenige Jahre begrenzt werden, da die
Vorarbeit
> schon durch das Sondergericht in Osttimor geleistet wurde.
>
> Da Opfervereinigungen und andere zivile Akteure ausnahmslos die
> Etablierung eines solchen Tribunals unterstützen, sollte
diese Option
> weiter bedacht und umgesetzt werden, obwohl sie diejenige
Option
> darstellt, die politisch am schwierigsten zu erreichen sein
mag.
>
> Sollte das Sondergericht in Osttimor tatsächlich im Mai
2005 geschlossen
> werden, müssten die VN eingestehen, dass der
Strafverfolgungsprozess
> gescheitert ist: Nicht nur konnten keine der
Hauptverantwortlichen aus
> indonesischen Militärkreisen ernsthaft verfolgt werden,
sondern auch in
> Osttimor hätte die VN es verfehlt, nachhaltig für
umfassende
> Strafverfolgung zu sorgen. Neben der Glaubwürdigkeit der
VN als Akteur
> auf dem Gebiet der Menschenrechts- und Friedensarbeit steht die
> Glaubwürdigkeit von Osttimors jungem Rechtsstaat auf dem
Spiel. Wir
> erkennen die Schwierigkeiten, die mit der Lösungsfindung
durch die VN
> auf diesem Gebiet einhergehen, zwar an, sind jedoch der
Meinung, dass es
> im Fall Osttimor eine realistische Chance gibt, die politischen
> Hindernisse zu überwinden.
> Angesichts der dargestellten Situation möchten wir der MRK
für ihre 61.
> Sitzung folgende Empfehlungen aussprechen. Sie möge:
> zum Ausdruck bringen, dass es nicht hingenommen werden kann,
dass die
> Prozesse in Jakarta sich zu Scheinverfahren entwickelten und zu
> Straflosigkeit führten;
>
> die Regierung Indonesiens anhalten, die Angeklagten an das VN
> Sondergericht in Osttimor auszuliefern und somit ihrer Pflicht
nach dem
> Völkerstrafrecht nachzukommen;
>
> Bedauern über die geringe Unterstützung der
Strafverfolgung durch die
> Regierungen von Indonesien und Osttimor als auch der VN zum
Ausdruck
> bringen;
>
> den VN-Generalsekretär aufzufordern, eine internationale
> Expertenkommission einzurichten, und ihn in diesem Unterfangen
> unterstützen;
>
> die Etablierung eines Internationalen Strafgerichtshofes
für Osttimor
> initiieren;
>
> alternativ, die Reform des Sondergerichts der VN in Osttimor
nach dem
> Modell des Sondergerichts für Sierra Leone
unterstützen;
>
> als Minimalansatz, die Weiterführung des Sondergerichts in
Osttimor
> durch die VN nach Mai 2005 und die Zuteilung zusätzlicher
Ressourcen
> befürworten.
> Watch Indonesia!, Planufer 92d, 10967 Berlin,
> Phone: +49-30-69817938, Fax: +49-30-69817938
> e-mail: watchindonesia@snafu.de, homepage:
http://home.snafu.de/watchin
>
> Deutsche Kommission Justitia et Pax,
> Kaiser-Friedrich-Straße 9, 53113 Bonn,
> Phone: +49-228-103217, Fax: +49-228-103318
> e-mail: Justitia-et-Pax-Deutschland@dbk.de, homepage:
> http://www.justitia-et-pax.de
>
> Menschenrechtsreferat des Diakonisches Werkes,
> Stafflenbergstraße 76, 70184 Stuttgart
> Phone: +49-711-2159-496, Fax: +49-711-2159-368
> e-mail: J.Brandstaeter@diakonie-human-rights.org
>
> Misereor, Mozartstraße 9, 52064 Aachen
> Phone: +49-241-442-424, Fax: +49-241-442-188
> e-mail: Pils@misereor.de, homepage: http://www.misereor.de
>
> missio, Human Rights Office, Goethestraße 42, 52064
Aachen
> Phone: +49-241-7507-253, Fax : +49-241-7507-61-253
> e-mail: humanrights@missio-aachen.de, homepage:
http://www.missio.de
>
> --
>
> ***********************************************************************
> Watch Indonesia! e.V.
Tel./Fax +49-30-698 179 38
> Planufer 92 d
e-mail: watchindonesia@snafu.de
> 10967 Berlin
http://home.snafu.de/watchin
>
> Bitte beachten Sie unsere neue Bankverbindung.
>
> Konto: 2127 101 Postbank Berlin (BLZ 100 100 10)
> IBAN: DE96 1001 0010 0002 1271 01, BIC/SWIFT: PBNKDEFF
>
> Bitte unterstützen Sie unsere Arbeit durch eine Spende.
> Watch Indonesia! e.V. ist als gemeinnützig und besonders
> förderungswürdig anerkannt.
>
***********************************************************************
·22.3.2005: Kofi
Annan gaat V.N. hervormen: Plan moet VS-kritiek tegengaan.
·De secretaris-generaal
van de Verenigde Naties, Kofi Annan, wil dat de Veiligheidsraad snel wordt
uitgebreid van vijftien tot vierentwintig leden. Ook moet de
mensenrechtencommissie van de VN worden gereorganiseerd en moeten landen,
die het niet zo nauw nemen met de mensenrechten, worden geweerd.
·Dit melden Amerikaanse
kranten, die beslag wisten te leggen op een concept van het rapport, dat
Annan gisteren presenteerde.
·De afgelopen maanden
heeft Kofi Annan advies ingewonnen over hervorming van de Verenigde Naties
omdat het instituut zijn geloofwaardigheid als bewaker van vrede en
veiligheid heeft verloren.
·Het geloof kreeg een
flinke opdoffer door het optreden tegen Irak.
·Het 63 pagina’s
tellende advies van de secretaris-generaal wordt op een speciale top in
September behandeld.
·Hij streeft naar een
apart internationaal verdrag tegen terrorisme en wil dat er regels komen
voor preventief gebruik van geweld, aldus de krant Los Angelos Times.
·Ook wordt gesteld, dat
naties die de mensenrechten schenden, niets te zoeken hebben in de
commissie die op de mensenrechten toeziet.
·Hij wil een kleinere
commissie, met leden die door de Algemene Ledenvergadering zijn benoemd.
·Ook is er beter
toezicht nodig op contracten en sancties opdat een nieuw “olie-voor
–voedsel”- schandaal zoals in Irak , wordt voorkomen.
·In het kader van het
schoon schip maken wil Annan een beleid voeren van zero tolerance inzake
seksuele misdragingen en misdragingen van naar brandhaarden uitgezonden
VN-militairen.
·Kofi Annan wil dat de
uitbreiding voor het eind van het jaar geregeld is, aldus de Washington
Post.
·John Bolton, een man
die zich in het verleden kritisch heeft uitgelaten over de VN, is onlangs
door president Bush voorgedragen als permanent vertegenwoordiger bij de VN
met het doel om veranderingen op gang te brengen.
·Opmerking: Als
deze lijn inderdaad wordt doorgetrokken komt een land als Indonesië
automatisch in de problemen met betrekking tot de bestaande mensenrechten
problematiek in dat land.
·Zoals reeds gemeld blijven
de excessen in West Papua voortduren en komt het waarschijnlijk nooit meer
goed. Teveel Papoea’s zijn slachtoffer geworden van dit brute,
corrupte regiem en te lang zijn Papoea’s vernederd en van hun rechten
beroofd geweest.
·De V. N. is ook de
geëigende instantie zich voor de Papoea’s in te zetten en op te
komen!
·Gerard Thijssen
> From: Samoxen@.
> Sent: Wednesday, October 19, 2005 10:48 AM
> Subject: Moses Werror: What they did to Papuans since 1962
>
> Message from Moses Werror, Chairman OPMRC:
> What they did to Papuans since 1962
>
> TO : The Secretary General of the United Nations,
> The Honorable World Leaders.
>
> Thank you for US Congress and UK Parliament support and please we are
> waiting for support from Australia and New Zealand as closer
neighbors,
>
> The Congress members are prepared for the Indonesian government
sending a
> delegation to United States in mid of August 2005 to meet with US
Congress
> members and the US government regarding the recent US House of
> Representatives passing of the special Bill which clearly supports
West
> Papua's case for the result of the 1969 Act of Free Choice to be
reviewed.
>
> Therefore we the Representative of OPM as organization and people of
Papua
> are sending our official statement on facts of what Indonesian iron
> government has been doing against the Papuan people since 1962 until
today
> 2005 in
West Papua to use them when there any meeting for discussion
> regarding the West Papua's case and your recent majority support West
> Papua for self-determination.
>
> The brutality actions against the Papuan were reported at the West
Papua's
> Congress II, which was held in Jayapura West Papua May and June 2000.
The
> eye witnesses of the Indonesian army and security what they did to the
> Papuan people since 1962 and continued going on today in Central
highland
> of Papua, Puncak Jaya districts. This report was compiled by the
History
> Committee at the Congress Papua II and I, Moses Werror was deputy
chairman
> presented that report at the congress.
>
> The details of the report such as followings:
>
> (1) Forced husband and wife have sex in the public,
> (2) Forced girls under 20 year have sex with them and after pushed
bayonet
> into the girls vaginas,
> (3) Killed father and forced wife and children to eat his fresh,
> (4) Arrested people and tighten their legs, hands and hit them to die,
> (5) People inside the army custody/jails they were forced to drink
their
> urine and eating their dirt/faeces.
> (6) Pushed the people into the river side and standing on them until
died,
> (7) Put the people into drum full of water and put the electrical wire
> into their fingers nails,
> (8) Put people alive into Copra bags with stones and taken them by
plane
> drop them into sea,
> (9) Recently in central highland/Timika arrested people and put them
into
> container locked up throw them into river.
> (10)Cutting people body which knife and put lemon onto the wounds, or
> burned people with cigarette and so many things they did to Papuans.
>
> These brutality acts were reported by the eye witnesses who mostly
still
> alive today.
>
> There false and dishonest claims history by the Indonesian government
> regarding to West Papua status such as followings:
>
> (1) The Papuan youth did not taken part in the Indonesian youth
national
> oath as claimed by Indonesia.
>
> (2) In the original proclamation document August 17, 1945 West Papua
was
> not included in the document. It was just from Sabang Sumatra to
Maluku
> not to Merauke.
>
> (3)That was agreed at the Round table conference between Dutch
Indonesian
> government in Den-Haag the Netherlands 1949 when the Dutch government
had
> transferred the sovereignty to the United States of Republic of
Indonesia.
>
> (4) After he returned to Indonesia, Soekarno changed the word Maluku
for
> Merauke in West Papua as the base for Indonesia's claims on West Papua
in
> 1950.
>
> (5) The Papuan leaders did not sign the The New York Agreement
documents.
>
> (6) The official recognition of West Papua national flag and the symbols
> by the Dutch Parliament and the government before Indonesian forces
> stepping on Papualand 1962.
>
> (7) President Abdurahman Wahid and Megawati had recognized West Papua
> national flag the morning star and allowed with President's official
> statement on June 7, 2000 that it can be raised side by side with
> Indonesian Red and white flag but the size of Papuan flag should be
> smaller than Indonesian flag. It was stated that recognized as
cultural
> symbol.
>
> (8) The delaying of implementation full 21 Law of Special
Autonomy was
> because one article from the 21 Law had stated that recognized the
Morning
> Star flag as a cultural symbol and it can be raised at the agreeable
> places such as educational institutions and Traditional leaders
> residences.
>
> (9) West Papua had own government system during the Allied
forces in
> Pacific war that when Indonesia had proclaimed it independence.
>
> (10) The actual status of the territory during the Dutch East Indies
was a
> hunting ground and was under the residency of Ambonia and Sultan of
Tidore
> just till the Island of Raya Ampat in Sorong and Fak Fak areas not
whole
> Papualand. So the Indonesian historians' claims were wrong.
>
> (11) All claims of Papualand were between two colonialist governments
and
> nothing to do with the Papua people ever since.
>
> (12) The Pepera or Act of Free Choice was not conducted according in
the
> spirit of the New York Agreement and that before the election those
> handpicked up people were accommodated into the boarding centers and
> guided them to vote support Indonesia and warning them who vote
against
> Indonesia then their tongues would cut off. Gave them money, goods and
> prostitutes women as well.
>
> We Papuan people gave Indonesia more than 40 years but they were not
> honest and they have been treating us as animals in desert of Africa
so we
> have decided to leave and build our own independence country same as
Papua
> New Guinea, Solomon Island, Vanuatu, Fiji, East Timor Leste and others
in
> South Pacific.
>
> Please accept our case and reviewing in this year to save so many
lives of
> Papuan people. For your support we thank you and God of Papuan People
> blesses you all.
>
> The writer is ex Indonesian Papua diplomat from 1961 to 1969. Went
with Dr
> Soebandrio Indonesian delegation to United Nations General Assembly in
> 1961 and posted into Indonesian Embassy in Canberra Australia from
1962 to
> 1967.
>
> Now head of the international campaigning for freeing West Papua based
in
> Madang Papua New Guinea since 1971.
>
> Moses Werror Chairman OPMRC
> Madang PNG Headquarters
> *****
>
> West Papua under Indonesian rule since 1962
> by Moses Werror (2002)
>
> This paper sets out to outline the past events about the Netherlands
and
> Indonesia disputes and claims over the Western part of the New Guinea
> Island. It was previously named the Netherlands New Guinea, then
became
> West Irian, West Papua and Irian Jaya now Papua. Capital Hollandia
renamed
> Kotabaru, Soekarnopura, Jayapura now Hollandia Numbay.
>
> An introduction of the early struggle, it's started in Babo-Bentuni on
the
> Sorong region in 1930s it was an old struggle in Melanesia. Later the
> Papuan nationalism was introduced and taught at the Protestant
Missionary
> Teachers College in Miei-Wandamen by the late Reverend Izaak Samuel
> Kijne,the principle of the College. He composed two nationalist songs:
"
> Hai Tanahku Papua (Oh My Land Papua)and Dari Ombak Besar Dari
LautanTeduh(
>>From the great wave of the Pacific Ocean).
>
> In 1940 the Koreri movement under Ms Anganita Manufandu and Stefanus
> Simopiaref of Biak Island in Gijlvink Bay now Teluk Cenderawsih fought
> Dutch and Japanese forces, both and the followers were captured and
killed
> in Kuawi- Manokwari by the Japanese soldiers.
>
> This year-2002, it marks 40 years under Indonesian rule, and the
Secret
> war campaigns to eliminate the West Papuans which resulted in 600,000
or
> more people being killed ,and 30,000 people or more left their homes
and
> sought refuge in neighboring Papua New Guinea or exiled to third
> countries.
>
> The human rights violation in West Papua is an on going international
> crime since the Netherlands and Indonesian Round Table Conference in
> 1949,in the Hague. The Netherlands transferred sovereignty to the
United
> States of the Republic of Indonesia, but excluded Western New
Guinea.It
> was agreed to discuss the political status later in the year.
>
> While waiting for the next meeting, unacceptable changes were taking
place
> during this time for the territory ownership. Moderate and
extremist
> groups from the Netherlands and Indonesia were divided in their
approach
> to the dispute. Moderate groups favored internationalizing the
territory
> supporting the proposal of the former Prime Minister of the Netherlands,
> Mr De Quay in 1960; for his Foreign Minister, Mr Joseph Lunz, to
introduce
> a resolution on the self determination at the United Nations. But the
> extremist group in Indonesia disagreed and demanded that the Dutch
must
> transfer territory unconditionally as part of the East Indies Colonial
> Empire. And the extremist group in the Netherlands also put
pressure on
> the government to have the United Nations decide on the territory's
> political status, whatever decision would be made, the Netherlands
must
> accept it.
>
> In April,1961 the Dutch New Guinea Council was established, the
majority
> being Papuans, with 13 as elected representatives were elected in a
> democratic election, and 9 members appointed by the Governor. During
its
> lifetime, had passed a resolution directing the National Congress to
> establish a way of achieving self-government. The National
symbols were
> adopted and a private Bill on the symbols was submitted to Holland. On
> November 18,1961 Holland officially recognized the flag, coat of arms,
> anthem and territorial name. On the December 1, 1961 the territorial
name
> and symbols came into force.
>
> They decided to set up a republic in1970, and was supported by the
Dutch
> government at that time. But United States put pressure on the
Dutch
> government to withdrew her support for the plan which put the Dutch
> government in a very weak position.
>
> In November, 1961 at the United Nations General Assembly Session,
Foreign
> Minister Joseph Lunz introduced a resolution on the
self-determination.
> The Dutch delegation members were Dr De Rijcke a Dutchman, Mr Nicolas
> Jouwe, Mr Herman Womsiwor, Mr Nicolas Tanggahma. Indonesia Foreign
> Minister Dr Soebandrio, challenged the resolution. The Indonesia
> delegation members were Mr Soegiro, as Indonesian, Mayor Dimara, Mr
> Inderi, Miss Marry Papare and myself, Moses Werror.
>
> On the first day at a Chinese restaurant on Broadway in New York City
at
> lunch hour we were told by the Chinese owner of the restaurant that
the
> Dutch delegation will come for lunch too. Dr Soebandrio
instructed us go
> to meet them and talk to them. Whatever we decided, he would support
it.
>
> When they arrived, we moved to sit with them but they left us without
> saying a word. I suppose that put the first loss to the Dutch
government.
> At the United Nations we were not given an opportunity to speak for
> ourselves until we left. Afterwards we learned that Dr De Rijcke had
> received a bribe of about US$ 750,000 from the Indonesian Consul
General
> in Singapore for providing them with documents regarding the plan for
> establishing a republic in 1970.
>
> Meanwhile in the international circles, the United States and the
European
> countries kept neutral on the dispute and Australia wasn't sure of her
> position. In April, 1961 after President Soekarno and Foreign
Minister
> Soebandrio paid a visit to the President John. F. Kennedy at the White
> House, and the General Nasution paid a visit to Australia and New
Zealand,
> Australia withdrew her support for the Netherlands.
>
> President John. F. Kennedy's statement concerning the solution to the
> dispute was: "Our only interest is to see if we can have a
peaceful
> solution which we think is of the long range interest to the free
world
> and our allies." It was a political statement of support for
Indonesia,
> but the fate of the West Papuans was sealed and forgotten.
>
> In return the Indonesian and the Dutch government invited Senator
Robert
> Kennedy to visit Jakarta and the Hague. On his arrival in the
Netherlands
> he made this statement: "For those 700,000 Stone-Age
Papuans it is better
> to join Indonesia, because Indonesia is vitally very important to the
> United States in strategy, politics, economics and security in the
> region." In meantime the President Kennedy instructed his
Ambassador Mr
> Elsworth Bunker to mediate the dispute on behalf of his government and
> find a peaceful solution. Mr Bunker drafted an agreement known as
Bunker
> Plan. It was accepted by the Dutch and Indonesia governments.
>
> The document was signed on August 15,1962 at the United Nations by
> representatives from the Netherlands and Indonesia and witnessed by
the
> Secretary General of United Nations , Mr U Thant, without the West
Papuan
> leaders signature's. It was an international agreement which was
called:
> "New York Agreement." It contains details on the arrangement
of how to
> conduct the self-determination for West Papuan in the year 1969, and
> agreement was ratified by United Nations on September 21, 1962 as an
> international agreement.
>
> The Prime Minister Dr J.E De Quay of the Netherlands in his farewell
radio
> speech on August 15, 1962 said from bottom of his heart to the Papuans
in
> West New Guinea: "look to the future with confidence in the
justice of
> your case that you will always be in our minds and our best wishes
will
> accompany you and may God save you." Quote.
>
> Indonesia treated this more as a bilateral agreement and the Dutch
> government and the United Nations were kept silent in supporting
> Indonesia. The question that needs to be asked in why was this the
case?
>
> Perhaps this is the right time for the United Nations to:
> (1) Look back at what was done which was grossly injustice and
inhumane
> of the case.
> (2) Bring the Netherlands and Indonesian governments back to the
> conference table to declare null and void their previous New York
> Agreement and the result of that Act of Free Choice, the United
Nations
> resolution No.2504 (XXIV November, 1969.
> (3) Allow West Papua leaders to be invited to speak out for the
first
> time as the rightful ownership of the territory.
>
> During the UNTEA administration, the work force was mostly Indonesian,
> which was a serious mistake the Dutch and United Nations allowed that
to
> happen. Therefore, she used the opportunity to manipulate the
whole
> process to suit her own political desires.UNTEA administration period
was
> very short, only until May 1, 1963. The territory was then transferred
to
> Indonesia under the New York Agreement for the period of 7 years and
to
> provide freedom of gathering, freedom of speeches for West Papuans to
> exercise their political right with out fear from intimidation what so
> ever in preparation for the self-determination in the end of 1969.
>
> But alas Soedjarwo Tjondronegoro the Indonesian team leader
masterminded
> the operation, which was backed up by the Military Commander General
Sarwo
> Edhie. They carefully made changes to conduct the act of free choice
under
> Indonesian Guidance democracy with tight military security.
>
> The Dutch government was in a weak position to protect the rights of
the
> West Papuans from the pressure of the United States and the Australian
> government latest attitude, made the Dutch government to abandon and
leave
> the West Papuans on their own. Until today the Dutch Government is
still
> keeping silent. Why?
>
> While under the Indonesian rule it became a worse form of modern
> colonialism: "There was no freedom of movement, no freedom of
assembly and
> no freedom of speech." Security was very tight on the movement of
the population.
> July 28,1965 Papuan militia forces under command of Permenas Awom and
> Lodewijk and Barenz Mandatjan, supported by 15 underground
organizations
> attacked the Indonesian Army headquarters at Arafai Manokwari then
> destroyed all their installations. This day OPM (Organisasi Papua
Merdeka)
> as "Papuan People Aspiration" came into being. ABRI could
not made ground
> attack but they used warplanes bombing and gunning from air, many
villages
> were destroyed and many people were killed. The fighting went on
through
> out the territory. Permenas Awom was surrendered under the President
> Soeharto amnesty, after that just for while then he was put into a
copra
> bag alive and threw him into sea between Manokwari and Biak Island.
This
> time Indonesian army commander was Gen. Sarwo Edhie Wibowo.
>
> On the eve of the act of free choice or (Pepera), the Military
Commander
> issued a strong warning to the OPM members and the people:"Those
who
> wanted to campaign against the government would have their tongues
will
> cut out, and that was better for them to ask the United States
to find
> them a new home on the moon."
>
> In 1968 the preparations were on the way for the Act of Free Choice.Dr
> Fernando Ortiz Sonz, the United Nations Envoy and his team arrived in
> Jakarta in April,1968, but were not permitted to visit the territory
and
> they were kept out from the whole arrangement until the Indonesian
team
> had conducted the most of the election, about 80%.
>
> Meanwhile the former Indonesian Foreign Minister Mr Adam Malik
instructed
> Soedjarwo Tjondronegoro to have me, Moses Werror on the Indonesian
team
> but they refused. Then I left for home-West Irian with my family.
>
> The DPN (council) representative members to vote in the Pepera were
chosen
> by the Indonesian team leader. Most of them were illiterate.They were
> kept in boarding centres and given an intensive indoctrination,
provided
> with goods, money and free women as well.
>
> Meanwhile the Provincial Parliament members requested discussion on
how to
> implement the act of free choice, which resulted in 30 members being
> dismissed. Two crossed into PNG in 1969 and are now living in Port
> Moresby, (Mr William Zongenao and Mr Clemens Runawery). People
rejected
> the Pepera, the Indonesian way of conducting elections under the tight
> military control and the Guidance Democracy governing system in
Indonesia.
>
> In April, 1969 a
group of people representatives went to Dr F.Ortiz Sanz's
> residence in Dok-V Jayapura to present a resolution calling for the
> election to be carried out according to the Article XVIII of the
agreement
> which stipulates for one man one vote. They were supported by 5000 or
> more demonstrators to hold a peaceful march to the Provincial
Parliament
> building and heard the leaders speeches before leaving. Under
the
> Parliament building I was called to address the demonstrators; my
speech
> was in English. This is a part of the speech: "You are the
leaders of
> tomorrow for this country, you must behave in a proper way because
> Indonesia is our neighbor. I am sure they will listen to you."
>
> Herman Wajoi, the Deputy Speaker of the Provincial Parliament spoke to
the
> demonstrators, indirectly, he proclaimed independence: "Merdeka,
merdeka,
> merdeka,"(freedom). The demonstration leaders decided to
march again to
> the Governor's palace to meet the Pepera Team Committee to present the
> people's resolution. I took the lead to line up people. Suddenly shots
> were fired above our heads from army panzers [tanks] to stop the
marching.
> People escaped to safety. I and the 11 demonstration leaders were
arrested
> and taken to the military jail in Ifaar Gunung. Within a week the jail
was
> full up. Some of these members are now living in Papua New Guinea.
People
> were spontaneously supporting the demonstration with many protests and
> armed uprising in Enarotali, the Paniai district in the Central
Highland
> of West Papua. It caused many people being arrested, beaten to death
or
> killed in cold blood. The situation was very tense with so many
soldiers
> equipped with machine guns ready to wipe out the West Papuans. The
proof
> witnesses many are alive today and they have attended the Papuan
People
> Grand Convention and Congress Papua-II year 2000.-.
>
> Military Commander was instructed to arrest all extremist OPM members
and
> place them in the military jails or out on isolated islands until the
> election completed. Many people suffered and died from beatings and
some
> were shot in secret places outside the town.
>
> Perhaps all this happened as a result of the meeting in Rome between
> Foreign Ministers of The Netherlands and Indonesia on May 20,1969. At
the
> meeting, they agreed that the act of free choice should be carried out
as
> matter of international concern, but to make sure that the votes
remain
> with Indonesia.
>
> To implement the Rome agreement, the Indonesian team carried out
elections
> in most of the 8 Districts (about 80%) before the United Nations team
> arrived. The election took place through selected Pepera Council
members
> (DPN). In Jayapura the Provincial Capital, all voted in favour for
> Indonesia, not one voted against. Some observers were surprised,
confirmed
> by an army officer who told me after the election.
>
> They prepared all resolutions for the Pepera Council Members to sign,
and
> some signatures were copied. Most of the Pepera Council Members were
> illiterate. That was the main reason for their refusal to have me in
the
> team and also to delay the United Nations team to participate at the
> earliest time.
>
> In the Rome meeting they agreed also to prevent any moves to discuss
the
> political status of the territory at the United Nations; therefore,
they
> proposed a draft resolution for a 5 year-plan for development to be
> sponsored by 6 countries at the United Nations 24th General Assembly;
They
> were "The Netherlands, Luxemberg, Belgium and Indonesia, Thailand
and
> Malaysia. The Asian Bank agreed to finance the 5-year development plan
as
> a guarantor.
>
> During the 24th United Nations General Assembly Session there were
unusual
> activities between the Netherlands and Indonesian delegations members.
The
> Foreign Ministers' speeches were checked and corrected word by word,
and
> sentence by sentence before Ministers could present them. That was an
act
> of collaboration at the last minute to stop any further discussion on
the
> matter. It had influenced the votes when they voted on the
resolution; 84
> for and 30 against or abstaining and 12 countries not attending. This
was
> an international crime against West Papuans in the United Nations. The
> Indonesian government and the members of the United Nations knew well
> about the undemocratic election and then untrue result of the act of
free
> choice, If at that time,the Dutch delegation had questioned this it
could
> have been a different story today.
>
> The paragraph 251 of Dr F Ortiz Sanz' report to the Secretary General
of
> the United Nations regarding the implementation of the agreement,
said: "I
> regret to have expressed my reservation regarding the implementation
of
> article XXII of the agreement, relating to the rights, including the
> rights of free speech, freedom of movement and assembly of the
inhabitant
> of the area. In spite of my constant efforts, this important
provision
> was not fully implemented and the administration exercised at all
times a
> tight political control over the population."
>
> Soedjarwo Tjondronegoro, the Indonesian team leader, and the Military
> Commander General Sarwo Edhie were hoping to get promotions after
success
> of the act of free choice, but both failed.
>
> In 1970 after Pepera was over, Soedjarwo met me at Sentani Airport. He
> told me he was unhappy with Jakarta and he said. "We both were
not lucky."
> As he could not get what he wanted. For me, Jakarta had offered me a
> Governor or Ambassador position; but I did not accept one.
>
> July 1, 1971 Seth Jafeth Rumkorem had proclaimed independent of West
Papua
> and established revolutionary government in Markas Victoria at the
border
> within PNG and established information offices in Senegal Africa and
> Stockholm. I was Minister of State for the political and security in
the
> first Rumkorem-Prai cabinet.
>
> In 1971, my family and I crossed into Papua and New Guinea and began
> living in Madang. About March 1972, Jakarta instructed Soedjarwo
> Tjondronegoro to get me back and they would give me whatever position
I
> wanted; I refused it again. Later in the year, Soedjarwo and General
Sarwo
> Edhie died from poisoning. If I had accepted the offer, I would be in
the
> same situation as them.
>
> The final internal report on the result of the act of free choice had
this
> sentences: "we won the Pepera election but we did not win the
political
> future of the territory; it will be very hard to keep on."
Because sooner
> or later other Melanesian territories will achieve their independence;
and
> that will refuel the Melanesian nationalism which is already rooted in
the
> territory. In fact it is happening today.
>
> In the meantime Indonesian government tried to maintain her position
by
> encouraging foreign and multinational companies to invest in mining
> projects and other developments, and encouraged PNG government
to enter
> into a friendship agreement to secure her position. Therefore
PNG
> government is also in a weak position to help the West Papuans
>
> Indonesia has been trying many things to remain in control; but that
will
> be impossible as world politics has changed in favour of supporting
the
> world indigenous people to self-determination of their own destiny.
>
> It was thought that if development improves and provided good living
for
> the people it will make them forget about OPM and West Papuan
independence
> struggle. It is a crazy idea of trying to stop nationalism with
promises
> of money, goods and positions.
>
> Jakarta also used the policy of eliminating the West Papuans. The
Dutch
> old transmigration scheme was implemented in the earliest days through
the
> World Bank financial funding of the transmigration projects. This
policy
> of integration by settling transmigrates and or immigrant was an act
of
> eliminating the West Papuans from their ancestral lands and make a
> minority in their own home land.
>
> West Papuans were victimized from the regional and economic
cooperation
> policy as a tool of the modern colonialism. It is happening
today, where
> most people have became dependent and slaves in their own land. The
money
> makers and powerful countries are the backbones of colonialism and
> creators of the mini wars around the world after World War-II for
> providing jobs and living for their employees and their people. Even
> though they are talking about violation of the human rights, but they
are
> not honest about what they are doing. The mini wars will never stop
and
> colonialism will never be eradicated in all manifestations. It will
come
> back in other forms.
>
> You may believe me or not, but I tell you the truth that West Papuan
> people are colonized by the international business companies, who
> supported Indonesian regime in 1962/1969. These business groups
are
> financing the Indonesian army to protect their business investments
and
> they killed West Papuans.They once refused to support our independence
and
> now are taking advantage of us and are enormously benefiting from the
> mineral resources. Some of their countrymen and women and their
families
> are living on blood money taken from the death of West Papuans.
>
> The world leaders knew well of the circumstances involving the
handling
> of the Papuan's case at the United Nations in 1969 with injustice and
> unfairness and inhuman, but they pretend there nothing wrong in West
> Papua, as they said: "Indonesia is doing well."This is a
blessing
> opportunity, I on behalf of my people in West Papua and living in
exile. I
> appeal to you and the world leaders support us for a genuine
> self-determination and independence same as other independent
Melanesian
> countries. For those Foreign business companies who now invested their
> money in West Papua, I call on you for support financing our lobbying
> tobring Indonesian and The Netherlands governments back to the
conference
> table and review the West Papua's case . We promise you for the future
> secure of your investment with a better benefit.
>
> Since we have sent many appeals out to the world leaders. We
have been
> trying here and there but always without success as a result of the
United
> Nations General Assembly Resolution No. 2504 (XXIV) November 1969 had
> voted to let West Papua with Indonesia.
>
> We have protested Indonesian occupation in the public, at the public
> meetings, official statements, resolutions supported by NGOs at the
> conferences and meetings. In rejecting the United Nations handed West
> Papua to Indonesia in 1969 with injustice, unfairness, inhuman against
our
> human rights, since the United Nations turned to blind, deft and
ignorant.
> Therefore on the January 8,1969 OPM forces took UNESCO employees for
> hostages to open blind eyes to see, deaf ears to hear and stubborn
heads
> to know about the struggle. At least that result was very good, as
> said"Open window", that's what we wanted that brought back
West Papua on
> the world map. The world leaders and the world community condemned OPM
> action as criminal and terrorist for taking hostages. But, OPM did it
> because you were ignoring us, and had no interest in our case. Taking
> hostages attracted international attention for the West Papua's case.
The
> 1994/1995 uprising at Freeport mine, and shooting at Timika Airport,
and
> Wapenduma hostage were actions taken by OPM and her supporters to
teach
> the Indonesian government a lesson that it can not use military
pressure
> against the people, because Melanesian nationalism is rooted deeply
inside
> the minds and hearts of the people. Nothing else will change it.
>
> The independence struggle is an unfinished business, and it will
continue
> to find the truth for justice is independence, and independence is the
> only answer, nothing else. West Papuans were forced against their
human
> rights and given to Indonesia to keep out Communist countries from
> Indonesia, and to save the region from going into war with Communist
> countries. West Papua had saved Indonesia in 1960s. Therefore I call
on
> the Indonesian government must grant independence to the West Papuan
and
> support to establish an independent State of West Papua before year
-2005
> for the good of the future
> relationship between two people, the Papuan and Indonesian. It would
not
> be difficult as she had , recognized the other Melanesians, who gained
> their independence from their colonial masters
>
> The world politics has changed after United Nations decided of 1993 as
the
> year of the world indigenous peoples that the wind of hope for many
people
> and also bring the change into Indonesia itself after Asian Dictator
> Soeharto was forced by the students to step down on May 21, 1998. Then
the
> political reformation and struggle for the democracy in Indonesia by
> PDI-Struggle. This chance provides Papuans an opportunity to pursue
their
> freedom through dialogues with Indonesian government.
>
> February 26, 1999 the group Team 100 went to Jakarta at the President
> Palace for the first time, Thomas Beanal the Traditional leader and
the
> leader of the Team 100 presented to the President Dr.B.J Habibie and
his
> Cabinet Ministers the Papuans aspiration wish to separate from the
> Indonesian Republic and to form an independent state of Papua.
>
> Unfortunately July 1, 1998 flags raising in most of Papuan towns
> peacefully,but in Island of Biak in its town which cost many people
being
> killed by the/Indonesian army from the Patimura Division of Maluku,
its
> calls Biak bloodshed But that case was different to the December 1,
1999
> the Miracle Day, the Morning Star flag raising ceremonies were
conducted
> successfully in all towns, in Papua without a single bullet was fired.
>
> In conclusion that it is impossible for Indonesian TNI/Polri Iron
> Government to change the minds of Papuan, it had been tried since
> 1962.Remember that Papuan struggle for independence was before
Indonesian
> and Dutch governments signed the New York Agreement. The Papuan are
> Melanesian from yesterday, today and tomorrow. Nobody will able to
change
> us even by an Atom Bomb. Because OPM is People and People are OPM,
>
> OPM Orang Papua Merdeka! or People of OPM , Free West Papua
·Joint Press Release
Robert F. Kennedy Memorial Center for Human Rights
East Timor and Indonesia Action Network (ETAN)
Members of Congress Urge President Yudhoyono of Indonesia to Open up Access
to West Papua; Ongoing Human Rights Abuses Condemned
CONTACTS:
S. Eben Kirksey, RFK West Papua Advocacy Team (831) 429-8276/(831) 227-4347
Edmund McWilliams, RFK West Papua Advocacy Team (703) 237-3913/(703)
899-5287
John M. Miller, Spokesperson, ETAN (718) 596-7668/(917) 690-4391
Ann Vaughan, Office of Sam Farr (CA-17) (202) 225-2861
FOR IMMEDIATE RELEASE
September 16, 2005—Members of the U.S. House of Representatives today
called on Indonesian President Susilo Bambang Yudhoyono to rescind policies
that restrict international access to West Papua.
In a letter to President Yudhoyono, Representatives wrote that “the
travel permit (surat jalan) system, requiring travelers to report their own
movements to local intelligence agencies, is contrary to the freedom of
movement that is essential to a functional democracy.” The letter
calls on Yudhoyono to suspend the travel permit system, as well as visa
policies “that restrict access of international journalists,
researchers, and NGO workers to West Papua.”
The letter, sponsored by Representatives Sam Farr (D-CA) and Christopher H.
Smith (R-NJ), also calls for an end to “new military operations and .
. . the military build-up in West Papua as a whole.” Today Rep. Farr
said “I commend President Yudhoyono for seizing the opportunity in
the aftermath of last year's tsunami to make positive progress towards
peace in the Aceh Province. I encourage the Indonesian government to make
similar efforts to return to the negotiation table with the Papuans and
work toward the demilitarization of that area.”
Lawmakers highlighted the detention of political prisoners Yusak Pakage and
Filep Karma, who were recently sentenced to 10 years in prison for raising
a flag.
“Scholars who would not normally be concerned with politics –
botanists, zoologists, and anthropologists – are being denied visas
to do basic research in West Papua,” said Eben Kirksey, a
Chancellor’s Fellow at the University of California, Santa Cruz.
“Indonesia’s policy of prohibiting research in West Papua has
backfired; it is turning academics into activists,” he added.
“Access is a problem of long standing and even as a US diplomat, I
had to seek special Indonesian government permission to visit West
Papua,” said Edmund McWilliams, formerly the Political Councilor to
the U.S. Ambassador to Indonesia.
“While international access does not guarantee an end to human rights
violations, as we saw in East Timor, it is vital in giving the victims hope
and in generating international pressure for genuine change,” said
John M. Miller, spokesperson for the East Timor and Indonesia Action
Network (ETAN).
President Yudhoyono, who is currently touring the United States, will
address world leaders today who have convened in New York City for the
United Nations Summit.
The letter was signed by 35 members of Congress.
Background
West Papua, the half of New Guinea controlled by Indonesia, is the site of
unparalleled natural and cultural diversity. With over 250 local languages
as well as a high number of plant and animal species found nowhere else on
earth, it is a sought-after location for academic research.
The Indonesian government is trying to hide ongoing human rights abuses in
West Papua from the world. A report documenting extensive crimes against
humanity by Indonesian troops in West Papua was released last year by the
Allard K. Lowenstein International Human Rights Clinic at Yale University.
The report found “a strong indication that the Indonesian government
has committed genocide against the Papuans.”1
In March, 2005, 37 members of the Congressional Black Caucus wrote to U.S.
Secretary of State Condoleezza Rice and U.N. Secretary-General Kofi Annan
asking them to support West Papua’s right to self-determination. On 9
June 2005, the House International Relations Committee passed H.R. 2601,
the State Department Authorization Act for FY2006, which contained historic
language about West Papua and would require that the Secretary of State
submit a report about the Act of Free Choice—the 1969 plebiscite that
led to West Papua’s incorporation into Indonesia. Many historians
regard the Act of Free Choice as a sham. The State Department Authorization
Act for FY2006 must still be approved by the Senate.
In August over 10,000 Papuans held a peaceful demonstration asking the
Indonesian government to end ongoing kidnappings, torture, and
assassinations. No international correspondents were given permission to
travel to West Papua to cover this demonstration. As a result, the event
went unreported in the global media.
Office of the President
Istana Merdeka
Jakarta 10110 Indonesia
Dear President Yudhoyono:
We, the undersigned members of Congress, commend you for changing visa
policies that allowed journalists and international organizations access to
Aceh following the tsunami disaster. Countless lives have been saved
because of this change. We write to encourage you to continue with these
positive steps by opening up access to West Papua and by addressing the
following issues:
*Military Operations in West Papua*
We note that recently announced plans to establish a new Strategic Army
Reserve (Kostrad) post in West Papua's Mimika District with plans to
station up to 15,000 new military troops in West Papua, are further
threatening to undermine peace initiatives. We also are deeply concerned
about ongoing Indonesian military (TNI) operations in Mimika District
itself. For example, we understand that a TNI patrol near the Coffee River
(Kali Kopi) reportedly shot dead two Papuans in mid-March and that four
other Papuans recently were killed in this area.
Despite efforts to impede access by international journalists and human
rights and humanitarian workers, we are aware that operations in the
highlands have resulted in numerous human rights violations since August
2004. Churches, human rights organizations, and regional parliamentarians
(DPRD Papua) are reporting that thousands of villagers have been forced to
flee these military operations.
We call on you to immediately end the new military operations and to halt
the military build-up in West Papua as a whole.
Press reports indicate that these military operations are being financed in
part by funds from international donors that were designated to help
Papuans develop local governance. These reports further suggest the TNI is
diverting these funds to create militia, a situation gravely reminiscent of
TNI sponsorship of militia to ravage East Timor in 1999.
We urge you to promptly investigate this reported misuse of funds. We urge
you to order the immediate disbanding of the militia, criminally prosecute
those culpable, and repay illicitly-spent funds.
*Peace Process and Human Rights*
We recognize that many prominent leaders of West Papua are seeking
solutions to the pressing problems in the region through dialogue and negotiation.
We are aware of recent reports about the formation of a special
Presidential Commission on West Papua. We believe this to be a positive
development deserving of your government's full cooperation and support.
However, detaining non-violent leaders - such as Yusak Pakage and Filep
Karma - is clearly limiting the possibilities for political compromise. We
urge you to immediately release Pakage, Karma, and other political
prisoners who are working for peace.
*Restriction on Travel*
The travel permit (surat jalan) system, requiring travelers to report their
own movements to local intelligence agencies, is contrary to the freedom of
movement that is essential to a functional democracy. In all areas of West
Papua outside of major urban centers, foreigners are required to carry
surat jalan travel permits. In some localities Indonesian citizens of
Papuan descent are even required to carry similar permits.
We call on you to abolish the travel permit system and allow for the
freedom of movement throughout Indonesia.
Visa policies are in place that restrict access of international
journalists, researchers, and NGO workers to West Papua. We urge you to
abolish these visa restrictions.
Moving towards a democratic system of government with respect for human
rights is the key to a sustainable peace in a multi-cultural, multi-ethnic
Indonesia. We respect the fledging efforts you have made towards building
democratic institutions and encourage your continued efforts to institute
respect for human rights and rule of law as you lead your country on a path
towards democracy.
Sincerely,
Sam Farr
Chris Smith
Donald M. Payne
Frank Wolf
Patrick J. Kennedy
Trent Franks
Peter DeFazio
Jim Gerlach
Eni F. H. Faleomavaega
Gregory Meeks
Lois Capps
Nita Lowey
Diane Watson
Stephen F. Lynch
Michael Honda
Jose E. Serrano
Maurice Hinchey
Tim Bishop Carolyn Maloney
Dennis Kucinich
Lane Evans
Raul M. Grijalva
Tammy Baldwin
Mark Udall
Henry A. Waxman
Zoe Lofgren
David Wu
James P. McGovern
James Oberstar
Michael Capuano
Pete Stark
Dennis Cardoza
Steve Rothman
Maxine Waters
Jan Schakowsky
Cc: U.S. Ambassador to Indonesia, B. Lynn Pascoe
Indonesian Ambassador to the United States, Soemadi Djoko Moerjono
Brotodiningrat
Assistant Secretary of State for East Asia and the Pacific, Chris Hill
1 E. Brundige, et al. “Indonesian Human Rights Abuses in West
Papua: Application of the Law of Genocide to the History of Indonesian
Control,” available on-line:
www.law.yale.edu/outside/html/Public_Affairs/426 /westpapuahrights.pdf
·Papuan people did not asking for more military troops
to West Papua - Papuan leaders have urged the Indonesian
Government to renew its commitment to implement special autonomy status.
·They asked the Government to prove its willingness to
develop Papua.
·Until now expectations did not come true!
·Papuans are disappointed about the lack of success as
regards this implementation and therefore the Papua Council for
Indigenous People (Dewan Adat Papua) has decided to “handback”
the Special Autonomy Law to the central Government in Jakarta and has
set 15.8.2005 as a deadline to immediately hold a significant review of its
special autonomy policy in the province, otherwise the campaign for
independence would become stronger.
·Up till now there is no MRP, no improvement in welfare
and public facilities.
·Recently the U.S. Congress showed different opinions on
Papua’s status. In principle the U.S. is in full support of
Indonesia’s territorial integrity.
·But why should U.S. and other countries respect
Indonesian attitude and position with regard to Papua, if Indonesia is not
serious in handling problems in Papua.
·Indonesia did not pay enough attention to this
province!
·Considering what happened in the past 43 years, it
certainly did not boost the pride and honour of people in Papua.
·When you read reports from human rights organisations,
all kind of Churches. Organisations like Tapol, Komnas Ham, Elsham, Etan,
Indonesian Watch, Amnesty International, and so on - you will learn
Indonesia has nothing to be proud of.
·As already stated on my website, Indonesia is in a bad
position regarding human rights abuses.
·Even the American Yale University concluded: it is
genocide.
·Normally I am writing about more than 100000 Papuan
have been murdered. Church organisations estimate about 200000-400000
Papuans died.
·In 1962 West Papua had about 700000/800000 Papuans.
·On the website( http://members.chello.nl/g.thijssen4)
you are be able to read about TNI is chasing on OPM members, burning
villages, churches, killing innocent Papuans.
·What about the massacre in Biak, 1998, Indonesian
government simply denies this event!
·The Freeport ambush, killing of Theys Eluay and other
Papuan tribesmen, murder of human rights activist Munir.
·There are numerous of crimes and the very most did not
reach the court of justice.
·Recently they founded the commission of Friendship and Truth
to resolve the East Timor crimes, but it is a try to protect the
responsible s to these crimes. For a good relationship it is a must to look
at history and to pay attention to victims of the East Timor tragedy.
·Indonesian Government, better saying military, is
unable to manage the problems they made in West Papua.
·So there is a very long list of crimes to be resolved
and I do not have the space to mention all these crimes!
·The Papua issue is becoming a hot item and it has once
again made headlines, following the proposal by the U.S. House of
Representatives on a bill, which of it becomes effective some said may
provide stronger international support for the separation of Papua from
Indonesia.
·It is very important the American Congress will have a
look at the referendum in 1969, The Act of “No”Choice., which
was a shame in history of the United Nations.
·On my website under the item: books, there is a
description of the book of Dr. John Saltford, titled, “The
United Nations and the Indonesian Take-over of West Papua, 1962-1969, The
anatomy of Betrayal”.
·It is almost a must to read this book!
·In November we can expect the book of Prof. P.J.
Drooglever: “De daad van vrije keuze”.
·Papuans were betrayed and due to the late developments
their voices came louder and louder.
·They are crying out to the world: Please open your eyes
to what Indonesia is doing to our people and speak out about the mistakes
made by the Western governments in the past.
·Every day , The Indonesian military is sending more
troops to commit violence against the Papuan people.
·Today Mr. Degey died in hospital. A few days ago a few
Indonesian men came to Mr. Degey’s house and asked him about his
activities. After that he fell sick and was sent to hospital. Mr. Degey was
a member of the Papua Tribal Council (Dewan Adat Papua) from Nabire
regency.
·He was a strong campaigner for the independence of West
Papua in his regency.
·Conclusion: Political murdering has started again and
West Papuan leaders are dying day after day.
·The Papuans do not understand what type of action
Indonesian will have to do before the U.N., The U.S.A. and other countries
decide to address the issue of West Papua.
·Are they waiting for a massacre like we had with
Hutu’s and Tutsi’s in 1994!!
·Most important:
·Send a UN Peace Keeping force to West Papua, as in some
regions there is no entry for journalists and human right workers.
·Review the Act of Free Choice 1969
·Organise a fresh referendum under U.N. control and
Papuan people can determine their own future in a free and just process.
·Doetinchem, 6.8.2005.
·Gerard Thijssen
·De Verenigde Naties en de Universele Verklaring voor de
Rechten van de Mens.
·De V.N. werden aan het eind van de Tweede Wereldoorlog
in 1945 opgericht met als doel de wereldvrede te bevorderen en alle mensen een
beter perspectief te bieden; schendingen van de mensenrechten zouden worden
tegengegaan.
·Nu 60 jaar later kampt de wereld met dezelfde
problemen. Alhoewel veel V.N. organen hebben behoorlijk bijgedragen aan de
sociale en economische ontwikkeling van de wereld.
·Het is echter niet genoeg geweest en vaak ontbrak de
politieke wil om zich grootscheeps in te zetten.
·De gelden zijn zelden toerijkend en niet alle nood kan
worden gelenigd.
·Voor wat betreft mensenrechten schendingen moet er nog
veel gebeuren:
·Mensenrechten nemen in het werk van de V.N. een
belangrijke plaats in en wordt zelfs steeds belangrijker.
·Wie echter kennisneemt van betreffende mensenrechten
schendingen, de onderdrukking, vluchtelingen stromen, martelingen en
moordpartijen, gedwongen verplaatsingen, vraagt zich terecht af of men de
afgelopen 60 jaar wel veel verder is gekomen.
·Onder de ogen van de wereld vond in 1994 de
massaslachting in Rwanda plaats.
·Na de Tweede Wereldoorlog stelde men vast: “dat
nooit meer”!
·De West Papua affaire was niet genoegzaam bekend, maar
na publicatie van het Prof. Drooglever rapport, blijkt zelfs dat de V.N.
als de regisseur van de “Act of No Choice” moet worden
aangemerkt. Als beloning werd direct na de overdracht de papieren rompslomp
voor wat betreft de Freeport mijn afgerond.
·Hoofddader blijft Indonesië dat met behulp van
V.N. landen de mogelijkheden kreeg aangereikt om ongestraft het New York
Akkoord en het Referendum van 1969 te verkrachten.
·Na deze zogenaamde Daad van Vrije Keuze volgt de
onverkwikkelijke affaire van mensenrechten schennis en genocide door
Indonesische militairen in West Papua begaan.
·Onder de paraplu van de “circle of
impunity” werden zelfs hoge officieren beschermd en dus niet berecht.
·Hierover moeten men Indonesië aanspreken en zelfs
daadwerkelijk aanpakken.
·Voor dergelijke criminele daden tegen de menselijkheid
is de V.N. juist opgericht!!
·Lees zelf de Verklaring van de Rechten van de Mens!
·Het is onverdraaglijk dat het Nederlands Ministerie van
Buitenlandse Zaken onder leiding van Dr. B. Bot zich de afgelopen 43
jaar zo weinig liet horen en de heer Bot weigerde zelfs om op
15.11. het boek van Prof. Drooglever in ontvangst te nemen.
·Beide landen zijn lid van de V.N. en dergelijke
belangrijke zaken als mensenrechten schendingen gaan boven elk landelijk
politiek belang! Zie het handvest!
·Maar daar behoef ik een voormalig diplomaat toch niet
op te wijzen!
·Waar blijft nu dat debat op basis van de feiten?
Ik mis nu ineens de redelijkheid en voor Minister Bot is het nu ineens een
” fait complet” en wat er met een compleet inheems Papoea volk
gebeurt is hem blijkbaar om het even.
·De feiten, zoals gepubliceerd in het boek van Prof.
Drooglever, liegen er niet om en onze volksvertegenwoordigers zouden
Minister Bot op zijn opstelling moeten aanspreken!
·Maar ook dit wordt weer getolereerd en gedoogd en moet
vooral niet worden opgerakeld.
·Eigenlijk zou er een Hoge Commissaris voor de
mensenrechten moeten komen, zoals wij dat ook kennen voor het
Vluchtelingenwerk. Hiermee kan worden voorkomen dat de Secretaris-Generaal
de belangen van de mensenrechten gaat afwegen tegen andere belangen.
·De Veiligheidsraad was aanvankelijk nauwelijks
geïnteresseerd in mensenrechten.
·Bij calamiteiten is volgens het handvest de
Veiligheidsraad verantwoordelijk voor vrede en veiligheid en zou men
eigenlijk al veel eerder aandacht hebben moeten schenken aan
mensenrechtenkwesties.
·In het specifieke geval van West Papua is er veel te
weinig gebeurd.
·Talloze rapporten zijn er verschenen en ook waren er
vele verzoeken om internationaal toezicht. Er gebeurt veel te weinig!
·Als schoolvoorbeeld Indonesië met hun
“smiling policy”, een van het meest corrupte landen ter wereld
met een wel zeer slechte conduite staat voor wat betreft mensenrechten
schennis.
·Na 43 jaar is er niets veranderd en militairen gaan nog
steeds hun gang.
·Nederland zou hier toch een stimulerende rol moeten
spelen!
·Wat moet er eigenlijk in West Papua gebeuren om dit
issue hoger op de agenda te krijgen?
·Gerard Thijssen
·Van Amnesty
International – Jaarboek 2007 – betreft informatie over 2006:
·Achtergrond
·In mei ratificeerde Indonesië het Internationaal
Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en het Internationaal
Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, maar eind 2006
was nog geen wetgeving aangenomen om de verdragsbepalingen op te nemen in
het binnenlands recht. In juni werd Indonesië gekozen in de
VN-Mensenrechtenraad en het land zegde toe het Statuut van Rome van het
Internationaal Strafhof vóór 2008 te ratificeren. Religieuze
minderheidsgroeperingen en kerken waren het doelwit van geweld. In Sulawesi
braken her en der religieuze onlusten uit.
·In juli werd een langverbeide Wet bescherming
getuigen (Wet 13/2006) aangenomen, die onder meer voorzag in een orgaan
voor de bescherming van getuigen en slachtoffers. Volgens
niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) waren de
in de wet genoemde waarborgen ontoereikend door onvolledige definities.
·Drieëntwintig mannen zouden
·tijdens
hun verhoor door de politie mishandeld zijn om ze te dwingen een “bekentenis”
af te leggen over hun betrokkenheid bij geweld tijdens een demonstratie in Jayapura (Papoea) in
maart. Voorafgaand aan het proces in mei werden zestien van de beklaagden
naar verluidt door politieagenten geschopt en met geweerkolven Straffeloosheid
·In oktober vernietigde het Opperste Gerechtshof de
veroordeling van Pollycarpus Budihari Priyanto wegens de moord op
mensenrechtenactivist Munir, die in 2004 werd vergiftigd op een vlucht naar
Nederland. Niemand is ter verantwoording geroepen voor dit misdrijf.
·De meeste mensenrechtenschendingen door de
veiligheidstroepen werden niet onderzocht en schendingen uit het verleden
bleven onbestraft. Het bureau van de procureur-generaal liet na vervolging
in te stellen in twee zaken waarbij de Nationale Commissie voor de Rechten
van de Mens (Komnas HAM) in 2004 bewijs had aangedragen dat
veiligheidstroepen misdrijven tegen de menselijkheid hadden begaan.
·In maart werd Eurico Guterres – een Timorees militielid dat veroordeeld was tot tien
jaar gevangenisstraf wegens misdrijven tegen de menselijkheid begaan in
Oost-Timor in 1999 – gevangengezet nadat het
Opperste Gerechtshof zijn veroordeling uit 2002 bekrachtigde. Van de personen
die door het ad hoc-Mensenrechtentribunaal schuldig zijn bevonden aan de in
1999 begane misdrijven, is hij de enige van wie het vonnis is bekrachtigd.
·De Commissie voor Waarheid en Vriendschap die door
Indonesië en Oost-Timor was opgezet om misdrijven begaan in Oost-Timor
in 1999 te documenteren en verzoening te bevorderen, ging van start met
haar werkzaamheden. De commissie was onder meer bevoegd om amnestie aan te
bevelen voor mensen die verantwoordelijk waren geweest voor ernstige
mensenrechtenschendingen.
·In december vernietigde de Staatsrechtbank Wet
27/2004, op grond waarvan een Indonesische Commissie voor Waarheid en
Verzoening was ingesteld. Mensenrechtenactivisten hadden bepalingen
aangevochten die amnestie verleenden aan verantwoordelijken voor ernstige
mensenrechtenschendingen en die het recht van slachtoffers op schadevergoeding
beperkten. Het hof stelde echter dat de hele wet moest worden ingetrokken
aangezien deze “onlogisch” was, sommige artikelen in strijd waren met de
Grondwet, en het intrekken van afzonderlijke artikelen de rest van de wet
onuitvoerbaar zou maken. Door het intrekken van de wet konden slachtoffers
van mensenrechtenschendingen uit het verleden geen aanspraak maken op
schadeloosstelling.
·
·Marteling en mishandeling
·Marteling en mishandeling van gedetineerden en
gevangenen kwam veel voor. en rubberstokken op hoofd en lichaam geslagen,
zodat ze in de rechtbank schuld zouden bekennen. Beklaagden die tegenover
de rechter verklaarden onschuldig te zijn werden naar verluidt geslagen en
geschopt door de politie toen ze weer in hechtenis zaten.
·Gevangenisomstandigheden voldeden bij lange na niet aan
de internationale normen. Gedetineerden konden niet beschikken over
behoorlijke bedden, medische zorg, behoorlijk voedsel, schoon water en
hygiëneproducten. Ze stonden bloot aan lichamelijk en seksueel geweld
en zaten opeengepakt in overvolle cellen. Minderjarigen werden soms samen
met volwassenen in een cel geplaatst, en vrouwelijke gedetineerden werden
soms bewaakt door mannelijke cipiers.
·
·Doodstraf
·Ten minste drie mensen werden in 2006
geëxecuteerd door een vuurpeloton – Fabianus Tibo, Dominggus da Silva
en Marinus Riwu uit Sulawesi. Hun zaak deed de discussie over de doodstraf
weer oplaaien. Gevreesd werd dat hun proces oneerlijk was geweest, en twee
van de drie mannen zouden zijn mishandeld voordat ze terechtgesteld werden.
In 2006 werd bekendgemaakt dat nog eens negentien gevangenen zouden worden
geëxecuteerd, onder wie drie mannen die schuldig waren bevonden aan de
bomaanslagen in Bali in 2002. Geen van hen was eind 2006 echter
terechtgesteld.
·Ten minste 92 mensen zaten eind 2006 voor zover
bekend in de dodencel.
·
·Discriminatie van en
geweld tegen vrouwen
·In mei bekritiseerde de Nationale Commissie inzake
Geweld tegen Vrouwen het gebrek aan genderspecifieke bepalingen in de
voorgestelde herziening van het Wetboek van Strafvordering (KUHAP). Het
nieuwe wetboek bevat onvoldoende bepalingen voor het onderzoeken en
vervolgen van seksuele geweldsmisdrijven tegen vrouwen en gaat voorbij aan
de specifieke behoeften van vrouwen in hechtenis.
·In augustus vaardigde de regering een circulaire uit
die het artsen en verpleegkundigen verbiedt “vrouwenbesnijdenis” (verminking van de vrouwelijke
genitaliën) uit te voeren. Medici die toch doorgingen met deze
praktijk zouden echter niet bestraft worden.
Het parlement moest zich eind 2006 nog buigen over een omstreden
wetsvoorstel inzake pornografie dat vrouwen strafbaar stelde die korte
rokken droegen of weigerden bepaalde delen van hun lichaam te bedekken.
·De door lokale overheden steeds vaker toegepaste
sharia-verordeningen leken vrouwen onevenredig zwaar te treffen. In
februari werd een vrouw veroordeeld tot drie dagen gevangenisstraf nadat
een rechter na een oneerlijk proces had bepaald dat ze een prostituee was
omdat ze ’s avonds alleen over straat liep terwijl ze make-up
droeg. Alleen al in de gemeente Tangerang werden ten minste vijftien
vrouwen gearresteerd wegens soortgelijke “vergrijpen”– één 63-jarige vrouw werd nota bene
opgepakt terwijl ze fruit aan het kopen was.
·Huishoudsters, die niet onder de nationale Wet inzake
arbeidskrachten vallen, hadden te maken met schendingen van arbeidsrechten
en stonden bloot aan lichamelijk, seksueel en psychologisch geweld. In juni
werkte het ministerie van Werkgelegenheid aan een wetsontwerp inzake
huishoudelijk personeel, dat echter tal van fundamentele arbeidsrechten
niet regelde, zoals maximale werktijden, minimumloon of de specifieke
behoeften van vrouwen.
·9.3.2007: Inspirerende woorden van Condoleeza Rice uit V.N.
mensenrechten rapport 2006:
·With the release of this year's reports, Americans
are "recommitting ourselves to stand with those courageous men and
women who struggle for their freedom and their rights,""And
we are recommitting ourselves to call every government to account that
still treats the basic rights of its citizens as options rather than, in
President Bush's words, the non-negotiable demands of human dignity."
·World Council of Churches calls for United
Nations fact-finding mission to Papua
·For the need of this mission please read
section: period 1962-2009 chapter 19
of this website and the report below.
·
March 17, 2008
The Papuans still are subject to torture, ill-treatment, arbitrary arrests
and unfair trials by the Indonesian authorities," said the World
Council of Churches (WCC) programme executive for human rights, Christina
Papazoglou in a 14 March oral intervention before the United Nations Human
Rights Council, which is currently holding its seventh session in Geneva.
On behalf of the WCC, Papazoglou asked for a fact-finding mission to be
sent to the Indonesian province
of Papua, one of the
word's richest in terms of natural resources, in order to raise the
international awareness of the indigenous population's poor living
conditions.
Statement on the human rights situation in the province of Papua, Indonesia
WORLD COUNCIL OF CHURCHES SUBMISSION TO THE UN HUMAN RIGHTS COUNCIL
ORAL INTERVENTION ON ITEM 4, General Debate
THE HUMAN RIGHTS SITUATION IN THE PROVINCE OF PAPUA, INDONESIA
·
Mr. President,
On behalf of the World Council of Churches, we would like to draw your
attention to the human rights violations in Indonesia‚s Province of
Papua. Obviously, Indonesia
experienced a democratization process which has altered the political and
jurisdictional scenery in many positive ways. We particularly welcome the
ratification of the major international human rights instruments by the
Government of Indonesia.
However, the fate of the indigenous people of Papua is hardly known to the
international community, despite the fact that the Province of Papua
is one of the richest region of the world in terms of natural resources.
The people of Papua however have never benefited from this richness and
rather suffered from the inappropriate implementation of their economic,
social and cultural rights. The Province
of Papua shows the second lowest
Human Development Index (2004-2006) in Indonesia, with the lowest
level of adult literacy and the highest infant and maternal mortality rates
in the country. The Special Autonomy Law from 2001 which aims at
strengthening the economic, social and cultural rights of Papuans has not
been properly implemented and Papuans remain marginalized.
Papuans still are subject to torture, ill-treatment, arbitrary arrests and
unfair trials by the Indonesian authorities; as Manfred Nowak in
relation to torture and ill-treatment recently revealed in his report to
HRC. In addition: On 18 October 2007, the lawyer‚s assistant and
human rights worker Iwanggin Sabar Olif (43) was arrested in Jayapura by
members of the Anti-Terror Special Force Unit of the National Police
(Detachment 88) without a warrant arrest. Iwanggin Sabar Olif is accused of
sending a short-message (SMS) which insults the Indonesian President Susilo
Bambang Yudhoyono. We ask: Is it a mere incident, that the arrest and trial
is conducted exclusively against an assistant lawyer and human rights
activist? According to our understanding, the case of Iwanggin Sabar Olif
reveals a pattern of arbitrary and disproportional arrest by members of
Indonesian‚s Anti-Terror Unit.
The right of an independent and fair trial is repeatedly violated in Papua.
In the court trial against 23 men allegedly charged for their involvement
in the Abepura riots of March 2006, violations are reported against the
presumption of innocence, the use of coerced confessions by the Panel of
Judges and a climate of fear due to the presence of armed police officers
and members of the intelligence services. Contrary to that, until now only
one case (Abepura 2000) of crimes against humanity in Papua was brought to
the National Human Rights Court in Makassar.
The suspects of this case, two senior police officers, who faced command
responsibility charges for the killing of 3 Papuan students and the torture
of around 100 others, were acquitted. It is unfortunately not the only case
of impunity to be attributed to the Indonesian government and its security
forces in Papua.
Mr. President,
there are reasons to conclude that the mentioned concerns on human rights
relates to the ongoing militarization of Papua, particular of the highlands
and the Southern part of Papua. According to our information, indigenous
Papuans, who are critical towards the Indonesian security forces demanding
the protection of their rights, are frequently stigmatized of being
separatists and, thus, are subject to intimidation and harassment, as the
case of the community of Waris, Keerom Regency, and its Pastor John Jongga
(48) shows. On 22 August 2007, Kopassus Commander Letty Usman allegedly
threatened to kill the priest and bury him in a 700-metre deep gorge
without being held accountable.
This pattern of intimidation is translated also into racial discrimination
towards the indigenous people of Papua. The National Commission on Human
Rights (Komnas HAM) in Jakarta reports several statements by members of
security forces towards Papuan students related to the Abepura Case 2000
which are grave insults based on the Melanesian origin of Papuans. But when
the government should protect the fundamental rights of indigenous Papuans,
we face a policy as the Presidential Instruction No. 26 of 1998 which bans
the use of the term “indigenous” in all official documents
denying the cultural identity.
Mr. President,
The silent violation of the rights of the indigenous people of Papua,
obviously, needs the attention of the Human Rights Council. But: The access
to Papua for outside human rights workers, journalists and even diplomats
is restricted leading to a lack of accurate exchange of data about the
human rights situation in Indonesia‚s eastern Province. Therefore,
the World Council of Churches asks the Human Rights Council to send a
fact-finding mission to the Province
of Papua in order to
assess particularly the right to health and education. We further ask for a
visit of the Special Rapporteur on the Independence of Judges and lawyers,
the Special Rapporteur on the right to food, the Working Group on arbitrary
detention, and the Special Rapporteur on the situation of human rights and
fundamental freedoms of Indigenous People.
Thank you, Mr. President
·Frankfurter Rundschau, 9.7.08
Schwere Anklage gegen Indonesiens Militär
Kommission macht Armee für Gewalt in Osttimor verantwortlich /
Wahrheitsbericht noch unter Verschluss
VON MORITZ KLEINE-BROCKHOFF
Dili. Die von Osttimor und Indonesien gegründete "Wahrheits- und
Freundschaftskommission" macht Indonesiens Militär für die
Osttimor-Krise von 1999 verantwortlich. So steht es nach Angaben von
Osttimors Präsident José Ramos-Horta in dem bisher
unveröffentlichten
Abschlussbericht der Kommission.
"Die zehn Kommissionsmitglieder - fünf Timorer und fünf
Indonesier -
sind sich einig, überzeugende Beweise dafür gefunden zu haben,
dass das
Militär Indonesiens als Institution für die Gewalt von 1999
verantwortlich war", sagte Ramos-Horta der FR in Osttimors Hauptstadt
Dili.
Indonesien hatte Osttimor 24 Jahre lang besetzt und zog seine Truppen
1999 ab. Dabei wurden nach UN-Angaben 1300 Menschen getötet und 600
000
vertrieben; 80 Prozent aller Gebäude im Land gingen in Flammen auf. Erst
eine UN-Intervention mit australischen Soldaten stoppte Gewalt und
Zerstörung. Indonesiens Militärs sprachen von einem
unkontrollierbaren
Chaos und wiesen jegliche Verantwortung zurück - auch gegenüber
der
Wahrheitskommission, die unter anderen Generäle wie einfache Soldaten
öffentlich anhörte. "Leider hatte kein Militär den Mut,
die Demut und
die Ehrlichkeit, etwas zu sagen. Sie haben nichts zugegeben. Aber die
Kommission hatte Zugang zu vielen Berichten und untersuchte Tausende
Dokumente", sagte Ramos-Horta der FR.
"Aus unserer Sicht ist der Bericht besser als erwartet. Er
enthält keine
Amnestie-Empfehlung", sagte Osttimors Oppositionsführer Mari
Alkatiri
der FR. Ihm liegt nach eigener Angabe eine Zusammenfassung vor. "Ich
hatte nie erwartet, dass Indonesiens Militärs Schuld
einräumen", sagte
Alkatiri, der 2005, als die Kommission gegründet wurde, Premier
Osttimors war.
Der Wahrheitsbericht wurde Ende März abgeschlossen und danach beiden
Staatschefs übermittelt. Seitdem stehen eine förmliche Annahme
durch
beide Präsidenten und die Veröffentlichung aus.
Menschenrechtsorganisationen kritisieren die Verzögerung. Osttimors
Präsident Ramos-Horta hat nun angekündigt, das Dokument am
nächsten
Dienstag zusammen mit seinem indonesischen Amtskollegen Susilo Bambang
Yudhoyono bei einem Treffen auf der Insel Bali offiziell entgegenzunehmen.
"Sie haben den Termin so oft verschoben, es ist fraglich, ob sie den
15.
7. einhalten", sagte Tibor van Staveren von der
Nichtregierungsorganisation Lao Hamutuk der FR. "Indonesiens
Präsident
Yudhoyono muss den Bericht akzeptieren und ich weiß nicht, ob er das
getan hat."
Indonesiens Regierung hat bislang keine Vergehen seiner
Sicherheitskräfte eingeräumt, obwohl eine staatliche
Untersuchungskommission in Jakarta bereits vor acht Jahren befand, dass
"hohe Militärs" 1999 für eine "Kette von
Verbrechen gegen die
Menschlichkeit" in Osttimor verantwortlich gewesen seien. Allerdings
entschuldigte sich im Jahr 2001 Indonesiens damaliger Präsident
Abdurrahman Wahid bei einem Besuch in Dili "für die Sachen, die
in der
Vergangenheit passierten".
Indonesien hatte Osttimor 1975 annektiert. In der Folge starben nach
Angaben aus Osttimor bis zu 183 000 Menschen - ein Drittel der
Bevölkerung - durch Gewalt, Hunger und Krankheiten. Im August 1999
stimmten 80 Prozent der Osttimorer bei einem Volksentscheid für die
Unabhängigkeit der Provinz. Daraufhin brach die Gewalt los.
"Indonesiens
Armee war verantwortlich für Terror, Morde und andere Gewalttaten. Die
UN sollten ein internationales Menschenrechts-Tribunal einrichten",
heißt es in einem UN-Untersuchungsbericht.
Doch im UN-Sicherheitsrat gab es kaum Unterstützung für ein
internationales Tribunal. Der damalige Generalsekretär Kofi Annan
wollte
Indonesien Gelegenheit geben, die Vergangenheit selbst aufzuarbeiten.
Indonesiens Justiz klagte ein Dutzend Militärs wegen Verbrechen gegen
die Menschlichkeit in Osttimor an, alle wurden freigesprochen.
Die 2005 von beiden Staaten gegründete "Wahrheits- und
Freundschaftskommission" wird von Menschenrechtlern als Versuch
angesehen, ohne Strafverfolgung einen Schlussstrich zu ziehen. Die
Kommission kann laut Mandat Amnestie empfehlen, nicht aber
Strafverfolgung. "Strafverfolgung muss nicht unbedingt zur Wahrheit
führen und Versöhnung unterstützen", heißt es im
Statut.
--
***********************************************************************
Watch Indonesia! e.V.
Arbeitsgruppe für Demokratie, Menschenrechte
und Umweltschutz in Indonesien und Osttimor
·11.7.2008
·The Sydney Morning Herald
Friday, July 11, 2008
EXCLUSIVE
Indonesia to blame for Timor mayhem
Tom Hyland
INDONESIAN soldiers, police and civilian officials were involved
in an "organised campaign of violence" that prompted Australian
military intervention in East Timor in 1999, says a leaked
report by a government inquiry.
It says the Indonesian state bears "institutional
responsibility" for atrocities including murder, rape, torture,
illegal detention, and forced mass deportations.
The report is an embarrassment - and potential test - for the
Indonesian President, Susilo Bambang Yudhoyono, who is due to
release it jointly with East Timor's President, Jose
Ramos-Horta, on Monday.
·
·Ontzetting
over video met martelingen van 2 Papoea's
·Pressespiegel
Für den folgenden Artikel sind der Autor und die Publikation
verantwortlich. Der Inhalt gibt nicht notwendig die Meinung von Watch
Indonesia! wieder.
---
taz, 19.10.2010
Misshandlungen in Indonesien
Empörung über Foltervideo
Ein Film zeigt mutmaßliche indonesische Sicherheitskräfte bei
der Folter
zweier Männer aus Papua, wo Menschenrechtsverletzungen weit verbreitet
sind. VON S. HANSEN UND A. KELLER
BERLIN/JAKARTA taz | Ein der unabhängigen Organisation Asiatische
Menschenrechtskommission (AHRC) <www.ahrchk.net>
in Hongkong
zugespieltes Video mit brutalen Folterszenen mutmaßlicher
indonesischer
Sicherheitskräfte an zwei Männern in Papua sorgt für
Empörung.
Menschenrechtsorganisationen fordern von der Regierung des
südostasiatischen Landes Aufklärung und eine Bestrafung der
Täter. Der
Sprecher des Militärs in Papua, Oberst Susilo, versprach dies,
erklärte
aber sogleich, das Video stamme wohl aus einer anderen Zeit und "wurde
von jemandem veröffentlicht, damit wir schlecht aussehen."
Der nationale Polizeisprecher Marwoto Soeto sagte, zunächst müsse
die
Authentizität des Videos geprüft werden. Stamme es von Menschen,
die
Indonesiens Image beschmutzen wollten, werde gegen sie ermittelt.
Seit dem Sturz des Diktators Suharto 1998 hat sich Indonesien
demokratisiert und die Macht seines Militärs reduziert. Doch
fühlen sich
die Menschen in der rohstoffreichen östlichen Region Papua weiter von
Jakarta kolonisiert. Die Papuas sind im Unterschied zur malayischen
Mehrheitsbevölkerung Melanesier und protestieren immer wieder gegen
brutale Übergriffe der Sicherheitskräfte. Diese bekämpfen
dort eine
kleine Unabhängigkeitsguerilla (Bewegung Freies Papua - OPM),
unterdrücken aber vor allem friedliche Proteste für
Selbstbestimmung.
Das wahrscheinlich mit einem Handy von den Folterern selbst
aufgezeichnete Video, das am Sonntag zunächst im Videoportal Youtube
zu
sehen war und dort am Montag wegen seiner grausamen Szenen gelöscht
wurde, ist seitdem nur noch in einer entschärften Version auf der
AHRC-Webseite zu sehen. Es zeigt, wie gefangene und auf dem Boden
kauernde Papuas von mutmaßlichen Sicherheitskräften mit Stiefeln
getreten und beschimpft werden. Anschließend werden zwei Männer
von
Bewaffneten in olivgrünen Uniformen gefoltert, um ihnen Informationen
über ein Waffenversteck abzupressen. Dabei werden einem nackten Mann
mit
einem brennenden Stock die Genitalien verbrannt, auch wird ihm ein
Plastiksack über den Kopf gestülpt. Dem anderen wird ein Gewehr
an den
Mund gehalten und später mit einer an sein Gesicht gedrückten
Machete
gedroht, den Kopf abzuschneiden.
Die Identität der Opfer ist nicht zweifelsfrei geklärt. Bei einem
soll
es sich um ein Mitglied eines Kirchenrats handeln, der in der Region
Puncak Jaya zufällig an einer Straße wartete, als Sicherheitskräfte
vorbeikamen. Der Mann war danach verschollen, Ende 2009 wurde seine
Leiche gefunden. Eine andere Möglichkeit ist, dass der Film zwei
Männer
zeigt, die im Mai 2010 mutmalich von Sicherheitskräften getötet
wurden.
Auf dem Video, dessen Authentizität zunächst nicht geklärt
werden kann,
ist nicht zu erkennen, ob die Foltererr mutmaßliche Polizisten oder
Soldaten sind. Menschenrechtsorganisationen beklagen immer wieder das
brutale und straflose Vorgehen der indonesischen Sicherheitskräfte in
der Region. Doch die Regierung in Jakarta erlaubt weder unabhängigen
Organisationen noch ausländische Journalisten dort zu recherchieren.
--
***********************************************************************
Watch Indonesia! e.V.
Für Demokratie, Menschenrechte und Umwelt in Indonesien und Osttimor
·19.10.2010: Bericht in
NRC Handelsblad:
·"Geheime operaties op Papua"
·"Geweld tegen Papoea's is racistisch"
·Op de voorpagina van
betreffende krant stond een groot artikel hoe Indonesische militairen Papoea's
minachten en behandelen. Het folteren van Papoea's is aan de orde van de
dag!
·Lees onderstaand
bericht/interview met Alexander Flor van Watch Indonsia en luister via de
radio wat Alexander hierover weet te vertellen
·22.10.2010:Folter is in Indonesien/Papua kein
Einzelfall
·Ein Foltervideo sorgt derzeit in Indonesien für Aufruhr.
Darauf quälen
Soldaten in West-Papua angebliche Separatisten. Über den Fall hat
DW-WORLD.DE mit Alexander Flor von "Watch Indonesia!" gesprochen.
DW-WORLD.DE: Herr Flor, zeigt das Video einen Einzelfall, oder ist es
vielmehr die Spitze eines Eisbergs?
Alexander Flor: Ich denke, dieses Video zeigt schon die Spitze eines
Eisbergs, wobei ich damit nicht sagen möchte, dass solche Fälle
täglich
vorkommen. Aber es ist eben auch keine Seltenheit. Vor ca. drei Wochen
wurde ein Häftling auf den Molukken, der sich zur Unabhängigkeit
seines
Landesgebietes bekannt hatte, ebenfalls im Gefängnis gefoltert. Er
starb
dann auch an seinen Verletzungen. Es ist also kein Einzelfall,
wenngleich bei dem jetzt aufgetauchten Video aus Papua noch ungeklärt
ist, zu welchem Zeitpunkt es aufgenommen wurde. Das betonen momentan
auch die indonesischen Behörden: Sie sagen, das Material sei
möglicherweise gar nicht aktuell. Das kann auch durchaus richtig sein.
Es ist möglich, dass die Bilder zwei oder drei Jahre alt sind. Aber
das
ändert nichts an dem Sachverhalt, dass hier ganz augenscheinlich
Angehörige des Sicherheitsapparates mit brutalsten Mitteln gegen eine
ethnische Minderheit vorgehen.
Werden Ihrer Erfahrung nach in den nach Autonomie strebenden Regionen
systematisch Menschenrechte verletzt?
Sie werden systematisch missachtet. Am augenscheinlichsten ist die
tägliche Diskriminierung und die systematische Missachtung der
Bedürfnisse und auch der Proteste der Bevölkerung. Den
Menschen
gegenüber herrscht ein ständiges Misstrauen. Und die extremste
Form, wie
sich dieses Misstrauen und die Missachtung der Rechte von Minderheiten
auswirkt, sind dann Szenen wie die, die auf dem Video zu sehen sind.
Einige indonesische Zeitungskommentatoren fühlen sich an die Zeit der
Suharto-Diktatur von den späten 60-er Jahren bis Ende der 90-er Jahre
erinnert. Damals waren Folter und Polizeiwillkür gerade in den
Autonomieregionen an der Tagesordnung waren. Ein passender Vergleich?
Jein. Die Reform-Ära oder "Reformasi", wie sie die
Indonesier nennen,
hat zu deutlichen Verbesserungen geführt, was die bürgerlichen
Rechte
der Menschen im Zentrum des Landes angeht. Das heißt: Wer heute in
Jakarta auf die Straße geht, um zu demonstrieren –
möglicherweise auch
wegen dieses Videos – der muss vergleichsweise wenig Angst haben, in
den
Fängen des Sicherheitsapparates zu landen. Vor zwölf, dreizehn
Jahren
wäre das noch anders gewesen. Aber für die Menschen in Papua
beispielsweise hat sich durch die Reform-Ära tatsächlich nur
wenig
verändert. Es gibt also eine Verschiebung, eine Demokratisierung und
eine Zunahme von Bürgerrechten im Zentrum und dort wiederum unter den
intellektuellen Schichten - also beispielsweise unter Studenten oder
Aktivisten von Nicht-Regierungsorganisationen. Auf der anderen Seite
stehen die einfachen Leute in den abgelegenen Regionen, die von guten
Kontakten abgeschnitten sind und die auch mit ganz anderen
Rahmenbedingungen zu kämpfen haben.
Indonesien hat ja mit einigen Autonomiegebieten zu kämpfen: Es ist
nicht
nur West-Papua, sondern auch Aceh oder die Molukken, und auch Timor war
lange Zeit ein Brennpunkt. Gibt es von Seiten Jakartas
Lösungsansätze
für diese Konflikte, oder reagiert die Regierung nur mit Härte?
Lösungsansätze gibt es leider wenige. Aber zumindest im Fall von
Aceh
gab es eine Lösung. Auch dort war die Situation dramatisch, in etwa
vergleichbar mit der Lage in Papua, wenn nicht sogar noch schlimmer.
Dann aber kam im Dezember 2004 der Tsunami und stellte die
Verhältnisse
völlig auf den Kopf. Beide Seiten haben damals gesehen, dass es mit
Gewalt nicht weitergeht, und dann war plötzlich ganz schnell eine
Sonder-Autonomielösung auf dem Tisch. Die wurde nach einigen
Verhandlungen auch anerkannt und funktioniert mit ein paar Abstrichen
bis heute, so dass jetzt in Aceh ein mehr oder weniger friedliches
Miteinander herrscht.
Wäre so ein friedliches Miteinander auch in West-Papua denkbar?
Es gibt von Seiten des indonesischen Wissenschaftsinstitutes
"LIPI" eine
sogenannte Road Map zur Lösung des Papua-Konflikts durch Verhandlungen
und Dialog. Und es gibt auch von Seiten Papuas Bestrebungen, in den
Dialog mit der Regierung zu treten, aber im Moment stehen wir da noch
ganz am Anfang. Da wird noch darüber gestritten, was eigentlich die
Modalitäten für einen solchen Dialog sein könnten. Auch die
Bereitschaft
von Seiten Jakartas, sich darauf einzulassen, steht offiziell noch aus.
Alexander Flor arbeitet für die Berliner Nicht-Regierungsorganisation
"Watch Indonesia!"
Das Gespräch führte Thomas Latschan
Redaktion: Esther Broders
·Opmerking:De video film over de
foltering van 2 Papoea's door Indonesische militairen is te zien bij rubriek:
·Links in het hoofdmenu:Ga naar : http://www.FREEWESTPAPUA.ORGen klik op het foto plaatje in het scherm.
(video of the Indonesian military torturing My People In West Papua)
·Systematisch schending
van mensenrechten in West Papua
·Recente
gevallen van militaire geweld in de Hooglanden van West Papua is het bewijs
dat de Indonesische veiligheidsdiensten zich nog steeds schuldig maakt aan
mensenrechtenschendingen. Schending van mensenrechten is in West Papua
structureel van aard, het komt echter zelden voor dat er bewijsmateriaal
beschikbaar zijn.
·In
oktober dit jaar verscheen op internet voor het eerst beelden van
martelingen in West Papua. Nog nooit was het zo zichtbaar geweest, maar het
is zeker geen uitzondering.
·In
West Papua worden Papua’s nog altijd onderdrukt, verkracht, gevangen
gezet en vermoord als ze uitkomen voor hun rechten.
·Free
West Papua Campaign (NL) organiseert daarom op de Dag van de Mensenrechten
(10 december) een manifestatie op het Plein in Den Haag van 14:00 tot 17:00
uur.
·Watch Indonesia! - Information und Analyse, 26. Januar 2011
Folter in Papua ein minder schweres Vergehen?
Indonesiens Präsident bagatellisiert Menschenrechtsverletzungen
von Alex Flor
Über das Internet verbreitete Videos von Folter in Papua sorgten
weltweit für Entrüstung und Abscheu. Mit der Handykamera eines
Beteiligten aufgenommene Szenen zeigten Praktiken, deren grausamer
Höhepunkt die Verbrennung der Genitalien eines indigenen Papua war.
Einmal mehr geriet Indonesien ob seiner Menschenrechtspraxis ins
Rampenlicht der Kritik.
Mehrere Tatbeteiligte waren schnell identifiziert und mussten sich vor
einem Militärgericht verantworten. Menschenrechtsorganisationen und
Papua-Solidaritätsgruppen liefen dagegen Sturm und forderten die
Eröffnung eines Verfahrens vor dem Menschenrechtsgerichtshof. Ein
indonesisches Militärgericht hat nicht die Befugnis, über
Menschenrechtsverletzungen zu urteilen, weswegen die mutmaßlichen
Täter
nur wegen Disziplinarvergehen belangt werden konnten. Diese Woche wurden
die Urteile gefällt: acht, neun und zehn Monate Haft.
Möglicherweise
werden die verurteilten Soldaten in Berufung gehen.
Man muss kein Gegner der indonesischen Regierung, noch gar Sympathisant
der Unabhängigkeitsbewegung Papuas sein, um diese Urteile als
haarsträubendes Unrecht zu empfinden. Wo bleibt die
Verhältnismäßigkeit,
wenn friedliche Aktionen wie das Hissen einer Flagge mit langjährigen
Haftstrafen geahndet werden, während Leute, die im Dienst des Staates
stehen, vor laufender Kamera Menschen psychisch quälen, foltern und
erniedrigen?
Die nationale Menschenrechtskommission Komnas HAM geriet in Kritik, weil
ihre Untersuchung des Falles entgegen der Bewertung ihres eigenen
lokalen Chapters in Papua zu dem Ergebnis führte, dass es sich bei dem
Vorfall nicht um eine schwerwiegende Menschenrechtsverletzung handelte -
womit sie der Anklage vor einem Menschenrechtsgerichtshof eine Absage
erklärte. Dieser Bewertung schließt sich nun - ohne konkrete
Bezugnahme
- auch Päsident Susilo Bambang Yudhoyono (SBY) an. SBY wertet die
Folter
in Papua als eine "mindere Verletzung" der Menschenrechte,
erklärte aber
wegen der internationalen Aufmerksamkeit, die dieser Fall erlangte,
diesen dennoch entschieden zu verfolgen. Ob SBY dabei an weiter gehende
Schritte als das Militärgerichtsverfahren dachte, war seiner
Äußerung
nicht zu entnehmen. Schließlich brüstete sich SBY im selben
Atemzug mit
der Behauptung, es habe in Indonesien seit 2004 keine schweren
Menschenrechtsverletzungen mehr gegeben.
Bemerkenswert und von den meisten Kritikern übersehen ist an dieser
Äußerung, dass der Präsident damit implizit einräumt,
dass es zwischen
dem Abgang von Diktator Suharto 1998 und seiner eigenen Amtsübernahme
2004 sehr wohl schwere Menschenrechtsverletzungen gegeben hat. In diesen
Zeitraum fällt unter anderem der Kriegszustand in Aceh, für den
SBY
selbst als damaliger Koordinationsminister für Politik und Sicherheit
(Menkopolkam) mit verantwortlich zeichnete.
Wann ist Folter (k)eine "schwere Menschenrechtsverletzung"?
Trotz der Schwere des Vergehens befinden sich sowohl Komnas HAM als auch
Präsident SBY bis zum Beweis des Gegenteils juristisch auf der
sicheren
Seite, wenn sie die dokumentierte Folter nicht als schwere
Menschenrechtsverletzung bewerten. Denn formaljuristisch zählt in
Anlehnung an die Statuten von Rom als "schwere
Menschenrechtsverletzung"
nur eine "systematisch begangene" oder "weit
verbreitete" Verletzung der
Menschenrechte. Grausam, aber wahr: eine einzelne Tat - selbst die
geplante, quälende Todesfolter an einem Gefangenen - erfüllt
juristisch
noch nicht den Tatbestand einer schweren Menschenrechtsverletzung. Zwar
behauptete unter anderem Restaria Hutabarat, Sprecher der
Rechtshilfeorganisation LBH, bei Vorlage eines Berichtes über Folter
in
Indonesien zum Jahreswechsel, "nach unseren Erkenntnissen wird Folter
systematisch angewendet. Sie wird als eine normale Methode angesehen, um
an Informationen zu gelangen und Geständnisse zu erzwingen."
Dennoch
bleibt zweifelhaft, ob dieser Vorwurf - wenn er denn gerichtsfest
beweisbar ist - ausreichte, um die die strengen Kriterien einer
"schweren Menschenrechtsverletzung" im Sinne des Gesetzes zu
erfüllen.
Juristen wird möglicherweise interessieren, ob es eindeutige
Anordnungen
von Vorgesetzten gab, Geständnisse durch Folter zu erzwingen. Das ist
nicht ausgeschlossen, aber sicherlich schwer unter Beweis zu stellen.
Folter ist ein Tatbestand, der entsprechend der UN-Antifolterkonvention
unter Strafe zu stellen ist. Indonesien hat diese Konvention
unterzeichnet und ratifiziert. Dennoch beklagen Menschenrechtler, dass
Indonesiens Gesetze die Konvention nur unzureichend umsetzen. “Das
Strafgesetzbuch definiert Folter nicht als Verbrechen",
bemängelte Febi
Yonesta, Sprecher von Kemitraan (Partnership for Governance Reform) im
Juni letzten Jahres bei der Vorstellung eines Untersuchungsberichtes.
Noch schwerwiegender als das Fehlen einschlägiger Paragraphen im
Strafgesetzbuch ist die Tatsache, dass Soldaten in Uniform in aller
Regel nicht dem allgemeinen Strafrecht unterliegen. Begeht ein
Angehöriger der Streitkräfte (TNI) ein Verbrechen, droht ihm
lediglich
ein Verfahren vor dem Militärgericht. Wie im Falle der
mutmaßlichen
Folterer in Papua beschränkt sich die Anklage dann auf
Disziplinarvergehen - mit entsprechend geringen Strafandrohungen.
Menschenrechte in Papua
Es ist kein Zufall, dass sich die im Internet zu begutachtenden
Folterszenen nicht in Bandung, Makassar oder Medan ereigneten, sondern
im als "Unruheregion" verschrieenen Papua. Vordergründig
begründet sich
der Konflikt in Papua auf den politischen Status der mittlerweile aus
den beiden Provinzen Papua und Westpapua bestehenden Inselhälfte
Neuguineas. Tatsächlich geht es jedoch um ganz andere Dinge, wie
Bodenschätze, Landrechte, soziale Entwicklung, kulturelle
Identität -
und nicht zuletzt um Menschenrechte. Indigene Papua sehen ihre
grundlegenden und berechtigten Erwartungen als Staatsbürger Indonesien
unzureichend bis gar nicht erfüllt. Armut, Krankheit,
Bildungsrückstand,
mangelnder Zugang zu Positionen in Politik, Wirtschaft und Gesellschaft
und viele andere Beschränkungen mehr fördern die Unzufriedenheit
- und
damit eine diffuse Bestrebung nach Unabhängigkeit.
Über das Bekenntnis zu den jüngsten "minderen
Menschenrechtsverletzungen" hinaus muss sich Präsident SBY
endlich der
Tatsache stellen, dass es in Papua spezifische Probleme gibt. Die
Provinzen Papua und Westpapua sind nicht vergleichbar mit den übrigen
Provinzen Indonesiens. Diesem Umstand trägt die Regierung in Jakarta
durchaus Rechnung, wenn es um Restriktionen geht, die beispielsweise
Hilfsorganisationen und Journalisten den Zugang in die Region massiv
erschweren. Abseits davon reagiert Jakarta jedoch tendenziell allergisch
auf jede Bemerkung, die dazu geeignet ist, Papua in ein besonderes Licht
zu rücken. Wohl gibt es zwar ein Sonderautonomiegesetz, aber selbiges
stößt in Papua zunehmend auf Ablehnung, weil es für die
breite
Bevölkerung bislang keine wahrnehmbaren Verbesserungen ihrer
Lebensumstände bewirken konnte.
Das Volk in Papua wünscht sich einen "Dialog" mit Jakarta.
Es möchte
gehört werden. Die Menschen wollen mit ihren Sorgen und Bedürfnissen
ernst genommen werden. Doch schon der Vorschlag eines "Dialoges"
stößt
in Jakarta auf Ablehnung, da dieser Begriff impliziert, dass sich hier
gleichwertige Partner gegenübertreten. Jakarta dürfte jedoch kaum
gewillt sein Delegierte aus der Provinz protokollarisch auf die selbe
Stufe zu stellen wie die Vertreter der Zentralregierung. Nationalisten
sähen darin den ersten Schritt zur Anerkennung Papuas als eigenen
Staat
- ein absolutes Tabu. Präsident SBY schlug daher als Alternative vor,
eine "konstruktive Kommunikation" zu führen. An dieser
Begriffsdefintion
sollte die Verständigung nicht scheitern müssen. Aber die Papua
warten
bislang vergeblich auf nähere Einzelheiten der vom Präsidenten
vorgeschlagenen "konstruktiven Kommunikation".
Zusammenfassung
- Indonesien muss die Ratifizierung der UN-Folterkonvention konsequent
umsetzen und Folter eindeutig als Straftatbestand im Strafgesetzbuch
(KUHP) aufführen.
- Von Tätern in Uniform begangene Straftaten müssen vor
regulären
Gerichten zur Anklage gebracht werden und dürfen nicht länger als
bloße
Disziplinarvergehen von Militärgerichten verhandelt werden.
- Die Regierung der Republik Indonesien muss im direkten Austausch mit
den Betroffenen die spezifischen Probleme in Papua wahrnehmen und
angemessen darauf reagieren. <>
--
·Hierbij een tweetal foto's, genomen in West
Papua (Indonesie). Zie hoe het Indonesische leger en de politie omgaan met
hun weerloze landgenoten in West Papua ! En lees mijn boek PAPUA'S - Een
volk in de verdrukking ! Daarvan stuurde ik u een exemplaar toe in mei
2010.
·Help en ondersteun mensen
die opkomen voor hun vrijheid en die slachtoffer worden van martel
praktijken.
·Lees onderstaand rapport hoe men martelpraktijken moet
interpreteren en dat 66 jaar geleden het V.N. mandaat werd
·ondertekend en dat 24 jaar geleden de V.N. Convention against
Torture (CAT) van kracht werd.
·In betreffende CAT werd martelen omschreven en veroordeeld als een
van de gruwelijkste vormen van mensenrechten schennis.
·In het rapport kunt U lezen hoe de Indonesische autoriteiten hiermee
zijn omgegaan en dat er nog steeds geen eind is
·gekomen aan mensenrechten schendingen.
·De historie gaat terug sinds de onafhankelijkheidsoorlog in 1945,
het bloedbad tegen communisten in 1965, Aceh, Oost Timor en West Papua.
·Het overgrote deel van de slachtoffers bleven onbekend en werden
nooit gehoord, omdat het huidige framework niet capabel
·is hier enige verbetering aan te brengen.
·De regering zou met betreffende ondertekening de regelgeving moeten
naleven en niet moeten blijven hangen in een situatie, waarbij de
straffeloosheid hoogtij viert.
·The Jakarta Post, Sunday, July 03, 2011
Lest We Forget Support For Torture Victims
Budi Hernawan, Canberra
Sixty-six years ago the United Nations Charter was signed. Twenty-four
years ago the UN
Convention against Torture (CAT), which defined, condemned and criminalized
torture as one
of the cruelest forms of human rights abuses, came into effect.
Article 1 of CAT defines torture as “Any act by which severe pain or
suffering, whether
physical or mental, is intentionally inflicted on a person for such
purposes as obtaining
from him or a third person information or a confession, punishing him for
an act he or a
third person has committed or is suspected of having committed, or
intimidating or
coercing him or a third person, or for any reason based on discrimination
of any kind,
when such pain or suffering is inflicted by or at the instigation of or
with the consent
or acquiescence of a public official or other person acting in an official
capacity.
“It does not include pain or suffering arising only from, inherent in
or incidental to
lawful sanctions.”
It was not until Soeharto’s New Order collapsed that Indonesia
ratified the UN convention
by adopting Law No. 5/1998. However, the Indonesian Criminal Code (KUHP)
does not
define “torture” (penyiksaan) and only recognizes the term
“ill-treatment” (penganiyaan),
thus does not criminalize it.
It is time to renew our commitment to ending torture. Many victims of
torture in the
history of our nation have not received any recognition, let alone
reparation.
Their history stretches since the independence war in 1945 to the massive
massacre of
communists in 1965 to date, from Aceh, Papua and Timor Leste.
The majority of victims remain unknown and their voices have never been
heard since the
current legal framework is incapable to deal with torture, which is closely
linked to the
question of impunity.
Various recommendations from the UN Special Procedures to address these
questions have
remained unimplemented.
Essentially torture has branded the victims with the stigma as “the
enemy of the state”.
This label bears serious legal, political, social and economic consequences
because
victims are put beyond the boundaries of the state’s protection. Many
victims live with
the stigma eks-tapol (former political prisoners) sealed in their national
ID cards and
have been denied access to public services.
Other victims, particularly in Aceh and Papua, are labeled
“separatists” or “rebels” and
the government has deprived them of equality treatment before the law.
Labor activists
such as Marsinah or Wiji Thukul were branded musuh pembangunan (the enemy
of development).
In daily life, many who survived excruciating pain and returned to their
community
continue to suffer from psychological and physical pain. Their disabilities
have seriously
and sometimes permanently, hampered their ability to work and earn a
living.
This situation is often exacerbated by the social isolation they experience
from their
community, leading to both economic and social impoverishment.
This is the reality of most torture victims in our society. Without fair
trial they are
stigmatized, isolated, disabled and impoverished. They have become outcasts
in our
society. The general population turns away from them. To borrow the
language of Julia
Kristeva, a French philosopher, they become “the abject”, an
object that provokes disgust.
The seriousness of torture as one of the most heinous forms of
dehumanization laid the
grounds for the UN member states to act to prevent torture. It is time for
the Indonesian
legislators and government to be true to the promise that they made in
ratifying CAT.
They should act on harmonizing domestic law, particularly the Criminal
Code, consistent
with CAT and other UN human rights instruments. Moreover, these key
institutions are
responsible for implementing recommendations from the UN special rapporteur
on torture
following his visit to Indonesia few years ago.
The Indonesian government should recognize the victims of torture. There
are many ways to
express this recognition starting from hearing all pending dossiers of
torture allegations
in front of the human rights courts as stipulated by the 2000 Human Rights
Court Law.
The government should seek reparation for torture victims by providing them
with adequate
assistance and services to rebuild their lives, such as free health
treatment, counseling,
housing and schooling.
Furthermore, the government at all levels should publicly condemn any
allegations of
torture and promptly act on them.
The administration should review the doctrine, the culture and the
curriculum within the
government institutions that prepare candidates for security services and
public servants
to be consistent with human rights standards. So many stories of violence
and brutality
occur inside these institutions with little prosecution and thus perpetuate
the cycle of
impunity.
Finally, the general population needs to continue their work to educate
themselves to
become an engaging population and a human rights aware society rather than
bystanders.
They need to raise their voices for those who have been silenced and
outcast.
The writer, a Franciscan friar and former director of the Office for
Justice and Peace of
the Catholic Church in Jayapura, Papua, currently is pursuing a PhD at the
Regulatory
Institutions Network, the Australian National University, Canberra.
--
***********************************************************************
Watch Indonesia! e.V.
Für Demokratie, Menschenrechte und Umwelt in Indonesien und Osttimor
Urbanstr. 114 Tel./Fax +49-30-698 179 38
10967 Berlin e-mail: watchindonesia@watchindonesia.org www.watchindonesia.org
15.9.2011
·Nederlandse Staat aansprakelijk gesteld voor bloedbad in 1947 in
het Javaanse dorp Rawagede.
·Lees ook over het bloedbad midden jaren '60, waarbij ca een half miljoen
vermeende tegenstanders van de toenmalige Soeharto-dictatuur werden
vermoord.
·Volgens de Indonesische mensenrechten activist Andreas Harsono
werden verspreid over heelIndonesië vele massaslachtingen aangericht.
·"In
de 60 jaar van onafhankelijkheid hebben de Indonesische autoriteiten meer
mensen vermoord dan de Nederlanders in de honderden jaren waarin zij de
macht hadden.''
·'Indonesië moet ook compenseren'
·donderdag 15 september 2011 | 15:47
·
·ANP
·JAKARTA
- De autoriteiten in Indonesië kunnen een voorbeeld nemen aan Nederland,
waar de rechtbank in Den Haag de Staat aansprakelijk heeft gesteld voor het
bloedbad in 1947 in het Javaanse dorp Rawagede. Dat stellen Indonesische
mensenrechtenactivisten donderdag.
·Volgens
KontraS, de commissie voor vermissingen en slachtoffers van geweld, is het
tijd dat de Indonesische overheid afstand neemt van excessen uit het
verleden en schadevergoedingen uitkeert aan gedupeerden en nabestaanden.
·Slachtingen Het gaat dan
bijvoorbeeld om overlevenden en familieleden van slachtoffers van de
slachtingen midden jaren '60. Circa een half miljoen communisten en andere,
al dan niet vermeende tegenstanders van de toenmalige Soeharto-dictatuur,
werden toen om het leven gebracht.
·Papoea
en Timor
In de afgelopen decennia maakten de Indonesische veiligheidsdiensten zich
schuldig aan nog veel meer schendingen van de mensenrechtenonder meer in de
oostelijke regio Papoea en op het eiland Timor (waarvan de oostelijke helft
zich afscheidde).
·Nooit
vervolgd
De verantwoordelijken werden nooit strafrechtelijk vervolgd, zo benadrukte
Andreas Harsono, een prominente mensenrechtenactivist. "Er zijn
verspreid over ons land vele massaslachtingen aangericht'', aldus Harsono.
·"In
de 60 jaar van onafhankelijkheid hebben de Indonesische autoriteiten meer
mensen vermoord dan de Nederlanders in de honderden jaren waarin zij de
macht hadden.''
·Reactie
op de vlakte
De Indonesische regering hield zich in een reactie op de uitspraak van de
rechtbank op de vlakte. "Het is een belangrijk en veelbetekenend
besluit, dat in de praktijk de rechten handhaaft van de burgers die
slachtoffer werden van de gewelddaden van het Nederlandse leger'', aldus
een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Jakarta.
7.10.2011:
Desmond Tutu, 80 jaar, nobelprijswinnaar voor de
Vrede en groot criticus van mensenrechtenschendingen.
Zijn
bescheidenheid en niet aflatende betrokkenheid bij vrijheid hebben meerdere
generaties geïnspireerd.
Tutu's
verjaardag zorgde deze week voor een poltieke rel omdat de visumaan de dalai lama niet werd
verstrekt.
Tutu is nauw
betrokkenbij The Elders, een
denktank over wereldproblemen van "oude wijzen", die Nelson
Mandela drie jaar geleden presenteerde. Onder de genodigden waren Jimmy Carter
en voormalig secretaris-generaal van de VN Kofi Annan.
Desmond Tutu
is een icoon en in de mestvaalt der geschiedenis maakte hijzich ook sterk voor het Papua item!
18.10.2011:Bescherm
minderheden in Indonesië.
Bij het
debat in de Tweede Kamer over een samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en
Indonesië, pleitte de CDA
voor een
krachtige samenwerking, waarbij Nederland zich in EU-verband hard moet
maken voor verbetering van de mensenrechten.
De
economische ontwikkeling van Indonesië is stormachtig, men gaat zijn
eigen weg en het land ontwikkelt zich tot een regionale factor van belang,
desondanks kampt het met enorme uitdagingen: armoede, werkeloosheid,
slechte infrastructuur, corruptie en bureaucratie, religieuze spanningen.
Minderheden
zijn hier de dupe en Christenen en gematigde moslims geven zelf aan dat op
scholen en in de samenleving veel te weinig wordt gedaan tegen groeiend
islamfundamentalisme.
Het CDA wil
dat de regering zich vooral richt op de problemen in de minderheidsregio's
en de positie van Christenen in Indonesië.
Minister
Rosenthal heeft toegezegd dat men zich actiever zal bemoeien met de
problemen in Papua en de Molukken door deze regio's vaker te bezoeken. De
zorg voor minderheden en mensenrechten moet voor Nederland een speerpunt blijven
in het bilaterale beleid met Indonesië.
De intenties
zijn inderdaad goed te noemen, maar ik kan mij niet aan de indruk
onttrekken, dat economische motieven de boventoon zullen blijven voeren.
Door de
snelle veranderingen zal alles transparanter worden en politiek Nederland
zal toch een keer moeten inzien dat men voor wat betreft West Papua een wel
hele scheve schaats heeft gereden.
Genocide is
nu eenmaalhet ergste wat een
volk kan overkomen en het ontkennen van het gebeuren in nota bene een eigen
voormalige kolonie is zelfs misdadig te noemen.
Elke
regeringspartij na 1962 zou ter verantwoording moeten worden geroepen!.
15.11.2011:
Hierbij het verslag van een activiste die zich
afzet tegen mensenrechtenschendingen.
INDONESIA: No justice for victims of
Semanggi I tragedy 13 years on
An
interview with Maria Katarina Sumarsih published by the Asian Human Rights
Commission
BACKGROUND:
After the fall of Soeharto in May 1998, Indonesia has seen little improvement
in its political and human rights situation. A large-scale student
demonstration demanding total governmental reform and better handling of
the country’s financial crisis on 12 May 1998 resulted in four
students being shot dead by the military. The demonstration continued on
8-14 November 1998, when the students rejected the Special Session of
People's Consultative Assembly (Sidang Istimewa Majelis Permusyawaratan
Rakyat/MPR) for its unconstitutional nature, and demanded the president
address the financial crisis. This saw the death of 18 students, with
hundreds more injured.
Maria Katarina Sumarsih is the mother of BR. Norma Irmawan (also
known as Wawan), a student of Atmajaya Catholic University, Jakarta, who
was one of the students shot dead by the military on 13 November 1998. The
House of Representative (DPR RI) rejected this case to be taken up by the
ad hoc human rights court since Semanggi I is not categorized as a gross
human rights violation. This interview was conducted to commemorate 13
years since the tragedy.
1.
Couldyou tell us about the
incident that happened to you?
On 13 November 1998, my child
Wawan, a student of Atmajaya Catholic University, active in campus and
society, took part in a peaceful protest demanding the rejection of the
special assembly of the People's Consultative Assembly (MPR), since the MPR
needed to be reformed first. Before the protest, the students had held
public discussions and other activities in order to open space for dialogue
and prevent a recurrence of the Trisakti tragedy. According to the Human
Rights Violations Investigation Commission (KPP HAM) Report by the National
Commission on Human Rights (Komnas HAM), at 10am local time, in front of
Atmajaya Catholic University, Wawan and his six friends were trying to
neutralize the air from tear gas by spraying water hydrant. When one of his
friends was shot, Wawan asked permission from one military officer to help
his friend. After permission was given, Wawan raised a white flag as a sign
to help his friend. However, when Wawan went to lift his friend, he was
shot. According to the autopsy result, Wawan was shot with a standard
military bullet.
2. How
did this incident impact you?
At that time,
I cried and prayed. The atmosphere at the house was quiet. I just cried and
prayed. My husband read and wrote. My other child, Irma, studied. Everybody
just did their own business. Housework was not done by me, but my husband.
Every time I smiled, there was a sense of sadness. However, after a long
process and many people’s support, I can live as usual; I can even
speak out regarding human rights violations now.
3.
Could you tell us what you have done to fight for this case?
For the first three months, I
just sat in silence and read the newspaper at Wawan's grave. Then, I wished
to get a copy of Wawan's autopsy result and met the military police. The
chief of the investigation section (Kasidik) stated that the political
pressure was very strong. Even though Wawan and I were right, we would be
considered as wrong. He also asked me to bring witnesses regarding this
case. I had proposed five witnesses, but the military police never called
them.
I also met
KontraS, Tim Relawan Kemanusiaan (TRK), students and others. After I heard
a sermon at church about Wawan, I decided to fight. When I heard there was
to be a peaceful protest at Hotel Indonesia traffic circle (Bundaran HI)
held by women activists, I joined it, and met many activists. I also then
became active in many human rights activities, such as dialogues, seminars,
gatherings and others.
Together with
NGO’s and other victims, I also did lobbying and took part in
hearings with relevant institutions. The House of Representative then
established a special committee (Pansus) to investigate this case. The
result was that three factions agreed that Semanggi I was a gross human
rights violation, while seven disagreed.
After Law No.
26/2000 concerning the Human Rights court was enacted, the Supreme Court
asked us to urge Komnas HAM to investigate this case.
Two years
later, Komnas HAM conducted an investigation into the tragedies of Trisakti
and Semanggi I & II. Komnas HAM declared the tragedies to be gross
human rights violations. However, the result of the report went back and
forth from the attorney general. Once, the attorney general even stated
that the result was lost. As of now, the report is still with the attorney
general, and he still rejects to investigate and submit the case to the ad
hoc human rights court for baseless reasons, such as nebis in idem (the
principle that no legal action can be constituted twice for the same
cause), when in fact there has been no previous trial for Semanggi I.
In 2008, we
met Indonesian President Susilo Bambang Yudhoyono. He promised that he
would establish the ad hoc human rights court and punished all
perpetrators. In 2011, we also met the Coordinating Minister for Political,
Legal and Security Affairs, Djoko Suyanto. He made the same promises as the
president. Until now however, there is no action at all from the
government. The case still has to wait for action from the attorney
general.
4. In
your opinion, what are the current possibilities for you to get justice?
What obstacles do you face?
While I am waiting for the
settlement of the case at the attorney general’s side, I always
participate in the silent protest every Thursday in front of the
Presidential Palace. I also cooperate with the Indonesian History Teacher
Association (Asosiasi Guru Sejarah Indonesia/AGSI) to tell the truth about
the Semanggi tragedy to students. I also made a book based on victim
testimonies. I want to say that we cannot be silent even though the
government neglects our case for years. I always participate in the silent
protest, yet I will never be silenced. I and other victims even sent a
letter to the president, without caring whether our letter will be read or
not. We will do everything that we can. Regarding our letter, some of our
letters were replied, yet the answer is normative; just stating that our
case should be settled in accordance with the law.
The obstacle I
face is impunity--the law enforcement not performing their function, and
political obstacles. While the House of Representative passed a law
regarding the human rights court, some articles did not give justice to the
victims, such as provisions regarding amnesty for the perpetrators and so
on. The government also did not implement the law; for instance it did not
establish the ad hoc human rights court. Moreover, while the president
promised us to prevent the recurrence of such tragedies, he appointed
people allegedly responsible for human rights violations as state
officials.
5. The
Semanggi I case has been going on for 13 years. In your opinion, how is the
condition of the other victims? Are they still fighting? Some of them are in despair, such
as Yap Yun Hap's mother. She stated that she felt like screaming in her
room, “The one and only person to hear me is myself. The government
is not listening.” The other victims have died or are sick, so they
cannot participate in the fight. I think that must be understood, since
every person has their own limits. Fortunately, I have to thank God because
until this day, God has given me good health.
6.
Have you ever felt tired and thought about quitting?
I feel tired actually. However,
like a candle which is never suppressed and a narrow alley which has no
dead-end, my spirit won't go in difficult times. I will not stop fighting.
As long as Wawan is in my soul, I won't stop.
7.
What is your motivation to keep fighting?
My motivation is my love for
Wawan. He always supports me. My sorrow has been transformed into love for
humans, whether they are victims or not.
8. In
your opinion, who is the most responsible in your case?
The president at that time, B.J.
Habibie and the top person of the army, Wiranto, are the most responsible
persons in my son’s case because the command system in the military
is very disciplined. Nothing is done without orders from superiors.
9.
What is your hope and demand?
I hope the government urges the
attorney general to investigate all human rights violations, such as the
tragedies of Semanggi I and II and other cases. The right or wrong must be
declared in court. The House of Representative must make the recommendation
to the President to establish the ad hoc human rights court. If there is an
argument that this case cannot be brought to the court because there is no
proof, that is absolutely a mistake.
10.
What is your message to the international community?
I hope that the international community
urges the Indonesian government to solve the human rights violations in the
country. I am aware that without any support from the international
community, our case will never be heard by the government, like the Munir
case. Even though the main perpetrator was not found, Munir's case would
never have been submitted to the court without international support. I
also hope that the international community voices its concern for all cases
of human rights violations in Indonesia.
----------
The views shared in this article do
not necessarily reflect those of the AHRC, and the AHRC takes no
responsibility for them.
31.1.2012:
Brandbrief van Siemon
Goosensen aan alle fracties van de Tweede Kamer:
Geachte
heren Rutte, Rosenthal, Leers, alsmede de overige leden van dit
gedoogkabinet, alsmede alle leden van de Tweede kamer der Staten Generaal.
LEOPARD
-tanks en MENSENRECHTENSCHENDINGEN (Indonesië - West Papua)
In
lange onderstaande berichtgeving staat meer dan genoeg aangegeven over de GENOCIDE, uitgevoerd
door Indonesië op West Papua aangegeven, meer dan voldoende weergeeft.
Ik
geef u de laatste schendingen van de mensenrechten op West Papua weer:
Halverwege
december 2011, dus ca. 5 weken geleden, vlak voor u met de uwen vrede op
aarde tijdens de kerstdagen mocht beleven:
Een
Indonesische operatie in Paniai (West Papua) waarbij 46 dorpen werden
platgebrand door bombardementen met NAPALM en ZENUWGAS, waarbij ca. 10.000
- 20.000 Papua's van huis en haard werden verdreven, mensen werden vermoord
en de oerwouden ingejaagd werden door het beruchte DENSUS-88 bateljon.
En
dan opvolgend:
Diezelfde
Nederlandse overheid zou datzelfde Indonesische Leger ca. 100 voor
Nederland niet meer bruikbare Leopard-tanks willen leveren voor ca. 210
miljoen !
Aan deze laatste schendingen van
de rechten van de mens door de Indonesische overheid gepleegd in West
Papua, zou ik honderden vergelijkbare situaties kunnen toevoegen, waarbij
het aantal slachtoffers varieert van enkelen tot duizenden.
In dezelfde bovengenoemde regio Paniai zijn bijv. ook al zo'n 3000 Papua's
mishandeld en vermoord en in 1981 in de directe omgeving ervan ca. 13.000
slachtoffers.
Ook de leden van de Tweede kamer der Staten Generaal dienen alle handen in
eigen boezem te steken, vooral de specialisten die Buitenlandse Zaken en
Immigratie en Asielbeleid in hun portefeuille hebben tonen aan geen enkele
weet te hebben wat daar in West Papua allemaal wordt uitgevreten door de
Indonesische overheid.
Minister Rosenthal zou u tekst en uitleg mogen geven waarom de landenpagina
van Indonesië alleen maar aangeeft over Indonesië : hier en daar zijn er wat
ongeregeldheden.
Dus ook over wat er vanaf 1962 is misgegaan, is voor Buitenlandse Zaken
terug te vinden als : wat
ongeregeldheden !
En is het u allen bekend dat al
die schendingen en moordpartijen zijn terug te vinden in de jaarlijkse
rapportages van Amnesty International, van de UNHCR, en van alle
hulpverleningsorganisaties vanuit de hele wereld ? ? ? ? ?
MAAR OOK NU WEER :
Nederland zwijgt stil, het grijpt
terug in het verleden waarin de Nederlandse overheid 1,1 miljoen Papua's,
voormalige Nederlanders tot 1962
Er
lopen procedures van mensen uit West Papua voor asielprocedures en verblijf
bij partner en/of kinderen. Mensen die als kind de Nederlandse nationaliteit
hebben bezeten tot 1962 en mensen waarvan de ouders in het bezit waren van
diezelfde Nederlandse nationaliteit waarover ook u en ik beschikken.
Maar deze mensen
lopen meer dan de kans om teruggestuurd te worden om eerst teruggestuurd te
worden naar Jakarta voor een inburgeringscursus en dan pas mogen
terugkomen, daar waar buitenlandse sportlieden uit niet eu-landen gewoon
hier in Nederland die inburgeringscursus mogen doorlopen om dan net als die
voetballer van FC Twente gemakkelijker verkoopbaar te worden binnen Europa
en om te verblijven bij zijn Nederlandse partner.
Nee, wij doen het
als Nederlandse overheid toch anders, luister maar naar ons, dan komt het
wel goed.
En
die Papua's van Nederlandse afkomst dan ?
Juist ja, die
sturen we terug die zetten we buiten de landsgrenzen, dan kunnen we
tenminste onze gewetenswroeging onder de tafel schuiven.
En
Deze overheid vindt
financiën belangrijker dan mensenlevens gezien de miljardencontracten
die er lopen met diezelfde Indonesische overheid ! ! !
O ja, realiseert u
zich dat er bij die honderdduizenden doden veel (voormalige) landgenoten
zitten, want alle Papua's die voor 1962 zijn geboren zijn in het bezit
geweest van de Nederlandse nationaliteit en staat er niet in ons Burgerlijk
Wetboek dat een nationaliteit verkregen bij geboorte maar zo niet afgenomen
kan worden ? ? ?
Hoogachtend,
S. Goossensen
2.2.2012: van Monica Schlicher:
Die USA haben Indonesien
aufgefordert, fünf angeklagten papuanischen
Aktivisten »einen fairen Prozess in Übereinstimmung mit
indonesischem
Gesetz und gemäß internationaler Verpflichtungen« zu
garantieren«, wie
die Nachrichtenagentur AFP eine Sprecherin des US-Außenministeriums
zitiert, die sich allerdings anonym äußerte.
Am Montag hatte ein indonesisches Gericht die fünf Männer wegen
Hochverrat angeklagt. Ihnen wird vorgeworfen, am 19. Oktober 2011
während einer friedlichen Demonstration in der Provinzhauptstadt
Jayapura die offizielle verbotene Flagge West-Papuas gehisst und die
Unabhängigkeit ausgerufen habe.
1969 hatte Indonesien den westlichen Teil der Insel Neuguinea
annektiert, bis 2007 war der offizielle Name der Provinzen Papua und des
vorgelagerten West-Papua Irian Jaya. Hoffnungen auf Entspannung des
lodernden Konflikts zwischen der indonesischen Zentralregierung und der
papuanischen Bevölkerung nach dem Ende des Suharto-Regimes 1998 und
der
Unabhängigkeit Ost-Timors 2002 haben sich indes nicht erfüllt.
Noch immer ist die indonesische Armee und deren umstrittene
Elite-Einheit »Kopassus« massiv in der Provinz präsent,
ausländischen
Journalisten ist der Zutritt weiter verwehrt. Papuanische Vertreter
werfen der Regierung nicht nur politische Unterdrückung, sonder auch
ökonomische Vernachlässigung und Ausbeutung vor. So kommt es in
den
Gold- und Kupferminen regelmäßig zu Streiks und gewaltsamen
Zusammenstößen. Seit der Eskalation der Auseinandersetzungen im
Juli
2011 kamen mindestens 40 Menschen ums Leben, 170 sitzen wegen
»separatistischer Aktivitäten« in indonesischen
Gefängnissen. --
18.3.2012:
MENSENRECHTEN de MOLUKKEN en WEST
PAPUA / LEOPARD-TANKS niet naar INDONESIË
(The people
representation in the Netherlands - we call it Tweede Kamer der Staten
Generaal), has decided that the Human Rights in West Papua by
Indonesië are recognised !)
Enkele maanden geleden zijn er in de Tweede Kamer der Staten Generaal
enkele moties ingediend betreffende het schenden van de rechten van de mens
door Indonesië in de Molukken en West Papua, alsmede over de contacten
tussen de Nederlandse en Indonesische overheid over het leveren van 100
Leopard-tanks, die voor de Defensie in Nederland niet meer bruikbaar zijn
en door verkoop aan Indonesië nog zo'n 230 miljoen euro zouden kunnen
opleveren.
Ik neem u eerst mee naar de ingediende moties over het schenden van de
rechten van de mens door Indonesië in de Molukken en West Papua,
alsmede de onderdrukking van christenen in Indonesië.
De motie die
ingediend is op 04 oktober 2011 door:
W. R. F. Kortenoeven (PVV) en E. Dijkgraaf (SGP).
Citeertitel van de
motie:De
mensenrechten van de Molukkers, Papua's en Christenen.
De Kamer, gehoord de beraadslaging, constateerde, dat er een bijzondere
historische band en betrokkenheid bestaat tussen Nederland en de Molukse
bevolkingsgroep in Indonesië,
en
voorts constaterende, dat er een bijzondere historische band en
betrokkenheid bestaat tussen Nederland en de Papua bevolking.
overwegende: dat de
mensenrechten van de Molukkers en Papua's veelvuldig geschonden worden !
Deze motie is met UNANIEME stemmen aangenomen (CDA, CU, D66, GL, PvdA, PVVD,
PVV, SGP, SP, VVD) door de Tweede Kamer der Staten
Generaal, hetgeen betekent dat er voor het kabinet geen enkele speelruimte
meer is !
Dan de motie die is
ingediend op 24 november 2011 door:
W. R. F. Kortenoeven (PVV), C. G. van der Staaij (SGP), H.J. Ormel (CDA) en
J. S. Voordewind (ChristenUnie).
Citeertitel van
deze motie: Onderdrukking van de Papua's.
De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende, dat de kamer in de
motie-vander Staaij c.s. (32500-V, nr. 113), grote zorge heeft uitgesproken
over de mensenrechten in Papua en de regering heeft verzocht, hierop
voortvarend actie te ondernemen, voorts wijzende naar de motie Kortenoeven
/ Dijkgraaf (van 04 okt. 2011), constaterende,
dat de Indonesische autoriteiten nog steeds zeer repressief en geweldadig
hebben opgetreden tegen de Papua's, die opkomen voor hun
politieke, economische en maatschappelijk rechten, en verzoekt de regering
om:
1)
De Indonesische regering met spoed aan te spreken op haar verplichting om zich
te onthouden van nhet plegen van geweld tegen de Papua's.
2)
Er bij de Indonesische regering op aan te dringen de onderdrukking van de
Papua's te staken en de om politieke redenen gevangengenomen Papua's vrij
te laten.
3)
In internationaal verband aan te dringen op het instellen van
beschermingmechanismes voor de Papua's.
4)
Er bij de Indonesische regering op aan te dringen dat de dialoog met de
Papua's wordt hervat en dat uitvoering wordt gegeven aan de Speciale
Autonomiewet.
Deze motie is dus
UNANIEM (VVD, CDA, PVV, PvdA, SP, D66, GL, CU, SGP en PVVD)
aangenomen op de gronden : het
repressief en agressief schenden van de rechten van de mens door
Indonesië in de Molukken, in Papua en tegen de Christenen in
Indonesië in het algemeen.
Dan de motie over
de levering van 100 voor Nederland niet meer bruikbare Leopard-Tanks aan de
Republiek Indonesië.
Er is dus een motie ingediend om de regering ervan te weerhouden om deze
tanks te leveren aan Indonesië.
Voor de levering
waren : VVD, CDA en D66.
Tegen de levering waren : PVV, PvdA. SP, GroenLinks, ChristenUnie, SGP en
PVVD.
Kunt u zich voorstellen dat zowel de VVD, het CDA en D66, een aantal weken
eerder ERKENNEN dat de rechten van de mens door Indonesië in de
Molukken en Papua repressief en agressief worden geschonden en dan een paar
weken later voor een levering stemt van oorlogswapentuig naar een land dat
de mensenrechten stemt.
Nu nemen Nederlandse kabinetten het niet zo nauw met het leveren van niet
meer bruikbaar wapentuig, want in het verleden werden er al korvetten
geleverd aan Indonesië en aan bijvoorbeeld Lybië en Egypte, ook
landen die er bekend om staan / stonden dat daar ook veelvuldig de rechten
van de mens worden geschonden.
Dat de VVD en het
CDA voor levering stemden is natuurlijk om zonder gezichtsverlies aan
Indonesië kenbaar te maken dat de regeringspartijen wel wilden,
maar dat de oppositie hen heeft tegengehouden, dus ook daar verantwoording
wegschuiven, dat D66 ook voor stemt is een veeg teken, want vooral de
laatste tijd kruipt D66 tegen de liberale hoek aan om zich op die manier
bij de VVD te profileren. Daarmee doet D66 zich als Democraten66 geen eer
aan.
En wat vindt u van het feit dat Nederland in de Top-10 van de wereld zit
inzake levering van materieel voor de oorlogsindustrie en wat vindt u van
het feit dat via Nederland veel wapentuig wordt doorgetransporteerd?
Terug naar het
UNANIEM erkennen door de Tweede kamer der Staten Generaal van het schenden
van de rechten van de Mens door Indonesië in de Molukken, in Papua en
tegen de Christenen in het algemeen.
Deze stap is de
eerste stap vanuit de Nederlandse overheid vanaf 1962 !
Het gaat me op dit moment te ver om hier een politieke toekomstbeschouwing
te geven, maar ik kan wel aangeven dat op het gebied van mijn activiteiten
in de asielprocedures, waarin ik de belangen van meerdere Papua's verdedig
er een andere basis is gekomen. Ook voor de Vluchtelingenkampen op het
grondgebied van Papua New Guinea is dit een teken dat de mensen die daar
zitten en erkend zijn als vluchteling door de UNHCR of PNG, maar zo niet
teruggestuurd kunnen worden naar Papua en West Papua, want per slot van
rekening heeft de Nederlandse Tweede Kamer der Staten Generaal UNANIEM erkend dat de Republiek
Indonesië de rechten van de mens repressief en agressief schendt en
heeft geschonden in West Papua.
Tot mijn volgende berichtgeving die zal gaan over de Papua's in de
Vluchtelingenkampen in Papua New Guinea, te weten : Marentiki, Evenkatop,
Tinqui, Digo, Seven Cor, Finalbin, Katawim, Kaikok, Kuiu, Memeyop, Mapniam
(de kampen in het grensgebied) en Komokpin, Trakbits, Dome 1, Dome 2,
Wamena, Wiskey, Warastone, Atkamba 1, Atkamba 2, Atkamba 3, Niogamban en
Blackware (de kampen verder landinwaarts.
Daarnaast is een begin gemaakt met het opbenbreken van de wet uit 1892, de
wet op het Nederlands Staatsburgerschap, waarin heel duidelijk staat
aangegeven, dat iedereen in het Koninkrijk der Nederlanden, ook in de
Nederlandse overzeese gebiedsdelen zich Nederlands Staatsburger mocht
noemen en het Nederlands Staatsburgerschap bezat,
Vanaf dat moment zijn alle Nederlandse overheden, alle Nederlandse
kabinetten stap voor stap die wet gaan ontkrachten, totdat er in 1982
stond: dit geldt niet voor Nederlands Nieuw Guinea.
75 - 90 % van die kabinetten en/of Tweede Kamers waren van christelijke
komaf, de VOC-mentaliteit die oud-premier Balkenende zo trots maakte en
bracht.
Dat komt allemaal de komende tijd in een ander daglicht te staan, nu er na
50 jaar dichtgeschroeid geweten en vooruit schuiven nu de eerste
Nederlandse erkenning is dat de rechten van de mens worden geschonden door
Indonesië in de Molukken en in West Papua.
From:
onderstesteen@hotmail.com
To: timmera@hrw.org; evertzk@hrw.org
Subject: MENSENRECHTEN WEST PAPUA / NEDERLANDS STAATSBURGERSCHAP / HIRSCH
BALLIN
Date: Sun, 1 Apr 2012 11:02:01 +0200
MENSENRECHTENSCHENDINGEN
INDONESIË en VLUCHTELINGENKAMPEN in PNG.
Human Rights Watch - Amsterdam
t.a.v. mevr. Anna Timmerman
Director Development & Outreach
en
t.a.v. mevr. Kim Evertz
Direction Assistent
Zwolle : 01 april 2012
Betreft :
mensenrechtenschendingen door Indonesië in de Molukken en West Papua
:
vluchtelingenkampen in PNG (Papua New Guinea
Onderstaand treft u een hele lange
mailwisseling richting politiek Nederland aan en dan met name over
voormalig Nederlands Nieuw Guinea, nu West Papua geheten en behorend sinds
1962 tot de republiek Indonesië.
Gezien het feit dat ik op Post-HBO-wijze het blok Vreemdelingenwetgeving
heb gedaan en het Jeugd- en Familierecht, heb ik het recht om in beide
diciplines cliënten te verdedigen tot het hoogste rechtsniveau.
Dus voor Asielzoekers bij de IND,
Vreemdelingenkamer en de Hoge Raad en bij de verdediging van kinderen en
ouders in het Jeugd- en Familierecht, vanaf de Kinderrechter tot en met de
Hoge Raad.
Nu doe ik ook de
verdediging van een zestal Papua's, afkomstig uit voormalig Nederlands
Nieuw Guinea dus, maar nu behorend bij de Republiek
Indonesië, die in 2008 en later naar Nederland zijn gekomen.
Drie van hen zijn
afkomstig uit de Vluchtelingenkampen van de UNHCR op de grens van West
Papua (Indonesië) en Papua New Guinea (voormalig Australisch Nieuw
Guinea. Deze 3 zijn erkend door PNG als vluchteling.
Echter in de loop van de jaren vanaf 1962, zijn er na de binnenkomst in
Nederland van die 500 Papua's in 1962, weinig tot geen Papua's meer in
Nederland toegelaten, maar doorgestuurd naar o.a. Zweden, Duitsland,
Amerika, Canada, Australië, enz. ondanks het feit dat de Papua's die
voor 1962 geboren zijn in het bezit waren/zijn van officiële
Nederlandse geboorteacten en derhalve op het Nederlands Staatsburgerschap
aanspraak zouden moeten hebben kunnen maken, evenals hun kinderen en
kleinkinderen.
De Nederlandse regeringen vanaf 1892 tot 1982, hebben echter op een
dusdanige wijze de wet op het Nederlands Staatsburgerschap zo veranderd,
dat in 1982 bleek dat inwoners van voormalig Nederlands Nieuw Guinea
uitgesloten waren voor de Nederlandse nationaliteit.
Er
werden zelfs, tot de overdracht aan Indonesië in 1962, nog
officiële Nederlandse geboorteactes uitgegeven, echter deze blijken
achteraf niet veel meer waarde te hebben dan toiletpapier.
Echter daar waar de Nederlandse overheden vanaf 1962 - tot november 2011
een dichtgeschroeid geweten toonden inzake het voormalige Nederlands Nieuw
Guinea (West Papua), zeker inzake de mensenrechtenschendingen door
Indonesië in de Molukken en West Papua, heeft mijn aandringen richting de
Tweede Kamer der Staten Generaal, zoals u in deze lange mail kunt lezen,
uiteindelijk opgeleverd, dat er in november 2011 een motie werd ingediend,
die tegen alle verwachting in een positieve UNANIEME uitslag opleverde.
Namelijk
de Tweede Kamer der Staten Generaal nam met ALGEMENE stemmen de motie aan
dat de mensenrechten door Indonesië repressief en agressief werden /
worden geschonden door de Republiek Indonesië in de Molukken en West
Papua.
Daar zijn dus vanaf 1962 tot op
de dag van vandaag 400.000 - 500.000 doden voor nodig geweest om tot die
conclusie te komen.
Zelf
heb ik regelmatig de rapportages van Amnesty International en Human Rights
Watch gebruikt om mijn onderbouwingen en verdediging steviger te maken in
de aanvragen van de procedures en in de opvolgende zittingen.
Maar dus tot voor
kort weigerde de IND deze schendingen van de rechten van de mens mee te
nemen in hun beslissingen, aangezien deze
mensenrechtenschendingen niet door de Nederlandse overheid weren erkend.
Voor de mensen uit
West Papua komen hun procedures nu in een heel ander daglicht te staan,
want de IND kan geen mensen uitzetten naar het land van herkomst, als door
een ander land de status van vluchteling is erkend.
Naast het nu oppakken van de verkrachting van de wet op het Nederlands
Staatsburgerschap door de Nederlands overheden vanaf 1892 tot op dit
moment, kan ik nu
mijn aandacht ook meer onderbouwd richten op de vluchtelingenkampen, waarin
naar men zegt, ca. 12.000 - 14.000 Papua's met een meer dan hoog percentage
Nederlandse afkomst, vanaf 1984 hun leven LIJDEN ( u snapt de cynische
humor, want eigenlijk is het je leven leiden) in die Vluchtelingenkampen en
ook daar is het grootste percentage vluchtelingen door PNG erkend als
vluchteling.
Dit
zijn naar mijn mening de namen van de Vluchtelingenkampen waar dus de
genoemde Papua's hun leven LIJDEN, velen vanaf 1984, velen sterven daar en
velen zorgen ook voor het nageslacht en velen die zitten / zaten, zullen
met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in het bezit zijn van een officiëel
Nederlands geboortebewijs.
Marentiki Evenkatop Seven Cor Finalbin
Tinqui
Digo Kunkim Katawim Kaikok Kuiu Memeyop Mapniam.
Ik heb ook een
luchtfoto van de Australische Human Rights Watch en daar staan meerdere kilometers
Papua New Guinea in, ook nog de volgende Vluchtelingenkampen aangegeven: Kungim
Wiskey
Kuiu
Trakbits
Yogi
Wamena
Atkamba 3
Atkamba 2
Atkamba 1
Warastone
Blackware
Niogamban
Dome 1
Dome 2
Komokpin
En als laatste East Awin dat verder
van de grens met Indonesië - West Papua verwijderd is.
In totaal ergens tussen de 12.000 - 15.000 vluchtelingen die voor het
overgrote deel dus uit West Papua - Indonesië komen en daar dus al vanaf minimaal
1984 hun leven "LIJDEN", ver bij de mensen ?, de
Nederlanders vandaan die zich veelal christen noemen, maar het liefhebben
van de medemens toch eigenlijk als een "ver van mijn bed(show)"
beleven.
Dat dit de namen van die
vluchtelingenkampen zijn is voor mij wel zeker, want ze zijn overgenomen van een luchtfoto
van de Australische Human Right Watch Organisatie uit 2005.
Mijn vraag aan u is, kunt u mijn
aan gegevens helpen over de toestanden en levensomstandigheden in die
vluchtelingenkampen, om nu mijn aanpak richting de Nederlandse politiek
steviger te onderbouwen ?
Bij voorbaat dank voor uw eventuele medewerking.
Met vriendelijke groet,
Siemon Goossensen
Juridisch- en Maatschappelijk Adviseur
4.4.2012 Please, everyone share this video as
widely as possible.
This is incredibly distressing footage to watch but it is extremely
important to gain support against the Indonesian military.
The TNI can't hide from the truth anymore, they haven't changed, they will
continue killing until no Papuans are left.
It's GENOCIDE
A
shocking new video which shows Tunaliwor Kiwo, a West Papuan farmer being
tortured, allegedly by g...
8.5.2012:Mensenrechten schennis na 50 jaareindelijk erkend, maar Leopard tanks
worden misschien toch geleverd. Hoe tegenstrijdig is de Nederlandse
politiek!Lees
onderstaandee-mail van Siemon
Goossensen richting politiek en media. From: onderstesteen@hotmail.com
To: persvoorlichting@mindef.nl
CC: carsecretariaat@minaz.nl; m@minbuza.nl; postbus.minia@minbzk.nl; cie.buza@tweedekamer.nl;
cie.biza@tweedekamer.nl; s.blok@tweedekamer.nl; s.buma@tweedekamer.nl;
g.wilders@tweedekamer.nl; d.samsom@tweedekamer.nl; e.roemer@tweedekamer.nl;
a.pechtold@tweedekamer.nl; j.sap@tweedekamer.nl; a.slob@tweedekamer.nl;
c.vdstaaij@tweedekamer.nl; esther.ouwehand@tweedekamer.nl;
h.brinkman@tweedekamer.nl; redactie@volkskrant.nl; redactie@telegraaf.nl;
eindredactie@trouw.nl; redactie@parool.nl; hoofdredactie@destentor.nl;
redactie@refdag.nl; redactie@nd.nl; nrc@nrc.nl; info@nrc.nl; redactie@eenvandaag.nl Subject:DE TANKS VAN MINISTER HILLEN
GAAN DE MENSENRECHTEN SCHENDEN IN PAPUA-INDONESIË Date: Tue, 8 May 2012 15:39:16 +0200
t.a.v.
de minister van Defensie, de heer J. S. J. Hillen (CDA)
de minister van Buitenlandse Zaken, de heer U. Rosenthal (VVD)
de minister president, de heer M. Rutte
alsmede het volledige demissionaire kabinet.
Zwolle : 08 mei 2012
Betr. : Het
demissionaire kabinet wil overtollige tanks toch aan Indonesië
verkopen.
GELD VOOR
BEZUINIGINGEN IS VOOR "KOOPMAN" HILLEN
(CDA) BELANGRIJKER DAN DE MENSENRECHTEN,
of:
DE TANKS VAN MINISTER HILLEN GAAN DE RECHTEN VAN DE MENS SCHENDEN IN
PAPUA-INONESIË.
Geachte heer Hillen en de andere
genoemde bewindslieden,
Op de eerste plaats
citeer ik de berichtgeving uit "de Volkskrant" (verslaggever Theo
Koelé) onder de titel : Kabinet wil overtollige
tanks"toch" aan
Indonesië verkopen:
Het demissionaire kabinet wil, tegen de zin van de Tweede Kamer, overtollige
tanks leveren aan Indonesië. De door bezuinigingen geplaagde minister
Hans Hileen (Defensie, CDA) snakt naar de verwachte opbrengst van 200
miljoen euro.
Zijn collega Uri Rosenthal (Buitenlandse
Zaken, VVD) wil de regering in Jakarta niet tegen zich in het harnas jagen;
de verkoop van de Leopard-tanks is zo goed als rond. Dit melden bronnen
rond het kabinet. Binnenkort wordt de Kamer geïnformeerd. De kans is
groot dat de Kamer de voorgenomen leverantie dwarsboomt. Een meerderheid
(PVV, PvdA, SP, GroenLinks, ChristenUnie, SGP, PVDD en Brinkman) heeft zich
via een motie van Kamerlid Arjan Al Fassed (GroenLinks) uitgesproken tegen
de transactie, omdat die in strijd zou zijn met het Nederlandse
mensenrechtenbeleid.
De VVD, het CDA en Switchpartij
D66 stemden toen voor de levering.
Maar het cynische is dat naar
aanleiding van 2 moties (oktober 2011 en november 2011) met ALGEMENE
STEMMEN door de Tweede Kamer der Staten Generaal is erkend dat de rechten
van de mens door Indonesië repressief en agressief zijn en worden
geschonden in Papua en de Molukken.
Verder uit de Volkskrant: Het wapentuig
kan onder meer worden ingezet in Papua-Nieuw-Guinea, waar rebellen actief
zijn (en naar mijn
mening bedoelt de schrijver hier Papua-Indonesië, want Papua New
Guinea is het voormalige Australische Nieuw Guinea, maar troost u, de
Tweede Kamer der Staten Generaal maakte in okt. en nov. 2011 diezelfde fout
door in het verslag van die motie het Indonesische Papau als Papua New
Guinea te benoemen).
Al Fassed (GroenLinks) geeft verder in
de Volkskrant aan: "Het Indonesische leger schendt mensenrechten. Daar mag het demissionaire
kabinet met deze wapendeal niet aan bijdragen".
Minister Hillen ("Als koopman heb ik geen moraal") is de drijvende kracht achter deze beoogde transactie. Hij moet één miljard euro bezuinigen. Een deel
ervan kan bekostigd worden door de verkoop van materieel. Nederland wil
alle tanks afstoten.
Men kan dit het vervolg op
de VOC-mentaliteit van oud-premier Balkenende noemen, uitgeroepen in 2006, handel en geld zijn voor het CDA
belangrijker als Papua-levens in Nederlands laatste overzeese gebiedsdeel,
het voormalige NEDERLANDS NIEUW GUINEA !
En dan durven die
Nederlandse bewindslieden nog aan te geven dat de verkoop aan
Indonesië volgens hen niet stuit op Europese regels voor wapenexport.
Zerlfs loppen Hillen c.s. voorbij aan de protesten vanuit het Indonesische
parlement tegen de aanschaf van deze tanks.
En hoe is het (in
christelijke termen) in GODS naam mogelijk dat staatssecretaris Ben Knapen
(CDA) in juli 2011 een
contract afsluit uitgesmeerd over 5 jaar, met de intentie dat Nederland
jaarlijks voor 2 miljard euro aan duurzame handel en produkten gaat afnemen
van goederen zoals cacao, koffie,, thee, kruiden, palmolie, hout en vis. De
staatssecretaris en de Indonesische ministers hebben daartoe in 2011,
middels een gezamelijke verklaring hiertoe het startsein gegeven.
Is het boven in dat
ministerie dan nog niet doorgedrongen dat in Indonesië ruim 3.000.000
miljoen kinderen tussen de 7 - 14 jaar, emotioneel en fysiek worden
misbruikt door hen onder dwang ook in deze handel en wandel verplicht te
laten werken. En is het daar ook nog niet doorgedrongen dat ruim 600.000
kinderen tussen de 7 - 14 jaar, emotioneel en fysiek worden mishandeld door
hen als huishoudelijke hulp te laten werken in de kringen waar deze
overheid de kontracten mee afsluit.
We hebben dus een minister
van Defensie
(Hillen, CDA), we hebben een staatssecretaris van
Buitenlandse Zaken (Knapen,
CDA), we hebben een ministerie van Binnenlandse Zaken en
koninkrijksrelaties (Spies,
CDA), waartoe ook het ministerie van Immigratie,
Integrateie en Asiel (Leers,
CDA) behoort en die eigenlijk hetzelfde doen als wat het
Koninkrijk der Nederlansden al vanaf 1600, toen Nederland BEZIT nam van
Nederlands Oost Indië. Voor dat christelijke deel van Nederland was
toen en is nu geld belangrijker dan een mensenleven en zeker in Papua.
Geachte heer Hillen, hoe
is het mogelijk dat u met die manier van handelen een ministerspost inneemt
en hoe is het mogelijk dat u, net als uw collega's, net als uw
collega-regeerders vanaf 1962 met een dichtgeschroeid geweten om de
(mensen)rechten van de Papua's heenloopt.
Ik kan me niet voorstellen
dat de kamer dit kabinet toestemming zal geven voor de verkoop van de door
u KOOPMANSCHAP aangeboden tanks, per slot van rekening dient de Kamer ten
alle tijden nog accoord te gaan met een export-vergunning, en mocht het
alsnog voor u goed kunnen gaan,
dan hoop ik uit de grond van mijn hart, dat de Nederlandse burgers U en het
CDA straffen voor deze VOC-mentaliteit.